Apocalipse 17
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Um dos sete anjos que tinham as sete taças veio e falou comigo, dizendo: “Venha cá. Eu lhe mostrarei o julgamento da grande prostituta que está sentada sobre muitas águas,
1Toen kwam een der zeven engelen, die de zeven schalen droegen, naderbij, en hij sprak tot mij: Kom mee; ik zal u het oordeel doen zien over de grote Ontuchtige, die aan vele wateren is gezeten,
2com quem os reis da terra cometeram imoralidade sexual. Os que habitam na terra se embriagaram com o vinho da sua imoralidade sexual.”
2met wie de koningen der aarde overspel hebben bedreven, en aan wier ontucht-wijn de bewoners der aarde zich hebben bedronken.
3Ele me levou no Espírito para um deserto. Vi uma mulher sentada sobre uma besta de cor escarlate, cheia de nomes blasfemos, que tinha sete cabeças e dez chifres.
3In geestvervoering bracht hij me naar een woestijn. En ik zag een Vrouw, zittend op een scharlakenrood Beest, vol van godslasterlijke namen, met zeven koppen en tien horens.
4A mulher estava vestida de púrpura e escarlate, e adornada com ouro, pedras preciosas e pérolas. Ela tinha na mão um cálice de ouro cheio de abominações e das impurezas da imoralidade sexual da terra.
4De Vrouw was in purper en scharlaken gekleed, met goud, edelstenen en paarlen getooid. Ze droeg in haar hand een gouden beker, vol van gruwelen en van de onreinheid harer ontucht.
5E em sua testa estava escrito um nome: “MISTÉRIO, A GRANDE BABILÔNIA, A MÃE DAS PROSTITUTAS E DAS ABOMINAÇÕES DA TERRA.”
5Op haar voorhoofd stond een naam… een geheim… geschreven: “Het grote Bábylon, de moeder van de ontuchtigen en van de gruwelen der aarde”.
6Vi que a mulher estava embriagada com o sangue dos santos e com o sangue dos mártires de Jesus. Quando a vi, fiquei profundamente admirado.
6Dronken zag ik de Vrouw van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jesus. Ik was vol verbazing, toen ik haar zag.
7O anjo me disse: “Por que você está admirado? Eu lhe direi o mistério da mulher e da besta que a carrega, a qual tem as sete cabeças e os dez chifres.
7Maar de engel sprak tot mij: Waarom zijt ge verbaasd? Ik zal u het geheim verklaren van de Vrouw en van het Beest, dat haar draagt, met de zeven koppen en tien horens.
8A besta que você viu era, e não é mais; e está para subir do abismo e ir para a destruição. Aqueles que habitam na terra, cujos nomes não foram escritos no livro da vida desde a fundação do mundo, se maravilharão quando virem que a besta era, e não é mais, e estará presente.
8Het Beest, dat ge gezien hebt, wàs, maar is niet; doch het zal opstijgen uit de afgrond en ten verderve gaan. En de bewoners der aarde, wier naam niet geschreven staat in het boek des levens van de grondvesting der wereld af, ze zullen verbaasd staan bij het zien van het Beest, omdat het wàs, niet is, doch zàl zijn.
9Aqui se requer uma mente que tenha sabedoria. As sete cabeças são sete montanhas sobre as quais a mulher está sentada.
9Hier komt het doorzicht van pas, aan wijsheid gepaard. De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de Vrouw is gezeten. —Maar het zijn ook zeven koningen.
10Elas são também sete reis. Cinco já caíram, um existe, e o outro ainda não veio. Quando ele vier, deve permanecer por pouco tempo.
10Vijf zijn gevallen; één is er. De andere is nog niet gekomen, doch als hij komt, moet hij een korte tijd blijven.
11A besta que era, e não é mais, é ela mesma o oitavo rei, e procede dos sete; e vai para a destruição.
11De achtste, ofschoon één van de zeven, is zelf het Beest, dat wàs, en niet is; het gaat ten verderve.
12Os dez chifres que você viu são dez reis que ainda não receberam reino, mas receberão autoridade como reis, juntamente com a besta, por uma hora.
12De tien horens, die ge gezien hebt, zijn tien koningen, die de heerschappij nog niet hebben verkregen, maar die tezamen met het Beest de koninklijke macht zullen bezitten, één uur lang.
13Estes têm um só propósito, e entregam o seu poder e a sua autoridade à besta.
13Ze zijn eensgezind onder elkander, en stellen hun macht en gezag in dienst van het Beest.
14Estes farão guerra contra o Cordeiro, e o Cordeiro os vencerá, pois ele é o Senhor dos senhores e o Rei dos reis; e os que estão com ele são chamados, eleitos e fiéis.”
14Ze zullen strijd voeren tegen het Lam; maar het Lam zal hen overwinnen, —want Het is de Heer der heren en de Koning der koningen; —ook de geroepenen zullen dit doen, de uitverkorenen en de getrouwen, tezamen met Hem.
15Ele me disse: “As águas que você viu, onde a prostituta está sentada, são povos, multidões, nações e línguas.
15En hij sprak tot mij: De wateren, die ge gezien hebt, waar de Ontuchtige is gezeten, zijn volken en groepen, naties en talen.
16Os dez chifres que você viu, e a besta, odiarão a prostituta. Eles a deixarão desolada e nua, comerão a sua carne e a queimarão completamente no fogo.
16De tien horens en het Beest, die ge gezien hebt, ze zullen de Ontuchtige haten, haar eenzaam maken en naakt, haar vlees verslinden, en haar verbranden met vuur.
17Pois Deus colocou no coração deles cumprir o propósito dele, ter um só propósito e entregar o seu reino à besta, até que as palavras de Deus se cumpram.
17Want God gaf hun in het hart, zijn Wil te volbrengen: om onderling eensgezind te handelen, hun heerschappij in dienst van het Beest te stellen, totdat de uitspraken Gods vervuld zullen zijn.
18A mulher que você viu é a grande cidade que reina sobre os reis da terra.”
18De Vrouw, die ge gezien hebt, is de grote stad, die heerschappij voert over de koningen der aarde.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.