Hebreeen
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs King James Version…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Want iedere hogepriester wordt uit de kring der mensen genomen, en ten bate der mensen aangesteld voor hun betrekkingen tot God, om gaven en offers te brengen voor de zonden.
1For every high priest taken from among men is ordained for men in things pertaining to God, that he may offer both gifts and sacrifices for sins:
2Hij moet in staat wezen, toegeeflijk te zijn voor onwetenden en dwalenden, omdat hij zelf met zwakheid omkleed is,
2Who can have compassion on the ignorant, and on them that are out of the way; for that he himself also is compassed with infirmity.
3en daarom zondeoffers moet brengen zowel voor het volk, als voor zichzelf.
3And by reason hereof he ought, as for the people, so also for himself, to offer for sins.
4En niemand neemt de waardigheid uit zichzelf, maar door roeping van God, zoals ook Aäron.
4And no man taketh this honour unto himself, but he that is called of God, as was Aaron.
5Zo ook heeft Christus Zichzelf de eer niet toegeëigend, Hogepriester te worden, maar Hij die tot Hem heeft gesproken: “Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt,”
5So also Christ glorified not himself to be made an high priest; but he that said unto him, Thou art my Son, to day have I begotten thee.
6zoals Hij dan ook op een andere plaats heeft gezegd: “Gij zijt Priester voor eeuwig, Naar de Orde van Melkisedek.”
6As he saith also in another place , Thou art a priest for ever after the order of Melchisedec.
7En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen, gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid;
7Who in the days of his flesh, when he had offered up prayers and supplications with strong crying and tears unto him that was able to save him from death, and was heard in that he feared;
8ofschoon Hij bovendien zelfs de Zoon was, heeft Hij toch door zijn lijden de gehoorzaamheid geleerd,
8Though he were a Son, yet learned he obedience by the things which he suffered;
9en is Hij na zijn verheerlijking de oorzaak van eeuwige zaligheid geworden voor allen, die Hem gehoorzaam zijn;
9And being made perfect, he became the author of eternal salvation unto all them that obey him;
10daar Hij door God was uitgeroepen tot “Hogepriester naar de Orde van Melkisedek.”
10Called of God an high priest after the order of Melchisedec.
11Over dit onderwerp hebben we veel te zeggen, en de uitleg is moeilijk, omdat gij hardhorend zijt geworden.
11Of whom we have many things to say, and hard to be uttered, seeing ye are dull of hearing.
12Of is het soms nog nodig, dat men u de eerste beginselen van Gods woorden gaat leren, terwijl gij toch, de tijd in aanmerking genomen, reeds leermeesters moest zijn; hebt gij soms nog behoefte aan melk, niet aan vaste spijs?
12For when for the time ye ought to be teachers, ye have need that one teach you again which be the first principles of the oracles of God; and are become such as have need of milk, and not of strong meat.
13Want wie nog melk behoeft, is onbekwaam voor het woord der gerechtigheid, want hij is een kind;
13For every one that useth milk is unskilful in the word of righteousness: for he is a babe.
14maar vaste spijs is voor de volwassenen, voor hen, die door oefening de zintuigen hebben afgericht, om goed en kwaad te onderscheiden.
14But strong meat belongeth to them that are of full age, even those who by reason of use have their senses exercised to discern both good and evil.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.