レビ記
Chapter 20
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1主はモーセに告げられた。
1Jahweh sprak tot Moses:
2「さらに、イスラエルの子らに言いなさい。『イスラエルの子ら、あるいはイスラエルに住む寄留者のうち、自分の子孫をモレクに渡す者はだれでも、必ず死刑に処される。その地の民はその人を石で打ち殺す。
2Zeg tot de kinderen Israëls: Wie van de Israëlieten en van de vreemden, die in Israël wonen, een van zijn kinderen aan den Molok offert, moet worden gedood. Het volk van het land moet hem stenigen.
3わたしもその人に顔を向け、彼を自分の民の中から断つ。彼が自分の子孫をモレクに渡し、わたしの聖所を汚し、わたしの聖なる御名を汚したからである。
3Ik zal zo iemand mijn gramschap doen voelen en hem van zijn volk afsnijden, omdat hij een van zijn kinderen aan den Molok heeft geofferd, om mijn heiligdom te verontreinigen en mijn heilige Naam te ontwijden.
4もしその人が子孫をモレクに渡したとき、その地の民が見て見ぬふりをし、彼を死刑にしないなら、
4En al zouden de bewoners van het land voor zo iemand de ogen sluiten en hem niet doden, ofschoon hij een van zijn kinderen aan den Molok heeft geofferd,
5わたしはその男とその家族に顔を向け、彼を民の中から断つ。また、彼にならってモレクを慕い、淫行を行う者たちも皆、その民の中から断つ。
5Ik zal zo iemand en zijn geslacht mijn gramschap doen voelen, en hem, en allen, die hem volgen in zijn afgodische verering van den Molok, van hun volk afsnijden.
6『霊媒や占い師に頼り、彼らを慕って淫行を行う者には、わたしは顔を向け、その者を民の中から断つ。
6Ook hem, die zijn toevlucht neemt tot spoken of waarzeggende geesten, en ze achterna loopt, zal Ik mijn gramschap doen voelen, en hem van zijn volk afsnijden.
7『それゆえ、自らを聖別し、聖なる者となりなさい。わたしはあなたがたの神、主だからである。
7Gij moet u heilig gedragen en heilig zijn; want Ik, Jahweh, ben uw God!
8あなたがたはわたしの掟を守り、それらを行いなさい。わたしはあなたがたを聖別する主である。
8Gij moet mijn voorschriften onderhouden, en daarnaar handelen. Ik, Jahweh, ben het, die u heilig!
9『自分の父や母を呪う者はだれでも、必ず死刑に処されるからである。彼は自分の父や母を呪った。その血の責任は彼自身が負う。
9Iemand die zijn vader of moeder vervloekt, moet worden gedood. Zo hij zijn vader of moeder heeft vervloekt, rust bloedschuld op hem.
10『他の男の妻と姦淫する男、すなわち自分の隣人の妻と姦淫する者は、姦淫した男も姦淫した女も、必ず死刑に処される。
10Wie overspel begaat met de vrouw van een ander, moet ter dood worden gebracht; de echtbreker zowel als de echtbreekster.
11『父の妻と寝る男は、父の裸を暴いたのである。彼らは二人とも必ず死刑に処される。その血の責任は彼ら自身が負う。
11Wie gemeenschap heeft met de vrouw van zijn vader, onteert zijn vader; beiden moeten ter dood worden gebracht: er rust bloedschuld op hen.
12『男が息子の妻と寝るなら、彼らは二人とも必ず死刑に処される。彼らは倒錯した行為を行ったのである。その血の責任は彼ら自身が負う。
12Wanneer iemand gemeenschap met zijn schoondochter houdt, moeten beiden ter dood worden gebracht; zij hebben een schanddaad begaan: er rust bloedschuld op hen.
13『男が女と寝るように男と寝るなら、彼らは二人とも忌まわしいことを行ったのである。彼らは必ず死刑に処される。その血の責任は彼ら自身が負う。
13Wanneer iemand bij een man ligt als bij een vrouw, bedrijven beiden een gruweldaad; zij moeten ter dood worden gebracht: er rust bloedschuld op hen.
14『男が妻とその母をめとるなら、それは邪悪なことである。彼も彼女たちも火で焼く。あなたがたの間に邪悪なことがないためである。
14Wanneer iemand een dochter tegelijk met haar moeder neemt, begaat hij bloedschande; men moet die beiden verbranden: bloedschande mag onder u niet voorkomen.
15『男が動物と寝るなら、彼は必ず死刑に処される。あなたがたはその動物も殺す。
15Wie een dier misbruikt, moet ter dood worden gebracht; ook het dier moet worden gedood.
