וַיִּקְרָא

New Testament

מתיוסנט מארקהבְּשׂוֹרָה הַקְּדוֹשָׁה עַל־פִּי לוּקָסג'וןמַעֲשֵׂי הַשְּׁלִיחִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָרוֹמִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָרִאשׁוֹנָה אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הָשֵּׁנִית אֶל־הַקּוֹרִנְתִּיִיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַגָּלָטִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַפִּילִפִּיִּיםאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הַקּוֹלַסִּים1 סלוניס2 סלוניס1 טימותי2 טימותיאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־טִיטוֹסאִגֶּרֶת פּוֹלוֹס אֶל־פִּילֵימוֹןאִגֶּרֶת אֶל־הָעִבְרִיםאִגֶּרֶת יַעֲקֹבהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְפֶטְרוֹס הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הָרִאשׁוֹנָה לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשֵּׁנִית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַהָאִגֶּרֶת הַשְּׁלִישִׁית לְיוֹחָנָן הַשָּׁלִיחַאִגֶּרֶת יְהוּדָהחזוֹן יוֹחָנָן
Chapter 4
Modern Hebrew Bible
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

וַיִּקְרָא 4

Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1וידבר יהוה אל משה לאמר׃
1Jahweh sprak tot Moses:
2דבר אל בני ישראל לאמר נפש כי תחטא בשגגה מכל מצות יהוה אשר לא תעשינה ועשה מאחת מהנה׃
2Zeg aan de Israëlieten: Wanneer iemand zonder opzet een fout begaat, en iets doet, wat Jahweh verboden heeft, geldt het volgende:
3אם הכהן המשיח יחטא לאשמת העם והקריב על חטאתו אשר חטא פר בן בקר תמים ליהוה לחטאת׃
3Wanneer de gezalfde priester zondigt, en zo schuld op het volk laadt, moet hij als zondeoffer voor wat hij verkeerd heeft gedaan, een gaven jongen stier aan Jahweh offeren.
4והביא את הפר אל פתח אהל מועד לפני יהוה וסמך את ידו על ראש הפר ושחט את הפר לפני יהוה׃
4Hij moet den stier aan de ingang van de openbaringstent voor het aanschijn van Jahweh brengen, zijn hand op de kop van den stier leggen, en den stier voor het aanschijn van Jahweh slachten.
5ולקח הכהן המשיח מדם הפר והביא אתו אל אהל מועד׃
5Vervolgens moet de gezalfde priester wat bloed van den stier nemen, het binnen de openbaringstent brengen,
6וטבל הכהן את אצבעו בדם והזה מן הדם שבע פעמים לפני יהוה את פני פרכת הקדש׃
6zijn vinger in het bloed dopen, en zeven maal voor het aanschijn van Jahweh voor het voorhangsel van het heiligdom wat bloed sprenkelen.
7ונתן הכהן מן הדם על קרנות מזבח קטרת הסמים לפני יהוה אשר באהל מועד ואת כל דם הפר ישפך אל יסוד מזבח העלה אשר פתח אהל מועד׃
7Daarna moet de priester wat van dat bloed aan de hoornen van het reukofferaltaar strijken, dat voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent staat, en de rest van het bloed van den stier uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat.
8ואת כל חלב פר החטאת ירים ממנו את החלב המכסה על הקרב ואת כל החלב אשר על הקרב׃
8Al het vet van den stier, die als zondeoffer geldt, moet hij eruit nemen: het vet, dat de ingewanden bedekt met al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
9ואת שתי הכלית ואת החלב אשר עליהן אשר על הכסלים ואת היתרת על הכבד על הכליות יסירנה׃
9de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen,
10כאשר יורם משור זבח השלמים והקטירם הכהן על מזבח העלה׃
10zoals bij den stier van het vredeoffer geschiedt. De priester moet dat op het brandofferaltaar in rook doen opgaan.
11ואת עור הפר ואת כל בשרו על ראשו ועל כרעיו וקרבו ופרשו׃
11De huid van den stier met al het vlees, zijn kop, poten en darmen,
12והוציא את כל הפר אל מחוץ למחנה אל מקום טהור אל שפך הדשן ושרף אתו על עצים באש על שפך הדשן ישרף׃
12dus de rest van den stier, moet hij buiten de legerplaats naar een reine plek laten brengen, waar de as wordt gestort, en op een houtstapel verbranden; op de plek, waar de as wordt gestort, moet het worden verbrand.
13ואם כל עדת ישראל ישגו ונעלם דבר מעיני הקהל ועשו אחת מכל מצות יהוה אשר לא תעשינה ואשמו׃
13Wanneer heel de gemeenschap van Israël een fout begaat, zonder dat de gemeente het opzettelijk deed, en zij iets hebben gedaan, wat Jahweh verboden heeft, en dus schuldig zijn geworden;
14ונודעה החטאת אשר חטאו עליה והקריבו הקהל פר בן בקר לחטאת והביאו אתו לפני אהל מועד׃
14dan moet de gemeente, zodra ze zich van de overtreding bewust wordt, een stier als zondeoffer opdragen. Zij moeten dien voor de openbaringstent brengen;
15וסמכו זקני העדה את ידיהם על ראש הפר לפני יהוה ושחט את הפר לפני יהוה׃
15de oudsten van de gemeenschap moeten voor het aanschijn van Jahweh hun handen op de kop van den stier leggen, en den stier voor het aanschijn van Jahweh slachten.
16והביא הכהן המשיח מדם הפר אל אהל מועד׃
16Vervolgens moet de gezalfde priester wat bloed van den stier binnen de openbaringstent brengen;
