ΑΡΙΘΜΟΙ 28
Septuagint (Greek Old Testament), second editionOriginal language
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1ΚΑΙ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
1Jahweh sprak tot Moses:
2ἔντειλαι τοῖς υἱοῖς Ἰσραὴλ καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτοὺς λέγων· τὰ δῶρά μου δόματά μου καρπώματά μου εἰς ὀσμὴν εὐωδίας διατηρήσετε προσφέρειν ἐμοὶ ἐν ταῖς ἑορταῖς μου.
2Geef de Israëlieten het volgende bevel: Gij moet er voor zorgen, Mij mijn offergaven, mijn spijs, mijn heerlijk geurende vuuroffers, op de vastgestelde tijden te brengen.
3καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτούς· ταῦτα τὰ καρπώματα ὅσα προσάξετε Κυρίῳ· ἀμνοὺς ἐνιαυσίους ἀμώμους δύο τὴν ἡμέραν εἰς ὁλοκαύτωσιν ἐνδελεχῶς,
3Gij moet hun zeggen: Dit is het vuuroffer, dat gij dagelijks als een regelmatig brandoffer aan Jahweh moet brengen: twee gave lammeren van een jaar oud.
4τὸν ἀμνὸν τὸν ἕνα ποιήσεις τὸ πρωΐ καὶ τὸν ἀμνὸν τὸν δεύτερον ποιήσεις τὸ πρὸς ἑσπέραν·
4Het ene lam moet gij des morgens offeren, het andere lam tegen de avond.
5καὶ ποιήσεις τὸ δέκατον τοῦ οἰφὶ σεμίδαλιν εἰς θυσίαν ἀναπεποιημένην ἐν ἐλαίῳ ἐν τετάρτῳ τοῦ ἴν.
5Verder als spijsoffer een tiende efa meelbloem met een vierde hin gestoten olie gemengd.
6ὁλοκαύτωμα ἐνδελεχισμοῦ, ἡ γενομένη ἐν τῷ ὄρει Σινὰ εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ·
6Dit is het dagelijkse brandoffer, dat op de berg Sinaï is ingesteld, als een heerlijk geurend vuuroffer voor Jahweh.
7καὶ σπονδὴν αὐτοῦ τὸ τέταρτον τοῦ ἲν τῷ ἀμνῷ τῷ ἑνί, ἐν τῷ ἁγίῳ σπείσεις σπονδὴν σίκερα Κυρίῳ.
7Verder als plengoffer, dat bij ieder lam hoort, een vierde hin wijn; in het heiligdom moogt gij slechts gegiste drank voor Jahweh plengen.
8καὶ τὸν ἀμνὸν τὸν δεύτερον ποιήσεις τὸ πρὸς ἑσπέραν· κατὰ τὴν θυσίαν αὐτοῦ καὶ κατὰ τὴν σπονδὴν αὐτοῦ ποιήσετε εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ.
8Als ge tegen de avond het tweede lam offert, moet gij het evenals des morgens met een spijsoffer en met het daarbij horend plengoffer als een heerlijk geurend vuuroffer aan Jahweh opdragen.
9Καὶ τῇ ἡμέρᾳ τῶν σαββάτων προσάξετε δύο ἀμνοὺς ἐνιαυσίους ἀμώμους καὶ δύο δέκατα σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ εἰς θυσίαν καὶ σπονδήν,
9Op de sabbat bovendien nog twee gave lammeren van een jaar oud met twee issaron meelbloem, met olie gemengd, als spijsoffer, en het daarbij horend plengoffer.
10ὁλοκαύτωμα σαββάτων ἐν τοῖς σαββάτοις, ἐπὶ τῆς ὁλοκαυτώσεως τῆς διὰ παντὸς καὶ τὴν σπονδὴν αὐτοῦ.
10Dit is het brandoffer, dat iedere sabbat, behalve het dagelijkse brand- en plengoffer, moet worden opgedragen.
