Handelingen 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1In Ikónium gingen ze eveneens de synagoge der Joden binnen, en spraken er zó, dat een grote menigte Joden en heidenen geloofde.
1Em Icônio, eles entraram juntos na sinagoga dos judeus e falaram de tal modo que creu uma grande multidão, tanto de judeus como de gregos.
2Maar de Joden, die niet geloofden, hitsten de heidenen op, en verbitterden ze tegen de broeders.
2Mas os judeus incrédulos incitaram os gentios contra os irmãos e os encheram de ressentimento.
3Toch bleven ze er geruime tijd, en traden met vrijmoedigheid op; ze vertrouwden op den Heer, die getuigenis gaf voor het woord zijner genade, en door hun handen tekenen en wonderen deed.
3Portanto, eles ficaram ali muito tempo, falando ousadamente no Senhor, o qual dava testemunho à palavra da sua graça, concedendo que sinais e maravilhas fossem feitos por meio deles.
4De bevolking der stad bleef verdeeld: enigen waren voor de Joden, anderen voor de apostelen.
4Mas a multidão da cidade estava dividida. Uma parte tomou o partido dos judeus, e a outra parte, o dos apóstolos.
5Toen er nu onder de heidenen en onder de Joden met hun oversten een sterke beweging ontstond, om hen te mishandelen en te stenigen,
5Quando houve um violento intento, tanto por parte dos gentios como dos judeus, juntamente com os seus líderes, para maltratá-los e apedrejá-los,
6vluchtten ze, zodra ze het merkten, naar Lustra en Derbe, de steden van Lukaónië en haar omgeving.
6eles, percebendo isso, fugiram para as cidades da Licaônia, Listra e Derbe, e para a região circunvizinha.
7Ook daar verkondigden ze het evangelie.
7Ali eles pregaram o Evangelho.
8Nu was er te Lustra een man, die geen kracht in zijn voeten bezat, en moest blijven zitten; hij was lam van zijn geboorte af, en had nog nooit kunnen lopen.
8Em Listra estava sentado um certo homem, sem forças nos pés, coxo desde o ventre de sua mãe, o qual nunca tinha andado.
9Ook hij hoorde Paulus spreken. Deze nam hem nauwkeurig op, zag, dat hij het geloof bezat, om redding te bekomen,
9Ele ouvia Paulo falar, o qual, olhando fixamente para ele e vendo que tinha fé para ser curado,
10en riep met luider stem: Sta recht op uw voeten. En hij sprong op, en liep.
10disse em alta voz: “Levante-se direito sobre os seus pés!” Ele deu um salto e andou.
11Toen de menigte zag, wat Paulus gedaan had, jubelde ze in het lukaonisch: De goden zijn in menselijke gedaante tot ons neergedaald.
11Quando a multidão viu o que Paulo tinha feito, gritou em língua licaônica: “Os deuses desceram até nós em semelhança de homens!”
12Bárnabas noemden ze Júpiter, en Paulus Hermes omdat deze het woord had gevoerd.
12Eles chamaram Barnabé de “Júpiter”, e Paulo de “Mercúrio”, porque era ele o orador principal.
13En de priester van Júpiter, den beschermgod der stad, bracht stieren en kransen in de portieken, en wilde met het volk een offer brengen.
13O sacerdote de Júpiter, cujo templo ficava em frente à cidade deles, trouxe bois e guirlandas para as portas, e queria oferecer um sacrifício juntamente com as multidões.
