וַיִּקְרָא 24
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1וידבר יהוה אל משה לאמר׃
1Jahweh sprak tot Moses.
2צו את בני ישראל ויקחו אליך שמן זית זך כתית למאור להעלת נר תמיד׃
2Beveel de Israëlieten, dat zij u voor de kandelaar zuivere olie uit gestoten olijven brengen, om de lamp daarmee voortdurend te onderhouden.
3מחוץ לפרכת העדת באהל מועד יערך אתו אהרן מערב עד בקר לפני יהוה תמיד חקת עולם לדרתיכם׃
3In de openbaringstent buiten het voorhangsel voor de verbondsark moet Aäron ze voortdurend voor het aanschijn van Jahweh van de avond tot de morgen onderhouden. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten.
4על המנרה הטהרה יערך את הנרות לפני יהוה תמיד׃
4Op de kandelaar van zuiver goud moet hij zonder onderbreking de lampen onderhouden voor het aanschijn van Jahweh.
5ולקחת סלת ואפית אתה שתים עשרה חלות שני עשרנים יהיה החלה האחת׃
5Bovendien moet gij meelbloem nemen, en er twaalf koeken van bakken; twee issaron voor iedere koek.
6ושמת אותם שתים מערכות שש המערכת על השלחן הטהר לפני יהוה׃
6Ge moet ze in twee stapels van zes op de tafel van zuiver goud leggen voor het aanschijn van Jahweh.
7ונתת על המערכת לבנה זכה והיתה ללחם לאזכרה אשה ליהוה׃
7Leg op iedere stapel zuivere wierook; dit is het reukoffer bij het brood, het vuuroffer voor Jahweh.
8ביום השבת ביום השבת יערכנו לפני יהוה תמיד מאת בני ישראל ברית עולם׃
8Onafgebroken moet men ze iedere sabbat opnieuw voor Jahweh neerleggen; dit is een eeuwige verplichting voor de kinderen Israëls.
9והיתה לאהרן ולבניו ואכלהו במקום קדש כי קדש קדשים הוא לו מאשי יהוה חק עולם׃
9Het zal Aäron en zijn zonen ten deel vallen, en zij moeten het eten op een heilige plaats. Want het is hoogheilig; het is voor eeuwig zijn wettig deel van de vuuroffers van Jahweh.
10ויצא בן אשה ישראלית והוא בן איש מצרי בתוך בני ישראל וינצו במחנה בן הישראלית ואיש הישראלי׃
10Eens mengde zich de zoon van een israëlietische vrouw en van een Egyptenaar onder de Israëlieten, en kreeg in de legerplaats twist met een Israëliet.
11ויקב בן האשה הישראלית את השם ויקלל ויביאו אתו אל משה ושם אמו שלמית בת דברי למטה דן׃
11En daar de zoon van de Israëlietische de Naam verwenste en vervloekte, bracht men hem tot Moses. Zijn moeder heette Sjelomit, en was de dochter van Dibri uit de stam van Dan.
12ויניחהו במשמר לפרש להם על פי יהוה׃
12Men zette hem in verzekerde bewaring, tot Moses een beslissing zou nemen volgens de uitspraak van Jahweh.
13וידבר יהוה אל משה לאמר׃
13En Jahweh sprak tot Moses:
14הוצא את המקלל אל מחוץ למחנה וסמכו כל השמעים את ידיהם על ראשו ורגמו אתו כל העדה׃
14Breng den godslasteraar buiten de legerplaats; laat allen, die het gehoord hebben, hun handen op zijn hoofd leggen, en heel de gemeenschap hem stenigen.
15ואל בני ישראל תדבר לאמר איש איש כי יקלל אלהיו ונשא חטאו׃
15En tot de Israëlieten moet ge zeggen: Iedereen, die zijn God vervloekt, maakt zich schuldig aan zonde;
16ונקב שם יהוה מות יומת רגום ירגמו בו כל העדה כגר כאזרח בנקבו שם יומת׃
16en wie de Naam van Jahweh lastert, moet worden gedood. Heel de gemeenschap moet hem stenigen; zowel de vreemdeling als de ingezetene moet worden gedood, wanneer zij de Naam vervloeken.
17ואיש כי יכה כל נפש אדם מות יומת׃
17Wanneer iemand een mens, wien ook, doodt, moet hij worden gedood;
18ומכה נפש בהמה ישלמנה נפש תחת נפש׃
18leven voor leven.
19ואיש כי יתן מום בעמיתו כאשר עשה כן יעשה לו׃
19Wanneer iemand zijn naaste letsel toebrengt, moet hem worden vergolden, wat hij een ander heeft aangedaan.
20שבר תחת שבר עין תחת עין שן תחת שן כאשר יתן מום באדם כן ינתן בו׃
20Breuk voor breuk, oog voor oog, tand voor tand; het letsel, dat iemand een ander toebrengt, moet hem worden toegebracht.
21ומכה בהמה ישלמנה ומכה אדם יומת׃
21Wie een dier doodt, moet het vergoeden; wie een mens doodt, moet worden gedood.
22משפט אחד יהיה לכם כגר כאזרח יהיה כי אני יהוה אלהיכם׃
22Diezelfde wet moet bij u gelden voor den vreemdeling zowel als voor den ingezetene. Want Ik ben Jahweh, uw God!
23וידבר משה אל בני ישראל ויוציאו את המקלל אל מחוץ למחנה וירגמו אתו אבן ובני ישראל עשו כאשר צוה יהוה את משה׃
23Zo sprak Moses tot de Israëlieten. Toen bracht men den godslasteraar buiten de legerplaats, en stenigde hem; de Israëlieten deden, wat Jahweh Moses bevolen had.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.