Numbers 7
King James Version with ApocryphaTranslation
King James Version with Apocrypha
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And it came to pass on the day that Moses had fully set up the tabernacle, and had anointed it, and sanctified it, and all the instruments thereof, both the altar and all the vessels thereof, and had anointed them, and sanctified them;
1Toen Moses gereed was gekomen met het oprichten van de tabernakel, en hem, met al wat er bij hoorde, had gezalfd en gewijd, en eveneens het altaar met heel zijn toebehoren had gezalfd en gewijd,
2That the princes of Israel, heads of the house of their fathers, who were the princes of the tribes, and were over them that were numbered, offered:
2kwamen de aanvoerders van Israël naderbij. Het waren de familie- en stamhoofden, die over de gemonsterden stonden.
3And they brought their offering before the LORD , six covered wagons, and twelve oxen; a wagon for two of the princes, and for each one an ox: and they brought them before the tabernacle.
3Zij brachten als hun gaven voor het aanschijn van Jahweh zes overdekte wagens en twaalf runderen; twee aanvoerders telkens één wagen en ieder één rund. Toen zij ze voor de tabernakel hadden gebracht,
4And the LORD spake unto Moses, saying,
4sprak Jahweh tot Moses:
5Take it of them, that they may be to do the service of the tabernacle of the congregation; and thou shalt give them unto the Levites, to every man according to his service.
5Neem ze van hen aan; ze moeten voor de dienst van de openbaringstent worden bestemd, en ge moet ze aan de Levieten geven, naar gelang ieder ze voor zijn werk nodig heeft.
6And Moses took the wagons and the oxen, and gave them unto the Levites.
6Moses nam dus de wagens en de runderen aan, en gaf ze aan de Levieten.
7Two wagons and four oxen he gave unto the sons of Gershon, according to their service:
7Twee wagens en vier runderen gaf hij aan de zonen van Gersjon, naar verhouding tot hun werk.
8And four wagons and eight oxen he gave unto the sons of Merari, according unto their service, under the hand of Ithamar the son of Aaron the priest.
8Vier wagens en acht runderen gaf hij, naar verhouding tot hun werk, aan de zonen van Merari, die onder Itamar, den zoon van den priester Aäron stonden.
9But unto the sons of Kohath he gave none: because the service of the sanctuary belonging unto them was that they should bear upon their shoulders.
9Aan de zonen van Kehat gaf hij er geen, omdat zij de heilige zaken, die hun waren toevertrouwd, op hun schouders moesten dragen.
10¶ And the princes offered for dedicating of the altar in the day that it was anointed, even the princes offered their offering before the altar.
10Toen de aanvoerders ook hun wijdingsgave voor het altaar wilden brengen op de dag, dat het gezalfd werd, en hun gaven voor het altaar wilden plaatsen,
11And the LORD said unto Moses, They shall offer their offering, each prince on his day, for the dedicating of the altar.
11sprak Jahweh tot Moses: Laat iedere aanvoerder op een afzonderlijke dag zijn gave brengen voor de wijding van het altaar.
12¶ And he that offered his offering the first day was Nahshon the son of Amminadab, of the tribe of Judah:
12Op de eerste dag bracht Naässon, de zoon van Amminadab uit de stam van Juda, zijn gave.
13And his offering was one silver charger, the weight thereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them were full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
13Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel ter waarde van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
14One spoon of ten shekels of gold, full of incense:
14uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
15One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
15uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
16One kid of the goats for a sin offering:
16een geitebok voor een zondeoffer,
17And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Nahshon the son of Amminadab.
17en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Naässon, den zoon van Amminadab.
18¶ On the second day Nethaneel the son of Zuar, prince of Issachar, did offer:
18Op de tweede dag bracht Netanel, de zoon van Soear, de vorst van Issakar, zijn gave.
19He offered for his offering one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
19Het geschenk, dat hij bracht, bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
20One spoon of gold of ten shekels , full of incense:
20uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
21One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
21uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
22One kid of the goats for a sin offering:
22een geitebok voor een zondeoffer,
23And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Nethaneel the son of Zuar.