14Maar toen de apostelen Bárnabas en Paulus dit hoorden, scheurden ze hun kleren, wierpen zich onder de menigte,
14Mas quando os apóstolos, Barnabé e Paulo, ouviram isso, rasgaram as suas roupas e correram para o meio da multidão, clamando:
15en riepen: Mannen, wat gaat gij beginnen? Ook wij zijn sterfelijke mensen, evenals gij. We komen u juist verkondigen, dat gij u van deze dwaasheden moet bekeren tot den levenden God. Hij is het, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is, gemaakt heeft;
15“Homens, por que vocês estão fazendo estas coisas? Nós também somos homens da mesma natureza que vocês, e lhes anunciamos o Evangelho, para que vocês abandonem essas coisas inúteis e se voltem para o Deus vivo, que fez o céu, a terra, o mar e tudo o que neles há;
16die in het verleden wel toeliet, dat alle volkeren hun eigen weg zouden gaan,
16o qual, nas gerações passadas, permitiu que todas as nações andassem nos seus próprios caminhos.
17maar die Zich toch nooit onbetuigd heeft gelaten, juist door zijn weldaden: door van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven, door u in overvloed voedsel en vreugde des harten te schenken.
17Contudo, ele não deixou de dar testemunho de si mesmo, porquanto fez o bem e lhes deu chuvas do céu e estações frutíferas, enchendo os nossos corações de alimento e alegria.”
18En zelfs door zó te spreken, konden ze ternauwernood het volk weerhouden, om offers aan hen te brengen.
18Mesmo com essas palavras, mal conseguiram impedir as multidões de lhes oferecerem sacrifício.
19Maar nu kwamen er Joden van Antiochië en Ikónium. Ze praatten het volk om, stenigden Paulus, en sleurden hem buiten de stad, in de mening, dat hij dood was.
19Mas alguns judeus de Antioquia e de Icônio chegaram ali e, tendo persuadido as multidões, apedrejaram Paulo e o arrastaram para fora da cidade, supondo que ele estivesse morto.
20Doch toen de leerlingen om hem heen kwamen staan, richtte hij zich op, en ging de stad binnen. De volgende dag vertrok hij met Bárnabas naar Derbe.
20Mas, enquanto os discípulos estavam ao redor dele, ele se levantou e entrou na cidade. No dia seguinte, ele partiu com Barnabé para Derbe.
21En nadat ze in die stad het evangelie hadden verkondigd, en veel leerlingen hadden gewonnen, keerden ze over Lustra en Ikónium naar Antiochië terug.
21Depois de pregarem o Evangelho naquela cidade e fazerem muitos discípulos, voltaram para Listra, Icônio e Antioquia,
22Ze bevestigden de leerlingen in hun goede gezindheid, vermaanden hen, om in het geloof te volharden, en zeiden, dat we door veel verdrukkingen het koninkrijk Gods moeten ingaan.
22fortalecendo o ânimo dos discípulos, exortando-os a continuar na fé, e dizendo que é por meio de muitas aflições que devemos entrar no Reino de Deus.
23In elke gemeente stelden ze, na bidden en vasten, door oplegging der handen priesters over hen aan, en bevalen ze aan bij den Heer, in wien ze hadden geloofd.
23Depois de designarem presbíteros para eles em cada igreja e orarem com jejum, confiaram-nos ao Senhor em quem haviam crido.
24Vervolgens trokken ze Pisidië door, en kwamen in Pamfúlië.
24Eles passaram pela Pisídia e chegaram à Panfília.
25En na te Perge het woord te hebben verkondigd, gingen ze naar Attália.
25Quando haviam anunciado a palavra em Perge, desceram para Atália.
26Vandaar keerden ze per schip naar Antiochië3 terug, waar men hen aan Gods genade had toevertrouwd voor het werk, dat ze thans hadden volbracht.
26Dali navegaram para Antioquia, de onde tinham sido confiados à graça de Deus para a obra que haviam cumprido.
27Na hun aankomst riepen ze de gemeente bijeen, en verhaalden, wat grote dingen God door hen had verricht, en hoe Hij voor de heidenen de deur van het geloof had geopend.
27Quando chegaram e reuniram a igreja, relataram tudo o que Deus havia feito por meio deles, e que ele havia aberto uma porta de fé para as nações.
28Geruime tijd bleven ze daar bij de leerlingen.
28Eles ficaram ali com os discípulos por muito tempo.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.