Apocalipse
Chapter 11
Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Foi-me dada uma cana semelhante a uma vara. Alguém disse: “Levante-se e meça o templo de Deus, e o altar, e os que nele adoram.
1Toen werd mij een maatstaf gegeven, een roede gelijk. En hij sprak: Sta op, meet Gods tempel en het altaar, met hen die er aanbidden.
2Deixe de fora o pátio que fica fora do templo, e não o meça, pois foi dado às nações. Elas pisotearão a cidade santa por quarenta e dois meses.
2Maar de buitenste voorhof van de tempel laat ge liggen; ge moet hem niet meten; want hij is overgeleverd aan de heidenen. Die zullen ook de heilige stad vertrappen, twee en veertig maanden lang.
3Darei poder às minhas duas testemunhas, e elas profetizarão durante mil duzentos e sessenta dias, vestidas de pano de saco.”
3Maar ik zal ook mijn twee Getuigen doen profeteren, in zakken gehuld, duizend twee honderd en zestig dagen.
4Estas são as duas oliveiras e os dois candelabros, que estão em pé diante do Senhor da terra.
4Dit zijn de twee olijfbomen en de twee luchters, die voor den Heer der aarde staan.
5Se alguém deseja causar-lhes dano, fogo sai da boca delas e devora os seus inimigos. Se alguém deseja causar-lhes dano, é assim que deve ser morto.
5Zo iemand hen wil schaden, komt er vuur uit hun mond en verteert hun vijanden; zo iemand hen wil schaden, moet hij dus zelf worden gedood.
6Elas têm autoridade para fechar o céu, para que não chova durante os dias da sua profecia. Têm autoridade sobre as águas, para transformá-las em sangue, e para ferir a terra com toda espécie de pragas, quantas vezes desejarem.
6Ze hebben de macht, om de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt, zolang ze profeteren; macht hebben ze over de wateren, om die in bloed te veranderen; ook om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo vaak ze het willen.
7Quando elas tiverem terminado o seu testemunho, a besta que sobe do abismo fará guerra contra elas, as vencerá e as matará.
7Maar wanneer ze hun getuigenis hebben voleind, dan zal het Beest, dat uit de afgrond omhoog stijgt, strijd met hen voeren, ze overwinnen en doden.
8Os seus cadáveres ficarão na rua da grande cidade, que espiritualmente se chama Sodoma e Egito, onde também o seu Senhor foi crucificado.
8En hun lijk zal blijven liggen op de straat der grote stad, geestelijk “Sodoma en Egypte” geheten, waar ook hun Heer werd gekruisigd;
9Pessoas de vários povos, tribos, línguas e nações olharão para os seus cadáveres por três dias e meio, e não permitirão que os seus cadáveres sejam sepultados.
9uit volken en stammen, talen en naties zullen er hun lijk zien liggen drie en een halve dag lang; ze zullen niet toelaten, dat hun lijk in het graf wordt gelegd.
10Os que habitam na terra se alegrarão por causa delas e exultarão. Eles darão presentes uns aos outros, porque estes dois profetas atormentaram os que habitam na terra.
10En de bewoners der aarde zullen zich over hen verheugen, elkander gelukwensen en elkander geschenken zenden; want deze beide profeten hadden de bewoners der aarde pijn gedaan.
11Depois dos três dias e meio, o fôlego de vida vindo de Deus entrou neles, e eles se colocaram em pé. Grande temor tomou conta dos que os viram.
11Maar na drie en een halve dag voer in hen een levensgeest uit God, en ze stonden op hun voeten; grote schrik viel neer op allen, die hen zagen.
12Ouvi uma voz forte do céu dizendo-lhes: “Subam para cá!” Eles subiram ao céu numa nuvem, e os seus inimigos os viram.
12En ze hoorden een machtige stem uit de hemel, die tot hen riep: “Stijgt op hierheen!” Toen stegen ze in een wolk ten hemel op, en hun vijanden aanschouwden hen.
13Naquele dia houve um grande terremoto, e a décima parte da cidade desabou. Sete mil pessoas foram mortas no terremoto; os sobreviventes ficaram aterrorizados e deram glória ao Deus do céu.
13En op hetzelfde ogenblik barstte een geweldige aardbeving los; het tiende deel der stad viel ineen, zeven duizend mensen kwamen bij die aardbeving om. —Toen werden de overigen zeer bevreesd, en brachten eer aan den God des hemels.
14O segundo ai passou. Eis que o terceiro ai vem em breve.
14Het tweede “Wee” is voorbij; zie het derde “Wee” komt ras.
15O sétimo anjo tocou a sua trombeta, e houve fortes vozes no céu, dizendo: “O reino do mundo tornou-se o Reino do nosso Senhor e do seu Cristo. E ele reinará para todo o sempre!”
15Toen blies de zevende engel: In de hemel weerklonken machtige stemmen; ze riepen: Gekomen is het koningschap over de wereld Van onzen Heer en zijn Gezalfde. Hij zal heersen in de eeuwen der eeuwen!
16Os vinte e quatro anciãos, que estão sentados em seus tronos diante do trono de Deus, prostraram-se com o rosto em terra e adoraram a Deus,
16En de vier en twintig Oudsten, die op hun troon waren gezeten voor het aanschijn van God, wierpen zich op hun aangezicht neer, aanbaden God en riepen:
17dizendo: “Nós te damos graças, Senhor Deus, o Todo-Poderoso, o que é e que era, porque tomaste o teu grande poder e passaste a reinar.
17Wij danken U, Heer, almachtige God, Die zijt en die waart; Want Gij hebt uw oppermacht aanvaard,
18As nações se iraram, e chegou a tua ira, como também o tempo de os mortos serem julgados, e de dar a recompensa aos teus servos, os profetas, bem como aos santos e aos que temem o teu nome, aos pequenos e aos grandes, e de destruir os que destroem a terra.”
18En uw koningschap, hoe de heidenen ook toornen. Uw toorn is gekomen, De tijd van de heidenen, om te worden geoordeeld: Om te belonen de profeten, uw dienaars, De heiligen, die uw Naam vrezen, klein en groot; Om te verderven, Die de aarde verdierven!
19O templo de Deus que está no céu foi aberto, e a arca da aliança do Senhor foi vista em seu templo. E seguiram-se relâmpagos, vozes, trovões, um terremoto e grande granizo.
19En de Tempel van God in de hemel ging open, en in zijn Tempel verscheen zijn Ark des Verbonds. Bliksemstralen braken los, geraas en donderslagen, aardbeving en geweldige hagel.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.