Jeremia 38
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Maar Sjefatja de zoon van Mattan, Gedaljáhoe de zoon van Pasjchoer, Joekal de zoon van Sjelemjáhoe, en Pasjchoer de zoon van Malki-ja hoorden wat Jeremias aan heel het volk bleef verkonden:
1マタンの子シェファテヤ、パシュフルの子ゲダルヤ、シェレムヤの子ユカル、マルキヤの子パシュフルは、エレミヤがすべての民に語っていた次の言葉を聞いた。
2Zo spreekt Jahweh! Wie in deze stad blijft, zal sterven door het zwaard, de honger en pest; maar die naar de Chaldeën vlucht, zal blijven leven: zijn buit zal lijfsbehoud zijn!
2「主はこう言われる。『この町にとどまる者は、剣と飢饉と疫病によって死ぬ。しかし、カルデア人のもとへ出て行く者は生きる。その人は命だけは助かって生きる。』
3Want zo spreekt Jahweh: Deze stad zal aan het leger van den koning van Babel worden overgeleverd, en dat zal ze veroveren.
3主はこう言われる。『この町は必ずバビロンの王の軍隊の手に渡され、彼はこれを占領する。』」
4Daarom zeiden de aanvoerders tot den koning: Deze man moet worden gedood; want door zó te spreken, ontmoedigt hij de soldaten, die in de stad zijn overgebleven, en het hele volk bovendien. Neen, die man beoogt niet het heil, maar het ongeluk van dit volk!
4そこで高官たちは王に言った。「どうか、この男を死刑にしてください。彼はこのような言葉を人々に語り、この町に残っている兵士たちと、すべての民の戦意をくじいています。この男はこの民の益ではなく、災いを求めているのです。」
5Koning Sedekias gaf ten antwoord: Hij is in uw hand overgeleverd. Want de koning durfde hun niets weigeren.
5ゼデキヤ王は言った。「見よ、彼はあなたがたの手の中にいる。王には、あなたがたに逆らって何もできない。」
6Toen lieten ze Jeremias halen, en in de put van prins Malki-jáhoe werpen, in de gevangen-hof. Met touwen lieten ze er Jeremias in af; en daar er in de put geen water stond, maar enkel slijk, zakte Jeremias weg in de modder.
6そこで彼らはエレミヤを捕らえ、衛兵の庭にある王の子マルキヤの地下牢に投げ込んだ。彼らは縄でエレミヤを下ろした。地下牢には水はなく、泥があったので、エレミヤは泥の中に沈んだ。
7Zodra de Ethiopiër Ebed-Mélek, een der eunuchen in het koninklijk paleis, hoorde, dat men Jeremias in de put had geworpen,
7王宮にいた宦官で、エチオピア人のエベデ・メレクは、彼らがエレミヤを地下牢に入れたことを聞いた。その時、王はベニヤミンの門に座っていた。
8verliet hij het koninklijk paleis, daar de koning zich bij de Benjaminpoort ophield, en sprak tot den koning:
8エベデ・メレクは王宮を出て、王に語って言った。
9Mijn heer en koning; die mannen hebben onder ieder opzicht den profeet Jeremias gemeen behandeld, door hem in de put te werpen, waar hij van honger zal sterven; want er is geen brood meer in de stad.
9「わが主である王よ、この人々が預言者エレミヤにしたことは、すべて悪いことです。彼らは彼を地下牢に投げ込みました。町にはもうパンがないので、彼はそこにいたまま飢えて死ぬでしょう。」
10Daarop gaf de koning den Ethiopiër Ebed-Mélek bevel: Neem drie mannen van hier met u mee, en haal den profeet Jeremias uit de put, eer hij sterft.
10そこで王はエチオピア人エベデ・メレクに命じた。「ここから三十人を連れて行き、預言者エレミヤが死ぬ前に、地下牢から引き上げよ。」
11Ebed-Mélek nam de mannen met zich mee, liep naar het magazijn van het koninklijk paleis, zocht er wat oude lappen en lompen bijeen, en liet ze aan touwen naar Jeremias af in de put.
11エベデ・メレクは人々を連れて王宮に行き、宝物倉の下の部屋から古いぼろ布と擦り切れた衣を取り、それらを縄で地下牢のエレミヤのもとへ下ろした。
12En de Ethiopiër Ebed-Mélek riep Jeremias toe: Leg die oude lappen en lompen tussen de touwen onder uw oksels. Jeremias deed het.
12エチオピア人エベデ・メレクはエレミヤに言った。「このぼろ布と擦り切れた衣を、縄が当たる脇の下に入れてください。」 エレミヤはそのとおりにした。
13Nu trokken ze Jeremias met de touwen omhoog, en haalden hem uit de put. Jeremias bleef nu in de gevangen-hof.
13彼らは縄でエレミヤを引き上げ、地下牢から出した。エレミヤは衛兵の庭にとどまった。
14Eens liet koning Sedekias den profeet Jeremias bij zich ontbieden aan de derde ingang van Jahweh’s huis. Daar sprak de koning tot Jeremias: Ik wilde u wat vragen; verberg mij dus niets.
14その後、ゼデキヤ王は人を遣わし、預言者エレミヤを主の家の第三の入口へ連れて来させた。王はエレミヤに言った。「私はあなたに一つのことを尋ねる。私に何も隠してはならない。」
15Jeremias gaf Sedekias ten antwoord: Als ik het u zeg, dan zult gij mij doden; en wanneer ik u raad geef, luistert gij niet.
