Hebreeen
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kralice Bible (1613)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
1Všeliký zajisté nejvyšší kněz z lidu vzatý za lidi bývá postaven v těch věcech, kteréž u Boha mají jednány býti, totiž aby obětoval i dary i oběti za hříchy,
2Hij moet in staat wezen, toegeeflijk te zijn voor onwetenden en dwalenden, omdat hij zelf met zwakheid omkleed is,
2Kterýž by mohl, jakž sluší, lítost míti nad neznajícími a bloudícími, jsa i sám obklíčen nemocí.
3en daarom zondeoffers moet brengen zowel voor het volk, als voor zichzelf.
3A pro ni povinen jest, jakož za lid, tak i za sebe samého obětovati oběti za hříchy.
4En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.
4A aniž kdo sobě sám té cti osobuje, ale ten, kterýž by byl povolán od Boha, jako i Aron.
5Zo ook heeft Christus Zichzelf de eer niet toegeëigend, Hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem heeft gesproken: “Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt,”
5Tak i Kristus ne sám sobě té cti osobil, aby byl nejvyšším knězem, ale ten, kterýž řekl jemu: Syn můj jsi ty, já dnes zplodil jsem tebe.
6zoals Hij dan ook op een andere plaats heeft gezegd: “Gij zijt Priester voor eeuwig, Naar de Orde van Melkisedek.”
6Jakž i jinde praví: Ty jsi kněz na věky podle řádu Melchisedechova.
7En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen, gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid;
7Kterýž za dnů těla svého modlitby a ponížené prosby k tomu, kterýž ho mohl zachovati od smrti, s křikem velikým a slzami obětoval, a uslyšán jest i vysvobozen z toho, čehož se strašil.
8ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd,
8A ačkoli byl Syn Boží, z toho však, což strpěl, naučil se poslušenství.
9en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen, die Hem gehoorzaam zijn;
9A tak dokonalý jsa, učiněn jest všechněm sebe poslušným původem spasení věčného,
10daar Hij door God was uitgeroepen tot “Hogepriester naar de Orde van Melkisedek.”
10Nazván jsa od Boha nejvyšším knězem podlé řádu Melchisedechova.
11Over dit onderwerp hebben we veel te zeggen, en de uitleg is moeilijk, omdat gij hardhorend zijt geworden.
11O kterémž mnoho by se mělo mluviti, a to nesnadných věci k vypravení, ale vy jste nezpůsobných uší.
12Of is het soms nog nodig, dat men u de eerste beginselen van Gods woorden gaat leren, terwijl gij toch, de tijd in aanmerking genomen, reeds leermeesters moest zijn; hebt gij soms nog behoefte aan melk, niet aan vaste spijs?
12Nebo měvše býti v tak dlouhém času mistři, opět potřebujete učeni býti prvním počátkům výmluvností Božích, a učiněni jste mléka potřebující, a ne pokrmu hrubšího.
13Want wie nog melk behoeft, is onbekwaam voor het woord der gerechtigheid, want hij is een kind;
13Kdožkoli zajisté mléka se drží, nechápá slova spravedlnosti; (nebo nemluvně jest).
14maar vaste spijs is voor de volwassenen, voor hen, die door oefening de zintuigen hebben afgericht, om goed en kwaad te onderscheiden.
14Ale dokonalých jest hrubý pokrm, totiž těch, kteříž pro zvyklost mají smysly způsobné k rozeznání dobrého i zlého.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.