บทคร่ำครวญ 2
Freedom Bible (Thai)Translation
Freedom Bible (Thai)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1อนิจจา พระผู้เป็นเจ้าปกคลุมศิโยนด้วยเมฆแห่งความโกรธเสียแล้ว! พระองค์เหวี่ยงความงามของอิสราเอลจากสวรรค์ลงสู่แผ่นดิน และไม่ระลึกถึงแท่นรองพระบาทของพระองค์ในวันแห่งความโกรธ
1Wee, hoe heeft de Heer in zijn toorn. Donkere wolken over de dochter van Sion samengepakt; Hoe heeft Hij uit de hemel ter aarde geworpen Israëls glorie; Zijn voetbank niet langer bedacht. Op de dag van zijn gramschap?
2พระผู้เป็นเจ้ากลืนกินที่อยู่ทั้งปวงของยาโคบ โดยไม่สงสาร พระองค์โค่นป้อมปราการของยูดาห์ด้วยความโกรธ ทำให้ล้มลงถึงพื้น ทำให้อาณาจักรและขุนนางเสื่อมเกียรติ
2De Heer heeft zonder erbarmen Alle dreven van Jakob vernield; Gesloopt in zijn woede De vesten der dochter van Juda; Onteerd en ter aarde geworpen Haar koning en vorsten!
3พระองค์หักอำนาจทั้งสิ้นของอิสราเอลด้วยความโกรธเกรี้ยว ถอนมือขวากลับจากเบื้องหน้าศัตรู เผายาโคบด้วยไฟที่ลุกโชน เผาผลาญทุกสิ่งรอบด้าน
3In zijn grimmige toorn brak Hij Alle hoornen van Israël stuk; Trok zijn rechterhand terug, Toen de vijand verscheen; Woedde in Jakob als een laaiend vuur, Dat aan alle kanten verslindt.
4พระองค์น้าวธนูเหมือนศัตรู ยืนอย่างคู่อริ พร้อมใช้มือขวาจู่โจม ฆ่าทุกสิ่งที่น่ามอง เทความโกรธดุจไฟลงในกระโจมของศิโยน
4Als een vijand heeft Hij zijn boog gespannen, Zijn rechter gebald als een vechter, Vermoord al de lust voor de ogen In de tent van de dochter van Sion, Zijn verbolgenheid uitgestort Als een vuur.
5พระผู้เป็นเจ้ากลับเป็นเหมือนศัตรู กลืนกินอิสราเอล กลืนกินวังทั้งปวงของนาง ทำลายป้อมปราการของนาง ทำให้ยูดาห์โศกเศร้าและคร่ำครวญหนักขึ้น
5Ja, de Heer is een vijand geworden, Die Israël verslond; Hij heeft al zijn burchten vernield, Zijn vesten gesloopt; De dochter van Juda vervuld Met kreunen en steunen.
6พระองค์รื้อพลับพลาของพระองค์อย่างรุนแรง ราวกับรื้อเพิงในสวน ทำลายที่ชุมนุมของพระองค์ พระยาห์เวห์ทำให้ศิโยนลืมพิธีชุมนุมอันศักดิ์สิทธิ์และวันพักอันศักดิ์สิทธิ์ พระองค์ดูหมิ่นกษัตริย์และปุโรหิตด้วยความโกรธเกรี้ยว
6Jahweh haalde zijn tent als een tuinmuur omver, En vernielde zijn heilige plaats; Gaf in Sion aan de vergetelheid prijs Hoogtij en sabbat; En in zijn grimmige toorn versmaadde Hij Koning en priester.
7พระผู้เป็นเจ้าทอดทิ้งแท่นบูชาของพระองค์ ชิงชังสถานบริสุทธิ์ของพระองค์ มอบกำแพงวังของนางไว้ในมือศัตรู พวกเขาส่งเสียงในพระนิเวศของพระยาห์เวห์ เหมือนในวันพิธีชุมนุมอันศักดิ์สิทธิ์
7Jahweh verstiet zijn altaar, En ontwijdde zijn heiligdom; Liet in de macht van den vijand De wal van zijn vesting: Men schreeuwde in Jahweh’s huis, Of het feestdag was.
