2 Kronieken 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Na dit alles trokken de Moabieten en Ammonieten met enige afdelingen Meoenieten tegen Josafat ten strijde.
1此後, 摩押 人和 亞捫 人,又有 米烏尼 人,一同來攻擊 約沙法 。
2En men kwam Josafat berichten: Een geweldig leger Edomieten trekt tegen u op uit het Overjordaanse; ze staan reeds in Chasason-Tamar, of En-Gédi.
2有人來報告 約沙法 說:「從海外 亞蘭 那邊有大軍來攻擊你,如今他們在 哈洗遜‧他瑪 ,就是 隱‧基底 。」
3In zijn angst nam Josafat zijn toevlucht tot Jahweh, en kondigde voor heel Juda een vasten af.
3約沙法 便懼怕,定意尋求耶和華,在 猶大 全地宣告禁食。
4Daarom kwam Juda bijeen, om hulp te zoeken bij Jahweh; ja. uit alle steden van Juda kwam men bijeen, om hulp te zoeken bij Jahweh.
4於是 猶大 人聚會,求耶和華 幫助 。 猶大 各城都有人出來尋求耶和華。
5Toen ging Josafat voor het vergaderde volk van Juda en Jerusalem bij de nieuwe voorhof van de tempel van Jahweh staan,
5約沙法 就在 猶大 和 耶路撒冷 的會中,站在耶和華殿的新院前,
6en bad: Jahweh, God onzer vaderen! Gij zijt de God in de hemel, Gij heerst over alle koninkrijken der volken; in uw hand is macht en kracht, en niemand kan U weerstaan.
6說:「耶和華-我們列祖的上帝啊,你不是天上的上帝嗎?你不是萬邦萬國的主宰嗎?在你手中有大能大力,無人能抵擋你。
7Gij zijt onze God, die de bewoners van dit land voor Israël, uw volk, hebt uitgedreven, en die het land voor altijd hebt geschonken aan het kroost van Abraham, uw vriend.
7我們的上帝啊,你不是曾在你民 以色列 人面前驅逐這地的居民,將這地賜給你朋友 亞伯拉罕 的後裔永遠為業嗎?
8Zij hebben er zich gevestigd, daar een heiligdom gebouwd ter ere van uw Naam, en hebben gezegd:
8他們住在這地,又為你的名建造聖所,說:
9Als een ramp ons mocht treffen: zwaard, strafgericht, pest of hongersnood, dan zullen wij voor deze tempel en voor uw aanschijn komen staan; want uw Naam woont in deze tempel. Dan zullen wij U aanroepen in onze nood, en Gij zult ons verhoren en helpen.
9『倘有禍患臨到我們,或刀兵災殃,或瘟疫饑荒,我們在急難的時候,站在這殿前向你呼求,你必垂聽而拯救,因為你的名在這殿裏。』
10Daar zijn nu de zonen van Ammon en Moab en van het Seïrgebergte! Gij hebt Israël de toegang tot hun land verboden, toen zij uit Egypte trokken, zodat zij hen met rust moesten laten, en ze niet hebben uitgeroeid.
10從前 以色列 人出 埃及 地的時候,你不容 以色列 人侵犯 亞捫 人、 摩押 人,和 西珥山 人, 以色列 人就離開他們,不滅絕他們。
11En zie, dat vergelden ze ons, door bij ons binnen te vallen en ons te verjagen van uw erfdeel, dat Gij ons hebt geschonken.
11看哪,他們怎樣報復我們,要來驅逐我們出離你的地,就是你賜給我們為業之地。
12O God, zult Gij hen niet straffen? Want wij zijn machteloos tegenover dat geweldige leger, dat tegen ons optrekt; wij weten niet wat wij moeten doen, maar op U zijn onze ogen gevestigd.
12我們的上帝啊,你不懲罰他們嗎?因為我們無力抵擋這來攻擊我們的大軍,我們也不知道怎樣行,我們的眼目單仰望你。」
13Terwijl heel Juda zo voor Jahweh stond met kinderen, vrouwen en zonen,
13猶大 眾人和他們的嬰孩、妻子、兒女都站在耶和華面前。
14kwam midden onder het vergaderde volk de geest van Jahweh over Jachaziël, den zoon van Zekarjáhoe, zoon van Benaja, zoon van Jeïël, zoon van Mattanja, een leviet uit het geslacht van Asaf.
