2 Kronieken
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Achaz was twintig jaar, toen hij koning werd, en heeft zestien jaar in Jerusalem geregeerd. Hij deed niet wat recht was in de ogen van Jahweh, en volgde het voorbeeld van zijn vader David niet.
1亞哈斯 登基的時候年二十歲,在 耶路撒冷 作王十六年;不像他祖 大衛 行耶和華眼中看為正的事,
2Hij volgde het wangedrag van de koningen van Israël en liet zelfs gegoten beelden van de Báals vervaardigen.
2卻行 以色列 諸王的道,又鑄造 巴力 的像,
3Hij offerde in het Ben-Hinnomdal, en liet daar zijn zonen verbranden volgens de afschuwelijke gebruiken der volken, die Jahweh voor de Israëlieten had uitgedreven.
3並且在 欣嫩子谷 燒香,用火焚燒他的兒女,行耶和華在 以色列 人面前所驅逐的外邦人那可憎的事;
4Ook offerde en brandde hij wierook op hoogten en heuvels en onder elke groene boom.
4並在邱壇上、山岡上、各青翠樹下獻祭燒香。
5Daarom leverde Jahweh, zijn God, hem over aan den koning van Aram, die hem versloeg en velen van zijn volk gevangen naar Damascus bracht. Ook werd hij overgeleverd aan den koning van Israël, die hem een gevoelige nederlaag toebracht;
5所以,耶和華-他的上帝將他交在 亞蘭 王手裏。 亞蘭 王打敗他,擄了他許多的民,帶到 大馬士革 去。上帝又將他交在 以色列 王手裏, 以色列 王向他大行殺戮。
6op één dag werden er door Pékach, den zoon van Remaljáhoe, in Juda honderd twintigduizend dappere mannen vermoord, omdat zij Jahweh, den God hunner vaderen, hadden verlaten.
6利瑪利 的兒子 比加 一日殺了 猶大 人十二萬,都是勇士,因為他們離棄了耶和華-他們列祖的上帝。
7Bovendien doodde Zikri, een held uit Efraïm, den prins Maäsejáhoe, den hofmaarschalk Azrikam, en Elkana, den plaatsvervanger des konings.
7有一個 以法蓮 中的勇士,名叫 細基利 ,殺了王的兒子 瑪西雅 和管理王宮的 押斯利甘 ,並宰相 以利加拿 。
8Verder namen de Israëlieten van hun broeders tweehonderdduizend vrouwen, jongens en meisjes gevangen, en bemachtigden een rijke buit, die ze naar Samaria brachten.
8以色列 人擄了他們的弟兄,連婦人帶兒女共有二十萬,又掠了許多的財物,帶到 撒馬利亞 去了。
9Maar nu was er in Samaria een profeet van Jahweh, Oded genaamd. Deze ging het leger, dat daar zijn intocht zou houden, tegemoet, en sprak tot hen: Omdat Jahweh de God uwer vaderen, op Juda vertoornd was, heeft Hij hen in uw handen overgeleverd. Gij hebt echter onder hen gemoord met een woede, die ten hemel om wraak roept.
9但那裏有耶和華的一個先知,名叫 俄德 ,出來迎接往 撒馬利亞 去的軍兵,對他們說:「因為耶和華-你們列祖的上帝惱怒 猶大 人,所以將他們交在你們手裏,你們竟怒氣沖天,大行殺戮。
10En nu denkt gij, Juda en Jerusalem te kunnen vertrappen als uw slaven en slavinnen. Maar rust er ook op u dan geen schuld tegenover Jahweh, uw God?
10如今你們又有意強逼 猶大 人和 耶路撒冷 人作你們的奴婢,你們豈不也有得罪耶和華-你們上帝的事嗎?
11Luistert dus naar mij, en laat de gevangenen, die gij uw broeders ontroofd hebt, weer vrij; anders zal de toorn van Jahweh tegen u ontbranden!
11現在你們當聽我說,要將擄來的弟兄釋放回去,因為耶和華向你們已經大發烈怒。」
12Nu traden ook enigen van de voornaamste Efraïmieten voor het terugkerende leger; het waren Azarjáhoe, de zoon van Jehochanan, Berekjáhoe, de zoon van Mesjillemot, en Jechizki-jáhoe, de zoon van Sjalloem, en Amasa, de zoon van Chadlai.
12於是, 以法蓮 人的幾個族長-就是 約哈難 的兒子 亞撒利雅 、 米實利末 的兒子 比利家 、 沙龍 的兒子 耶希西家 、 哈得萊 的兒子 亞瑪撒 -起來攔擋出兵回來的人,
13En ze zeiden tot hen: Brengt de gevangenen niet hierheen! Zijt gij van plan, onze schuld tegenover Jahweh nog te vergroten door een nieuwe zonde en een nieuwe schuld? Onze schuld is al groot genoeg, om de Toorn tegen Israël te laten ontbranden.
