ΑΡΙΘΜΟΙ
Chapter 7
Septuagint (Greek Old Te…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΑΡΙΘΜΟΙ 7

Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἐγένετο ᾗ ἡμέρᾳ συνετέλεσε Μωυσῆς, ὥστε ἀναστῆσαι τὴν σκηνὴν καὶ ἔχρισεν αὐτὴν καὶ ἡγίασεν αὐτὴν καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτῆς καὶ τὸ θυσιαστήριον καὶ πάντα τὰ σκεύη αὐτοῦ καὶ ἔχρισεν αὐτὰ καὶ ἡγίασεν αὐτά,
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
2καὶ προσήνεγκαν οἱ ἄρχοντες Ἰσραήλ, δώδεκα ἄρχοντες οἴκων πατριῶν αὐτῶν, οὗτοι οἱ ἄρχοντες φυλῶν, οὗτοι οἱ παρεστηκότες ἐπὶ τῆς ἐπισκοπῆς,
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
3καὶ ἤνεγκαν τὸ δῶρον αὐτῶν ἔναντι Κυρίου, ἓξ ἁμάξας λαμπηνικὰς καὶ δώδεκα βόας, ἅμαξαν παρὰ δύο ἀρχόντων, καὶ μόσχον παρὰ ἑκάστου, καὶ προσήγαγον ἐναντίον τῆς σκηνῆς.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
4καὶ εἶπε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
4sprak Jahweh tot Moses:
5λάβε παρ' αὐτῶν, καὶ ἔσονται πρὸς τὰ ἔργα τὰ λειτουργικὰ τῆς σκηνῆς τοῦ μαρτυρίου, καὶ δώσεις αὐτὰ τοῖς Λευίταις, ἑκάστῳ κατὰ τὴν αὐτοῦ λειτουργίαν.
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
6καὶ λαβὼν Μωυσῆς τὰς ἁμάξας καὶ τοὺς βόας, ἔδωκεν αὐτὰ τοῖς Λευίταις·
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
7καὶ τὰς δύο ἁμάξας καὶ τοὺς τέσσαρας βόας ἔδωκε τοῖς υἱοῖς Γεδσὼν κατὰ τὰς λειτουργίας αὐτῶν
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
8καὶ τὰς τέσσαρας ἁμάξας καὶ τοὺς ὀκτὼ βόας ἔδωκε τοῖς υἱοῖς Μεραρὶ κατὰ τὰς λειτουργίας αὐτῶν, διὰ Ἰθάμαρ υἱοῦ Ἀαρὼν τοῦ ἱερέως.
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
9καὶ τοῖς υἱοῖς Καὰθ οὐ δέδωκεν, ὅτι τὰ λειτουργήματα τοῦ ἁγίου ἔχουσιν· ἐπ' ὤμων ἀροῦσιν.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
10καὶ προσήνεγκαν οἱ ἄρχοντες εἰς τὸν ἐγκαινισμὸν τοῦ θυσιαστηρίου, ἐν τῇ ἡμέρᾳ ᾗ ἔχρισεν αὐτό, καὶ προσήνεγκαν οἱ ἄρχοντες τὰ δῶρα αὐτῶν ἀπέναντι τοῦ θυσιαστηρίου.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
11καὶ εἶπε Κύριος πρὸς Μωυσῆν· ἄρχων εἷς καθ' ἡμέραν, ἄρχων καθ' ἡμέραν προσοίσουσι τὰ δῶρα αὐτῶν εἰς τὸν ἐγκαινισμὸν τοῦ θυσιαστηρίου.
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
12Καὶ ἦν ὁ προσφέρων ἐν τῇ ἡμέρᾳ τῇ πρώτῃ τὸ δῶρον αὐτοῦ Ναασσὼν υἱὸς Ἀμιναδάβ, ἄρχων τῆς φυλῆς Ἰούδα.
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
13καὶ προσήνεγκε τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
14θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
15μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
16καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
16een geitebok voor een zondeoffer,
17καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο δῶρον Ναασὼν υἱοῦ Ἀμιναδάβ.
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
18τῇ ἡμέρᾳ τῇ δευτέρᾳ προσήνεγκε Ναθαναὴλ υἱὸς Σωγάρ, ὁ ἄρχων τῆς φυλῆς Ἰσσάχαρ.
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
19καὶ προσήνεγκε τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
20θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
21μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
22καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
22een geitebok voor een zondeoffer,
23καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Ναθαναὴλ υἱοῦ Σωγάρ.
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
24τῇ ἡμέρᾳ τῇ τρίτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Ζαβουλὼν Ἑλιὰβ υἱὸς Χαιλών.
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
25τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
26θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
27μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
28καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
28een geitebok voor een zondeoffer,
29καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε, τοῦτο τὸ δῶρον Ἑλιὰβ υἱοῦ Χαιλών.
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
30τῇ ἡμέρᾳ τῇ τετάρτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Ρουβὴν Ἑλισοὺρ υἱὸς Σεδιούρ.
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
31τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
32θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος.
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
33μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
34καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
34een geitebok voor een zondeoffer,
35καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε, τοῦτο τὸ δῶρον Ἑλισοὺρ υἱοῦ Σεδιούρ.
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
36τῇ ἡμέρᾳ τῇ πέμπτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Συμεὼν Σαλαμιὴλ υἱὸς Σουρισαδαί.
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
37τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
38θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
39μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
40καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
40een geitebok voor een zondeoffer,
41καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Σαλαμιὴλ υἱοῦ Σουρισαδαί.
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
42τῇ ἡμέρᾳ τῇ ἕκτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Γάδ, Ἐλισὰφ υἱὸς Ραγουήλ.
