4 Mojžíšova
Chapter 7
Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

4 Mojžíšova 7

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1I stalo se toho dne, když dokonal Mojžíš a vyzdvihl příbytek, a pomazal i posvětil ho se všechněmi nádobami jeho, také oltáře a všeho nádobí jeho pomazal a posvětil,
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
2Že přistupujíce knížata Izraelská, přední v domích otců svých, (ti byli knížata pokolení, postavení nad sečtenými),
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
3Obětovali dar svůj před Hospodinem, šest vozů přikrytých a dvanácte volů. Dvé knížat dalo jeden vůz, a jeden každý jednoho vola, i obětovali to před příbytkem.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
4I řekl Hospodin Mojžíšovi, řka:
4sprak Jahweh tot Moses:
5Vezmi ty věci od nich, ať jsou ku potřebě při službě stánku úmluvy, a dej je Levítům, každé čeledi podlé přisluhování jejího.
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
6Vzav tedy Mojžíš ty vozy i voly, dal je Levítům.
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
7Dva vozy a čtyři voly dal synům Gersonovým vedlé přisluhování jejich.
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
8Ètyři pak vozy a osm volů dal synům Merari vedlé přisluhování jejich, kteříž byli pod spravou Itamara, syna Aronova, kněze.
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
9Synům pak Kahat nic nedal; nebo přisluhování svatyně k nim přináleželo, a na ramenou nositi měli.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
10Obětovali tedy knížata ku posvěcování oltáře v ten den, když pomazán byl; obětovali, pravím, dar svůj před oltářem.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
11Řekl pak Hospodin Mojžíšovi: Jedno kníže v jeden den, druhé kníže v druhý den, pořád obětovati budou dar svůj ku posvěcení oltáře.
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
12Protož obětoval prvního dne dar svůj Názon, syn Aminadabův, z pokolení Judova.
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
13Dar pak jeho byl misa stříbrná jedna, sto třidceti lotů ztíží; též báně jedna stříbrná, sedmdesáti lotů ztíží, jakž jest lot svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
14Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
15Volek jeden mladý, skopec jeden, a beránek roční jeden k oběti zápalné;
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
16Kozel jeden za hřích;
16een geitebok voor een zondeoffer,
17A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, a beránků ročních pět. Ta byla obět Názona, syna Aminadabova.
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
18Druhého dne obětoval Natanael, syn Suar, kníže z pokolení Izachar.
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
19Obětoval dar svůj misu stříbrnou jednu, sto třidceti lotů ztíží; báni stříbrnou jednu, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
20Kadidlnici jednu z desíti lotů zlata, plnou kadidla;
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
21Volka mladého jednoho, skopce jednoho, a beránka ročního jednoho k oběti zápalné;
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
22Kozla jednoho za hřích;
22een geitebok voor een zondeoffer,
23A k oběti pokojné voly dva, skopců pět, kozlů pět, a beránků ročních pět. Ten byl dar Natanaele, syna Suar.
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
24Dne třetího kníže synů Zabulonových Eliab, syn Helonův.
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
25Dar pak jeho byl misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
26Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
27Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
28Kozel jeden za hřích;
28een geitebok voor een zondeoffer,
29A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, a beránků ročních pět. Ta byla obět Eliaba, syna Helonova.
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
30Ètvrtého dne kníže synů Rubenových Elisur, syn Sedeurův.
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
31Dar jeho byl misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané v obět suchou;
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
32Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
33Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
34Kozel jeden za hřích;
34een geitebok voor een zondeoffer,
35A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ten byl dar Elisura, syna Sedeurova.
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
36Dne pátého kníže synů Simeonových, Salamiel, syn Surisaddai;
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
37Obět jeho byla misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
38Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
39Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
40Kozel jeden za hřích;
40een geitebok voor een zondeoffer,
41A na obět pokojnou volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ta byla obět Salamiele, syna Surisaddai.
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
42Dne šestého kníže synů Gád, Eliazaf, syn Duelův.
