サムエル記第二
Chapter 6
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

サムエル記第二 6

Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ダビデは再びイスラエルの精鋭三万人をすべて集めた。
1Daarna verzamelde David alle strijdbare mannen in Israël, wel dertigduizend man.
2ダビデは立ち上がり、自分とともにいたすべての民を連れてユダのバアレから出発した。ケルビムの上に座しておられる万軍の主、その御名によって呼ばれる神の箱を、そこから運び上るためであった。
2David trok op, en ging met al het volk, dat bij hem was, naar Baäla van Juda, om vandaar Jahweh’s ark te halen, wier naam naar de Naam van Jahweh der heirscharen, die op de cherubs troont, is genoemd.
3彼らは神の箱を新しい車に載せ、丘の上にあるアビナダブの家から運び出した。アビナダブの息子であるウザとアヒオが、その新しい車を御していた。
3Nadat men de ark van God had uitgedragen uit het huis van Abinadab, dat op de heuvel lag, vervoerde men haar op een nieuwe wagen, die door Oezza en Achjo, de zonen van Abinadab, werd begeleid.
4彼らが丘の上にあるアビナダブの家から、神の箱とともにそれを運び出したとき、アヒオは箱の前を歩いていた。
4Oezza ging naast de ark van God, Achjo ging voor de ark uit;
5ダビデとイスラエルの全家は、糸杉の木で作られたあらゆる楽器、竪琴、弦楽器、タンバリン、カスタネット、シンバルを鳴らして、主の御前で演奏していた。
5David en heel het volk van Israël dansten geestdriftig voor Jahweh uit, onder gezang en het spelen van citers, harpen, tamboerijnen, bekkens en cymbalen.
6彼らがナコンの打ち場に着いたとき、牛がつまずいたので、ウザは神の箱に手を伸ばし、それをつかんだ。
6Maar bij de dorsvloer van Nakon gekomen, stak Oezza zijn hand uit naar de ark van God en hield haar tegen, omdat de runderen haar lieten kantelen.
7するとウザに対して主の怒りが燃え上がり、神はその過ちのゆえに、その場で彼を打たれた。彼はそこで神の箱の傍らで死んだ。
7Toen ontbrandde de toorn van Jahweh tegen Oezza, en God sloeg hem aldaar om die onachtzaamheid, zodat hij daar dood bleef liggen naast de ark van God.
8主がウザを打ち破られたので、ダビデは怒った。そして彼はその場所をペレツ・ウザ と呼び、今日に至っている。
8David was diep bedroefd, omdat Jahweh zo heftig tegen Oezza was losgebroken. En men noemde die plek Péres-Oezza: zo heet ze nog.
9その日、ダビデは主を恐れて言った。「どうして主の箱をわたしのところへ迎えられようか。」
9David kreeg toen vrees voor Jahweh, en sprak: Hoe zou de ark van Jahweh naar mij kunnen komen?
10そのためダビデは、主の箱をダビデの町にある自分のところへ移そうとはせず、それをガテ人オベデ・エドムの家に運び入れた。
10En hij wilde de ark niet bij zich opnemen in de Davidstad, maar gaf haar een onderdak in het huis van Obed-Edom, den Gatiet.
11主の箱はガテ人オベデ・エドムの家に三か月とどまった。主はオベデ・エドムとその全家を祝福された。
11Drie maanden bleef de ark van Jahweh in het huis van Obed-Edom, den Gatiet, en Jahweh zegende Obed-Edom met heel zijn gezin.
12「主は神の箱のゆえに、オベデ・エドムの家と彼に属するすべてのものを祝福された」とダビデ王に告げられた。ダビデは行って、神の箱をオベデ・エドムの家からダビデの町へ、喜びをもって運び上った。
12Toen nu aan koning David bekend werd, dat Jahweh het huis van Obed-Edom, en alles wat van hem was, zegende terwille van de ark van God, trok David op, en bracht op feestelijke wijze de ark van God uit het huis van Obed-Edom naar de Davidstad over.
