Плач
Chapter 2

Плач

Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Плач 2

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1О, як же Господь у гнїву свойму окрив мороком дочку Сионову! наче з неба на землю кинув він велич Ізрайлеву; в день свого гнїву не спогадав навіть про підніжок ніг своїх.
1Wee, hoe heeft de Heer in zijn toorn. Donkere wolken over de dochter van Sion samengepakt; Hoe heeft Hij uit de hemel ter aarde geworpen Israëls glorie; Zijn voetbank niet langer bedacht. Op de dag van zijn gramschap?
2Повалив Господь всї оселї Яковові; не пощадив, позбурював в досадї своїй утверджені замки дочки Юдиної, позвалював їх на землю, царство й князїв одкинув, як опоганених.
2De Heer heeft zonder erbarmen Alle dreven van Jakob vernield; Gesloopt in zijn woede De vesten der dochter van Juda; Onteerd en ter aarde geworpen Haar koning en vorsten!
3В гнїві палкому посчибав всї роги в Ізраїлї, відвів перед ворогом правицю свою на бік, і запалив у Якові, наче горючий огонь, що все кругом пожерав.
3In zijn grimmige toorn brak Hij Alle hoornen van Israël stuk; Trok zijn rechterhand terug, Toen de vijand verscheen; Woedde in Jakob als een laaiend vuur, Dat aan alle kanten verslindt.
4Напяв лука свого, наче неприятель, випрямив правицю свою, як ворог, і повбивав усе, що очам принадне, ба й на сьвятиню дочки Сионової пролив огнем досаду свою.
4Als een vijand heeft Hij zijn boog gespannen, Zijn rechter gebald als een vechter, Vermoord al de lust voor de ogen In de tent van de dochter van Sion, Zijn verbolgenheid uitgestort Als een vuur.
5Наче ворогом нашим Господь зробився; вигубив Ізраїля; порозвалював усї палати його; позбурював утверджені замки його, і розстелив над дочкою Юдиною смуток і плач.
5Ja, de Heer is een vijand geworden, Die Israël verslond; Hij heeft al zijn burchten vernield, Zijn vesten gesloopt; De dochter van Juda vervuld Met kreunen en steunen.
6Розібрав огорожу свою, як би огорожу саду; збурив місце зборів (сьвяточних); довів до того Господь, що забуто на Сионї про сьвята й суботи, і відкинув в палкому гнїві свойму царя й сьвященника.
6Jahweh haalde zijn tent als een tuinmuur omver, En vernielde zijn heilige plaats; Gaf in Sion aan de vergetelheid prijs Hoogtij en sabbat; En in zijn grimmige toorn versmaadde Hij Koning en priester.
7Господь відкинув жертовник свій, одвернув своє серце від сьвятинї своєї, подав у руки ворожі мури палат її; вони в Господньому домі кричали, наче в яке сьвято.
7Jahweh verstiet zijn altaar, En ontwijdde zijn heiligdom; Liet in de macht van den vijand De wal van zijn vesting: Men schreeuwde in Jahweh’s huis, Of het feestdag was.
8Господь постановив розвалити мур дочки Сионової, простягнув шнура й не вдержав руку свою від розбурювання, позносив вали знадвірні, та й мури лежать повалені.
8Jahweh had besloten, de muur te vernielen Van de dochter van Sion; Hij had het meetsnoer gespannen, trok zijn hand niet meer terug Van het werk der verwoesting. De wal en de muur liet Hij treuren, Te zamen kwijnden zij weg.
9Ворота міські, наче б у землю запались; засови їх поторощені на куски; царь із князями опинились між невірними; перестав увесь лад законний, ба й пророки не одбирають уже од Господа обявлень його.
9Haar poorten liggen op de grond, Haar grendels heeft Hij vernield en verbroken! Haar koning en vorsten zijn onder de heidenen: Geen wet is er meer; Ook haar profeten moeten De visioenen van Jahweh ontberen.
10Старшини дочки Сионової седять мовчки на землї, посипали собі попелом голови, поприперізувались вереттєм; похилили ʼд землї голови дївчата Ерусалимські.
10Sprakeloos zitten ze op de grond De oudsten der dochter van Sion; Ze hebben as op hun hoofd gestrooid, Met een zak zich omgord; Het hoofd ter aarde gebogen De dochters van Jerusalem.
11Очі в мене від слїз потемнїли, внутро моє буриться в менї, жовч із печінок лиється на землю задля погибелї дочки народу мого; бо й дїти й немовлята при грудях мруть із голоду по улицях міста.
11Mijn ogen vervloeien in tranen, Het stormt in mijn borst; Mijn lever vliedt weg op de grond Om de val van de dochter van mijn volk, Om het versmachten van kinderen en zuigelingen In de straten der stad.
