Liber Numeri
Chapter 7
Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Liber Numeri 7

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Factum est autem in die qua complevit Moyses tabernaculum, et erexit illud, unxitque et sanctificavit cum omnibus vasis suis, altare similiter et omnia vasa ejus:
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
2obtulerunt principes Israël et capita familiarum, qui erant per singulas tribus, præfectique eorum, qui numerati fuerant,
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
3munera coram Domino sex plaustra tecta cum duodecim bobus. Unum plaustrum obtulere duo duces, et unum bovem singuli, obtuleruntque ea in conspectu tabernaculi.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
4Ait autem Dominus ad Moysen:
4sprak Jahweh tot Moses:
5Suscipe ab eis ut serviant in ministerio tabernaculi, et trades ea Levitis juxta ordinem ministerii sui.
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
6Itaque cum suscepisset Moyses plaustra et boves, tradidit eos Levitis.
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
7Duo plaustra et quatuor boves dedit filiis Gerson, juxta id quod habebant necessarium.
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
8Quatuor alia plaustra et octo boves dedit filiis Merari secundum officia et cultum suum, sub manu Ithamar filii Aaron sacerdotis.
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
9Filiis autem Caath non dedit plaustra et boves: quia in sanctuario serviunt, et onera propriis portant humeris.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
10Igitur obtulerunt duces in dedicationem altaris, die qua unctum est, oblationem suam ante altare.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
11Dixitque Dominus ad Moysen: Singuli duces per singulos dies offerant munera in dedicationem altaris.
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
12Primo die obtulit oblationem suam Nahasson filius Aminadab de tribu Juda:
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
13fueruntque in ea acetabulum argenteum pondo centum triginta siclorum, phiala argentea habens septuaginta siclos, juxta pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificium:
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
14mortariolum ex decem siclis aureis plenum incenso:
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
15bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
16hircumque pro peccato:
16een geitebok voor een zondeoffer,
17et in sacrificio pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc est oblatio Nahasson filii Aminadab.
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
18Secundo die obtulit Nathanaël filius Suar, dux de tribu Issachar,
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
19acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, juxta pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificium:
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
20mortariolum aureum habens decem siclos plenum incenso:
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
21bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
22hircumque pro peccato:
22een geitebok voor een zondeoffer,
23et in sacrificio pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Nathanaël filii Suar.
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
24Tertio die princeps filiorum Zabulon, Eliab filius Helon,
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
25obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum similia conspersa oleo in sacrificium:
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
26mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
27bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
28hircumque pro peccato:
28een geitebok voor een zondeoffer,
29et in sacrificio pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc est oblatio Eliab filii Helon.
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
30Die quarto princeps filiorum Ruben, Elisur filius Sedeur,
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
31obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
32mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
33bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
34hircumque pro peccato:
34een geitebok voor een zondeoffer,
35et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Elisur filii Sedeur.
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
36Die quinto princeps filiorum Simeon, Salamiel filius Surisaddai,
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
37obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
38mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
39bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
40hircumque pro peccato:
40een geitebok voor een zondeoffer,
41et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Salamiel filii Surisaddai.
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
42Die sexto princeps filiorum Gad, Eliasaph filius Duel,
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
43obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
44mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
45bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
46hircumque pro peccato:
46een geitebok voor een zondeoffer,
47et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Eliasaph filii Duel.
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
48Die septimo princeps filiorum Ephraim, Elisama filius Ammiud,
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
49obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
50mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
51bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
52hircumque pro peccato:
52een geitebok voor een zondeoffer,
53et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Elisama filii Ammiud.
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
54Die octavo, princeps filiorum Manasse, Gamaliel filius Phadassur,
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
55obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
56mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
57bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
58hircumque pro peccato:
58een geitebok voor een zondeoffer,
59et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Gamaliel filii Phadassur.
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
60Die nono princeps filiorum Benjamin, Abidan filius Gedeonis,
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
61obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
62et mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
63bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
64hircumque pro peccato:
64een geitebok voor een zondeoffer,
65et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Abidan filii Gedeonis.
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
66Die decimo princeps filiorum Dan, Ahiezer filius Ammisaddai,
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
67obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
68mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
69bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
70hircumque pro peccato:
70een geitebok voor een zondeoffer,
71et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Ahiezer filii Ammisaddai.
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
72Die undecimo princeps filiorum Aser, Phegiel filius Ochran,
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
73obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila conspersa oleo in sacrificum:
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
74mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
75bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
76hircumque pro peccato:
76een geitebok voor een zondeoffer,
77et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Phegiel filii Ochran.
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
78Die duodecimo princeps filiorum Nephthali, Ahira filius Enan,
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
79obtulit acetabulum argenteum appendens centum triginta siclos, phialam argenteam habentem septuaginta siclos, ad pondus sanctuarii, utrumque plenum simila oleo conspersa in sacrificum:
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
80mortariolum aureum appendens decem siclos, plenum incenso:
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
81bovem de armento, et arietem, et agnum anniculum in holocaustum:
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
82hircumque pro peccato:
82een geitebok voor een zondeoffer,
83et in hostias pacificorum boves duos, arietes quinque, hircos quinque, agnos anniculos quinque. Hæc fuit oblatio Ahira filii Enan.
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
84Hæc in dedicatione altaris oblata sunt a principibus Israël, in die qua consecratum est: acetabula argentea duodecim: phialæ argenteæ duodecim: mortariola aurea duodecim:
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
85ita ut centum triginta siclos argenti haberet unum acetabulum, et septuaginta siclos haberet una phiala: id est, in commune vasorum omnium ex argento sicli duo millia quadringenti, pondere sanctuarii:
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
86mortariola aurea duodecim plena incenso, denos siclos appendentia pondere sanctuarii: id est, simul auri sicli centum viginti:
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
87boves de armento in holocaustum duodecim, arietes duodecim, agni anniculi duodecim, et libamenta eorum: hirci duodecim pro peccato.
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
88In hostias pacificorum, boves viginti quatuor, arietes sexaginta, hirci sexaginta, agni anniculi sexaginta. Hæc oblata sunt in dedicatione altaris, quando unctum est.
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
89Cumque ingrederetur Moyses tabernaculum fœderis, ut consuleret oraculum, audiebat vocem loquentis ad se de propitiatorio quod erat super arcam testimonii inter duos cherubim, unde et loquebatur ei.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.