8พระยาห์เวห์ตั้งใจทำลายกำแพงเมืองศิโยน พระองค์ขึงสายวัด ไม่ถอนมือจากการทำลาย ทำให้เชิงเทินและกำแพงคร่ำครวญ ทั้งสองทรุดโทรมด้วยกัน
8Jahweh had besloten, de muur te vernielen Van de dochter van Sion; Hij had het meetsnoer gespannen, trok zijn hand niet meer terug Van het werk der verwoesting. De wal en de muur liet Hij treuren, Te zamen kwijnden zij weg.
9ประตูเมืองของนางจมลงในดิน พระองค์ทำลายและหักดาลประตู กษัตริย์และขุนนางของนางอยู่ท่ามกลางชนชาติทั้งหลายที่ไม่มีข้อบัญญัติ ผู้พยากรณ์ของนางไม่พบนิมิตจากพระยาห์เวห์
9Haar poorten liggen op de grond, Haar grendels heeft Hij vernield en verbroken! Haar koning en vorsten zijn onder de heidenen: Geen wet is er meer; Ook haar profeten moeten De visioenen van Jahweh ontberen.
10ผู้อาวุโสของศิโยนนั่งบนพื้น นิ่งเงียบ พวกเขาเอาฝุ่นโรยศีรษะ สวมผ้ากระสอบ สาวพรหมจารีแห่งเยรูซาเล็มก้มศีรษะลงถึงพื้น
10Sprakeloos zitten ze op de grond De oudsten der dochter van Sion; Ze hebben as op hun hoofd gestrooid, Met een zak zich omgord; Het hoofd ter aarde gebogen De dochters van Jerusalem.
11ตาของข้าพเจ้าอ่อนล้าเพราะร้องไห้ ใจของข้าพเจ้าปั่นป่วน เจ็บปวดเหมือนไส้ในทะลักลงสู่ดิน เพราะชนชาติของข้าพเจ้าพินาศ เด็กเล็กและทารกหมดสติตามถนนในเมือง
11Mijn ogen vervloeien in tranen, Het stormt in mijn borst; Mijn lever vliedt weg op de grond Om de val van de dochter van mijn volk, Om het versmachten van kinderen en zuigelingen In de straten der stad.
12พวกเขาถามแม่ของตนว่า “เมล็ดข้าวกับเหล้าองุ่นอยู่ที่ไหน?” ขณะหมดสติเหมือนคนบาดเจ็บตามถนนในเมือง ขณะชีวิตค่อย ๆ รินหมดไปในอ้อมอกแม่
12Ze vragen hun moeders: Waar is koren en wijn? In onmacht zinken ze neer In de straten der stad, Of geven de geest Op de schoot van hun moeders.
13ข้าพเจ้าจะยกอะไรมาเป็นตัวอย่างให้เจ้า? จะเปรียบเจ้ากับอะไร เยรูซาเล็มเอ๋ย? จะเอาอะไรมาเทียบกับเจ้า เพื่อปลอบใจเจ้า ศิโยนผู้เป็นดั่งสาวพรหมจารี? บาดแผลของเจ้ากว้างใหญ่ดุจทะเล ใครจะรักษาเจ้าได้?
13Wat zal ik u raden, voor u bedenken, Dochter van Jerusalem; Waarmee u helpen, waarmee u troosten, Jonkvrouw, dochter van Sion: Want onmetelijk als de zee is uw jammer, Wie kan u genezen?
14ผู้พยากรณ์ของเจ้าเล่านิมิตเท็จอันโง่เขลาให้เจ้าฟัง ไม่เปิดโปงความผิดของเจ้า เพื่อช่วยให้เจ้าพ้นจากการเป็นเชลย กลับเล่านิมิตเท็จที่เป็นเหตุให้เจ้าถูกเนรเทศ
14Uw profeten schouwden voor u Enkel leugen en waan; Ze hebben u uw schuld niet getoond, Om u te bekeren; Neen, ze hebben voor u visioenen geschouwd Vol bedrog en misleiding.
15ทุกคนที่ผ่านไปปรบมือเยาะเย้ยเจ้า ส่งเสียงเย้ยหยันและส่ายหน้าใส่เยรูซาเล็มว่า “นี่หรือเมืองที่คนเรียกว่า ‘งามพร้อมสรรพ เป็นความยินดีของทั้งแผ่นดิน’?”
15Ze klappen in de handen, Allen, die u voorbijgaan; Ze grijnzen en schudden meewarig het hoofd Over de dochter van Jerusalem: Is dat nu de stad, die het toppunt van schoonheid moest heten, De wellust van de hele aarde?