11Καὶ ἐν ταῖς νεομηνίαις προσάξετε ὁλοκαύτωμα τῷ Κυρίῳ μόσχους ἐκ βοῶν δύο καὶ κριὸν ἕνα, ἀμνοὺς ἐνιαυσίους ἑπτὰ ἀμώμους,
11Op de eerste van iedere maand moet gij als brandoffer twee jonge stieren, een ram en zeven gave lammeren van een jaar oud aan Jahweh brengen.
12τρία δέκατα σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ τῷ μόσχῳ τῷ ἑνὶ καὶ δύο δέκατα σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ τῷ κριῷ τῷ ἑνί,
12Als spijsoffer bij iederen jongen stier drie issaron meelbloem, met olie gemengd; als spijsoffer bij iederen ram twee issaron meelbloem, met olie gemengd;
13δέκατον δέκατον σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ τῷ ἀμνῷ τῷ ἑνί, θυσίαν ὀσμὴν εὐωδίας κάρπωμα Κυρίῳ.
13en bij ieder lam telkens een issaron meelbloem, met olie gemengd, als spijsoffer. Dit is een brandoffer, een heerlijk geurend vuuroffer voor Jahweh.
14ἡ σπονδὴ αὐτῶν τὸ ἥμισυ τοῦ ἲν ἔσται τῷ μόσχῳ τῷ ἑνί, καὶ τὸ τρίτον τοῦ ἲν ἔσται τῷ κριῷ τῷ ἑνί, καὶ τὸ τέταρτον τοῦ ἲν ἔσται τῷ ἀμνῷ τῷ ἑνὶ οἴνου. τοῦτο τὸ ὁλοκαύτωμα μῆνα ἐκ μηνὸς εἰς τοὺς μῆνας τοῦ ἐνιαυτοῦ.
14Vervolgens de plengoffers, die er bij horen; een halve hin wijn bij den jongen stier, een derde hin bij den ram, en een vierde hin bij ieder lam. Dit is dus het brandoffer bij iedere nieuwe maan van alle maanden van het jaar.
15καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας Κυρίῳ· ἐπὶ τῆς ὁλοκαυτώσεως τῆς διὰ παντὸς ποιηθήσεται καὶ ἡ σπονδὴ αὐτοῦ.
15Bovendien moet buiten het dagelijkse brandoffer nog een geitebok als zondeoffer aan Jahweh worden opgedragen met het daarbij horend plengoffer.
16Καὶ ἐν τῷ μηνὶ τῷ πρώτῳ τεσσαρεσκαιδεκάτῃ ἡμέρᾳ τοῦ μηνὸς πάσχα Κυρίῳ.
16Op de veertiende dag van de eerste maand moet het Pascha van Jahweh worden gehouden,
17καὶ τῇ πεντεκαιδεκάτῃ ἡμέρᾳ τοῦ μηνὸς τούτου ἑορτή· ἑπτὰ ἡμέρας ἄζυμα ἔδεσθε.
17en op de vijftiende dag van die maand is het feest; zeven dagen lang moeten ongedesemde broden worden gegeten.
18καὶ ἡ ἡμέρα ἡ πρώτη ἐπίκλητος ἁγία ἔσται ὑμῖν, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε.
18Op de eerste dag moet een godsdienstige bijeenkomst worden gehouden, en mag geen slafelijke arbeid worden verricht.
19καὶ προσάξετε ὁλοκαυτώματα κάρπωμα Κυρίῳ μόσχους ἐκ βοῶν δύο, κριὸν ἕνα, ἀμνοὺς ἐνιαυσίους ἑπτά, ἄμωμοι ἔσονται ὑμῖν·
19Dan moet ge als vuuroffer aan Jahweh een brandoffer opdragen, dat uit twee jonge stieren, een ram en zeven eenjarige lammeren moet bestaan; gave dieren moet ge nemen.