23en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Netanel, den zoon van Soear.
24¶ On the third day Eliab the son of Helon, prince of the children of Zebulun, did offer:
24Op de derde dag de vorst van de zonen van Zabulon, Eliab, de zoon van Chelon.
25His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
25Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
26One golden spoon of ten shekels , full of incense:
26uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
27One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
27uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
28One kid of the goats for a sin offering:
28een geitebok voor een zondeoffer,
29And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Eliab the son of Helon.
29en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eliab, den zoon van Chelon.
30¶ On the fourth day Elizur the son of Shedeur, prince of the children of Reuben, did offer:
30Op de vierde dag de vorst van de zonen van Ruben, Elisoer, de zoon van Sjedeoer.
31His offering was one silver charger of the weight of an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
31Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
32One golden spoon of ten shekels , full of incense:
32uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
33One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
33uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
34One kid of the goats for a sin offering:
34een geitebok voor een zondeoffer,
35And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Elizur the son of Shedeur.
35en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisoer, den zoon van Sjedeoer.
36¶ On the fifth day Shelumiel the son of Zurishaddai, prince of the children of Simeon, did offer:
36Op de vijfde dag de vorst van de zonen van Simeon, Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai.
37His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
37Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
38One golden spoon of ten shekels , full of incense:
38uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
39One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
39uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
40One kid of the goats for a sin offering:
40een geitebok voor een zondeoffer,
41And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Shelumiel the son of Zurishaddai.
41en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Sjeloemiël, den zoon van Soerisjaddai.
42¶ On the sixth day Eliasaph the son of Deuel, prince of the children of Gad, offered:
42Op de zesde dag de vorst van de zonen van Gad, Eljasaf, de zoon van Deoeël.
43His offering was one silver charger of the weight of an hundred and thirty shekels , a silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
43Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
44One golden spoon of ten shekels , full of incense:
44uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
45One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
45uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
46One kid of the goats for a sin offering:
46een geitebok voor een zondeoffer,
47And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Eliasaph the son of Deuel.
47en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Eljasaf, den zoon van Deoeël.
48¶ On the seventh day Elishama the son of Ammihud, prince of the children of Ephraim, offered:
48Op de zevende dag de vorst van de zonen van Efraïm, Elisjama, de zoon van Ammihoed.
49His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
49Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
50One golden spoon of ten shekels , full of incense:
50uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
51One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
51uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
52One kid of the goats for a sin offering:
52een geitebok voor een zondeoffer,
53And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Elishama the son of Ammihud.
53en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Elisjama, den zoon van Ammihoed.
54¶ On the eighth day offered Gamaliel the son of Pedahzur, prince of the children of Manasseh:
54Op de achtste dag de vorst van de zonen van Manasse, Gamliël, de zoon van Pedasoer.
55His offering was one silver charger of the weight of an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
55Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
56One golden spoon of ten shekels , full of incense:
56uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
57One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
57uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
58One kid of the goats for a sin offering:
58een geitebok voor een zondeoffer,
59And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Gamaliel the son of Pedahzur.
59en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Gamliël, den zoon van Pedasoer.
60¶ On the ninth day Abidan the son of Gideoni, prince of the children of Benjamin, offered:
60Op de negende dag de vorst van de zonen van Benjamin, Abidan, de zoon van Gidoni.
61His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
61Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
62One golden spoon of ten shekels , full of incense:
62uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
63One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
63uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
64One kid of the goats for a sin offering:
64een geitebok voor een zondeoffer,
65And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Abidan the son of Gideoni.
65en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Abidan, den zoon van Gidoni.
66¶ On the tenth day Ahiezer the son of Ammishaddai, prince of the children of Dan, offered:
66Op de tiende dag de vorst van de zonen van Dan, Achiézer, de zoon van Ammisjaddai.
67His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
67Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
68One golden spoon of ten shekels , full of incense:
68uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
69One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
69uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
70One kid of the goats for a sin offering:
70een geitebok voor een zondeoffer,
71And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Ahiezer the son of Ammishaddai.
71en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achiézer, den zoon van Ammisjaddai.