16ศัตรูทั้งปวงของเจ้าอ้าปากตะโกนใส่เจ้า ส่งเสียงเย้ยหยันและขบฟัน พูดว่า “พวกเรากลืนกินนางแล้ว นี่คือวันที่พวกเรารอคอยแน่ พวกเราพบแล้ว พวกเราเห็นแล้ว”
16Ze sperren de muil tegen u op Allen, die uw vijanden zijn; Ze grijnzen en knersen de tanden, En schreeuwen: Wij hebben ze vernield! Dit is de dag, waarop wij hadden gehoopt; Wij hebben hem mogen beleven en zien!
17พระยาห์เวห์ทำสิ่งที่พระองค์วางแผนไว้ ทำตามคำที่พระองค์สั่งไว้แต่ก่อนให้สำเร็จ พระองค์โค่นลง โดยไม่สงสาร ทำให้ศัตรูยินดีเหนือเจ้า เสริมอำนาจให้คู่อริของเจ้า
17Zo heeft Jahweh zijn plannen ten uitvoer gebracht, Zijn woord in vervulling doen gaan, Waarmee Hij van ouds had gedreigd: Zonder ontferming heeft Hij gesloopt, Over u den vijand doen juichen, De hoorn van uw bestrijder verhoogd!
18ใจของพวกเขาร้องต่อพระผู้เป็นเจ้า กำแพงเมืองศิโยนเอ๋ย จงให้น้ำตาไหลเหมือนแม่น้ำทั้งกลางวันและกลางคืน อย่าหยุดพัก อย่าให้ตาของเจ้าได้พัก
18Roep toch met heel uw hart tot den Heer, Jammer, dochter van Sion; Laat tranen stromen als een beek Overdag en des nachts; Neen, gun u geen rust, Uw schreien houde niet op.
19ลุกขึ้น ร้องคร่ำครวญในยามค่ำคืน เมื่อเริ่มยามแต่ละครั้ง! เทใจเหมือนน้ำต่อหน้าพระผู้เป็นเจ้า ยกมือขึ้นหาพระองค์ วิงวอนเพื่อชีวิตของลูกเล็ก ๆ ของเจ้า ที่อ่อนแรงเพราะหิวตรงหัวถนนทุกสาย
19Sta op, en jammer in de nacht, Van het begin van de nachtwaak; Stort uw hart uit als water Voor het aanschijn des Heren; Hef tot Hem uw handen omhoog Voor het leven van uw kinderen!
20“พระยาห์เวห์ โปรดมองดูว่าพระองค์ทำเช่นนี้กับใคร! ผู้หญิงควรกินลูกของตนหรือ ลูกที่เคยอุ้มและโยกกล่อมบนตัก? ปุโรหิตและผู้พยากรณ์ควรถูกฆ่าในสถานบริสุทธิ์ของพระผู้เป็นเจ้าหรือ?
20Ach Jahweh, blik neer en zie toe: Wien hebt Gij zo iets berokkend? Moeten vrouwen haar eigen vrucht dan verslinden, De wichtjes op haar arm; In het heiligdom van den Heer Priester en profeet worden vermoord?
21คนเยาว์วัยและคนแก่นอนบนพื้นตามถนน สาวพรหมจารีและชายหนุ่มของฉันล้มลงด้วยดาบ พระองค์ฆ่าพวกเขาในวันแห่งความโกรธ สังหารโดยไม่สงสาร
21Ter aarde liggen op straat Knapen en grijsaards, Mijn jonge dochters en mannen Gevallen door het zwaard! Gij hebt ze gedood op de dag van uw gramschap, Ze zonder genade geslacht.
22พระองค์เรียกสิ่งน่าสะพรึงกลัวมารุมฉันจากทุกด้าน ราวกับเรียกมาร่วมพิธีชุมนุมอันศักดิ์สิทธิ์ ไม่มีใครหนีรอดหรือเหลืออยู่ในวันแห่งความโกรธของพระยาห์เวห์ ศัตรูของฉันกลืนกินผู้ที่ฉันดูแลและเลี้ยงมา”
22Als voor een feestdag riept Gij van alle kant Mijn landgenoten bijeen; En op de dag van Jahweh’s toorn Was er niet één, die ontkwam en ontsnapte: Die ik had verzorgd en groot gebracht Heeft mijn vijand verdelgd!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.