13主の箱を担ぐ者たちが六歩進んだとき、彼は牛と肥えた子牛をいけにえとしてささげた。
13Nadat de dragers van Jahweh’s ark zes schreden gezet hadden, slachtte hij een stier en een mestkalf.
14ダビデは力の限り主の御前で踊った。ダビデは亜麻布のエポデを身に着けていた。
14Geestdriftig danste David voor Jahweh uit, slechts met een linnen borstkleed omhangen.
15こうしてダビデとイスラエルの全家は、歓声を上げ、角笛を吹き鳴らして、主の箱を運び上った。
15En onder gejuich en hoorngeschal bracht David met heel het volk van Israël de ark van Jahweh over.
16主の箱がダビデの町に入って来たとき、サウルの娘ミカルは窓から見下ろし、ダビデ王が主の御前で跳ねたり踊ったりしているのを見て、心の中で彼をさげすんだ。
16Toen de ark van Jahweh in de Davidstad aankwam, gluurde Mikal, de dochter van Saul, door het venster. Zij zag koning David springend en dansend voor Jahweh uitgaan, en verachtte hem in haar hart.
17彼らは主の箱を運び入れ、ダビデがそのために張った天幕の中の定めの場所に安置した。ダビデは主の御前に全焼のささげ物と和解のいけにえをささげた。
17Men bracht de ark van Jahweh binnen, en zette haar op haar plaats, midden in de tent, die David voor haar had gespannen. Daarna droeg David brand- en vredeoffers voor Jahweh op;
18ダビデは全焼のささげ物と和解のいけにえをささげ終えると、万軍の主の御名によって民を祝福した。
18en toen hij de brand- en vredeoffers had opgedragen, zegende hij het volk in de Naam van Jahweh der heirscharen.
19彼はすべての民、すなわちイスラエルの全群衆の男女一人ひとりに、パン一切れ、なつめやし、干しぶどうを分け与えた。そして民は皆、それぞれ自分の家に帰って行った。
19Tenslotte hield hij voor heel het volk, voor heel de menigte van Israël, een uitdeling; en allen, mannen als vrouwen, kregen een broodkoek, een stuk vlees en een druivenkoek. Toen ging heel het volk naar huis.
20それからダビデは自分の家族を祝福するために戻って来た。サウルの娘ミカルはダビデを出迎えに出て来て言った。「今日のイスラエルの王は、なんとご立派だったことでしょう。ならず者が恥じることもなく自分をさらけ出すように、ご自分の家来たちのはしためたちの目の前で、今日ご自分をさらけ出されるとは。」
20Toen David terugkeerde, om zijn gezin te begroeten, ging Mikal, de dochter van Saul, hem tegemoet en zeide: Wat heeft de koning van Israël vandaag een eerbied afgedwongen, door zich heden onder de ogen van zijn minste slavinnen te ontbloten, zoals de eerste de beste van het gepeupel doet!
21ダビデはミカルに言った。「それは主の御前でのことだ。主はあなたの父よりも、またその全家よりもわたしを選び、主の民イスラエルの君主に任命してくださった。それゆえ、わたしは主の御前で喜び祝う。
21Maar David zeide tot Mikal: Het was voor Jáhweh, dat ik danste! Zo waar Jahweh leeft, die mij uitverkoren heeft boven uw vader en boven heel zijn familie, en mij heeft aangesteld tot leider van Israël, het volk van Jahweh: voor Jahweh zal ik blijven dansen,
22わたしはこれよりもさらに身を低くし、自分を卑しい者と見なそう。しかし、あなたが話したそのはしためたちからは、わたしは敬われるだろう。」
22en mij nog dieper vernederen; zal ik verachtelijk zijn in uw ogen, maar in ere bij de genoemde slavinnen.
23サウルの娘ミカルには、死ぬ日まで子どもがなかった。
23En Mikal, de dochter van Saul, bleef kinderloos tot aan de dag van haar dood.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.