Handelingen
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Berean Standard Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Toen we gered waren, vernamen we, dat het eiland Malta heette. De eilandbewoners bewezen ons een buitengewone menslievendheid;
1Once we were safely ashore, we learned that the island was called Malta.
2want ze namen ons allen op, en staken een vuur aan, omdat het regende en koud was.
2The islanders showed us extraordinary kindness. They kindled a fire and welcomed all of us because it was raining and cold.
3Terwijl Paulus een hoop dor hout bijeenraapte en op het vuur wierp, schoot er door de hitte een adder uit, en beet zich vast aan zijn hand.
3Paul gathered a bundle of sticks, and as he laid them on the fire, a viper, driven out by the heat, fastened itself to his hand.
4Toen de inlanders het dier aan zijn hand zagen hangen, zeiden ze tot elkander: Die man is zeker een moordenaar; want zelfs na zijn redding uit zee, laat de Gerechtigheid hem niet in leven.
4When the islanders saw the creature hanging from his hand, they said to one another, “Surely this man is a murderer. Although he was saved from the sea, Justice has not allowed him to live.”
5Maar hij schudde het dier van zich af in het vuur, en ondervond er hoegenaamd geen letsel van.
5But Paul shook the creature off into the fire and suffered no ill effects.
6Zij verwachtten, dat hij zou opzwellen of plotseling dood zou vallen; maar toen ze na lang wachten zagen, dat hem niets deerde, kwamen ze tot andere gedachten, en zeiden, dat hij een god was.
6The islanders were expecting him to swell up or suddenly drop dead. But after waiting a long time and seeing nothing unusual happen to him, they changed their minds and said he was a god.
7In de nabijheid was een landgoed gelegen, dat aan den bevelhebber van het eiland behoorde, die Públius heette. Deze nam ons welwillend op, en verleende ons gastvrijheid, drie dagen lang.
7Nearby stood an estate belonging to Publius, the chief official of the island. He welcomed us and entertained us hospitably for three days.
8Juist lag toen de vader van Públius met koorts en buikloop te bed. Paulus ging naar hem toe, sprak een gebed, legde hem de handen op, en genas hem.
8The father of Publius was sick in bed, suffering from fever and dysentery. Paul went in to see him, and after praying and placing his hands on him, he healed the man.
9Nu kwamen ook de overige zieken van het eiland, en werden genezen.
9After this had happened, the rest of the sick on the island came and were cured as well.
10Ze bewezen ons grote eer, en bij onze afvaart voorzagen ze ons van alles wat we behoefden.
10The islanders honored us in many ways and supplied our needs when we were ready to sail.
11Drie maanden later gingen we aan boord van een alexandrijns schip, dat op het eiland overwinterd had, en de Dioskuren als kenteken droeg.
11After three months we set sail in an Alexandrian ship that had wintered in the island. It had the Twin Brothers as a figurehead.
12We gingen te Syracuse aan wal, en bleven er drie dagen lang.
12Putting in at Syracuse, we stayed there three days.
13Vandaar zetten we koers langs de kust, en kwamen te Régium aan. ‘s Anderendaags kregen we zuidenwind, en een dag later bereikten we Putéoli.
13From there we weighed anchor and came to Rhegium. After one day, a south wind came up, and on the second day we arrived at Puteoli.
14Hier troffen we broeders aan, die ons verzochten, zeven dagen bij hen te blijven. Zo trokken we naar Rome op.
14There we found some brothers who invited us to spend the week with them. And so we came to Rome.
15Ook vandaar kwamen de broeders, die van ons hadden gehoord, ons tegemoet tot Appii Forum en Tres Tabernae. Toen Paulus hen zag, dankte hij God en vatte moed.
15The brothers there had heard about us and traveled as far as the Forum of Appius and the Three Taverns to meet us. When Paul saw them, he was encouraged and gave thanks to God.
16Toen we te Rome waren gekomen, werd aan Paulus toegestaan, een eigen woning te betrekken, met den soldaat, die hem moest bewaken.
16When we arrived in Rome, Paul was permitted to stay by himself, with a soldier to guard him.
