2 Kronieken 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Daarna richtte Ezekias een uitnodiging aan heel Israël en Juda, en schreef er zelfs brieven over aan Efraïm en Manasse, om in de tempel van Jahweh te Jerusalem het paasfeest te komen vieren ter ere van Jahweh.
1希西家 差遣人去見 以色列 和 猶大 眾人,又寫信給 以法蓮 和 瑪拿西 人,叫他們到 耶路撒冷 耶和華的殿,向耶和華- 以色列 的上帝守逾越節;
2In overleg met zijn beambten en al het vergaderde volk in Jerusalem besloot de koning het paasfeest in de tweede maand te vieren.
2因為王和眾首領,並 耶路撒冷 全會眾已經商議,要在二月內守逾越節。
3Zij hadden het namelijk niet op de gebruikelijke tijd kunnen doen, omdat de priesters zich toen nog niet in voldoende aantal hadden geheiligd, en het volk niet in Jerusalem bijeen was gekomen.
3正月間他們不能守;因為自潔的祭司尚不敷用,百姓也沒有聚集在 耶路撒冷 ;
4Toen het plan de goedkeuring van den koning en van heel de gemeenschap had weggedragen,
4王與全會眾都以這事為善。
5besloten zij, een uitnodiging te richten tot heel Israël, van Beër-Sjéba tot Dan, om in Jerusalem het paasfeest te komen vieren ter ere van Jahweh, Israëls God; want men had het niet onder massale deelneming gevierd, zoals voorgeschreven staat.
5於是定了命令,傳遍 以色列 ,從 別是巴 直到 但 ,使他們都來,在 耶路撒冷 向耶和華- 以色列 的上帝守逾越節;因為照所寫的例,守這節的不多了。
6De boden, met de brieven van de hand des konings en zijner beambten, trokken dus heel Israël en Juda door, zoals de koning bepaald had, en zeiden: Israëlieten, bekeert u tot Jahweh, den God van Abraham, Isaäk en Israël, opdat Hij zich kere tot u, tot de Rest, die aan de hand van de koningen van Assjoer zijt ontsnapt.
6驛卒就把王和眾首領的信,遵着王命傳遍 以色列 和 猶大 。信內說:「 以色列 人哪,你們當轉向耶和華- 亞伯拉罕 、 以撒 、 以色列 的上帝,好叫他轉向你們這脫離 亞述 王手的餘民。
7Doet niet als uw vaderen en uw broeders, die afgevallen zijn van Jahweh, den God hunner vaderen, en die Hij tot een schande heeft gemaakt, zoals gij met eigen ogen kunt zien.
7你們不要效法你們列祖和你們的弟兄;他們干犯耶和華-他們列祖的上帝,以致耶和華丟棄他們,使他們敗亡,正如你們所見的。
8Weest niet hardnekkig als uw vaderen, maar reikt Jahweh de hand, komt naar het heiligdom, dat Hij voor altijd heeft gewijd, en dient Jahweh, uw God, opdat zijn gloeiende toorn van u worde afgewend.
8現在不要像你們列祖硬着頸項,只要歸順耶和華,進入他的聖所,就是永遠成聖的居所;又要事奉耶和華-你們的上帝,好使他的烈怒轉離你們。
9Want als gij u tot Jahweh bekeert, zullen uw broeders en uw zonen genade vinden in de ogen van hen, die ze gevangen hebben weggevoerd, en keren ze terug naar dit land. Want Jahweh, uw God, is genadig en barmhartig; Hij wendt van u zijn aanschijn niet af, als gij u tot Hem bekeert.
9你們若轉向耶和華,你們的弟兄和兒女必在擄掠他們的人面前蒙憐恤,得以歸回這地,因為耶和華-你們的上帝有恩典、施憐憫。你們若轉向他,他必不轉臉不顧你們。」
10Toen de boden echter het land Efraïm en Manasse, tot Zabulon toe, van stad tot stad doorkruisten, werden ze uitgelachen en bespot;
10驛卒就由這城跑到那城,傳遍了 以法蓮 、 瑪拿西 ,直到 西布倫 。那裏的人卻戲笑他們,譏誚他們。
11alleen uit Aser, Manasse en Zabulon verootmoedigden zich enkelen, die naar Jerusalem kwamen.
11然而 亞設 、 瑪拿西 、 西布倫 中也有人自卑,來到 耶路撒冷 。
12Maar in Juda werkte de hand van God, zodat zij eensgezind besloten, aan de oproep van koning en voormannen op Jahweh’s bevel gehoor te geven.
12上帝也感動 猶大 人,使他們一心遵行王與眾首領憑耶和華之言所發的命令。
13Zo stroomde een talrijke schare naar Jerusalem, om in de tweede maand het feest der ongedesemde broden te vieren; het was een geweldige massa.