20καὶ ἡ θυσία αὐτῶν σεμίδαλις ἀναπεποιημένη ἐν ἐλαίῳ, τρία δέκατα τῷ μόσχῳ τῷ ἑνὶ καὶ δύο δέκατα τῷ κριῷ τῷ ἑνί,
20Verder moet ge als het daarbij horend spijsoffer bij iederen jongen stier drie issaron meelbloem, met olie gemengd, opdragen, bij den ram twee issaron,
21δέκατον δέκατον ποιήσεις τῷ ἀμνῷ τῷ ἑνί, τοῖς ἑπτὰ ἀμνοῖς·
21en bij ieder van de zeven lammeren telkens een issaron.
22καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας ἐξιλάσασθαι περὶ ὑμῶν·
22Bovendien nog een bok als zondeoffer, om verzoening voor u te verkrijgen.
23πλὴν τῆς ὁλοκαυτώσεως τῆς διὰ παντὸς τῆς πρωϊνῆς, ὅ ἐστιν ὁλοκαύτωμα ἐνδελεχισμοῦ.
23Dit alles moet ge opdragen buiten het dagelijkse brandoffer van iedere morgen.
24ταῦτα κατὰ ταῦτα ποιήσετε τὴν ἡμέραν εἰς τὰς ἑπτὰ ἡμέρας, δῶρον κάρπωμα εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ· ἐπὶ τοῦ ὁλοκαυτώματος τοῦ διὰ παντὸς ποιήσεις τὴν σπονδὴν αὐτοῦ.
24Op elk van de zeven dagen moet ge dus buiten het dagelijkse brandoffer, als spijs een heerlijk geurend vuuroffer aan Jahweh opdragen, met het plengoffer dat er bij hoort.
25καὶ ἡμέρα ἡ ἑβδόμη κλητὴ ἁγία ἔσται ὑμῖν, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε ἐν αὐτῇ.
25Op de zevende dag moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden en moogt ge geen slafelijke arbeid verrichten.
26Καὶ τῇ ἡμέρᾳ τῶν νέων, ὅταν προσφέρητε θυσίαν νέαν Κυρίῳ τῶν ἑβδομάδων, ἐπίκλητος ἁγία ἔσται ὑμῖν, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε.
26Op de dag der eerstelingen, op uw feest der weken, wanneer ge een nieuw spijsoffer aan Jahweh brengt, moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden, en moogt ge geen slafelijke arbeid verrichten.
27καὶ προσάξετε ὁλοκαυτώματα εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ μόσχους ἐκ βοῶν δύο, κριὸν ἕνα, ἀμνοὺς ἐνιαυσίους ἑπτὰ ἀμώμους·
27Dan moet ge een heerlijk geurend brandoffer aan Jahweh opdragen van twee jonge stieren, een ram, en zeven eenjarige lammeren; gave dieren moet ge nemen.
28ἡ θυσία αὐτῶν σεμίδαλις ἀναπεποιημένη ἐν ἐλαίῳ, τρία δέκατα τῷ μόσχῳ τῷ ἑνὶ καὶ δύο δέκατα τῷ κριῷ τῷ ἑνί,
28Verder als het daarbij horende spijsoffer bij iederen stier drie issaron meelbloem, met olie gemengd, twee issaron bij iederen ram,
29δέκατον δέκατον τῷ ἀμνῷ τῷ ἑνί, τοῖς ἑπτὰ ἀμνοῖς·
29en telkens een issaron bij ieder van de zeven lammeren.
30καὶ χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας ἐξιλάσασθαι περὶ ὑμῶν·
30Bovendien nog een geitebok, als zondeoffer om verzoening voor u te verkrijgen.
31πλὴν τοῦ ὁλοκαυτώματος τοῦ διὰ παντός· καὶ τὴν θυσίαν αὐτῶν ποιήσετέ μοι. ἄμωμοι ἔσονται ὑμῖν, καὶ τὰς σπονδὰς αὐτῶν.
31Ge moet dat met de daarbij horende plengoffers opdragen buiten het dagelijkse brand- en spijsoffer.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.