レビ記 4
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Translation
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1主はモーセに告げられた。
1Jahweh sprak tot Moses:
2「イスラエルの子らに告げなさい。『もしだれかが、主がしてはならないと命じられたことのどれかを行って、意図せずに罪を犯したなら、
2Zeg aan de Israëlieten: Wanneer iemand zonder opzet een fout begaat, en iets doet, wat Jahweh verboden heeft, geldt het volgende:
3もし油注がれた祭司が罪を犯して民に罪過をもたらしたなら、自分が犯した罪のために、傷のない若い牛を贖罪のささげ物として主にささげる。
3Wanneer de gezalfde priester zondigt, en zo schuld op het volk laadt, moet hij als zondeoffer voor wat hij verkeerd heeft gedaan, een gaven jongen stier aan Jahweh offeren.
4彼はその牛を主の前、会見の天幕の入り口に連れて来て、牛の頭に手を置き、主の前でその牛を屠る。
4Hij moet den stier aan de ingang van de openbaringstent voor het aanschijn van Jahweh brengen, zijn hand op de kop van den stier leggen, en den stier voor het aanschijn van Jahweh slachten.
5油注がれた祭司はその牛の血の一部を取り、会見の天幕の中に持って行く。
5Vervolgens moet de gezalfde priester wat bloed van den stier nemen, het binnen de openbaringstent brengen,
6祭司は指を血に浸し、主の前、すなわち聖所の垂れ幕の前で、血の一部を七度振りかける。
6zijn vinger in het bloed dopen, en zeven maal voor het aanschijn van Jahweh voor het voorhangsel van het heiligdom wat bloed sprenkelen.
7祭司はその血の一部を、会見の天幕の中にある主の前の香りのよい香の祭壇の角に塗る。そして牛の残りの血をすべて、会見の天幕の入り口にある全焼のささげ物の祭壇の土台に注ぎ出す。
7Daarna moet de priester wat van dat bloed aan de hoornen van het reukofferaltaar strijken, dat voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent staat, en de rest van het bloed van den stier uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat.
8彼は贖罪のささげ物である牛からすべての脂肪を取り外す。すなわち、内臓を覆う脂肪と、内臓についているすべての脂肪、
8Al het vet van den stier, die als zondeoffer geldt, moet hij eruit nemen: het vet, dat de ingewanden bedekt met al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
9二つの腎臓と、腰のあたりにあるそれらの上の脂肪、および腎臓と一緒に取り外す肝臓の覆いである。
9de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen,
10和解のいけにえの牛から取り外されるのと同じように、これらを取り外す。祭司はそれらを全焼のささげ物の祭壇の上で燃やす。
10zoals bij den stier van het vredeoffer geschiedt. De priester moet dat op het brandofferaltaar in rook doen opgaan.
11その牛の皮、すべての肉、頭、足、内臓、糞、
11De huid van den stier met al het vlees, zijn kop, poten en darmen,
12すなわち牛の残りのすべての部分は、宿営の外の清い場所、灰を捨てる場所に運び出し、薪の上の火で燃やす。それは灰を捨てる場所で燃やされる。
12dus de rest van den stier, moet hij buiten de legerplaats naar een reine plek laten brengen, waar de as wordt gestort, en op een houtstapel verbranden; op de plek, waar de as wordt gestort, moet het worden verbrand.
13『もしイスラエルの全会衆が罪を犯し、そのことが集会の目から隠されており、主がしてはならないと命じられたことのどれかを行って罪過がある場合、
13Wanneer heel de gemeenschap van Israël een fout begaat, zonder dat de gemeente het opzettelijk deed, en zij iets hebben gedaan, wat Jahweh verboden heeft, en dus schuldig zijn geworden;
14彼らが犯した罪が知られるようになったとき、集会は贖罪のささげ物として若い牛をささげ、それを会見の天幕の前に連れて来る。
14dan moet de gemeente, zodra ze zich van de overtreding bewust wordt, een stier als zondeoffer opdragen. Zij moeten dien voor de openbaringstent brengen;
15会衆の長老たちは、主の前でその牛の頭に手を置く。そしてその牛は主の前で屠られる。
15de oudsten van de gemeenschap moeten voor het aanschijn van Jahweh hun handen op de kop van den stier leggen, en den stier voor het aanschijn van Jahweh slachten.
16油注がれた祭司はその牛の血の一部を、会見の天幕の中に持って行く。
16Vervolgens moet de gezalfde priester wat bloed van den stier binnen de openbaringstent brengen;
17祭司は指を血に浸し、主の前、垂れ幕の前で、それを七度振りかける。
17de priester moet zijn vinger in het bloed dopen en zeven maal voor het aanschijn van Jahweh voor het voorhangsel sprenkelen.
18彼はその血の一部を、会見の天幕の中にある主の前の祭壇の角に塗る。そして残りの血をすべて、会見の天幕の入り口にある全焼のささげ物の祭壇の土台に注ぎ出す。
18Daarna moet hij wat van dat bloed aan de hoornen van het altaar strijken, dat voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent staat, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat.
