サムエル記第二
Chapter 5
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

サムエル記第二 5

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1その後、イスラエルのすべての部族がヘブロンのダビデのもとに来て、言った。「われわれはあなたと同じ骨肉です。
1Toen kwamen alle stammen van Israël tot David in Hebron en zeiden: Zie, wij zijn uw vlees en bloed!
2昔、サウルがわれわれの王であったとき、イスラエルを率いて出入りしたのはあなたでした。主はあなたに、『あなたがわたしの民イスラエルの牧者となり、あなたがイスラエルの君主となる』と言われました。」
2Reeds vroeger, toen Saul nog koning over ons was, waart gij het, die Israël te velde deed trekken en terugbracht. En tot u heeft Jahweh gezegd: “Gij zult mijn volk Israël weiden; gij zult de leider van Israël zijn!”
3こうして、イスラエルのすべての長老たちがヘブロンの王のもとに来た。ダビデ王はヘブロンで、主の御前に彼らと契約を結び、彼らはダビデに油を注いでイスラエルの王とした。
3Toen alle oudsten van Israël dus tot den koning in Hebron gekomen waren, sloot koning David met hen een verbond voor het aanschijn van Jahweh, en werd David door hen tot koning over Israël gezalfd.
4ダビデは治め始めたとき三十歳で、四十年間統治した。
4David was dertig jaar, toen hij koning werd, en veertig jaar lang heeft hij geregeerd.
5彼はヘブロンで七年六か月の間ユダを治め、エルサレムで三十三年の間、全イスラエルとユダを治めた。
5Zeven jaar en zes maanden regeerde hij over Juda in Hebron, en drie en dertig jaar over heel Israël en Juda in Jerusalem.
6王とその部下たちは、この地の住民であるエブス人を攻めるためにエルサレムへ行った。彼らはダビデに、「目の見えない者や足の不自由な者だけでも、あなたを追い返せる」と言った。彼らは「ダビデはここに入ることはできない」と考えたからである。
6Nu trok de koning met zijn manschappen naar Jerusalem op, tegen de Jeboesieten, de inheemse bevolking. Dezen riepen tot David: Hier komt ge niet binnen; blinden en kreupelen zouden het u kunnen beletten! Daarmee bedoelden ze: David kan hier onmogelijk in.
7それでも、ダビデはシオンの要害を攻め取った。これがダビデの町である。
7Maar David veroverde de Sionsvesting, de zogenaamde Davidstad.
8ダビデはその日、「エブス人を打つ者はだれでも、水路を上り、ダビデが憎むあの足の不自由な者や目の見えない者たちを打て」と言った。そのため人々は、「目の見えない者や足の不自由な者は、家に入ってはならない」と言う。
8Bij die gelegenheid sprak David: Wie het eerst de Jeboesieten verslaat, en door de tunnel daar binnendringt, wordt opperste bevelhebber, want David haat die blinden en kreupelen! Vandaar dat men zegt: Blinden en kreupelen komen niet binnen!
9ダビデはその要害に住み、そこをダビデの町と呼んだ。ダビデはミロから内側にかけて、周囲に建て増していった。
9Daarna vestigde David zich in de vesting, die hij Davidstad noemde, en hij bouwde de stad in heel haar omvang van het Millo af tot het paleis.
10ダビデはますます大いなる者となった。万軍の神である主が彼とともにおられたからである。
10David werd nu hoe langer hoe machtiger, daar Jahweh, de God der heirscharen, met hem was.
11ツロの王ヒラムは、ダビデのもとに使者たちと、杉の木、大工、石工を送った。彼らはダビデのために家を建てた。
11Daarom zond Chirom, de koning van Tyrus, gezanten tot David; ook cederhout, timmerlieden en steenhouwers, om voor David een paleis te bouwen.
12ダビデは、主が彼をイスラエルの王として確立し、ご自分の民イスラエルのために彼の王国を高められたことを悟った。
12Zo begreep David, dat Jahweh hem tot koning van Israël had bevestigd, en dat Hij zijn koningschap verheven had terwille van Israël, zijn volk.
