Handelingen
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Old Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Berean Standard Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Berean Standard Bible
1Toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen.
1When the day of Pentecost came, they were all together in one place.
2Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag, en vulde het hele huis, waar ze waren vergaderd.
2Suddenly a sound like a mighty rushing wind came from heaven and filled the whole house where they were sitting.
3Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond, en zetten zich op ieder van hen neer.
3They saw tongues like flames of fire that separated and came to rest on each of them.
4Allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken.
4And they were all filled with the Holy Spirit and began to speak in other tongues as the Spirit enabled them.
5Nu vertoefden er te Jerusalem godvrezende Joden uit alle volken onder de hemel.
5Now there were dwelling in Jerusalem God-fearing Jews from every nation under heaven.
6Bij dat geruis liepen de mensen te hoop; ze stonden verwonderd, dat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.
6And when this sound rang out, a crowd came together in bewilderment, because each one heard them speaking his own language.
7Ze raakten buiten zichzelf van verbazing, en zeiden: Zie, zijn allen, die daar spreken, geen Galileërs?
7Astounded and amazed, they asked, “Are not all these men who are speaking Galileans?
8En hoe horen wij allen ze dan in onze eigen moedertaal spreken?
8How is it then that each of us hears them in his own native language?
9Parten, Meden en Elamieten; bewoners van Mesopotámië, Judea en Kappadócië, van Pontus en Azië,
9Parthians, Medes, and Elamites; residents of Mesopotamia, Judea and Cappadocia, Pontus and Asia,
10van Frúgië en Pamfúlië, van Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene: romeinse kolonisten,
10Phrygia and Pamphylia, Egypt and the parts of Libya near Cyrene; visitors from Rome,
11Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren: we horen ze in onze eigen taal Gods grote werken verkondigen.
11both Jews and converts to Judaism; Cretans and Arabs—we hear them declaring the wonders of God in our own tongues!”
12Allen stonden verbaasd en in twijfel. Sommigen zeiden tot elkander: Wat zou dat betekenen?
12Astounded and perplexed, they asked one another, “What does this mean?”
13Maar anderen zeiden spottend: Ze zijn dronken van zoete wijn.
13But others mocked them and said, “They are drunk on new wine!”
14Toen stond Petrus op, omringd van al de elf; hij verhief zijn stem, en sprak hun toe: Joodse mannen, en gij allen, die in Jerusalem woont: Dit moet gij weten; geeft acht op mijn woorden.
14Then Peter stood up with the Eleven, lifted up his voice, and addressed the crowd: “Men of Judea and all who dwell in Jerusalem, let this be known to you, and listen carefully to my words.
15Neen, deze mannen zijn niet dronken, zoals gij vermoedt; want het is eerst het derde uur van de dag.
15These men are not drunk, as you suppose. It is only the third hour of the day!
16Maar hier geschiedt, wat door den profeet Joël voorzegd is:
16No, this is what was spoken by the prophet Joel:
17En het zal geschieden op het einde der dagen, zegt God “Ik zal uitstorten van mijn Geest over alle vlees; Uw zonen en dochters zullen profeteren, Uw jonge mannen visioenen schouwen, Uw grijsaards dromen ontvangen;
17‘In the last days, God says, I will pour out My Spirit on all people. Your sons and daughters will prophesy, your young men will see visions, your old men will dream dreams.
18Zelfs over mijn slaven en slavinnen in die dagen, Stort Ik uit van mijn Geest, en ze zullen profeteren.
18Even on My menservants and maidservants I will pour out My Spirit in those days, and they will prophesy.
19Ik zal wonderen doen in de hemel daar boven, En tekenen op de aarde beneden: Bloed en vuur, en walm van rook.
19I will show wonders in the heavens above and signs on the earth below, blood and fire and billows of smoke.
20De zon zal in duisternis verkeren, de maan in bloed, Voordat de Dag des Heren komt, Groot en heerlijk.
20The sun will be turned to darkness, and the moon to blood, before the coming of the great and glorious Day of the Lord.
21Dan zal iedereen worden gered, Die de naam des Heren aanroept!
21And everyone who calls on the name of the Lord will be saved.’
22Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jesus van Názaret, een man, voor wien God bij u heeft getuigd door krachten en wonderen en tekenen, welke God, zo gij weet, door Hem in uw midden verrichtte:
22Men of Israel, listen to this message: Jesus of Nazareth was a man certified by God to you by miracles, wonders, and signs, which God did among you through Him, as you yourselves know.
23Hem hebt gij overgeleverd naar het vaste raadsbesluit en de voorkennis Gods, en door de hand van heidenen aan het kruis geslagen en gedood.
23He was delivered up by God’s set plan and foreknowledge, and you, by the hands of the lawless, put Him to death by nailing Him to the cross.
24Maar God heeft Hem opgewekt, en verbroken de strikken van de dood; daar het niet mogelijk was, dat deze Hem vasthield.
24But God raised Him from the dead, releasing Him from the agony of death, because it was impossible for Him to be held in its clutches.