72¶ On the eleventh day Pagiel the son of Ocran, prince of the children of Asher, offered:
72Op de elfde dag de vorst van de zonen van Aser, Pagiël, de zoon van Okran.
73His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
73Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
74One golden spoon of ten shekels , full of incense:
74uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
75One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
75uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
76One kid of the goats for a sin offering:
76een geitebok voor een zondeoffer,
77And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Pagiel the son of Ocran.
77en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Pagiël, den zoon van Okran.
78¶ On the twelfth day Ahira the son of Enan, prince of the children of Naphtali, offered:
78Op de twaalfde dag de vorst van de zonen van Neftali, Achira, de zoon van Enan.
79His offering was one silver charger, the weight whereof was an hundred and thirty shekels , one silver bowl of seventy shekels, after the shekel of the sanctuary; both of them full of fine flour mingled with oil for a meat offering:
79Zijn geschenk bestond uit een zilveren schotel van honderd dertig sikkels, en een zilveren schaal van zeventig sikkels volgens het heilig gewicht, beide gevuld met meelbloem, met olie aangemaakt, voor een spijsoffer;
80One golden spoon of ten shekels , full of incense:
80uit een schaaltje van tien gouden sikkels gevuld met wierook;
81One young bullock, one ram, one lamb of the first year, for a burnt offering:
81uit een jongen stier, een ram, een eenjarig lam voor een brandoffer,
82One kid of the goats for a sin offering:
82een geitebok voor een zondeoffer,
83And for a sacrifice of peace offerings, two oxen, five rams, five he goats, five lambs of the first year: this was the offering of Ahira the son of Enan.
83en twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren voor een vredeoffer. Dit was het geschenk van Achira, den zoon van Enan.
84This was the dedication of the altar, in the day when it was anointed, by the princes of Israel: twelve chargers of silver, twelve silver bowls, twelve spoons of gold:
84Dit was dus de wijdingsgave der aanvoerders van Israël voor het altaar op de dag, dat het gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren schalen, twaalf gouden schaaltjes.
85Each charger of silver weighing an hundred and thirty shekels , each bowl seventy: all the silver vessels weighed two thousand and four hundred shekels , after the shekel of the sanctuary:
85Iedere schotel was honderd dertig zilveren sikkels waard, iedere schaal zeventig; al het zilver der vaten bedroeg vier en twintig honderd sikkels volgens het heilig gewicht.
86The golden spoons were twelve, full of incense, weighing ten shekels apiece, after the shekel of the sanctuary: all the gold of the spoons was an hundred and twenty shekels .
86Twaalf gouden schaaltjes met wierook gevuld, ieder van tien gouden sikkels volgens het heilig gewicht, al het goud van die schaaltjes bedroeg honderd twintig gouden sikkels.
87All the oxen for the burnt offering were twelve bullocks, the rams twelve, the lambs of the first year twelve, with their meat offering: and the kids of the goats for sin offering twelve.
87Het rundvee voor het brandoffer bedroeg in het geheel twaalf jonge stieren, twaalf rammen, en twaalf eenjarige lammeren, met de daarbij horende spijsoffers. Voor het zondeoffer bedroeg het twaalf geitebokken.
88And all the oxen for the sacrifice of the peace offerings were twenty and four bullocks, the rams sixty, the he goats sixty, the lambs of the first year sixty. This was the dedication of the altar, after that it was anointed.
88Het rundvee voor het vredeoffer bedroeg in het geheel vier en twintig stieren, zestig rammen, zestig bokken en zestig eenjarige lammeren. Dit was de wijdingsgave voor het altaar, nadat het gezalfd was.
89And when Moses was gone into the tabernacle of the congregation to speak with him, then he heard the voice of one speaking unto him from off the mercy seat that was upon the ark of testimony, from between the two cherubims: and he spake unto him.
89Wanneer Moses de openbaringstent binnentrad, om met Jahweh te spreken, hoorde hij de stem, die tot hem sprak, boven het verzoendeksel op de Verbondsark tussen de beide cherubs. Zo sprak Hij tot hem.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.