15エレミヤはゼデキヤに言った。「私があなたに告げれば、あなたは必ず私を殺すのではありませんか。また、私があなたに助言しても、あなたは私の言うことを聞かないでしょう。」
16Toen zwoer koning Sedekias Jeremias in het diepste geheim: Zo waarachtig Jahweh leeft, die ons dit leven heeft geschonken: ik zal u niet doden, en u ook niet overleveren aan de mannen, die uw leven belagen.
16そこでゼデキヤ王は、ひそかにエレミヤに誓って言った。「私たちの命を造られた主は生きておられる。私はあなたを殺さない。また、あなたの命を狙うこの人々の手に、あなたを渡さない。」
17Toen zeide Jeremias tot Sedekias: Zo spreekt Jahweh, de God der heirscharen, Israëls God! Wanneer gij u onverwijld naar de aanvoerders van den koning van Babel begeeft, zal uw leven blijven gespaard, en deze stad niet in vlammen opgaan; gij met uw gezin zult het leven behouden.
17そこでエレミヤはゼデキヤに言った。「イスラエルの神、万軍の主はこう言われます。『あなたがバビロンの王の高官たちのもとへ出て行くなら、あなたの命は助かり、この町は火で焼かれない。あなたも、あなたの家も生きる。
18Maar wanneer gij niet naar de aanvoerders van den koning van Babel wilt gaan, dan zal deze stad in de macht der Chaldeën worden overgeleverd, en door hen worden verbrand; en dan zult gijzelf hun niet ontkomen!
18しかし、あなたがバビロンの王の高官たちのもとへ出て行かないなら、この町はカルデア人の手に渡される。彼らはこれを火で焼き、あなたも彼らの手から逃れられない。』」
19Maar koning Sedekias hield bij Jeremias aan: Ik ben bang, dat de Chaldeën mij zullen overleveren aan de Judeërs, die naar hen zijn overgelopen, en dat die de spot met mij zullen drijven.
19ゼデキヤ王はエレミヤに言った。「私は、カルデア人のもとへ脱走したユダヤ人たちを恐れている。カルデア人が私を彼らの手に渡し、彼らが私を辱めるのではないかと。」
20Jeremias antwoordde: Dat zullen ze zeker niet doen. Luister dus naar de stem van Jahweh, die door mij tot u spreekt; dan zal het u goed gaan, en blijft uw leven gespaard.
20しかし、エレミヤは言った。「彼らはあなたを渡しません。どうか、私があなたに語る主の声に聞き従ってください。そうすれば、あなたは幸いを得て、あなたの命は助かります。
21Maar als gij weigert heen te gaan, dan is dit het woord, dat Jahweh mij heeft geopenbaard:
21しかし、あなたが出て行くことを拒むなら、主が私に示された言葉はこれです。
22Zie alle vrouwen, die in het paleis van den koning van Juda zijn overgebleven, worden naar de aanvoerders van den koning van Babel gebracht, terwijl ze zingen: Ge zijt bedrogen en bedot Door uw beste vrienden; Nu uw voeten in de modder steken, Gaan ze er vandoor!
22『見よ、ユダの王の家に残っているすべての女たちは、バビロンの王の高官たちのもとへ連れ出される。女たちはこう言う。 「あなたの親しい友たちがあなたをそそのかし、 あなたに勝った。 あなたの足が泥に沈むと、 彼らはあなたを見捨てた。」
23Al uw vrouwen en kinderen zal men uitleveren aan de Chaldeën; gijzelf zult hun niet ontsnappen, maar door den koning van Babel gevangen worden genomen; en deze stad zal worden verbrand.
23あなたのすべての妻と子どもたちはカルデア人のもとへ連れ出される。あなたは彼らの手から逃れられず、バビロンの王の手に捕らえられる。そして、あなたはこの町を火で焼かせることになる。』」
24Nu sprak Sedekias tot Jeremias: Laat niemand iets te weten komen van wat wij hebben besproken; anders sterft ge.
24するとゼデキヤはエレミヤに言った。「これらの言葉をだれにも知らせてはならない。そうすれば、あなたは死なない。
25En wanneer de aanvoerders horen, dat ik met u gesproken heb, en ze komen u vragen: “Vertel ons, wat gij tot den koning, en wat de koning tot ù heeft gezegd; verberg het ons niet, anders doden wij u”;
25高官たちが、私があなたと話したことを聞き、あなたのところへ来て、『あなたが王に何を語ったのか、今、私たちに話せ。私たちに隠すな。そうすれば、あなたを殺さない。王があなたに何を語ったのかも話せ』と言うなら、
26dan moet ge hun antwoorden: Ik heb den koning verzocht, mij niet meer naar het huis van Jehonatan te laten brengen, om daar te sterven.
26あなたは彼らに、『私は王の前に願いを申し上げ、死ぬことのないように、私をヨナタンの家へ戻さないでくださいと頼みました』と言いなさい。」
27Toen dus al de aanvoerders bij Jeremias kwamen, om hem uit te horen, gaf hij hun het antwoord, dat de koning hem had bevolen; en nu lieten ze hem met rust, want er was niets van uitgelekt.
27その後、すべての高官たちがエレミヤのところへ来て、彼に尋ねた。エレミヤは、王が命じたこれらすべての言葉のとおりに彼らに答えた。話の内容が知られなかったので、彼らはそれ以上彼に話さなかった。
28Jeremias bleef in de gevangen-hof, totdat Jerusalem werd ingenomen.
28エレミヤは、エルサレムが占領された日まで衛兵の庭にとどまった。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.