Genesi
Chapter 10
Diodati Bibbia 1885
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Genesi 10

Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1OR queste sono le generazioni dei figliuoli di Noè: Sem, Cam e Iafet; e ad essi nacquero figliuoli dopo il diluvio.
1Dit is de geslachtslijst van de zonen van Noë: van Sem, Cham en Jáfet; want hun werden na de zondvloed zonen geboren.
2I figliuoli di Iafet furono Gomer, e Magog, e Madai, e Iavan, e Tubal, e Mesec, e Tiras.
2De zonen van Jáfet zijn Gómer, Magog, Madai, Jawan, Toebal, Mésjek en Tiras.
3E i figliuoli di Gomer furono Aschenaz, e Rifat, e Togarma.
3De zonen van Gómer: Asjkenaz, Rifat en Togarma.
4E i figliuoli di Iavan furono Elisa e Tarsis, Chittim e Dodanim.
4De zonen van Jawan: Elisja, Tarsjisj, de Kittiërs en de Rodiërs;
5Da costoro, per le lor famiglie, nelle lor nazioni, è venuto lo spartimento dell'Isole delle genti, nei loro paesi, secondo la lingua di ciascun di essi.
5dezen hebben zich over de kustlanden der volken verdeeld. Dit zijn de zonen van Jáfet volgens hun landen, elk naar zijn taal, zijn stam en zijn volk.
6E i figliuoli di Cam furono Cus, Misraim, e Put, e Canaan.
6De zonen van Cham zijn Koesj, Egypte, Poet en Kanaän.
7E i figliuoli di Cus furono Seba, ed Havila, e Sabta, e Rama, e Sabteca; ed i figliuoli di Rama furono Seba e Dedan.
7De zonen van Koesj zijn Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka. De zonen van Rama zijn Sjeba en Dedan.
8E Cus generò Nimrod. Esso cominciò ad esser possente sulla terra.
8Koesj verwekte ook Nimrod. Deze begon machtig te worden op aarde;
9Egli fu un potente cacciatore nel cospetto del Signore; perciò si dice: Come Nimrod, potente cacciatore nel cospetto del Signore.
9hij was een geweldig jager voor Jahweh. Daarom zegt men “Een geweldig jager voor Jahweh als Nimrod”.
10E il principio del suo regno fu Babilonia, ed Erec, ed Accad, e Calne, nel paese di Sinear.
10Aanvankelijk heerste hij over Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sjinar;
11Di quel paese uscì Assur, ed edificò Ninive, e la città di Rehobot, a Cala;
11maar van dat land rukte hij naar Assjoer op, waar hij Ninive bouwde, Rechobot-Ir en Kálach,
12e, fra Ninive e Cala, Resen, la gran città.
12en Résen tussen Ninive en Kálach; dit is de grote stad.
13E Misraim generò Ludim, ed Anamim, e Lehabim, e Naftuhim,
13Egypte bracht de Loedieten voort, de Anamieten, de Lehabieten en de Naftoechieten,
14e Patrusim, e Casluhim (onde sono usciti i Filistei), e Caftorim.
14de Patroesieten en de Kasloechieten, waar de Filistijnen en de Kaftorieten uit voortgekomen zijn.
15E Canaan generò Sidon suo primogenito, ed Het;
15Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet;
16e il Gebuseo, e l'Amorreo, e il Ghirgaseo;
16verder de Jeboesieten, Amorieten en de Girgasjieten,
17e l'Hivveo, e l'Archeo, e il Sineo;
17de Chiwwieten, Arkieten en Sinieten,
18e l'Arvadeo, e il Semareo, e l'Hamateo. E poi le famiglie de' Cananei si sparsero.
18de Arwadieten, Semarieten en Chamatieten. Later werden de stammen der Kanaänieten verspreid,
19Ed i confini de' Cananei furono da Sidon, traendo verso Gherar, fino a Gaza; e traendo verso Sodoma, e Gomorra, ed Adma, e Seboim, fino a Lesa.
19zodat het gebied der Kanaänieten zich uitstrekte van Sidon af in de richting van Gerar tot Gaza toe, en in de richting van Sodoma, Gomorra, Adma en Seboim tot Lésja toe.
20Questi sono i figliuoli di Cam, secondo le lor famiglie e lingue, ne' lor paesi e nazioni.
20Dit zijn de zonen van Cham volgens hun stammen en talen, naar hun landen en volken.
21A Sem ancora, padre di tutti i figliuoli di Eber, e fratel maggiore di Iafet, nacquero figliuoli .
21Ook Sem, den stamvader van de zonen van Eber en oudsten broer van Jáfet, werden kinderen geboren.
22I figliuoli di Sem furono Elam, ed Assur, ed Arfacsad, e Lud, ed Aram.
22De zonen van Sem zijn Elam, Assjoer, Arpaksad, Loed en Aram.
23E i figliuoli di Aram furono Us, Hul, Gheter, e Mas.
23De zonen van Aram zijn Oes, Choel, Géter en Masj.
24Ed Arfacsad generò Sela, e Sela generò Eber.
24Arpaksad verwekte Sála, en Sála weer Eber.
25E ad Eber nacquero due figliuoli, il nome dell'uno fu Peleg, perciocchè al suo tempo la terra fu divisa; e il nome dell' altro suo fratello fu Ioctan.
25Eber had twee zonen; de eerste heette Páleg, omdat in zijn tijd de aarde verdeeld werd; zijn broer heette Joktan.
26E Ioctan generò Almodad, e Selef, ed Asarmavet, e Iera;
26Joktan verwekte Almodad en Sjélef, Chasarmáwet en Jérach,
27e Hadoram, ed Huzal, e Dicla;
27Hadoram, Oezal en Dikla,
28ed Obal, ed Abimael, e Seba;
28Obal, Abimaël, Sjeba,
29ed Ofir, ed Havila, e Iobab. Tutti costoro furono figliuoli di Ioctan.
29Ofir, Chawila en Jobab: allen zonen van Joktan.
30E le loro abitazioni furono da Mesa, traendo verso Sefar, fino al monte Orientale.
30Zij woonden van Mesja af in de richting van Sefar, een gebergte in het oosten.
31Costoro furono i figliuoli di Sem, secondo le lor famiglie e lingue, ne' lor paesi, per le lor nazioni.
31Dit zijn de zonen van Sem volgens hun stammen en talen, naar hun landen en volken.
32Queste son le famiglie de' figliuoli di Noè secondo le loro generazioni, nelle lor nazioni; e da costoro sono discese le genti divise per la terra, dopo il diluvio.
32Dit zijn dan de geslachten van de zonen van Noë naar hun stammen en volken; uit hen zijn de volken voortgekomen, die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.