12Допрошуються в матерей своїх: хлїба, вина! та й умірають, мов ті поранені, по улицях міських, виливають душі свої у матерні лона.
12Ze vragen hun moeders: Waar is koren en wijn? In onmacht zinken ze neer In de straten der stad, Of geven de geest Op de schoot van hun moeders.
13Як менї озватись до тебе, з чим твоє, дочко Ерусалимська, зрівняти горе? до кого приложити менї тебе, щоб тебе розважити, дївице-дочко Сионова? рана бо твоя, мов те море, широка; хто здолїє загоіти її?
13Wat zal ik u raden, voor u bedenken, Dochter van Jerusalem; Waarmee u helpen, waarmee u troosten, Jonkvrouw, dochter van Sion: Want onmetelijk als de zee is uw jammer, Wie kan u genezen?
14Пророки твої віщували тобі пусту неправду, не розкривали твого беззаконства, щоб запобігти твойму лихолїттю; вони оповіщали тобі видива ложні, що довели тебе до вигону (з краю).
14Uw profeten schouwden voor u Enkel leugen en waan; Ze hebben u uw schuld niet getoond, Om u te bekeren; Neen, ze hebben voor u visioenen geschouwd Vol bedrog en misleiding.
15Плещуть руками над тобою всї мимойдучі; з посвистом кивають головами над дочкою Ерусалимською, приговорюючи: Се ж то той город, що його величали найбільшою красою, радостю всієї землї?
15Ze klappen in de handen, Allen, die u voorbijgaan; Ze grijnzen en schudden meewarig het hoofd Over de dochter van Jerusalem: Is dat nu de stad, die het toppunt van schoonheid moest heten, De wellust van de hele aarde?
16А вороги твої пороззівляли пащі свої, свищуть та скрегочуть зубами, договорюючи: От ми таки проглинули його; сього ж дня ми й ждали, та таки дождали-узріли!
16Ze sperren de muil tegen u op Allen, die uw vijanden zijn; Ze grijnzen en knersen de tanden, En schreeuwen: Wij hebben ze vernield! Dit is de dag, waarop wij hadden gehoopt; Wij hebben hem mogen beleven en zien!
17Що був призначив, те й довершив Господь; спевнив своє слово, що давно вирік; спустошив без пощади, звеселив ворога над тобою, піднїс високо вгору рога противників твоїх.
17Zo heeft Jahweh zijn plannen ten uitvoer gebracht, Zijn woord in vervulling doen gaan, Waarmee Hij van ouds had gedreigd: Zonder ontferming heeft Hij gesloopt, Over u den vijand doen juichen, De hoorn van uw bestrijder verhoogd!
18З серця покликають вони до Господа: Ти муре дочки Сионської! проливай потоком сльози днями й ночами, не давай собі впину, не затулюй війок твоїх!
18Roep toch met heel uw hart tot den Heer, Jammer, dochter van Sion; Laat tranen stromen als een beek Overdag en des nachts; Neen, gun u geen rust, Uw schreien houde niet op.
19Вставай, голоси всю ніч, з початком кожної стражі нічної; виливай водою серце твоє перед лицем Господа; здіймай до його руки твої про життє дїток твоїх, що помирають голодною смертю по углах усїх улиць твоїх.
19Sta op, en jammer in de nacht, Van het begin van de nachtwaak; Stort uw hart uit als water Voor het aanschijn des Heren; Hef tot Hem uw handen omhoog Voor het leven van uw kinderen!
20О, зглянься, Господи! кому ти вчинив таке, щоб матери зʼїдали плод свій, немовлят, ними виплеканих? щоб убивано в сьвятинї Господнїй сьвященника й пророка?
20Ach Jahweh, blik neer en zie toe: Wien hebt Gij zo iets berokkend? Moeten vrouwen haar eigen vrucht dan verslinden, De wichtjes op haar arm; In het heiligdom van den Heer Priester en profeet worden vermoord?
21Дїти й сивоволосї лежать на землї по улицях; дїви мої й молодцї мої від меча полягли; ти вбивав їх у день гнїву твого, мордував без милосердя.
21Ter aarde liggen op straat Knapen en grijsaards, Mijn jonge dochters en mannen Gevallen door het zwaard! Gij hebt ze gedood op de dag van uw gramschap, Ze zonder genade geslacht.
22Ти поскликав, наче на празник, всї страшила на мене; в день гнїву твого, Господи, нїхто не врятувався, нїхто не вцїлїв; тих, що я згодувала, виховала, ворог мій вигубив.
22Als voor een feestdag riept Gij van alle kant Mijn landgenoten bijeen; En op de dag van Jahweh’s toorn Was er niet één, die ontkwam en ontsnapte: Die ik had verzorgd en groot gebracht Heeft mijn vijand verdelgd!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.