1 Петра 3
Kulish and Puluj Bible (1905)Translation
Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Також і жінки, корітесь своїм чоловікам, щоб і ті, що не корять ся слову, життєм жінок без слова були зʼєднані,
1Eveneens moet gij, vrouwen, onderdanig zijn aan uw mannen; opdat ook zij, die misschien nog onwillig staan tegenover het woord, zonder woord, worden gewonnen door het gedrag hunner vrouwen,
2дивлячись на чисте життє ваше у страху (Божому).
2wanneer ze uw reine, ingetogen wandel bespeuren.
3Ваша окраса нехай не буде зовнїшнє заплїтаннє волосся і убираннє в золото, або зʼодяганнє в одежу;
3Uw tooi moet niet in uiterlijke dingen bestaan: in haarvlechten, gouden smuk en klederdracht,
4а потайний серця чоловік, у нетлїнню лагідного й тихого духа, що перед Богом многоцїнне.
4maar in den verborgen mens van het hart: in de onvergankelijke tooi van een zachtmoedige en ingetogen geest, die kostbaar is in Gods oog.
5Так бо колись і сьвяті жінки, що вповали на Бога, украшали себе, корячись своїм чоловікам;
5Zo immers tooiden zich vroeger ook de heilige vrouwen, die haar hoop stelden op God; aan haar mannen waren ze onderdanig,
6як Сарра слухала Авраама, паном його зовучи, котрої ви стали дїтьми, добре роблячи і не лякаючи ся нїякого страху.
6zoals Sara aan Abraham gehoorzaam was, en hem “heer” heeft genoemd. Haar kinderen zijt gij geworden door het goede te doen, en geen enkel schrikbeeld te vrezen.
7Чоловіки також, домуйте разом з ними по розумі, яко більше слабосильній посудинї жіночій віддаючи честь, яко і спільні наслїдники благодати життя, щоб не зʼупинялись молитви ваші.
7Eveneens moet gij, mannen, op redelijke wijze met uw vrouwen verkeren als met het zwakkere vat, en haar in ere houden als medeerfgenamen van de genade des levens, opdat uw gebeden niet worden belemmerd.
8Наконець же, будьте усї одної думки, милосердуючі, братолюбні, сердечні, привітливі;
8Ten slotte, weest allen eensgezind, deelnemend voor elkander, vol broederliefde, barmhartig, bescheiden;
9не віддаючи зло за зло, або докір за докір; а насупроти благословляйте, знаючи, що на те ви покликані, щоб благословеннє наслїдили.
9vergeldt geen kwaad met kwaad, of schelden met schelden, maar zegent elkander veeleer; gij zijt toch geroepen, om zegen te erven.
10„Хто бо хоче життє любити, і видїти днї добрі, нехай вдержить язик свій від злого, й уста свої, щоб не говорити зради;
10Immers: “Wie het leven wil liefhebben, En goede dagen wil zien: Beware zijn tong voor het kwaad, En zijn lippen voor leugen;
11нехай ухиляєть ся від злого, і робить добре; нехай шукає впокою, і побиваєть ся за ним.
11Hij vluchte het kwaad, doe enkel wat goed is, Zoeke de vrede en jage hem na.
12Бо очі Господнї на праведних, і уші Його на молення їх; лице ж Господнє проти тих, що зле роблять.‟
12Want de ogen des Heren zijn op de vromen gericht, Zijn oren naar hun smeken gekeerd; Maar ‘s Heren aanschijn blikt grimmig tegen de bozen.”
13І хто ж такий, що заподїяв би вам лихо, коли будете наслїдниками доброго?
13En wie zal u kwaad doen, wanneer gij ijverig zijt in het goede?
14Тільки ж, коли б і страждали задля правди, блаженні ви; страху ж їх не бійтесь, анї трівожтесь;
14Maar al zoudt gij ook lijden om de gerechtigheid, zalig zijt gij! “Vreest niet voor hen, en laat u niet ontrusten.”
15а Господа Бога сьвятїть у серцях ваших. Бувайте завсїди готові дати одвіт всякому, що домагаєть ся від вас слова про вашу надїю, з лагідностю і страхом;
15Heiligt Christus, den Heer, in uw harten; weest altijd tot verantwoording bereid aan iedereen, die u rekenschap vraagt van de hoop, die in u leeft.
16маючи совість добру, щоб, у чому судять вас, яко лиходїїв, осоромились ті, що докоряють добре життє ваше в Христї.
16Doet het echter met zachtheid en schroom en met een goed geweten, opdat zij, die op uw goede wandel in Christus smalen, over hun lastertaal beschaamd mogen staan.
17Лучче бо, коли воля Божа, пострадати за добрі дїла, анїж за дїла лихі;
17Want het is beter te lijden, zo God het wil, wanneer men goed doet, dan wanneer men kwaad bedrijft.
18тому що й Христос, щоби привести нас до Бога, один раз пострадав за гріхи наші, Праведник за неправедних, що був умертвений по тїлу, но ожив духом,
18Immers ook Christus is éénmaal voor de zonden gestorven, een Rechtvaardige voor ongerechten, —om u te brengen tot God. Maar ter dood gebracht naar het Vlees, is Hij ten leven gewekt naar den Geest.
19в котрому і тим духам, що в темницї, прийшовши, проповідував,
19In den Geest is Hij dan ook aan de geesten in de kerker gaat preken:
20колисьто неслухняним, як того часу дожидало (їх) довготерпіннє Боже, за днїв Ноя, як строїв ся ковчег, в котрий мало, то єсть, вісїм душ, спасло ся од води;
20aan hen, die eertijds onwillig waren geweest, toen in de dagen van Noë Gods lankmoedigheid bleef wachten, totdat de ark was gebouwd. Hierin werden enigen—acht personen, —gered door het water heen.
21чого образ хрещеннє (не відложеннє тїлесної нечистоти, а совісти доброї обітниця перед Богом), що і нас тепер спасає через воскресеннє Ісуса Христа,
21Als voorafgebeeld Doopsel redt thans dit water ook u; niet als een afwassing van de onreinheid naar het vlees, maar als een bede tot God om een goed geweten, door de opstanding van Jesus Christus.
22котрий єсть по правицї в Бога, зійшовши на небо, котрому покорились ангели і властї і сили.
22Hij is opgestegen ten hemel, en is gezeten aan de rechterhand Gods, terwijl engelen en machten en krachten aan Hem zijn onderworpen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.