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
43Dar jeho byl misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
44Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
45Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
46Kozel jeden za hřích;
46een geitebok voor een zondeoffer,
47A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, a beránků ročních pět. Ten byl dar Eliazafa, syna Duelova.
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
48Dne sedmého kníže synů Efraimových, Elisama, syn Amiudův.
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
49Dar jeho byl misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané na obět suchou;
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
50Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
51Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
52Kozel jeden za hřích;
52een geitebok voor een zondeoffer,
53A na obět pokojnou volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ten byl dar Elisamův, syna Amiudova.
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
54Dne osmého kníže synů Manasse, Gamaliel, syn Fadasurův.
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
55Dar jeho byl misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
56Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
57Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
58Kozel jeden za hřích;
58een geitebok voor een zondeoffer,
59A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ta byla obět Gamaliele, syna Fadasurova.
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
60Dne devátého kníže synů Beniaminových, Abidan, syn Gedeonův.
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
61Obět jeho misa stříbrná jedna, kteráž sto třidceti lotů vážila; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
62Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
63Volek mladý jeden, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
64Kozel jeden za hřích;
64een geitebok voor een zondeoffer,
65A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ten byl dar Abidanův, syna Gedeonova.
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
66Desátého dne kníže synů Dan, Ahiezer, syn Amisaddai.
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
67Obět jeho misa stříbrná jedna, jejížto váha byla sto třidceti lotů; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
68Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
69Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
70Kozel jeden za hřích;
70een geitebok voor een zondeoffer,
71A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, a beránků ročních pět. Ten byl dar Ahiezera, syna Amisaddai.
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
72Jedenáctého dne kníže synů Asser, Fegiel, syn Ochranův.
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
73Obět jeho misa stříbrná jedna, jejížto váha byla sto třidceti lotů; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
74Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
75Volek jeden mladý, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
76Kozel jeden za hřích;
76een geitebok voor een zondeoffer,
77A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ten byl dar Fegiele, syna Ochranova.
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
78Dvanáctého dne kníže synů Neftalím, Ahira, syn Enanův.
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
79Obět jeho byla misa stříbrná jedna, jejížto váha byla sto třidceti lotů; báně stříbrná jedna, sedmdesáti lotů ztíží vedlé lotu svatyně; obě dvě nádoby plné mouky bělné, olejem zadělané k oběti suché;
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
80Kadidlnice jedna z desíti lotů zlata, plná kadidla;
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
81Volek mladý jeden, skopec jeden, beránek roční jeden k oběti zápalné;
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
82Kozel jeden za hřích;
82een geitebok voor een zondeoffer,
83A k oběti pokojné volové dva, skopců pět, kozlů pět, beránků ročních pět. Ta byla obět Ahiry, syna Enanova.
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
84Toť jest posvěcení oltáře (toho dne, když pomazán jest), od knížat Izraelských: Mis stříbrných dvanácte, bání stříbrných dvanácte, kadidlnic zlatých dvanácte.
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
85Sto třidceti lotů vážila jedna misa stříbrná, a sedmdesáte báně jedna; všecko nádobí stříbrné vážilo dva tisíce a čtyři sta lotů na lot svatyně.
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
86Kadidlnic zlatých dvanácte, plných kadidla; deset lotů vážila každá kadidlnice na váhu svatyně. Všecky kadidlnice zlaté sto a dvadceti lotů vážily.
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
87Všeho dobytka k oběti zápalné dvanácte volků, skopců dvanácte, beránků ročních dvanácte s obětí jejich suchou, a kozlů dvanácte za hřích.
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
88Všeho pak dobytka k oběti pokojné čtyřmecítma volů, skopců šedesáte, kozlů šedesáte, beránků ročních šedesáte. To bylo posvěcení oltáře, když pomazán byl.
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
89Potom když vcházel Mojžíš do stánku úmluvy, aby mluvil s Bohem, tedy slýchal hlas mluvícího k sobě z slitovnice, kteráž byla nad truhlou svědectví mezi dvěma cherubíny, a mluvíval k němu.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.