17Drie dagen later liet hij de voornaamsten der Joden ontbieden; en toen ze bijeen waren, sprak hij hen toe: Mannen broeders, ofschoon ik niets heb misdaan tegen het volk of tegen de gewoonten der vaderen, ben ik toch in Jerusalem gevangen genomen, en in de handen der Romeinen overgeleverd.
17After three days, he called together the leaders of the Jews. When they had gathered, he said to them, “Brothers, although I have done nothing against our people or the customs of our fathers, I was taken prisoner in Jerusalem and handed over to the Romans.
18Die hebben me dan ook verhoord, en wilden me in vrijheid stellen, omdat ik niets had misdreven, waar de doodstraf op staat.
18They examined me and wanted to release me, because there was no basis for a death sentence against me.
19Maar omdat de Joden zich bleven verzetten, was ik genoodzaakt, mij op Caesar te beroepen; dus volstrekt niet, omdat ik mijn volk van iets wil beschuldigen
19But when the Jews objected, I was compelled to appeal to Caesar, even though I have no charge to bring against my nation.
20Ziedaar, waarom ik u heb ontboden, om u te zien, en te zeggen: Waarachtig, het is om Israëls Verwachting, dat ik deze keten draag.
20So for this reason I have called to see you and speak with you. It is because of the hope of Israel that I am bound with this chain.”
21Ze zeiden tot hem: Wij hebben over u geen brieven uit Judea ontvangen; ook is er geen van de broeders gekomen, die iets verkeerds over u heeft bericht of gezegd.
21The leaders replied, “We have not received any letters about you from Judea, nor have any of the brothers from there reported or even mentioned anything bad about you.
22We achten het dus billijk, van u te vernemen, wat uw denkbeelden zijn. Want van die sekte is ons slechts bekend, dat ze overal tegenspraak ontmoet.
22But we consider your views worth hearing, because we know that people everywhere are speaking against this sect.”
23Ze bepaalden hem dus een dag, en kwamen toen in grote getale bijeen in zijn woning. En van, s morgens vroeg tot ‘s avonds laat gaf hij hun uitleg, getuigde hun van het koninkrijk Gods, en leverde hun het bewijs over Jesus uit de Wet van Moses en uit de Profeten.
23So they set a day to meet with Paul, and many people came to the place he was staying. He expounded to them from morning to evening, testifying about the kingdom of God and persuading them about Jesus from the Law of Moses and the Prophets.
24Sommigen geloofden wat hij zeide, anderen echter geloofden het niet.
24Some of them were convinced by what he said, but others refused to believe.
25Onder elkander onenig gingen ze uiteen. Toen sprak Paulus dit éne woord: Terecht heeft de Heilige Geest door den profeet Isaias tot onze vaderen gesproken
25They disagreed among themselves and began to leave after Paul had made this final statement: “The Holy Spirit was right when He spoke to your fathers through Isaiah the prophet:
26Ga tot dit volk en zeg: Met de oren zult ge horen, en niet verstaan; En scherp zult ge zien, en niet inzien.
26‘Go to this people and say, “You will be ever hearing but never understanding; you will be ever seeing but never perceiving.”
27Want verstokt is het hart van dit volk, En hun oren zijn hardhorig, En hun ogen gesloten; Opdat ze niet zouden zien met de ogen, En horen met de oren, En verstaan met het hart; Opdat zij zich niet zouden bekeren, En Ik hen zou genezen.
27For this people’s heart has grown callous; they hardly hear with their ears, and they have closed their eyes. Otherwise they might see with their eyes, hear with their ears, understand with their hearts, and turn, and I would heal them.’
28Weet dan, dat dit heil van God tot de heidenen is gezonden; zij zullen luisteren.
28Be advised, therefore, that God’s salvation has been sent to the Gentiles, and they will listen!”
29En terwijl hij dit zeide, gingen de Joden heen, en twistten heftig onder elkander.
no verse 29 in this text
30Hij bleef twee volle jaren in het huis, dat hij gehuurd had, en ontving er allen, die hem bezochten.
30Paul stayed there two full years in his own rented house, welcoming all who came to visit him.
31Hij preekte het koninkrijk Gods, en leerde over den Heer Jesus Christus in alle vrijmoedigheid en ongehinderd.
31Boldly and freely he proclaimed the kingdom of God and taught about the Lord Jesus Christ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.