Números 7
Reina-Valera 1909Translation
Reina-Valera 1909
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Y ACONTECIÓ, que cuando Moisés hubo acabado de levantar el tabernáculo, y ungídolo y santificádolo, con todos sus vasos; y asimismo ungido y santificado el altar, con todos sus vasos;
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
2Entonces los príncipes de Israel, las cabezas de las casas de sus padres, los cuales eran los príncipes de las tribus, que estaban sobre los contados, ofrecieron;
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
3Y trajeron sus ofrendas delante de Jehová, seis carros cubiertos, y doce bueyes; por cada dos príncipes un carro, y cada uno un buey; lo cual ofrecieron delante del tabernáculo.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
4Y Jehová habló á Moisés, diciendo:
4sprak Jahweh tot Moses:
5Tómalo de ellos, y será para el servicio del tabernáculo del testimonio: y lo darás á los Levitas, á cada uno conforme á su ministerio.
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
6Entonces Moisés recibió los carros y los bueyes, y diólos á los Levitas.
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
7Dos carros y cuatro bueyes, dió á los hijos de Gersón, conforme á su ministerio;
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
8Y á los hijos de Merari dió los cuatro carros y ocho bueyes, conforme á su ministerio, bajo la mano de Ithamar, hijo de Aarón el sacerdote.
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
9Y á los hijos de Coath no dió; porque llevaban sobre sí en los hombros el servicio del santuario.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
10Y ofrecieron los príncipes á la dedicación del altar el día que fué ungido, ofrecieron los príncipes su ofrenda delante del altar.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
11Y Jehová dijo á Moisés: Ofrecerán su ofrenda, un príncipe un día, y otro príncipe otro día, á la dedicación del altar.
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
12Y el que ofreció su ofrenda el primer día fué Naasón hijo de Aminadab, de la tribu de Judá.
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
13Y fué su ofrenda un plato de plata de peso de ciento y treinta siclos , y un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
14Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
15Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
16Un macho cabrío para expiación;
16een geitebok voor een zondeoffer,
17Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Naasón, hijo de Aminadab.
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
18El segundo día ofreció Nathanael hijo de Suar, príncipe de Issachâr.
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
19Ofreció por su ofrenda un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
20Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
21Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
22Un macho cabrío para expiación;
22een geitebok voor een zondeoffer,
23Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Nathanael, hijo de Suar.
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
24El tercer día, Eliab hijo de Helón, príncipe de los hijos de Zabulón:
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
25Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
26Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
27Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
28Un macho cabrío para expiación;
28een geitebok voor een zondeoffer,
29Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Eliab, hijo de Helón.
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
30El cuarto día, Elisur hijo de Sedeur, príncipe de los hijos de Rubén:
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
31Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
32Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
33Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
34Un macho cabrío para expiación;
34een geitebok voor een zondeoffer,
35Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Elisur, hijo de Sedeur.
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
36El quinto día, Selumiel hijo de Zurisaddai, príncipe de los hijos de Simeón:
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
37Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
38Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
39Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
40Un macho cabrío para expiación;
40een geitebok voor een zondeoffer,
41Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Selumiel, hijo de Zurisaddai.
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
42El sexto día, Eliasaph hijo de Dehuel, príncipe de los hijos de Gad:
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
43Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
44Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
45Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
46Un macho cabrío para expiación;
46een geitebok voor een zondeoffer,
47Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Eliasaph, hijo de Dehuel.
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
48El séptimo día, el príncipe de los hijos de Ephraim, Elisama hijo de Ammiud:
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
49Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
50Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
51Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
52Un macho cabrío para expiación;
52een geitebok voor een zondeoffer,
53Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Elisama, hijo de Ammiud.
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
54El octavo día, el príncipe de los hijos de Manasés, Gamaliel hijo de Pedasur:
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
55Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
56Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
57Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
58Un macho cabrío para expiación;
58een geitebok voor een zondeoffer,
59Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Gamaliel, hijo de Pedasur.
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
60El noveno día, el príncipe de los hijos de Benjamín, Abidán hijo de Gedeón:
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
61Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
62Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
63Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
64Un macho cabrío para expiación;
64een geitebok voor een zondeoffer,
65Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Abidán, hijo de Gedeón.
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
66El décimo día, el príncipe de los hijos de Dan, Ahiezer hijo de Ammisaddai:
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
67Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
68Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
69Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
70Un macho cabrío para expiación;
70een geitebok voor een zondeoffer,
71Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Ahiezer, hijo de Ammisaddai.
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
72El undécimo día, el príncipe de los hijos de Aser, Pagiel hijo de Ocrán:
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
73Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
74Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
75Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
76Un macho cabrío para expiación;
76een geitebok voor een zondeoffer,
77Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Pagiel, hijo de Ocrán.
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
78El duodécimo día, el príncipe de los hijos de Nephtalí, Ahira hijo de Enán:
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
79Y su ofrenda, un plato de plata de ciento y treinta siclos de peso, un jarro de plata de setenta siclos, al siclo del santuario; ambos llenos de flor de harina amasada con aceite para presente;
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
80Una cuchara de oro de diez siclos , llena de perfume;
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
81Un becerro, un carnero, un cordero de un año para holocausto;
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
82Un macho cabrío para expiación;
82een geitebok voor een zondeoffer,
83Y para sacrificio de paces, dos bueyes, cinco carneros, cinco machos de cabrío, cinco corderos de un año. Esta fué la ofrenda de Ahira, hijo de Enán.
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
84Esta fué la dedicación del altar, el día que fué ungido, por los príncipes de Israel: doce platos de plata, doce jarros de plata, doce cucharas de oro.
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
85Cada plato de ciento y treinta siclos , cada jarro de setenta: toda la plata de los vasos, dos mil y cuatrocientos siclos , al siclo del santuario.
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
86Las doce cucharas de oro llenas de perfume, de diez siclos cada cuchara, al siclo del santuario: todo el oro de las cucharas, ciento y veinte siclos .
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
87Todos los bueyes para holocausto, doce becerros; doce los carneros, doce los corderos de un año, con su presente: y doce los machos de cabrío, para expiación.
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
88Y todos los bueyes del sacrificio de las paces veinte y cuatro novillos, sesenta los carneros, sesenta los machos de cabrío, sesenta los corderos de un año. Esta fué la dedicación del altar, después que fué ungido.
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
89Y cuando entraba Moisés en el tabernáculo del testimonio, para hablar con El, oía la Voz que le hablaba de encima de la cubierta que estaba sobre el arca del testimonio, de entre los dos querubines: y hablaba con él.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.