Numbers 7
JPS Tanakh (Jewish Publication Society, 1917)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And it came to pass on the day that Moses had made an end of setting up the tabernacle, and had anointed it and sanctified it, and all the furniture thereof, and the altar and all the vessels thereof, and had anointed them and sanctified them;
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
2that the princes of Israel, the heads of their fathers' houses, offered — these were the princes of the tribes, these are they that were over them that were numbered.
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
3And they brought their offering before the LORD, six covered wagons, and twelve oxen: a wagon for every two of the princes, and for each one an ox; and they presented them before the tabernacle.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
4And the LORD spoke unto Moses, saying:
4sprak Jahweh tot Moses:
5'Take it of them, that they may be to do the service of the tent of meeting; and thou shalt give them unto the Levites, to every man according to his service.'
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
6And Moses took the wagons and the oxen, and gave them unto the Levites.
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
7Two wagons and four oxen he gave unto the sons of Gershon, according to their service.
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
8And four wagons and eight oxen he gave unto the sons of Merari, according unto their service, under the hand of Ithamar the son of Aaron the priest.
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
9But unto the sons of Kohath he gave none, because the service of the holy things belonged unto them: they bore them upon their shoulders.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
10And the princes brought the dedication-offering of the altar in the day that it was anointed, even the princes brought their offering before the altar.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
11And the LORD said unto Moses: 'They shall present their offering each prince on his day, for the dedication of the altar.'
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
12And he that presented his offering the first day was Nahshon the son of Amminadab, of the tribe of Judah;
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
13and his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
14one golden pan of ten shekels, full of incense;
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
15one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
16one male of the goats for a sin-offering;
16een geitebok voor een zondeoffer,
17and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Nahshon the son of Amminadab.
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
18On the second day Nethanel the son of Zuar, prince of Issachar, did offer:
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
19he presented for his offering one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
20one golden pan of ten shekels, full of incense;
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
21one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
22one male of the goats for a sin-offering;
22een geitebok voor een zondeoffer,
23and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Nethanel the son of Zuar.
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
24On the third day Eliab the son of Helon, prince of the children of Zebulun:
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
25his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
26one golden pan of ten shekels, full of incense;
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
27one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
28one male of the goats for a sin-offering;
28een geitebok voor een zondeoffer,
29and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Eliab the son of Helon.
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
30On the fourth day Elizur the son of Shedeur, prince of the children of Reuben:
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
31his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
32one golden pan of ten shekels, full of incense;
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
33one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
34one male of the goats for a sin-offering;
34een geitebok voor een zondeoffer,
35and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Elizur the son of Shedeur.
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
36On the fifth day Shelumiel the son of Zurishaddai, prince of the children of Simeon:
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
37his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
38one golden pan of ten shekels, full of incense;
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
39one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
40one male of the goats for a sin-offering;
40een geitebok voor een zondeoffer,
41and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Shelumiel the son of Zurishaddai.
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
42On the sixth day Eliasaph the son of Deuel, prince of the children of Gad:
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
43his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
44one golden pan of ten shekels, full of incense;
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
45one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
46one male of the goats for a sin-offering;
46een geitebok voor een zondeoffer,
47and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Eliasaph the son of Deuel.
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
48On the seventh day Elishama the son of Ammihud, prince of the children of Ephraim:
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
49his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
50one golden pan of ten shekels, full of incense;
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
51one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
52one male of the goats for a sin-offering;
52een geitebok voor een zondeoffer,
53and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Elishama the son of Ammihud.
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
54On the eighth day Gamaliel the son of Pedahzur, prince of the children of Manasseh:
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
55his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
56one golden pan of ten shekels, full of incense;
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
57one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
58one male of the goats for a sin-offering;
58een geitebok voor een zondeoffer,
59and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lamb of the first year. This was the offering of Gamaliel the son of Pedahzur.
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
60On the ninth day Abidan the son of Gideoni, prince of the children of Benjamin:
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
61his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
62one golden pan of ten shekels, full of incense;
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
63one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
64one male of the goats for a sin-offering;
64een geitebok voor een zondeoffer,
65and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Abidan the son of Gideoni.
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
66On the tenth day Ahiezer the son of Ammishaddai, prince of the children of Dan:
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
67his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
68one golden pan of ten shekels, full of incense;
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
69one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
70one male of the goats for a sin-offering;
70een geitebok voor een zondeoffer,
71and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Ahiezer the son of Ammishaddai.
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
72On the eleventh day Pagiel the son of Ochran, prince of the children of Asher:
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
73his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
74one golden pan of ten shekels, full of incense;
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
75one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
76one male of the goats for a sin-offering;
76een geitebok voor een zondeoffer,
77and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Pagiel the son of Ochran.
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
78On the twelfth day Ahira the son of Enan, prince of the children of Naphtali:
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
79his offering was one silver dish, the weight thereof was a hundred and thirty shekels, one silver basin of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meal-offering;
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
80one golden pan of ten shekels, full of incense;
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
81one young bullock, one ram, one he-lamb of the first year, for a burnt-offering;
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
82one male of the goats for a sin-offering;
82een geitebok voor een zondeoffer,
83and for the sacrifice of peace-offerings, two oxen, five rams, five he-goats, five he-lambs of the first year. This was the offering of Ahira the son of Enan.
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
84This was the dedication-offering of the altar, in the day when it was anointed, at the hands of the princes of Israel: twelve silver dishes, twelve silver basins, twelve golden pans;
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
85each silver dish weighing a hundred and thirty shekels, and each basin seventy; all the silver of the vessels two thousand and four hundred shekels, after the shekel of the sanctuary;
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
86twelve golden pans, full of incense, weighing ten shekels apiece, after the shekel of the sanctuary; all the gold of the pans a hundred and twenty shekels;
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
87all the oxen for the burnt-offering twelve bullocks, the rams twelve, the he-lambs of the first year twelve, and their meal-offering; and the males of the goats for a sin-offering twelve;
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
88and all the oxen for the sacrifice of peace-offerings twenty and four bullocks, the rams sixty, the he-goats sixty, the he-lambs of the first year sixty. This was the dedication-offering of the altar, after that it was anointed.
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
89And when Moses went into the tent of meeting that He might speak with him, then he heard the Voice speaking unto him from above the ark-cover that was upon the ark of the testimony, from between the two cherubim; and He spoke unto him.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.