13ダビデはヘブロンから来た後、エルサレムでさらに多くのそばめや妻をめとった。そして、ダビデにはさらに多くの息子と娘が生まれた。
13Nadat David uit Hebron gekomen was, nam hij ook in Jerusalem nog bij- en hoofdvrouwen, en kreeg nog meer zonen en dochters.
14エルサレムで彼に生まれた者たちの名は次のとおりである。シャムア、ショバブ、ナタン、ソロモン、
14Hier volgen de namen van hen, die hem te Jerusalem geboren werden: Sjammóea, Sjobab, Natan en Salomon,
15イブハル、エリシュア、ネフェグ、ヤフィア、
15Jibchar, Elisjóea, Néfeg en Jafia,
16エリシャマ、エリアダ、エリフェレテ。
16Elisjama, Eljada en Elifélet.
17ペリシテ人は、人々がダビデに油を注いでイスラエルの王としたことを聞くと、皆ダビデを捜しに上って来た。ダビデはそれを聞いて、要害へ下って行った。
17Maar toen de Filistijnen vernamen, dat men David tot koning van Israël had gezalfd, trokken alle Filistijnen op, om zich van David meester te maken. Bij het vernemen hiervan, trok David zich terug in de vesting.
18さて、ペリシテ人はやって来て、レファイムの谷に広がった。
18Toen de Filistijnen gekomen waren en zich over het dal der Refaïeten verspreid hadden,
19ダビデが主に伺って、「ペリシテ人を攻めに上るべきでしょうか。あなたは彼らをわたしの手に引き渡してくださるでしょうか」と言うと、主はダビデに言われた。「上って行け。わたしは必ずペリシテ人をあなたの手に引き渡すからだ。」
19vroeg David aan Jahweh: Moet ik oprukken tegen de Filistijnen; zult Gij ze aan mij overleveren? Jahweh antwoordde David: Trek op; want Ik lever de Filistijnen aan u over.
20ダビデはバアル・ペラツィムに行き、そこで彼らを打ち破った。そして彼は言った。「堰を切った水のように、主はわたしの前で敵を打ち破られた。」そのため、彼はその場所の名をバアル・ペラツィム と呼んだ。
20Zo kwam David bij Báal-Perasim; hij versloeg ze daar en zeide: Zoals water door een dam breekt, is Jahweh aan mijn spits door mijn vijanden heen gebroken! Vandaar dat die plaats Báal-Perasim heet.
21彼らがそこに自分たちの偶像を置き去りにしたので、ダビデとその部下たちはそれらを持ち去った。
21De afgodsbeelden, die de Filistijnen in de steek gelaten hadden, namen David en zijn manschappen mee.
22ペリシテ人はまたもや上って来て、レファイムの谷に広がった。
22Toen de Filistijnen andermaal waren opgerukt en zich over het dal der Refaïeten hadden verspreid,
23ダビデが主に伺うと、主は言われた。「上って行ってはならない。彼らの背後に回り込み、桑の木の前から彼らを攻めよ。
23raadpleegde David Jahweh opnieuw. Hij antwoordde: Val niet aan, maar maak een omtrekkende beweging naar hun achterhoede, en ga op hen af van de kant der balsemstruiken.
24桑の木の梢に行進の音が聞こえたなら、奮い立て。そのとき、主がペリシテ人の軍勢を打つために、あなたの前に出て行かれるからである。」
24Als gij in de toppen der balsemstruiken het geruis van schreden verneemt, maak u dan ijlings gereed; want dan gaat Jahweh u vóór, om het leger der Filistijnen te verslaan.
25ダビデは主が命じられたとおりに行い、ゲバからゲゼルに至るまでペリシテ人を打ち破った。
25David deed juist zoals Jahweh het hem bevolen had, en hij versloeg de Filistijnen van Géba af, tot in de nabijheid van Gézer.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.