Jeremia 43
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Maar toen Jeremias tot heel het volk al de woorden van Jahweh, hun God, had gesproken, al de woorden, die Jahweh, hun God, hem voor hen had gelast,
1エレミヤが、彼らの神、主が彼を遣わして語らせたすべての言葉、すなわちこれらすべての言葉を、すべての民に語り終えると、
2riepen Azarja de zoon van Hosjaäja, Jochanan de zoon van Karéach, en al die koppige lieden Jeremias toe: Gij liegt! Jahweh, onze God, heeft u niet gezonden, en niet gezegd: Ge moogt niet in Egypte gaan wonen!
2ホシャヤの子アザルヤ、カレアの子ヨハナン、および高ぶったすべての者たちはエレミヤに言った。「あなたは偽りを語っている。私たちの神、主は、『エジプトへ行って寄留してはならない』と言わせるために、あなたを遣わされたのではない。
3Neen, Baruk, de zoon van Neri-ja, heeft u tegen ons opgestookt, om ons over te leveren in de macht der Chaldeën, ons te doen sterven, of in ballingschap naar Babel te brengen!
3ネリヤの子バルクが、私たちをカルデア人の手に渡し、殺させるか、捕らえてバビロンへ連れて行かせるために、あなたを私たちに逆らわせているのだ。」
4Jochanan, de zoon van Karéach, met al de legeroversten en heel het volk, luisterden dus niet naar het bevel van Jahweh, om in het land van Juda te blijven.
4こうして、カレアの子ヨハナン、軍隊のすべての隊長たち、すべての民は、ユダの地に住むようにという主の声に聞き従わなかった。
5Maar Jochanan, de zoon van Karéach, en al de legeroversten riepen allen bijeen die van Juda waren overgebleven, of die van de verschillende volken, waarheen ze zich hadden verstrooid, waren teruggekeerd, om in Juda te wonen.
5カレアの子ヨハナンと軍隊のすべての隊長たちは、追いやられていたすべての国々からユダの地に住むために帰って来た、ユダの残りの者を皆連れて行った。
6Mannen, vrouwen en kinderen, de dochters van den koning, en allen die Neboe-Zaradan, het hoofd van de lijfwacht, aan Gedaljáhoe, den zoon van Achikam, zoon van Sjafan, had toevertrouwd, namen zij mee; ook den profeet Jeremias en Baruk, den zoon van Neri-ja.
6男たち、女たち、子どもたち、王の娘たち、また親衛隊長ネブザラダンが、シャファンの孫でアヒカムの子であるゲダルヤに委ねて残したすべての者、預言者エレミヤ、ネリヤの子バルクを連れて行った。
7En in plaats van naar Jahweh te luisteren, trokken zij op naar het land van Egypte, en bereikten Tachpanches.
7彼らは主の声に聞き従わず、エジプトの地へ入り、タフパンヘスまで来た。
8Ook in Tachpanches werd het woord van Jahweh tot Jeremias gerich:
8その時、タフパンヘスで主の言葉がエレミヤに臨んで言われた。
9Ge moet grote stenen halen, en die in tegenwoordigheid van alle judese mannen in het plaveisel graven voor de ingang van Farao’s paleis in Tachpanches.
9「大きな石を幾つか手に取り、ユダの人々が見ている前で、タフパンヘスにあるファラオの宮殿の入口にある、れんが敷きのモルタルの中に隠せ。
10Dan moet ge hun zeggen: Zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Zie, Ik ga mijn dienaar Nabukodonosor, den koning van Babel, ontbieden. Hij zal zijn troon opslaan op deze stenen, die ge hebt ingegraven, en zijn baldakijn daarboven uitspannen.
10彼らにこう言え。『イスラエルの神、万軍の主はこう言われる。「見よ、わたしは人を遣わし、わたしのしもべであるバビロンの王ネブカドネザルを連れて来る。わたしが隠したこれらの石の上に彼の王座を据え、彼はその上に王の天幕を張る。
11Hij zal het land van Egypte komen slaan: wie voor de dood is bestemd, tot de dood; wie voor de ballingschap, tot de ballingschap; wie voor het zwaard, door het zwaard.
11彼は来て、エジプトの地を打つ。死に定められた者は死に、捕囚に定められた者は捕囚に、剣に定められた者は剣に渡される。
12Hij zal vuur leggen aan de tempels der goden van Egypte, en hun goden verbranden of in ballingschap voeren.
12わたしはエジプトの神々の家々に火をつける。彼はそれらを焼き、捕らえて持ち去る。羊飼いが衣を身にまとうように、彼はエジプトの地を身にまとい、そこから無事に出て行く。
13Hij zal de obelisken van de zonnetempel verbrijzelen in het land van Egypte, de godentempels van Egypte in vlammen doen opgaan. Hij zal Egypteland afvlooien, zoals een herder het doet met zijn kleed; dan trekt hij weer ongemoeid heen.
13彼はエジプトの地にあるベテ・シェメシュの柱を打ち砕き、エジプトの神々の家々を火で焼く。」』」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.