Handelingen
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Kadede Kap (Pohnpe…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
1Toen in die dagen het getal der leerlingen steeds maar bleef stijgen, begonnen de hellenisten tegen de hebreën te mopperen, dat hùn weduwen bij de dagelijkse verzorging ten achter werden gesteld.
1A TOUNPADAK kan lao totolar ni ran pukat men Krik kai ap lipaned on men Ipru, aki jota me apwali ar li odi kan ni ar dodok en ran akan.
2Daarom riep het twaalftal de menigte der leerlingen bijeen, en zeide: Het is niet goed, dat wij het woord Gods verwaarlozen, om aan tafel te dienen.
2Ekriamen oko ap molipe pena tounpadak kan majani: A jota mau on, jen muei jan majan en Kot, pwen papa ni tepel.
3Kiest dus, broeders, uit uw midden zeven mannen van goede naam, vol van den Geest en van wijsheid. Hen zullen we aanstellen voor deze taak,
3Ari ri (at) akan, rapaki jan nan pun omail ol ijimen, me kalok mau, me dir en Nen (jaraui) o lolekon, me jen kajapwiladan dok wet!
4terwijl wij zelf zullen voortgaan met het gebed en de dienst van het woord.
4A kit pan apapwalita kapakap o dodok pan majan o.
5Het voorstel vond bijval bij heel de menigte. Men koos Stéfanus uit, een man vol van geloof en van den Heiligen Geest; ook Filippus, Próchorus, Nikanor, Timon, Pármenas, en Nikolaus, een proseliet uit Antiochië.
5Pokon o ari peren kida kaparok pot et. Re ap piladar Jtepanuj, ol amen, me dir en pojon o Nen jaraui, pil Pilipuj, o Prokoruj, o Nikanor, o Timon, o Parmenaj, o Nikolauj, projelite jan Antiokien amen.
6Men stelde ze aan de apostelen voor; deze baden, en legden hun de handen op.
6Re kidan irail mon wanporon akan. Re lao kapakaper ap kidan po ’rail lim ar.
7En het woord Gods breidde zich uit, en het aantal leerlingen te Jerusalem vermeerderde sterk; ook een groot aantal priesters trad toe tot het geloof.
7Majan en Kot ari pwaida kaualap, o tounpadak kan madan totolar nan lerujalem, o jamero toto pil ian lamalam o.
8Intussen deed Stéfanus, vol genade en kracht, grote wonderen en tekenen onder het volk.
8A Jtepanuj, me dir en pojon o kelail, ap wiadar manaman o kilel laud kai nan pun en aramaj akan.
9Daarom begonnen er sommigen uit de synagoge, welke die der Vrijgelatenen Cyreneërs en Alexandrijnen wordt genoemd, en sommigen uit Cilicië en Azië, met Stéfanus te twisten;
9A akai me udar, me kijan jinakoke en Liperti o men Kirene, omen Alekjandrien, o men Jilijia, o Ajien akamai on Jtepanuj.
10maar ze waren niet bestand tegen de wijsheid en den Geest, waarmee hij sprak.
10A re jota kak palian en Jtepanuj a kupurokon o Nen o, me audeda i.
11Toen stookten ze enige lieden op, om te verklaren: We hebben hem lastertaal horen spreken tegen Moses en tegen God.
11Irail ari pwain on ol akai, pwen katiti: Je roner, me a lalaue mojej o Kot.
12Ze hitsten ook het volk, en de oudsten met de schriftgeleerden tegen hem op, overvielen hem, sleepten hem mee, en brachten hem voor de Hoge Raad.
12I rail pil kamakarada aramaj, o jaumaj akai, o jaunkawewe, re ap jaikidi i o koledi, re ap wa don i mod en kadeik o,
13Daar lieten ze valse getuigen komen, die zeiden: Deze man spreekt onophoudelijk tegen de heilige plaats en tegen de Wet;
13O kapwareda jaunkadede likam akai, me katitiki: Aramaj men et jota kin dukedi jan a lulaue waja jaraui et o kapun.
14want we hebben hem horen zeggen, dat die Jesus van Názaret deze plaats zal verwoesten, en de instellingen wijzigen, die Moses ons heeft overgeleverd.
14Pwe je roner, me a katitiki, me Iejuj en Najaret pan kawela waja et o kawilianla lamalam kan, me Mojej kotiki on kitail er.
15Allen, die in de Raad zaten, staarden hem aan, en aanschouwden zijn gelaat als dat van een engel.
15A karoj, me ian mod on kapun o, kankakil i, kajauiada, me jilan a dueta jilan en tounlan amen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.