1. Mose
Chapter 10
Lutherbibel 1912
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1. Mose 10

Lutherbibel 1912Translation
Lutherbibel 1912
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Dies ist das Geschlecht der Kinder Noahs: Sem, Ham, Japheth. Und sie zeugten Kinder nach der Sintflut.
1Dit is de geslachtslijst van de zonen van Noë: van Sem, Cham en Jáfet; want hun werden na de zondvloed zonen geboren.
2Die Kinder Japheths sind diese: Gomer, Magog, Madai, Javan, Thubal, Mesech und Thiras.
2De zonen van Jáfet zijn Gómer, Magog, Madai, Jawan, Toebal, Mésjek en Tiras.
3Aber die Kinder von Gomer sind diese: Askenas, Riphath und Thorgama.
3De zonen van Gómer: Asjkenaz, Rifat en Togarma.
4Die Kinder von Javan sind diese: Elisa, Tharsis, die Chittiter und die Dodaniter.
4De zonen van Jawan: Elisja, Tarsjisj, de Kittiërs en de Rodiërs;
5Von diesen sind ausgebreitet die Inseln der Heiden in ihren Ländern, jegliche nach ihren Sprachen, Geschlechtern und Leuten.
5dezen hebben zich over de kustlanden der volken verdeeld. Dit zijn de zonen van Jáfet volgens hun landen, elk naar zijn taal, zijn stam en zijn volk.
6Die Kinder von Ham sind diese: Chus, Mizraim, Put und Kanaan.
6De zonen van Cham zijn Koesj, Egypte, Poet en Kanaän.
7Aber die Kinder von Chus sind diese: Seba, Hevila, Sabtha, Ragma und Sabthecha. Aber die Kinder von Ragma sind diese: Saba und Dedan.
7De zonen van Koesj zijn Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka. De zonen van Rama zijn Sjeba en Dedan.
8Chus aber zeugte den Nimrod. Der fing an ein gewaltiger Herr zu sein auf Erden,
8Koesj verwekte ook Nimrod. Deze begon machtig te worden op aarde;
9und war ein gewaltiger Jäger vor dem HERRN. Daher spricht man: Das ist ein gewaltiger Jäger vor dem HERRN wie Nimrod.
9hij was een geweldig jager voor Jahweh. Daarom zegt men “Een geweldig jager voor Jahweh als Nimrod”.
10Und der Anfang seines Reiches war Babel, Erech, Akkad und Chalne im Lande Sinear.
10Aanvankelijk heerste hij over Babel, Erek, Akkad en Kalne, in het land Sjinar;
11Von dem Land ist er gekommen nach Assur und baute Ninive und Rehoboth-Ir und Kalah,
11maar van dat land rukte hij naar Assjoer op, waar hij Ninive bouwde, Rechobot-Ir en Kálach,
12dazu Resen zwischen Ninive und Kalah. Dies ist die große Stadt.
12en Résen tussen Ninive en Kálach; dit is de grote stad.
13Mizraim zeugte die Luditer, die Anamiter, die Lehabiter, die Naphthuhiter,
13Egypte bracht de Loedieten voort, de Anamieten, de Lehabieten en de Naftoechieten,
14die Pathrusiter und die Kasluhiter (von dannen sind gekommen die Philister) und die Kaphthoriter.
14de Patroesieten en de Kasloechieten, waar de Filistijnen en de Kaftorieten uit voortgekomen zijn.
15Kanaan aber zeugte Sidon, seinen ersten Sohn, und Heth,
15Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet;
16den Jebusiter, den Amoriter, den Girgasiter,
16verder de Jeboesieten, Amorieten en de Girgasjieten,
17den Heviter, den Arkiter, den Siniter,
17de Chiwwieten, Arkieten en Sinieten,
18den Arvaditer, den Zemariter und den Hamathiter. Daher sind ausgebreitet die Geschlechter der Kanaaniter.
18de Arwadieten, Semarieten en Chamatieten. Later werden de stammen der Kanaänieten verspreid,
19Und ihre Grenzen waren von Sidon an durch Gerar bis gen Gaza, bis man kommt gen Sodom, Gomorra, Adama, Zeboim und bis gen Lasa.
19zodat het gebied der Kanaänieten zich uitstrekte van Sidon af in de richting van Gerar tot Gaza toe, en in de richting van Sodoma, Gomorra, Adma en Seboim tot Lésja toe.
20Das sind die Kinder Hams in ihren Geschlechtern, Sprachen und Leuten.
20Dit zijn de zonen van Cham volgens hun stammen en talen, naar hun landen en volken.
21Sem aber, Japheths, des Ältern, Bruder, zeugte auch Kinder, der ein Vater ist aller Kinder von Eber.
21Ook Sem, den stamvader van de zonen van Eber en oudsten broer van Jáfet, werden kinderen geboren.
22Und dies sind seine Kinder: Elam, Assur, Arphachsad, Lud und Aram.
22De zonen van Sem zijn Elam, Assjoer, Arpaksad, Loed en Aram.
23Die Kinder von Aram sind diese: Uz, Hul, Gether und Mas.
23De zonen van Aram zijn Oes, Choel, Géter en Masj.
24Arphachsad aber zeugte Salah, Salah zeugte Eber.
24Arpaksad verwekte Sála, en Sála weer Eber.
25Eber zeugte zwei Söhne. Einer hieß Peleg, darum daß zu seiner Zeit die Welt zerteilt ward; des Bruder hieß Joktan.
25Eber had twee zonen; de eerste heette Páleg, omdat in zijn tijd de aarde verdeeld werd; zijn broer heette Joktan.
26Und Joktan zeugte Almodad, Saleph, Hazarmaveth, Jarah,
26Joktan verwekte Almodad en Sjélef, Chasarmáwet en Jérach,
27Hadoram, Usal, Dikla,
27Hadoram, Oezal en Dikla,
28Obal, Abimael, Saba,
28Obal, Abimaël, Sjeba,
29Ophir, Hevila und Jobab. Das sind die Kinder von Joktan.
29Ofir, Chawila en Jobab: allen zonen van Joktan.
30Und ihre Wohnung war von Mesa an, bis man kommt gen Sephar, an den Berg gegen Morgen.
30Zij woonden van Mesja af in de richting van Sefar, een gebergte in het oosten.
31Das sind die Kinder von Sem in ihren Geschlechtern, Sprachen, Ländern und Leuten.
31Dit zijn de zonen van Sem volgens hun stammen en talen, naar hun landen en volken.
32Das sind die Nachkommen der Kinder Noahs in ihren Geschlechtern und Leuten. Von denen sind ausgebreitet die Leute auf Erden nach der Sintflut.
32Dit zijn dan de geslachten van de zonen van Noë naar hun stammen en volken; uit hen zijn de volken voortgekomen, die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.