Genesi 23
Diodati Bibbia 1885Translation
Diodati Bibbia 1885
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1OR la vita di Sara fu di cenventisett'anni. Questi furono gli anni della vita di Sara.
1Toen Sara honderd zeven en twintig jaren oud was (dat was de leeftijd van Sara),
2E Sara morì in Chiriat-Arba, ch'è Hebron, nel paese di Canaan, ed Abrahamo entrò, per far duolo di Sara, e per piangerla.
2stierf Sara te Kirjat-Arba, nu Hebron genoemd, in het land Kanaän. En nadat Abraham lijkklacht over Sara had gehouden, en haar had beweend,
3Poi Abrahamo si levò d'appresso al suo morto, e parlò a' figliuoli di Het, dicendo:
3verliet Abraham zijn afgestorvene, om met de zonen van Chet te gaan spreken.
4Io sono straniere ed avveniticcio appresso di voi; datemi la possessione di una sepoltura appo voi; acciocchè io seppellisca il mio morto, e mel levi d'innanzi.
4Hij zeide: Ik leef maar als gast en vreemde bij u; maar staat mij toch een familiegraf bij u af, waar ik mijn dode, die van mij is heengegaan, kan begraven.
5E i figliuoli di Het risposero ad Abrahamo, dicendogli:
5De zonen van Chet gaven Abraham ten antwoord:
6Signor mio, ascoltaci: Tu sei per mezzo noi un principe divino; seppellisci il tuo morto nella più scelta delle nostre sepolture; niuno di noi ti rifiuterà la sua sepoltura, che tu non vi seppellisca il tuo morto.
6Heer, hoor ons aan. Gij zijt een vorst Gods onder ons! Begraaf dus uw afgestorvene in het mooiste onzer graven; niemand van ons zal u zijn eigen grafstede weigeren, om er uw afgestorvene in te begraven.
7Ed Abrahamo si levò, e s'inchinò al popolo del paese, a' figliuoli di Het; e parlò con loro, dicendo:
7Toen stond Abraham op, boog zich ter aarde voor de Chittieten, de bewoners van het land,
8Se voi avete nell'animo che io seppellisca il mio morto, e mel levi d'innanzi, ascoltatemi: Intercedete per me appo Efron, figliuolo di Sohar;
8en zeide tot hen: Zo gij er in toestemt, dat ik mijn dode, die van mij is heengegaan, begraaf, weest mij dan terwille, en doet een goed woord voor mij bij Efron, den zoon van Sóchar.
9che mi dia la spelonca di Macpela, che è sua, la quale è nell'estremità del suo campo; che me la dia per lo suo prezzo intiero, per possession di sepoltura fra voi.
9Laat hij mij de grot van Makpela verkopen, die zijn eigendom is, en die aan de rand van zijn akker ligt. Laat hij ze mij in uwe tegenwoordigheid voor de volle prijs tot familiegraf afstaan.
10Or Efron sedeva per mezzo i figliuoli di Het. Ed Efron Hitteo rispose ad Abrahamo, in presenza de' figliuoli di Het, di tutti coloro ch'entravano nella porta della sua città, dicendo:
10Daar ook Efron zelf in de kring der Chittieten zat, stond dus Efron, de Chittiet, Abraham te woord ten aanhoren van al de zonen van Chet, die naar de poort van zijn stad waren gekomen. Hij sprak:
11No, signor mio; ascoltami: Io ti dono il campo; ti dono ancora la spelonca ch' è in esso; io te ne fo un dono, in presenza de' figliuoli del mio popolo; seppellisci vi il tuo morto.
11Zo niet, heer: maar luister naar mij: Ik geef u het land ten geschenke met de grot, die er op ligt; in tegenwoordigheid van mijn stamgenoten sta ik ze u af; begraaf er uw dode.
12Ed Abrahamo s'inchinò al popolo del paese;
12Weer boog Abraham voor de bewoners van het land zich ter aarde,
13e parlò ad Efron, in presenza del popolo del paese, dicendo: Anzi se così ti piace , ascoltami, ti prego: Io darò i danari del campo; prendili da me, ed io vi seppellirò il mio morto.
13en sprak tot Efron ten aanhoren van alle bewoners van het land: Zo gij de eigenaar zijt, hoor mij dan aan: Ik wil toch liever het land betalen; neem het geld van mij aan, dan kan ik mijn dode daar begraven.
14Ed Efron rispose ad Abrahamo, dicendogli:
14Maar Efron antwoordde weer aan Abraham:
15Signor mio, ascoltami: Fra me e te che cosa è una terra di quattrocento sicli d'argento? seppellisci vi pure il tuo morto.
15Toch niet, heer, maar luister naar mij: Een stuk land van vierhonderd zilveren sikkels, wat betekent dat nu voor u of mij; begraaf dus uw dode.
16Ed Abrahamo acconsentì ad Efron, e gli pagò i danari ch'egli gli avea detto, in presenza de' figliuoli di Het; cioè quattrocento sicli d'argento, correnti fra' mercatanti.
16Abraham ging in op het aanbod van Efron, en woog het zilver af, dat Efron ten aanhoren van de zonen van Chet had gevraagd: vierhonderd zilveren sikkels, zoals ze bij de kooplui gangbaar zijn.
17Così l'acquisto del campo di Efron, il quale è in Macpela, ch' è dirimpetto a Mamre, insieme con la spelonca che è in esso, e con tutti gli alberi ch' erano in esso campo, in tutti i suoi confini attorno attorno,
17Zo werd de akker van Efron, die in Makpela ten oosten van Mamre ligt, zowel de akker zelf als de grot, die er op ligt, met de bomen, die op de akker stonden, en die het hele terrein omringden,
18fu fermato ad Abrahamo, in presenza de' figliuoli di Het, fra tutti coloro ch'entravano nella porta della città di esso.
18Abrahams eigendom in tegenwoordigheid van al de Chittieten, die naar de poort van zijn stad waren gekomen.
19E dopo ciò, Abrahamo seppellì Sara, sua moglie, nella spelonca del campo di Macpela, ch' è dirimpetto a Mamre, ch' è Hebron, nel paese di Canaan.
19Nu begroef Abraham zijn vrouw Sara in de grot op de akker van Makpela, ten oosten van Mamre, dat Hebron is, in het land Kanaän.
20Così l'acquisto di quel campo, e della spelonca ch' è in esso, fu fermato ad Abrahamo, per possession di sepoltura, dai figliuoli di Het.
20Zo ging de akker en de grot, die er op ligt, van de zonen van Chet aan Abraham over als familiegraf.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.