13對他們說:「你們不可帶進這被擄的人來!你們想要使我們得罪耶和華,加增我們的罪惡過犯?因為我們的罪過甚大,已經有烈怒臨到 以色列 人了。」
14Daarop lieten de soldaten de gevangenen vrij, ten aanschouwen van de voormannen en het gehele vergaderde volk.
14於是帶兵器的人將擄來的人口和掠來的財物都留在眾首領和會眾的面前。
15En de zojuist met name genoemde mannen boden zich aan, om de gevangenen te helpen; die onvoldoende gekleed waren, verstrekten zij kleding en schoeisel uit de buit; ze gaven hun te eten en te drinken, zalfden hen, lieten de meest vermoeiden op ezels zetten, en begeleidden hen tot Jericho, de Palmenstad, in de buurt van hun landgenoten. Toen keerden ze naar Samaria terug.
15以上提名的那些人就站起,使被擄的人前來;其中有赤身的,就從所掠的財物中拿出衣服和鞋來,給他們穿,又給他們吃喝,用膏抹他們;其中有軟弱的,就使他們騎驢,送到棕樹城 耶利哥 他們弟兄那裏;隨後就回 撒馬利亞 去了。
16In die tijd liet koning Achaz aan de koningen van Assjoer verzoeken, of zij hem helpen wilden.
16那時, 亞哈斯 王差遣人去見 亞述 諸王,求他們幫助;
17Want de Edomieten waren opgerukt, hadden Juda verslagen en krijgsgevangenen gemaakt;
17因為 以東 人又來攻擊 猶大 ,擄掠子民。
18ook de Filistijnen hadden een inval gedaan in de steden van de Kustvlakte en de Négeb van Juda, en Bet-Sjémesj, Ajjalon, Gederot, Soko met onderhorigheden, Timna met onderhorigheden, en Gimzo met onderhorigheden veroverd, en zich zelf daar gevestigd.
18非利士 人也來侵佔高原和 猶大 南方的城邑,取了 伯‧示麥 、 亞雅崙 、 基低羅 , 梭哥 和屬 梭哥 的鄉村, 亭納 和屬 亭納 的鄉村, 瑾鎖 和屬 瑾鎖 的鄉村,就住在那裏。
19Jahweh immers had Juda vernederd, om koning Achaz van Juda te straffen, die in Juda een tuchteloosheid had ontketend, en van Jahweh was afgevallen.
19因為 以色列 王 亞哈斯 在 猶大 放肆,大大干犯耶和華,所以耶和華使 猶大 卑微。
20Maar inplaats van hem te helpen, rukte koning Tiglat-Pilnéser van Assjoer tegen hem op, en dreef hem in het nauw.
20亞述 王 提革拉‧毗列色 上來,卻沒有幫助他,反倒欺凌他。
21En al plunderde Achaz ook de tempel van Jahweh en de paleizen van koning en vorsten, en al gaf hij dat ook aan den koning van Assjoer, het hielp hem niets.
21亞哈斯 從耶和華殿裏和王宮中,並首領家內所取的財寶給了 亞述 王,這也無濟於事。
22Ja, toen hij in het nauw werd gedreven, viel diezelfde koning Achaz altijd maar verder van Jahweh af.
22這 亞哈斯 王在急難的時候,越發得罪耶和華。
23Hij droeg offers op ter ere van de goden van Damascus, die hem nog wel verslagen hadden, en zeide: De goden van de koningen van Aram hebben hen geholpen; laat ook ik hun dus een offer brengen, dan helpen ze ook mij. Maar zij hebben hem en heel Israël enkel nog dieper doen vallen.
23他祭祀攻擊他的 大馬士革 之神,說:「因為 亞蘭 王的神幫助他們,我也獻祭與他,他好幫助我。」但那些神使他和 以色列 眾人敗亡了。
24Achaz liet alle benodigdheden van het Godshuis bijeenbrengen en er het goud van afsnijden. Hij sloot de poorten van de tempel van Jahweh, en liet altaren oprichten op elke straathoek in Jerusalem;
24亞哈斯 將上帝殿裏的器皿都聚了來,毀壞了,且封鎖耶和華殿的門;在 耶路撒冷 各處的拐角建築祭壇,
25en in de andere steden van Juda liet hij offerhoogten aanleggen, om ter ere van vreemde goden te offeren. Zo tergde hij Jahweh, den God zijner vaderen.
25又在 猶大 各城建立邱壇,與別神燒香,惹動耶和華-他列祖上帝的怒氣。
26Zijn verdere geschiedenis en daden, de vroegere zowel als de latere, staan opgetekend in het boek der koningen van Juda en Israël.
26亞哈斯 其餘的事和他的行為,自始至終都寫在 猶大 和 以色列 諸王記上。
27Achaz ging bij zijn vaderen te ruste; hij werd te Jerusalem in de stad begraven, maar niet in de graven der koningen van Israël bijgezet. Zijn zoon Ezekias volgde hem op.
27亞哈斯 與他列祖同睡,葬在 耶路撒冷 城裏,沒有送入 以色列 諸王的墳墓中。他兒子 希西家 接續他作王。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.