Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Eles chegaram a Ecbátana e foram à casa de Raguel. Sara veio ao encontro deles. Ela os cumprimentou, e eles a cumprimentaram. Então ela os levou para dentro da casa.
1Daarna gingen zij bij Raguël binnen, die hen vol vreugde ontving.
2Raguel disse a Edna, sua esposa: “Este jovem realmente se parece com meu parente Tobit!”
2Toen Raguël nu Tobias goed aankeek, zei hij tot Anna, zijn vrouw: Wat lijkt die jongeman op mijn neef!
3Raguel lhes perguntou: “Parentes, de onde vocês são?” Eles responderam: “Somos dos filhos de Naftali, que estão cativos em Nínive.”
3Daarom vroeg hij: Waar komt gij vandaan, jonge mannen, onze broeders? Zij antwoordden: Wij zijn uit de stam van Neftali, en behoren tot de ballingen van Ninive.
4Ele lhes perguntou: “Vocês conhecem nosso irmão Tobit?” Eles responderam: “Nós o conhecemos.” Então ele perguntou: “Ele está bem?”
4Raguël vroeg verder: Kent gij dan Tobit, mijn broeder? Zij zeiden: Welzeker.
5Eles responderam: “Está vivo e passa bem.” Tobias acrescentou: “Ele é meu pai.”
5En toen Raguël nu veel goeds over hem begon te vertellen, sprak de engel tot hem: Die Tobit, naar wien gij vraagt, is zijn vader.
6Raguel se levantou depressa, beijou-o e chorou.
6Toen sprong Raguël op en kuste hem onder tranen; wenend viel hij hem om de hals en riep uit:
7Depois o abençoou e disse: “Você é filho de um homem honrado e bom.” Quando soube que Tobit havia perdido a visão, ficou triste e chorou.
7Wees gezegend, mijn zoon; want gij zijt het kind van een goed en voortreffelijk man.
8Edna, sua esposa, e Sara, sua filha, também choraram. Eles os receberam com alegria, mataram um carneiro do rebanho e lhes serviram carne. Tobias, porém, disse a Rafael: “Irmão Azarias, fale sobre aquilo de que tratamos no caminho e resolva este assunto.”
8Ook Anna, zijn vrouw, en Sara, hun dochter, begonnen te schreien.
9Então ele expôs o assunto a Raguel. Raguel disse a Tobias: “Coma, beba e alegre-se,
9Nadat zij waren uitgesproken, liet Raguël een ram slachten en een feestmaal bereiden. Maar toen hij hen uitnodigde, zich aan tafel te zetten,
10pois cabe a você tomar minha filha por esposa. Contudo, vou lhe contar a verdade.
10sprak Tobias: Ik eet of drink hier niet vandaag, vóórdat gij mijn verzoek hebt ingewilligd en mij belooft, Sara, uw dochter, te geven.
11Já dei minha filha em casamento a sete homens dos nossos parentes, e cada vez que entravam para ficar com ela, morriam naquela noite. Mas, por enquanto, alegre-se.” Tobias respondeu: “Não provarei nada aqui até que vocês façam uma aliança e a firmem comigo.”
11Toen Raguël dat hoorde, werd hij dodelijk verschrikt; want hij wist, wat die zeven mannen was overkomen, die bij haar waren binnengegaan; daarom beving hem de vrees, dat ook hem wellicht hetzelfde zou overkomen. Daar hij dus aarzelde en op die vraag maar geen antwoord gaf,
12Raguel disse: “Tome-a por esposa desde agora, conforme o costume. Você é parente dela, e ela é sua. O Deus misericordioso fará com que tudo lhes vá bem.”
12sprak de engel hem toe: Wees niet bevreesd, haar aan hem hier te geven; want omdat hij God vreest, is uw dochter voor hem tot vrouw bestemd; daarom juist kon geen ander haar bezitten.
13Então chamou sua filha Sara, tomou-a pela mão e a deu a Tobias por esposa, dizendo: “Aqui está ela. Tome-a por esposa segundo a lei de Moisés e leve-a para a casa de seu pai.” E os abençoou.
13Toen sprak Raguël: Nu weet ik zeker, dat God mijn gebeden en mijn tranen voor zijn aanschijn heeft aanvaard.
14Depois chamou sua esposa Edna, pegou um documento, redigiu o contrato e o selou.
14En ik ben er van overtuigd, dat Hij u daarom tot mij heeft gezonden, opdat zij in de echt verbonden zou worden met haar bloedverwant, zoals de wet van Moses dat eist; twijfel er daarom niet aan, ik geef haar aan u.
15Então começaram a comer.
15Toen nam hij de rechterhand van zijn dochter, legde die in de rechterhand van Tobias, en sprak: De God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob zij met u, en Hij verenige u; moge Hij zijn zegen ten volle over u uitstorten!
16Raguel chamou sua esposa Edna e lhe disse: “Minha irmã, prepare o outro quarto e leve Sara para lá.”
16En zij namen perkament en maakten de huwelijksoorkonde op.
17Ela fez como ele havia pedido e levou Sara para o quarto. Edna chorou, acolheu as lágrimas da filha e lhe disse:
17Daarna gingen zij aan tafel en prezen God.
18“Coragem, minha filha. Que o Senhor do céu e da terra lhe conceda favor nesta sua tristeza. Coragem, minha filha.”
18Intussen riep Raguël zijn vrouw Anna binnen, en zeide haar, de andere kamer gereed te maken.
no verse 19 in this text
19Toen zij echter haar dochter Sara daar binnen bracht, begon deze te schreien.
no verse 20 in this text
20Maar zij sprak tot haar: Houd moed, mijn kind; de Heer des Hemels zal u vreugde geven in ruil voor al het verdriet, dat gij verduurd hebt.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.