19彼はそこからすべての脂肪を取り外し、祭壇の上で燃やす。
19Al het vet moet hij er uitnemen, en op het altaar in rook doen opgaan.
20最初の贖罪のささげ物の牛にしたのと同じように、この牛にも行う。祭司が彼らのために贖いを行えば、彼らは赦される。
20Verder moet hij met den stier doen, zoals hij met den stier van het zondeoffer gedaan heeft. Zo zal de priester verzoening voor hen verkrijgen en zal hun vergiffenis worden geschonken.
21彼はその牛を宿営の外に運び出し、最初の牛を燃やしたようにそれを燃やす。これは集会のための贖罪のささげ物である。
21Hij moet den stier buiten de legerplaats laten brengen en hem verbranden, zoals hij den vorigen stier heeft verbrand. Dit is het zondeoffer voor de gemeente.
22『指導者が罪を犯し、彼の神、主がしてはならないと命じられたすべてのことのどれかを意図せずに行って罪過がある場合、
22Wanneer een stamhoofd een overtreding begaat, en zonder opzet tegen een of ander gebod van Jahweh, zijn God, misdoet, en dus schuld op zich laadt,
23自分が犯した罪を知らされたなら、彼は自分のささげ物として、傷のない雄山羊を持って来る。
23moet hij, zodra hij zich zijn overtreding bewust wordt, een geitebok zonder gebrek als offer opdragen.
24彼はその山羊の頭に手を置き、主の前で全焼のささげ物を屠る場所でそれを屠る。これは贖罪のささげ物である。
24Hij moet zijn hand op de kop van den bok leggen en dien slachten op de plaats, waar men voor het aanschijn van Jahweh het brandoffer slacht; het is een zondeoffer.
25祭司は贖罪のささげ物の血の一部を指に取り、全焼のささげ物の祭壇の角に塗る。残りの血は全焼のささげ物の祭壇の土台に注ぎ出す。
25Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat bloed van het zondeoffer nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar.
26そのすべての脂肪は、和解のいけにえの脂肪のように、祭壇の上で燃やす。祭司が彼の罪について彼のために贖いを行うなら、彼は赦される。
26Al het vet moet hij op het altaar in rook doen opgaan, zoals met het vet van het vredeoffer geschiedt. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn zonde verkrijgen, en zal hem vergiffenis worden geschonken.
27『もし一般の民のだれかが、主がしてはならないと命じられたことのどれかを行って、意図せずに罪を犯し、罪過があり、
27Wanneer iemand van het gewone volk zonder opzet een overtreding begaat, door tegen een der geboden van Jahweh te handelen, en dus schuld op zich laadt,
28自分が犯した罪を知らされたなら、彼は自分が犯した罪のために、自分のささげ物として傷のない雌山羊を持って来る。
28moet hij, zodra hij zich zijn overtreding bewust wordt, voor zijn begane fout een geit zonder gebrek als offer brengen.
29彼はその贖罪のささげ物の頭に手を置き、全焼のささげ物をささげる場所でその贖罪のささげ物を屠る。
29Hij moet zijn hand op de kop van het zondeoffer leggen, en het slachten op de plaats, waar men het brandoffer slacht.
30祭司はその血の一部を指に取り、全焼のささげ物の祭壇の角に塗る。そして残りの血をすべて祭壇の土台に注ぎ出す。
30Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat van haar bloed nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het altaar.
31そのすべての脂肪は、和解のいけにえから脂肪が取り外されるように取り外す。祭司はそれを主への芳ばしい香りとして祭壇の上で燃やす。祭司が彼のために贖いを行うなら、彼は赦される。
31Al het vet moet hij er uitnemen, zoals met het vet van het vredeoffer geschiedt, en de priester moet het op het altaar in rook doen opgaan als een welriekend offer voor Jahweh. Zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.
32『もし彼が贖罪のささげ物として子羊を持って来るなら、傷のない雌を持って来る。
32Wanneer iemand voor zijn overtreding een lam wil offeren, moet hij een gaaf ooilam offeren.
33彼はその贖罪のささげ物の頭に手を置き、全焼のささげ物を屠る場所で、それを贖罪のささげ物として屠る。
33Hij moet zijn hand op de kop van het zondeoffer leggen, en het als zondeoffer slachten op de plaats, waar men het brandoffer slacht.
34祭司は贖罪のささげ物の血の一部を指に取り、全焼のささげ物の祭壇の角に塗る。残りの血はすべて祭壇の土台に注ぎ出す。
34Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat van het bloed van het zondeoffer nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het altaar.
35和解のいけにえから子羊の脂肪が取り外されるように、そのすべての脂肪を取り外す。祭司は主への火によるささげ物の上で、それらを祭壇の上で燃やす。祭司が彼の犯した罪について彼のために贖いを行うなら、彼は赦される。』」
35Al het vet moet hij er uitnemen, zoals met het vet van het lam voor een vredeoffer geschiedt en de priester moet het op het altaar in rook doen opgaan, tegelijk met de vuuroffers van Jahweh. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn overtreding verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.