17וטבל הכהן אצבעו מן הדם והזה שבע פעמים לפני יהוה את פני הפרכת׃
17de priester moet zijn vinger in het bloed dopen en zeven maal voor het aanschijn van Jahweh voor het voorhangsel sprenkelen.
18ומן הדם יתן על קרנת המזבח אשר לפני יהוה אשר באהל מועד ואת כל הדם ישפך אל יסוד מזבח העלה אשר פתח אהל מועד׃
18Daarna moet hij wat van dat bloed aan de hoornen van het altaar strijken, dat voor het aanschijn van Jahweh in de openbaringstent staat, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat.
19ואת כל חלבו ירים ממנו והקטיר המזבחה׃
19Al het vet moet hij er uitnemen, en op het altaar in rook doen opgaan.
20ועשה לפר כאשר עשה לפר החטאת כן יעשה לו וכפר עלהם הכהן ונסלח להם׃
20Verder moet hij met den stier doen, zoals hij met den stier van het zondeoffer gedaan heeft. Zo zal de priester verzoening voor hen verkrijgen en zal hun vergiffenis worden geschonken.
21והוציא את הפר אל מחוץ למחנה ושרף אתו כאשר שרף את הפר הראשון חטאת הקהל הוא׃
21Hij moet den stier buiten de legerplaats laten brengen en hem verbranden, zoals hij den vorigen stier heeft verbrand. Dit is het zondeoffer voor de gemeente.
22אשר נשיא יחטא ועשה אחת מכל מצות יהוה אלהיו אשר לא תעשינה בשגגה ואשם׃
22Wanneer een stamhoofd een overtreding begaat, en zonder opzet tegen een of ander gebod van Jahweh, zijn God, misdoet, en dus schuld op zich laadt,
23או הודע אליו חטאתו אשר חטא בה והביא את קרבנו שעיר עזים זכר תמים׃
23moet hij, zodra hij zich zijn overtreding bewust wordt, een geitebok zonder gebrek als offer opdragen.
24וסמך ידו על ראש השעיר ושחט אתו במקום אשר ישחט את העלה לפני יהוה חטאת הוא׃
24Hij moet zijn hand op de kop van den bok leggen en dien slachten op de plaats, waar men voor het aanschijn van Jahweh het brandoffer slacht; het is een zondeoffer.
25ולקח הכהן מדם החטאת באצבעו ונתן על קרנת מזבח העלה ואת דמו ישפך אל יסוד מזבח העלה׃
25Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat bloed van het zondeoffer nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het brandofferaltaar.
26ואת כל חלבו יקטיר המזבחה כחלב זבח השלמים וכפר עליו הכהן מחטאתו ונסלח לו׃
26Al het vet moet hij op het altaar in rook doen opgaan, zoals met het vet van het vredeoffer geschiedt. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn zonde verkrijgen, en zal hem vergiffenis worden geschonken.
27ואם נפש אחת תחטא בשגגה מעם הארץ בעשתה אחת ממצות יהוה אשר לא תעשינה ואשם׃
27Wanneer iemand van het gewone volk zonder opzet een overtreding begaat, door tegen een der geboden van Jahweh te handelen, en dus schuld op zich laadt,
28או הודע אליו חטאתו אשר חטא והביא קרבנו שעירת עזים תמימה נקבה על חטאתו אשר חטא׃
28moet hij, zodra hij zich zijn overtreding bewust wordt, voor zijn begane fout een geit zonder gebrek als offer brengen.
29וסמך את ידו על ראש החטאת ושחט את החטאת במקום העלה׃
29Hij moet zijn hand op de kop van het zondeoffer leggen, en het slachten op de plaats, waar men het brandoffer slacht.
30ולקח הכהן מדמה באצבעו ונתן על קרנת מזבח העלה ואת כל דמה ישפך אל יסוד המזבח׃
30Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat van haar bloed nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het altaar.
31ואת כל חלבה יסיר כאשר הוסר חלב מעל זבח השלמים והקטיר הכהן המזבחה לריח ניחח ליהוה וכפר עליו הכהן ונסלח לו׃
31Al het vet moet hij er uitnemen, zoals met het vet van het vredeoffer geschiedt, en de priester moet het op het altaar in rook doen opgaan als een welriekend offer voor Jahweh. Zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.
32ואם כבש יביא קרבנו לחטאת נקבה תמימה יביאנה׃
32Wanneer iemand voor zijn overtreding een lam wil offeren, moet hij een gaaf ooilam offeren.
33וסמך את ידו על ראש החטאת ושחט אתה לחטאת במקום אשר ישחט את העלה׃
33Hij moet zijn hand op de kop van het zondeoffer leggen, en het als zondeoffer slachten op de plaats, waar men het brandoffer slacht.
34ולקח הכהן מדם החטאת באצבעו ונתן על קרנת מזבח העלה ואת כל דמה ישפך אל יסוד המזבח׃
34Vervolgens moet de priester met zijn vinger wat van het bloed van het zondeoffer nemen, het aan de hoornen van het brandofferaltaar strijken, en de rest van het bloed uitstorten tegen het voetstuk van het altaar.
35ואת כל חלבה יסיר כאשר יוסר חלב הכשב מזבח השלמים והקטיר הכהן אתם המזבחה על אשי יהוה וכפר עליו הכהן על חטאתו אשר חטא ונסלח לו׃
35Al het vet moet hij er uitnemen, zoals met het vet van het lam voor een vredeoffer geschiedt en de priester moet het op het altaar in rook doen opgaan, tegelijk met de vuuroffers van Jahweh. Zo zal de priester voor hem verzoening voor zijn overtreding verkrijgen en zal hem vergiffenis worden geschonken.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.