16『女がどんな動物にでも近づいてそれと交わるなら、あなたはその女とその動物を殺す。彼らは必ず死刑に処される。その血の責任は彼ら自身が負う。
16Wanneer een vrouw zich door een of ander dier laat schenden, moet gij de vrouw en het dier doden; zij moeten worden gedood: er rust bloedschuld op hen.
17『男が自分の姉妹、すなわち父の娘、あるいは母の娘をめとり、彼女の裸を見て、彼女も彼の裸を見るなら、それは恥ずべきことである。彼らは彼らの民の子らの目の前で断たれる。彼は自分の姉妹の裸を暴いたのである。彼は自分の咎を負う。
17Wanneer iemand zijn zuster neemt, de dochter van zijn vader of die van zijn moeder, en zij gemeenschap met elkaar houden, dan is dat bloedschande, en zij moeten voor de ogen van hun volksgenoten worden uitgeroeid; zo hij gemeenschap met zijn zuster heeft gehad, moet hij zijn schuld boeten.
18『男が月経中の女と寝て、彼女の裸を暴くなら、彼は彼女の血の源をあらわにし、彼女も自分の血の源をあらわにしたのである。二人はともにその民の中から断たれる。
18Wanneer iemand slaapt bij een vrouw in haar stonden en gemeenschap met haar houdt, zodat hij de plaats van haar vloeiing onthult en zij de plaats van haar bloedvloeiing ontbloot, dan moeten beiden van hun volk worden afgesneden.
19『母の姉妹、あるいは父の姉妹の裸を暴いてはならない。彼は自分の近親者をあらわにしたからである。彼らは自分たちの咎を負う。
19Gij moogt geen gemeenschap houden met de zuster van uw moeder of met die van uw vader; want dan heeft men gemeenschap met zijn naaste bloedverwant: hun schuld zullen ze boeten.
20男が叔父の妻と寝るなら、彼は叔父の裸を暴いたのである。彼らは自分たちの罪を負う。彼らは子どものないまま死ぬ。
20Wanneer iemand gemeenschap heeft met zijn tante, onteert hij zijn oom; hun zonde zullen ze boeten en kinderloos sterven.
21『男が兄弟の妻をめとるなら、それは汚れたことである。彼は兄弟の裸を暴いたのである。彼らは子どものないままとなる。
21Wanneer iemand de vrouw van zijn broer neemt, bedrijft hij iets afschuwelijks; hij onteert zijn broer; zij zullen kinderloos blijven.
22『それゆえ、あなたがたはわたしのすべての掟とすべての法を守り、それらを行いなさい。わたしがあなたがたを導き入れて住まわせるその地が、あなたがたを吐き出さないためである。
22Onderhoudt al mijn voorschriften en wetten, en volbrengt ze, opdat het land, waarheen Ik u breng, om er te wonen, u niet uitspuwt.
23あなたがたは、わたしがあなたがたの前から追い出そうとしている国民の慣習に従って歩んではならない。彼らはこれらすべてのことを行ったため、わたしは彼らを忌み嫌ったのである。
23Leeft niet naar de zeden van de volken, die Ik voor u zal verjagen. Want omdat zij dit alles hebben gedaan, heb Ik een afschuw van hen gekregen,
24しかし、わたしはあなたがたに言った。「あなたがたは彼らの地を受け継ぐ。わたしはそれをあなたがたに与えて所有させる。乳と蜜の流れる地である。」わたしはあなたがたを諸国の民から分けた、あなたがたの神、主である。
24en u gezegd: Neemt gij hun land in bezit; Ik geef het u in eigendom, een land, dat druipt van melk en honing: Ik Jahweh, uw God, die u van de volken heb afgezonderd!
25『それゆえ、清い動物と汚れた動物、汚れた鳥と清い鳥とを区別しなさい。わたしがあなたがたのために汚れたものとして分けた動物、鳥、地を這うものによって、自分を忌まわしいものにしてはならない。
25Maakt dus onderscheid tussen reine en onreine viervoetige dieren, tussen onreine en reine vogels, en bezoedelt u niet aan de viervoetige dieren, de vogels, en aan al wat over de aarde kruipt, die Ik u als onrein heb onthouden.
26あなたがたはわたしにとって聖なる者となりなさい。主であるわたしは聖なる者であり、あなたがたがわたしのものとなるように、諸国の民からあなたがたをえり分けたからである。
26Gij moet heilig voor Mij zijn, omdat Ik, Jahweh, heilig ben en u van de volken heb afgezonderd, om Mij toe te behoren.
27『霊媒師あるいは占い師である男または女は、必ず死刑に処される。彼らは石で打ち殺される。その血の責任は彼ら自身が負う。』」
27De man of vrouw, die onder u als tovenaar of waarzegger optreedt, moet worden gedood; men moet hen stenigen, er rust bloedschuld op hen.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.