25Want David zeide van Hem: “Den Heer hield ik altijd voor ogen; Want Hij staat mij ter zijde, opdat ik niet wankele
25David says about Him: ‘I saw the Lord always before me; because He is at my right hand, I will not be shaken.
26Daarom verheugt zich mijn hart, En jubelt mijn tong; Ook mijn vlees zal rusten vol hoop,
26Therefore my heart is glad and my tongue rejoices; my body also will dwell in hope,
27Want Gij laat mijn ziel niet in het dodenrijk achter. Uw Heilige laat Gij het bederf niet aanschouwen,
27because You will not abandon my soul to Hades, nor will You let Your Holy One see decay.
28Gij hebt mij de wegen van het leven getoond; Gij zult mij van vreugde vervullen Door uw aanschijn!
28You have made known to me the paths of life; You will fill me with joy in Your presence.’
29Mannen broeders, van den aartsvader David mag men u zeker wel openlijk zeggen, dat hij èn gestorven is én begraven; zijn graf staat in ons midden tot op de huidige dag.
29Brothers, I can tell you with confidence that the patriarch David died and was buried, and his tomb is with us to this day.
30Maar hij was een profeet; en hij wist, dat God hem onder ede beloofd had, een uit de vrucht zijner lende op zijn troon te doen zetelen.
30But he was a prophet and knew that God had promised him on oath that He would place one of his descendants on his throne.
31En daar hij de toekomst voorzag, heeft hij over de verrijzenis van den Christus gezegd, dat Hij niet in het dodenrijk zou worden achtergelaten, en dat zijn vlees het bederf niet zou zien.
31Foreseeing this, David spoke about the resurrection of the Christ, that He was not abandoned to Hades, nor did His body see decay.
32Welnu, dezen Jesus heeft God doen verrijzen; daarvan zijn wij allen getuigen.
32God has raised this Jesus to life, to which we are all witnesses.
33En nu Hij, verheven aan Gods rechterhand, van den Vader den beloofden Heiligen Geest heeft ontvangen, nu heeft Hij Dien ook uitgestort, zoals gij ziet en hoort.
33Exalted, then, to the right hand of God, He has received from the Father the promised Holy Spirit and has poured out what you now see and hear.
34David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: “De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,
34For David did not ascend into heaven, but he himself says: ‘The Lord said to my Lord, “Sit at My right hand
35Totdat Ik uw vijanden leg Als een voetbank voor uw voeten.”
35until I make Your enemies a footstool for Your feet.”’
36Heel het huis van Israël zij er dus van doordrongen, dat God dienzelfden Jesus, dien gij hebt gekruisigd, tot Heer en Christus heeft gesteld.
36Therefore let all Israel know with certainty that God has made this Jesus, whom you crucified, both Lord and Christ!”
37Toen ze dit hoorden, werden ze diep getroffen; en ze zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Mannen broeders, wat moeten we doen?
37When the people heard this, they were cut to the heart and asked Peter and the other apostles, “Brothers, what shall we do?”
38Petrus zei hun: Bekeert u allen, en laat u dopen in de naam van Jesus Christus, tot vergiffenis uwer zonden; dan zult gij de gaven ontvangen van den Heiligen Geest.
38Peter replied, “Repent and be baptized, every one of you, in the name of Jesus Christ for the forgiveness of your sins, and you will receive the gift of the Holy Spirit.
39Want voor u is de belofte; ook voor uw kinderen, en voor allen die van verre zijn: voor allen, die de Heer onze God Zich zal roepen.
39This promise belongs to you and your children and to all who are far off—to all whom the Lord our God will call to Himself.”
40Met nog veel andere woorden legde hij getuigenis af; ook vermaande hij hen, en sprak: Redt u toch uit dit bedorven geslacht.
40With many other words he testified, and he urged them, “Be saved from this corrupt generation.”
41En zij, die zijn woord aanvaardden, ontvingen het doopsel; die dag traden er ongeveer drie duizend mensen toe.
41Those who embraced his message were baptized, and about three thousand were added to the believers that day.
42Ze bleven volharden in de leer der apostelen en de onderlinge gemeenschap, in het breken des broods en in het gebed.
42They devoted themselves to the apostles’ teaching and to the fellowship, to the breaking of bread and to prayer.
43Allen leefden in vrees. De apostelen verrichtten vele wonderen en tekenen.
43A sense of awe came over everyone, and the apostles performed many wonders and signs.
44En al de gelovigen waren ten nauwste vereend, en bezaten alles in gemeenschap.
44All the believers were together and had everything in common.
45Ze verkochten have en goed, en verdeelden het onder elkander, naar ieders behoefte.
45Selling their possessions and goods, they shared with anyone who was in need.
46Iedere dag bezochten ze eendrachtig de tempel, en thuis braken ze het brood. Ze genoten hun voedsel in opgeruimdheid en eenvoud van hart.
46With one accord they continued to meet daily in the temple courts and to break bread from house to house, sharing their meals with gladness and sincerity of heart,
47Ze loofden God, en stonden in gunst bij heel het volk. En de Heer bracht iedere dag meer geredden bijeen.
47praising God and enjoying the favor of all the people. And the Lord added to their number daily those who were being saved.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.