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
43τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
44θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
45μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
46καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
46een geitebok voor een zondeoffer,
47καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Ἐλισὰφ υἱοῦ Ραγουήλ.
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
48τῇ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Ἐφραὶμ Ἐλισαμὰ υἱὸς Ἐμιούδ.
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
49τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
50θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν, πλήρη θυμιάματος·
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
51μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
52καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
52een geitebok voor een zondeoffer,
53καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Ἐλισαμὰ υἱοῦ Ἐμιούδ.
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
54τῇ ἡμέρᾳ τῇ ὀγδόῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Μανασσῆ Γαμαλιὴλ υἱὸς Φαδασσούρ.
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
55τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
56θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
57μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
58καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
58een geitebok voor een zondeoffer,
59καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Γαμαλιὴλ υἱοῦ Φαδασσούρ.
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
60τῇ ἡμέρᾳ τῇ ἐνάτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Βενιαμὶν Ἀβιδὰν υἱὸς Γαδεωνί.
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
61τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
62θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
63μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
64καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
64een geitebok voor een zondeoffer,
65καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Ἀβιδὰν υἱοῦ Γαδεωνί.
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
66τῇ ἡμέρῃ τῇ δεκάτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Δὰν Ἀχιέζερ υἱὸς Ἀμισαδαί.
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
67τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
68θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
69μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα·
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
70καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
70een geitebok voor een zondeoffer,
71καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Ἀχιέζερ υἱοῦ Ἀμισαδαί.
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
72τῇ ἡμέρᾳ τῇ ἑνδεκάτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Ἀσήρ, Φαγεὴλ υἱὸς Ἐχράν.
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
73τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν, ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
74θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος·
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
75μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἐνιαύσιον ἕνα εἰς ὁλοκαύτωμα·
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
76καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
76een geitebok voor een zondeoffer,
77καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Φαγεὴλ υἱοῦ Ἐχράν.
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
78τῇ ἡμέρᾳ τῇ δωδεκάτῃ ἄρχων τῶν υἱῶν Νεφθαλὶ Ἀχιρὲ υἱὸς Αἰνάν.
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
79τὸ δῶρον αὐτοῦ τρυβλίον ἀργυροῦν ἕν, τριάκοντα καὶ ἑκατὸν ὁλκὴ αὐτοῦ, φιάλην μίαν ἀργυρᾶν ἑβδομήκοντα σίκλων κατὰ τὸν σίκλον τὸν ἅγιον, ἀμφότερα πλήρη σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν·
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
80θυΐσκην μίαν δέκα χρυσῶν πλήρη θυμιάματος.
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
81μόσχον ἕνα ἐκ βοῶν, κριὸν ἕνα, ἀμνὸν ἕνα ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα.
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
82καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας·
82een geitebok voor een zondeoffer,
83καὶ εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις δύο, κριοὺς πέντε, τράγους πέντε, ἀμνάδας ἐνιαυσίας πέντε. τοῦτο τὸ δῶρον Ἀχιρὲ υἱοῦ Αἰνάν.
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
84οὗτος ὁ ἐγκαινισμὸς τοῦ θυσιαστηρίου, ᾗ ἡμέρᾳ ἔχρισεν αὐτὸ παρὰ τῶν ἀρχόντων τῶν υἱῶν Ἰσραήλ· τρυβλία ἀργυρᾶ δώδεκα, φιάλαι ἀργυραῖ δώδεκα, θυΐσκαι χρυσαῖ δώδεκα,
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
85τριάκοντα καὶ ἑκατὸν σίκλων τὸ τρυβλίον τὸ ἓν καὶ ἑβδομήκοντα σίκλων ἡ φιάλη ἡ μία, πᾶν τὸ ἀργύριον τῶν σκευῶν δισχίλιοι καὶ τετρακόσιοι σίκλοι, σίκλοι ἐν τῷ σίκλῳ τῷ ἁγίῳ·
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
86θυΐσκαι χρυσαῖ δώδεκα πλήρεις θυμιάματος· πᾶν τὸ χρυσίον τῶν θυϊσκῶν εἴκοσι καὶ ἑκατὸν χρυσοῖ.
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
87πᾶσαι αἱ βόες αἱ εἰς ὁλοκαύτωσιν μόσχοι δώδεκα, κριοὶ δώδεκα, ἀμνοὶ ἐνιαύσιοι δώδεκα καὶ αἱ θυσίαι αὐτῶν καὶ αἱ σπονδαὶ αὐτῶν· καὶ χίμαροι ἐξ αἰγῶν δώδεκα περὶ ἁμαρτίας.
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
88πᾶσαι αἱ βόες εἰς θυσίαν σωτηρίου δαμάλεις εἰκοσιτέσσαρες, κριοὶ ἑξήκοντα, τράγοι ἑξήκοντα ἐνιαύσιοι, ἀμνάδες ἑξήκοντα ἐνιαύσιοι ἄμωμοι. αὕτη ἡ ἐγκαίνωσις τοῦ θυσιαστηρίου, μετὰ τὸ πληρῶσαι τὰς χεῖρας αὐτοῦ καὶ μετὰ τὸ χρῖσαι αὐτόν,
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
89ἐν τῷ εἰσπορεύεσθαι Μωυσῆν εἰς τὴν σκηνὴν τοῦ μαρτυρίου λαλῆσαι αὐτῷ καὶ ἤκουσε τὴν φωνὴν Κυρίου λαλοῦντος πρὸς αὐτὸν ἄνωθεν τοῦ ἱλαστηρίου, ὅ ἐστιν ἐπὶ τῆς κιβωτοῦ τοῦ μαρτυρίου, ἀνὰ μέσον τῶν δύο Χερουβίμ, καὶ ἐλάλει πρὸς αὐτόν.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.