14那時,耶和華的靈在會中臨到 利未 人 亞薩 的後裔- 瑪探雅 的玄孫, 耶利 的曾孫, 比拿雅 的孫子, 撒迦利雅 的兒子 雅哈悉 。
15En hij sprak: Luistert allen aandachtig, Judeërs, burgers van Jerusalem, en gij ook, koning Josafat. Zo spreekt Jahweh tot u! Weest niet bang, en laat u niet afschrikken door dat geweldige leger; want gij voert de strijd niet, maar God.
15他說:「 猶大 眾人、 耶路撒冷 的居民,和 約沙法 王,你們請聽。耶和華對你們如此說:『不要因這大軍恐懼驚惶;因為勝敗不在乎你們,乃在乎上帝。
16Rukt morgen tegen hen op! Zie, ze zullen trekken door de pas van Sis, en gij zult op hen stoten aan het einde van het dal, ten oosten van de woestijn van Jeroeël.
16明日你們要下去迎敵,他們是從 洗斯 坡上來,你們必在 耶魯伊勒 曠野前的谷口遇見他們。
17Gij zult niet eens hoeven te strijden. Stelt u maar op, en blijft staan; dan zult gij zien, hoe Jahweh u redt, Juda en Jerusalem. Weest dus niet bang en laat u niet afschrikken; trekt ze morgen tegemoet, en Jahweh zal met u zijn!
17猶大 和 耶路撒冷 人哪,這次你們不要爭戰,要擺陣站着,看耶和華為你們施行拯救。不要恐懼,也不要驚惶。明日當出去迎敵,因為耶和華與你們同在。』」
18Toen boog Josafat zijn gelaat ter aarde, en al de Judeërs vielen met de burgers van Jerusalem in aanbidding voor Jahweh neer.
18約沙法 就面伏於地, 猶大 眾人和 耶路撒冷 的居民也俯伏在耶和華面前,叩拜耶和華。
19En de levieten van het geslacht Kehat en Kore begonnen met luider stem de lof te zingen van Jahweh, Israëls God.
19哥轄 族和 可拉 族的 利未 人都起來,用極大的聲音讚美耶和華 以色列 的上帝。
20De volgende morgen trokken zij in alle vroegte naar de woestijn van Tekóa. En terwijl zij uitrukten, ging Josafat voor hen staan, en sprak: Juda, en gij burgers van Jerusalem, luistert naar mij! Vertrouwt op Jahweh, uw God, en gij blijft behouden; vertrouwt op zijn profeten en slaagt!
20次日清早,眾人起來往 提哥亞 的曠野去。出去的時候, 約沙法 站着說:「 猶大 人和 耶路撒冷 的居民哪,要聽我說:信耶和華-你們的上帝就必立穩;信他的先知就必亨通。」
21Toen overlegde hij met het volk, en bepaalde, dat de zangers van Jahweh en de muzikanten in de heilige feestgewaden voor de soldaten uit moesten gaan en zingen: “Looft Jahweh; want eeuwig duurt zijn barmhartigheid!”
21約沙法 既與民商議了,就設立歌唱的人,頌讚耶和華,使他們穿上聖潔的禮服,走在軍前讚美耶和華說:「當稱謝耶和華,因他的慈愛永遠長存!」
22En zodra zij begonnen met juichen en loven, liet Jahweh tegen de zonen van Ammon, Moab en van het Seïrgebergte, die naar Juda oprukten, twiststokers los, zodat zij op elkander begonnen in te slaan.
22眾人方唱歌讚美的時候,耶和華就派伏兵擊殺那來攻擊 猶大 人的 亞捫 人、 摩押 人,和 西珥山 人,他們就被打敗了。
23De zonen van Ammon en Moab keerden de wapens tegen de bewoners van het Seïrgebergte, om hen uit te roeien en te verdelgen; en toen zij met de bewoners van Seïr klaar waren, hielpen zij elkander in het verderf.
23因為 亞捫 人和 摩押 人起來,擊殺住 西珥山 的人,將他們滅盡;滅盡住 西珥山 的人之後,他們又彼此自相擊殺。
24Toen Juda dus op de hooggelegen zoom van de woestijn was gekomen, en naar het leger uitkeek, zagen zij enkel lijken op de grond; er was niemand ontkomen!
