1 Петра 4
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Тим же то, коли Христос страждав за нас тїлом, то й ви тією самою думкою оружіть ся; хто бо страждав тїлом, перестав грішити,
1Daar Christus nu naar het vlees heeft geleden, moet ook gij u wapenen met dezelfde gedachte: wie lijdt naar het vlees, is los van de zonde;
2щоб уже не по хотїнню чоловічому, а по волї Божій, жити остальний час у тїлї.
2zodat gij niet langer naar de lusten der mensen, maar naar de wil van God de tijd doorleeft, die u rest in het vlees.
3Доволї бо з нас минувшого часу життя, що чинили волю поган, ходячи в розпустї, пристрастях, пияньстві, бенкетах, напитках і мерзських ідолослуженнях.
3Want lang genoeg heeft de tijd geduurd, die nu voorbij is, waarin gij de zin der heidenen deedt, en geleefd hebt in losbandigheid, wellust, dronkenschap, brasserij, drinkgelagen en zondige afgoderij.
4Чим і дивують ся, що ви не біжете разом з ними на розлив розпусти, хулячи;
4En nu staan ze vreemd te zien en lasteren ze u, omdat gij niet meedraaft naar dezelfde modderpoel van ongebondenheid;
5котрі дадуть одвіт Тому, що готов судити живих і мертвих.
5maar ze zullen hierover rekenschap hebben te geven aan Hem, die gereed staat, om levenden en doden te oordelen.
6На се бо і мертвим проповідувано благовістє, щоб приняли суд по чоловіку тїлом, і жили по Бозї духом.
6Immers juist hierom is ook aan de doden de blijde tijding gebracht, opdat ze bij God naar de geest zouden leven, al zijn ze ook bij de mensen geoordeeld naar het vlees.
7Усьому ж конець наближив ся. Будьте ж оце мудрі і тверезі до молитов.
7Het einde nadert van alle dingen! Beheerst dus uzelf en weest bezonnen, opdat gij kunt bidden.
8Перш усього ж майте один до одного щиру любов, бо любов покриває множество гріхів.
8Draagt vóór alles elkander vurige liefde toe; want de liefde bedekt een menigte zonden.
9Будьте гостинні один для одного без дорікання.
9Weest gastvrij jegens elkander, zonder te morren.
10Кожний, яко ж приняв дар, так ним нехай служить один одному, як добрі доморядники всякої благодати Божої.
10Dient elkander met de genadegaven, zoals elk ze ontving, als goede beheerders van de vele genaden van God:
11Коли хто говорить, то нехай говорить як слова Божі; коли хто служить, нехай же служить по силї, котру подає Бог; щоб у всьому прославляв ся Бог через Ісуса Христа, котрому слава і держава по вічні віки. Амінь.
11wanneer iemand spreekt, het zij als Gods woord; wanneer iemand dient, het geschiede door de kracht, door God hem verleend. Moge dan in alles God worden verheerlijkt door Jesus Christus, wien de heerlijkheid is en de kracht in de eeuwen der eeuwen. Amen!
12Любі, не чудуйтесь розпаленнєм, що буває вам на спокусу, наче б вам що дивного довело ся;
12Geliefden, staat niet verbaasd over de brand der beproeving, die bij u uitslaat, alsof u iets vreemds overkwam!
13а радуйтесь, яко ж маєте участь в страданнях Христових, щоб і в одкриттю слави Його радувались і веселились.
13Maar verheugt u veeleer, naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij ook blijde moogt juichen als zijn glorie verschijnt.
14Коли докоряють вас за імя Христове, — ви блаженні; Дух бо слави й Бога почиває на вас; ними він хулить ся, вами ж прославляєть ся.
14Zalig zijt gij, zo gij om Christus’ naam smaad ondergaat; want dan rust op u de Geest der glorie, de Geest van God.
15Тільки ж нїхто з вас нехай не постраждає яко душегубець, або злодїй, або лиходїй, або як бунтівник;
15Immers niemand van u mag lijden als moordenaar of dief, als misdadiger of oproermaker;
16коли ж яко Християнин, то нехай не соромить ся, а прославляє Бога за сю участь.
16maar lijdt hij als christen, hij schame zich niet, doch verheerlijke God om die naam.
17Бо пора початись судові від дому Божого; коли ж найперш од нас, то який конець тих, що не корять ся благовістю Божому?
17Want de tijd van het oordeel is daar, dat begint met Gods huis. Maar wanneer het met ons gaat beginnen, wat zal dan het einde zijn van hen, die niet gehoorzamen aan het Evangelie van God?
18І коли „праведник тільки що спасеть ся, то безбожник і грішник де явить ся?‟
18En wanneer de rechtvaardige ternauwernood wordt gered, waar komt dan de goddeloze en zondaar terecht?
19Тим то й страждаючі по волї Божій, як вірному Творцеві, нехай передають душі свої, роблячи добре.
19Daarom ook moeten zij, die naar Gods wil lijden verduren, hun zielen veilig stellen bij den getrouwen Schepper, door het goede te doen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.