1 Царів
Chapter 5
Kulish and Puluj Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

1 Царів 5

Kulish and Puluj Bible (1905)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1І послав Гирам, царь Тирський, слуги свої до Соломона, як перечув, що його помазано царем на місце отця його. Гирам же був повсячасно щирим приятелем Давидовим.
1Toen Chirom, de koning van Tyrus, gehoord had, dat Salomon in plaats van zijn vader David koning was geworden, zond hij hem een gezantschap; want hij was altijd met David bevriend geweest.
2І послав також Соломон до Гирама сказати:
2Hierop zond Salomon aan Chirom deze boodschap:
3Ти знаєш сам, що мій отець Давид не спромігся збудувати дом іменню Господа, Бога свого, через войни з примежними народами, покіль Господь не положив їх під ноги йому;
3Gij weet, dat mijn vader David voor de Naam van Jahweh, zijn God, geen tempel heeft kunnen bouwen wegens de oorlogen, waarmee men hem van alle kanten belaagde, totdat Jahweh zijn vijanden onder zijn voetzolen neerlegde.
4Тепер же Господь, Бог мій, дав менї мир округи. Нема в мене противника, нема перепон.
4Nu echter heeft Jahweh, mijn God, mij van alle kanten rust gegeven; er is geen tegenstander meer en er dreigt geen gevaar.
5От і задумав я збудувати дом іменню Господа, Бога мого, як сказав Господь отцеві мойму Давидові, словами: твій син, що його посаджу на престолї твойму намість тебе, той збудує дом іменню мойму.
5Daarom heb ik besloten, voor de Naam van Jahweh, mijn God, een tempel te bouwen, zoals Jahweh aan mijn vader David gezegd heeft: Uw zoon, die Ik in uw plaats op uw troon zal zetten, zal een tempel bouwen voor mijn Naam.
6Оце ж повели, щоб нарубали менї на Ливанї кедрини; мої слуги будуть разом з твоїми слугами, плату ж за кметїв твоїх давати му тобі, яку б нї призначив; сам бо знаєш, що у нас нема людей, що вміли б так дерево рубати, як Сидонїї.
6Laat daarom ceders voor mij vellen op de Libanon; mijn werkvolk kan zich bij het uwe voegen. Ik zal u het loon voor uw volk betalen, zoveel gij verlangt; want gij weet, dat er bij ons niemand is, die bomen kan vellen zoals de Sidoniërs.
7Почувши Гирам слова Соломонові, зрадїв вельми та й каже: Благословен сьогоднї Господь, що дав Давидові мудрого сина над сим великим народом!
7Toen Chirom dit verzoek van Salomon vernam, was hij zeer verheugd, en zei: Gezegend zij Jahweh, de God van Israël, omdat Hij aan David een wijzen zoon gegeven heeft over dit talrijke volk.
8І послав Гирам до Соломона сказати: Вислухав я, що послував єси до мене, й чинити му все, чого бажати меш із кедриною й кипарисом:
8En hij liet Salomon antwoorden: Ik heb uw boodschap vernomen. Wat de ceder- en cypressenstammen betreft, zal ik geheel aan uw verlangen voldoen.
9Кметї мої провадити муть їх з Ливану до моря, й повелю тратвами гнати їх морем до місця, яке менї вкажеш; там я зложу їх, а ти забереш собі; тільки ти доставиш хлїба робучому домові мойму.
9Mijn volk zal ze van de Libanon naar zee brengen. Daarna zal ik ze aan vlotten over zee laten vervoeren naar de plaats, die gij mij zult aanwijzen. Daar zal ik ze uit elkaar laten slaan, en kunt gij ze in ontvangst nemen. Voldoe gij nu ook aan mijn verlangen en lever levensmiddelen voor mijn hof.
10От і відступив Гирам Соломонові кедрини й кипарису, скільки він зажадав.
10Zo leverde Chirom aan Salomon zoveel ceder- en cypressenstammen, als hij verlangde,
11Соломон же давав Гирамові двайцять тисяч мір пшеницї на харчуваннє слуг його й двайцять мір олїї з битих маслин. Стілько віддавав Соломон Гирамові що року.
11Salomon leverde aan Chirom twintig duizend kor tarwe en twintig duizend kor fijne olijfolie tot onderhoud van zijn hof. Ieder jaar leverde Salomon dit aan Chirom.
12І надїлив Господь Соломона розумом, як обіцяв йому. І був мир між Гирамом і Соломоном, і вони вчинили вмову один з одним.
12En daar Jahweh volgens zijn belofte aan Salomon wijsheid had geschonken, heerste er vrede tussen Chirom en Salomon en sloten zij samen een verbond.
13І наложив Соломон панщину на всього Ізраїля, й було панщан трийцять тисяч чоловіка.
13Nu liet koning Salomon uit heel Israël verplichte arbeiders opkomen; de lichting bedroeg dertig duizend man.
14І посилав їх на Ливан-гору по десять тисяч що місяця, на переміну: по місяцю були вони на Ливанї, а по два місяцї дома. Адонирам же був доглядником над панщиною.
14Elke maand zond hij er tien duizend naar de Libanon; één maand bleven ze dan op de Libanon en twee maanden waren ze thuis. De leider van de arbeidsdienst was Adoniram.
15І було в Соломона ще сїмдесять тисяч двигарів, і вісїмдесять тисяч камянорубів у горах,
15Verder had Salomon zeventig duizend lastdragers en tachtig duizend steenhouwers in het gebergte,
16Не влїчуючи наставників призначених Соломоном над роботою, щоб наглядали над робочим людом, а було їх три тисячі триста.
16behalve de drieduizend driehonderd hoofdopzichters over de arbeid, die toezicht hielden op het volk, dat het werk verrichtte.
17І дав царь наказ привозити величезне каміннє, дороге каміннє й тесане каміннє на основу дому.
17Op last van den koning werden er grote gave stenen uitgehouwen, om met gelijkgekapte stenen de grondslagen van de tempel te vormen.
18А тесали їх будівники Соломонові та Гирамові та Гиблїї, й приготовляли бруссє й каміннє на будову храма.
18De bouwlieden van Salomon en Chirom en de Giblieten hieuwen ze op maat, en maakten zowel de stenen als het hout pasklaar voor de bouw van de tempel.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.