13二月,有許多人在 耶路撒冷 聚集,成為大會,要守除酵節。
14Zij begonnen met de altaren op te ruimen, die in Jerusalem stonden; ook verwijderden zij alle reukofferaltaren, en wierpen ze in het Kedrondal.
14他們起來,把 耶路撒冷 的祭壇和燒香的壇盡都除去,拋在 汲淪溪 中。
15Daarna slachtten zij het pascha op de veertiende dag van de tweede maand. De priesters en de levieten, die zich beschaamd hadden gevoeld en zich intussen hadden geheiligd, droegen nu de brandoffers op in de tempel van Jahweh.
15二月十四日,宰了逾越節 的羊羔 。祭司與 利未 人覺得慚愧,就潔淨自己,把燔祭奉到耶和華殿中,
16Zij gingen op hun post staan, zoals het voorgeschreven was door de wet van Moses, den man Gods, en de priesters plengden het bloed, dat de levieten hun aanreikten.
16遵着神人 摩西 的律法,照例站在自己的地方;祭司從 利未 人手裏 接過 血來,灑在壇上。
17Want omdat een groot gedeelte van het vergaderde volk niet rein was, waren de levieten belast met het slachten van het pascha voor allen, die niet rein waren, om ze zelf aan Jahweh te wijden.
17會中有許多人尚未自潔,所以 利未 人為一切不潔之人宰逾越節 的羊羔 ,使他們在耶和華面前成為聖潔。
18Ook kon het grootste gedeelte van het talrijke volk uit Efraïm en Manasse, Issakar en Zabulon, het pascha niet eten, zoals was voorgeschreven, omdat het niet rein was. Maar Ezekias bad voor hen, en zeide:
18以法蓮 、 瑪拿西 、 以薩迦 、 西布倫 有許多人尚未自潔,他們卻也吃逾越節 的羊羔 ,不合所記錄的定例。 希西家 為他們禱告說:「凡專心尋求上帝,就是耶和華-他列祖之上帝的,雖不照着聖所潔淨之禮 自潔 ,求至善的耶和華也饒恕他。」
19Jahweh moge vergiffenis schenken aan ieder, die vastbesloten is, Jahweh te vereren, den Heer en God zijner vaderen, al doet hij het niet met een reinheid, die bij het heilige past.
no verse 19 in this text
20En Jahweh verhoorde Ezekias, en was het volk genadig.
20耶和華垂聽 希西家 的禱告,就饒恕百姓。
21Zo vierden de Israëlieten, die zich in Jerusalem bevonden, zeven dagen lang onder grote blijdschap het feest der ongedesemde broden, terwijl de priesters en levieten dag aan dag uit volle borst Jahweh’s lof bleven zingen.
21在 耶路撒冷 的 以色列 人大大喜樂,守除酵節七日。 利未 人和祭司用響亮的樂器,日日頌讚耶和華。
22En Ezekias sprak de levieten, die zoveel ijver toonden in de dienst van Jahweh, hartelijk toe. Toen zij gedurende de vastgestelde zeven dagen dankoffers hadden opgedragen en Jahweh hadden geprezen, den God hunner vaderen,
22希西家 慰勞一切善於 事奉 耶和華的 利未 人。於是眾人吃節筵七日,又獻平安祭,且向耶和華-他們列祖的上帝認罪。
23besloot al het vergaderde volk, nog zeven dagen feest te vieren. Zo vierden ze nog zeven dagen een vreugdefeest.
23全會眾商議,要再守節七日;於是歡歡喜喜地又守節七日。
24Want koning Ezekias van Juda had aan het vergaderde volk duizend stieren en zevenduizend schapen geschonken, en de voormannen duizend stieren en tienduizend schapen. En daar de priesters zich nu ook in groten getale hadden geheiligd,
24猶大 王 希西家 賜給會眾公牛一千隻,羊七千隻為祭物;眾首領也賜給會眾公牛一千隻,羊一萬隻,並有許多的祭司潔淨自己。
25verheugde zich al het vergaderde volk van Juda met de priesters en de levieten, met al het vergaderde volk, dat uit Israël was samengestroomd, en met de vreemdelingen, die uit het land Israël kwamen of in Juda woonden.
25猶大 全會眾、祭司、 利未 人,並那從 以色列 地來的會眾和寄居的人,以及 猶大 寄居的人,盡都喜樂。
26Er heerste in Jerusalem een grote vreugde; want sinds de dagen van Salomon, den zoon van David, den koning van Israël, was zo iets in Jerusalem niet meer gebeurd.
26這樣,在 耶路撒冷 大有喜樂,自從 以色列 王 大衛 兒子 所羅門 的時候,在 耶路撒冷 沒有這樣的喜樂。
27Toen verhieven zich de priesters en levieten, en zegenden het volk. En Jahweh luisterde naar hen, en hun gebed steeg op naar de hemel, zijn heilige woning.
27那時,祭司、 利未 人起來,為民祝福。他們的聲音蒙上帝垂聽,他們的禱告達到天上的聖所。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.