Hebreeen 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
1For every high priest taken from among men, is ordained for men in the things that appertain to God, that he may offer up gifts and sacrifices for sins:
2Hij moet in staat wezen, toegeeflijk te zijn voor onwetenden en dwalenden, omdat hij zelf met zwakheid omkleed is,
2Who can have compassion on them that are ignorant and that err: because he himself also is compassed with infirmity.
3en daarom zondeoffers moet brengen zowel voor het volk, als voor zichzelf.
3And therefore he ought, as for the people, so also for himself, to offer for sins.
4En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.
4Neither doth any man take the honour to himself, but he that is called by God, as Aaron was.
5Zo ook heeft Christus Zichzelf de eer niet toegeëigend, Hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem heeft gesproken: “Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt,”
5So Christ also did not glorify himself, that he might be made a high priest: but he that said unto him: Thou art my Son, this day have I begotten thee.
6zoals Hij dan ook op een andere plaats heeft gezegd: “Gij zijt Priester voor eeuwig, Naar de Orde van Melkisedek.”
6As he saith also in another place: Thou art a priest for ever, according to the order of Melchisedech.
7En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen, gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid;
7Who in the days of his flesh, with a strong cry and tears, offering up prayers and supplications to him that was able to save him from death, was heard for his reverence.
8ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd,
8And whereas indeed he was the Son of God, he learned obedience by the things which he suffered:
9en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen, die Hem gehoorzaam zijn;
9And being consummated, he became, to all that obey him, the cause of eternal salvation.
10daar Hij door God was uitgeroepen tot “Hogepriester naar de Orde van Melkisedek.”
10Called by God a high priest according to the order of Melchisedech.
11Over dit onderwerp hebben we veel te zeggen, en de uitleg is moeilijk, omdat gij hardhorend zijt geworden.
11Of whom we have much to say, and hard to be intelligibly uttered: because you are become weak to hear.
12Of is het soms nog nodig, dat men u de eerste beginselen van Gods woorden gaat leren, terwijl gij toch, de tijd in aanmerking genomen, reeds leermeesters moest zijn; hebt gij soms nog behoefte aan melk, niet aan vaste spijs?
12For whereas for the time you ought to be masters, you have need to be taught again what are the first elements of the words of God: and you are become such as have need of milk, and not of strong meat.
13Want wie nog melk behoeft, is onbekwaam voor het woord der gerechtigheid, want hij is een kind;
13For every one that is a partaker of milk, is unskillful in the word of justice: for he is a little child.
14maar vaste spijs is voor de volwassenen, voor hen, die door oefening de zintuigen hebben afgericht, om goed en kwaad te onderscheiden.
14But strong meat is for the perfect; for them who by custom have their senses exercised to the discerning of good and evil.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.