Apocalipse 15
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Vi no céu outro sinal, grande e maravilhoso: sete anjos que tinham as sete últimas pragas, pois com elas a ira de Deus é consumada.
1Toen zag ik een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: Zeven engelen met zeven plagen, de allerzwaarste; want hiermee heeft Gods toorn zijn toppunt bereikt.
2Vi algo como um mar de vidro misturado com fogo, e aqueles que venceram a besta, a sua imagem, e o número do seu nome, em pé sobre o mar de vidro, tendo harpas de Deus.
2Ook zag ik een glazen zee, doorstreept als met vuur; en de overwinnaars van het Beest, van zijn beeld en het getal van zijn naam, stonden boven op de glazen zee, dragend de citers van God.
3Eles cantavam o cântico de Moisés, o servo de Deus, e o cântico do Cordeiro, dizendo: “Grandes e maravilhosas são as tuas obras, Senhor Deus, o Todo-Poderoso! Justos e verdadeiros são os teus caminhos, ó Rei das nações.
3En ze zongen het lied van Moses, den dienaar van God, en het lied van het Lam; en ze zeiden: Groot en wonderbaar zijn uw werken, O Heer en almachtige God! Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, O Koning der volken!
4Quem não te temerá, ó Senhor, e não glorificará o teu nome? Pois só tu és santo. Por isso, todas as nações virão e adorarão diante de ti. Porque os teus atos de justiça se manifestaram.”
4Wie zou U niet vrezen, o Heer, uw Naam niet verheerlijken, Want Gij alleen zijt heilig; Alle volken zullen U komen aanbidden, Want uw oordelen worden thans geopenbaard.
5Depois destas coisas olhei, e o templo do tabernáculo do testemunho no céu foi aberto.
5Na dit alles bleef ik nog toezien. Daar ging de hemelse tempel van de openbaringstent open!
6Os sete anjos que tinham as sete pragas saíram do templo, vestidos de linho puro e resplandecente, e com faixas de ouro ao redor do peito.
6En de zeven engelen met de zeven plagen traden de tempel uit, gekleed in rein, schitterend lijnwaad, de borsten met gouden gordels omgord.
7Um dos quatro seres viventes deu aos sete anjos sete taças de ouro cheias da ira de Deus, que vive para todo o sempre.
7Eén van de vier Dieren gaf aan de zeven engelen zeven gouden schalen, vol van de gramschap van God, van den Levende in de eeuwen der eeuwen.
8O templo encheu-se de fumaça proveniente da glória de Deus e do seu poder. E ninguém podia entrar no templo, até que se consumassem as sete pragas dos sete anjos.
8En de tempel werd vervuld met rook door de heerlijkheid Gods en zijn macht; en niemand kon de tempel binnengaan, vóórdat de zeven plagen der zeven engelen waren voltrokken.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.