24猶大 人來到曠野的望樓,向那大軍觀看,見屍橫遍地,沒有一個逃脫的。
25Nu trok Josafat met zijn volk er op af, om de buit te bemachtigen, en zij vonden bij hen een overvloed aan vee, klederen en kostbare voorwerpen. Ze ontnamen hun zoveel, dat ze het niet konden vervoeren; drie dagen waren ze bezig met het binnenhalen van de buit: zo geweldig was die.
25約沙法 和他的百姓就來收取敵人的財物,在屍首中見了許多財物、珍寶,他們剝脫下來的多得不可攜帶;因為甚多,直收取了三日。
26De vierde dag werden ze bijeengeroepen in de vallei Beraka, waar ze Jahweh zegenden; daarom werd die plek vallei Beraka genoemd, zoals ze nog heet.
26第四日眾人聚集在 比拉迦谷 ,在那裏稱頌耶和華。因此那地方名叫 比拉迦谷 ,直到今日。
27Daarna keerden alle mannen van Juda en Jerusalem, met Josafat aan de spits, vol vreugde naar Jerusalem terug; want Jahweh had hun vreugde verschaft over hun vijanden.
27猶大 人和 耶路撒冷 人都歡歡喜喜地回 耶路撒冷 , 約沙法 率領他們;因為耶和華使他們戰勝仇敵,就歡喜快樂。
28En met harpen, citers en trompetten trokken ze Jerusalem binnen, en begaven zich naar de tempel van Jahweh.
28他們彈琴、鼓瑟、吹號來到 耶路撒冷 ,進了耶和華的殿。
29Een geweldige vrees maakte zich meester van alle vreemde koninkrijken, toen men hoorde, dat Jahweh tegen den vijand van Israël gestreden had.
29列邦諸國聽見耶和華戰敗 以色列 的仇敵,就甚懼怕。
30Sindsdien heerste er vrede in het rijk van Josafat; zijn God schonk hem rust aan alle kanten.
30這樣, 約沙法 的國得享太平,因為上帝賜他四境平安。
31Zo regeerde Josafat over Juda. Hij was vijf en dertig jaar, toen hij koning werd, en regeerde vijf en twintig jaar te Jerusalem. Zijn moeder heette Azoeba en was een dochter van Sjilchi.
31約沙法 作 猶大 王,登基的時候年三十五歲,在 耶路撒冷 作王二十五年。他母親名叫 阿蘇巴 ,乃 示利希 的女兒。
32In alles volgde hij het voorbeeld van zijn vader Asa, zonder daarvan af te wijken; zo deed hij wat recht was in de ogen van Jahweh.
32約沙法 效法他父 亞撒 所行的,不偏左右,行耶和華眼中看為正的事。
33Alleen werden de offerhoogten niet afgeschaft; want nog steeds richtte het volk zijn hart niet op den God zijner vaderen.
33只是邱壇還沒有廢去,百姓也沒有立定心意歸向他們列祖的上帝。
34De verdere geschiedenis van Josafat, de vroegere zowel als de latere, staat beschreven in de Kronieken van Jehoe, den zoon van Chanani, die opgenomen zijn in het boek van de koningen van Israël.
34約沙法 其餘的事,自始至終都寫在 哈拿尼 的兒子 耶戶 的書上,也載入 以色列 諸王記上。
35Na dit alles sloot koning Josafat van Juda een verbond met den goddelozen koning Achazja, den koning van Israël;
35此後, 猶大 王 約沙法 與 以色列 王 亞哈謝 交好; 亞哈謝 行惡太甚。
36en hij kwam met hem overeen, schepen te bouwen, die naar Tarsjisj zouden varen. De schepen werden inderdaad te Es-jon-Géber gebouwd.
36二王合夥造船要往 他施 去,遂在 以旬‧迦別 造船。
37Maar Eliézer, de zoon van Dodawáhoe, uit Maresja, profeteerde tegen Josafat en sprak: Omdat gij een verbond gesloten hebt met Achazjáhoe, zal Jahweh uw werk vernielen. Inderdaad werden de schepen vernield, en konden zij niet naar Tarsjisj varen.
37那時 瑪利沙 人、 多大瓦 的兒子 以利以謝 向 約沙法 預言說:「因你與 亞哈謝 交好,耶和華必破壞你所造的。」後來那船果然破壞,不能往 他施 去了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.