Revelation 17
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)Translation
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1And there came one of the seven angels, who had the seven vials, and spoke with me, saying: Come, I will shew thee the condemnation of the great harlot, who sitteth upon many waters,
1Toen kwam een der zeven engelen, die de zeven schalen droegen, naderbij, en hij sprak tot mij: Kom mee; ik zal u het oordeel doen zien over de grote Ontuchtige, die aan vele wateren is gezeten,
2With whom the kings of the earth have committed fornication; and they who inhabit the earth, have been made drunk with the whine of her whoredom.
2met wie de koningen der aarde overspel hebben bedreven, en aan wier ontucht-wijn de bewoners der aarde zich hebben bedronken.
3And he took me away in spirit into the desert. And I saw a woman sitting upon a scarlet coloured beast, full of names of blasphemy, having seven heads and ten horns.
3In geestvervoering bracht hij me naar een woestijn. En ik zag een Vrouw, zittend op een scharlakenrood Beest, vol van godslasterlijke namen, met zeven koppen en tien horens.
4And the woman was clothed round about with purple and scarlet, and gilt with gold, and precious stones and pearls, having a golden cup in her hand, full of the abomination and filthiness of her fornication.
4De Vrouw was in purper en scharlaken gekleed, met goud, edelstenen en paarlen getooid. Ze droeg in haar hand een gouden beker, vol van gruwelen en van de onreinheid harer ontucht.
5And on her forehead a name was written: A mystery; Babylon the great, the mother of the fornications, and the abominations of the earth.
5Op haar voorhoofd stond een naam… een geheim… geschreven: “Het grote Bábylon, de moeder van de ontuchtigen en van de gruwelen der aarde”.
6And I saw the woman drunk with the blood of the saints, and with the blood of the martyrs of Jesus. And I wondered, when I had seen her, with great admiration.
6Dronken zag ik de Vrouw van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jesus. Ik was vol verbazing, toen ik haar zag.
7And the angel said to me: Why dost thou wonder? I will tell thee the mystery of the woman, and of the beast which carrieth her, which hath the seven heads and ten horns.
7Maar de engel sprak tot mij: Waarom zijt ge verbaasd? Ik zal u het geheim verklaren van de Vrouw en van het Beest, dat haar draagt, met de zeven koppen en tien horens.
8The beast, which thou sawest, was, and is not, and shall come up out of the bottomless pit, and go into destruction: and the inhabitants on the earth (whose names are not written in the book of life from the foundation of the world) shall wonder, seeing the beast that was, and is not.
8Het Beest, dat ge gezien hebt, wàs, maar is niet; doch het zal opstijgen uit de afgrond en ten verderve gaan. En de bewoners der aarde, wier naam niet geschreven staat in het boek des levens van de grondvesting der wereld af, ze zullen verbaasd staan bij het zien van het Beest, omdat het wàs, niet is, doch zàl zijn.
9And here is the understanding that hath wisdom. The seven heads are seven mountains, upon which the woman sitteth, and they are seven kings:
9Hier komt het doorzicht van pas, aan wijsheid gepaard. De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de Vrouw is gezeten. —Maar het zijn ook zeven koningen.
10Five are fallen, one is, and the other is not yet come: and when he is come, he must remain a short time.
10Vijf zijn gevallen; één is er. De andere is nog niet gekomen, doch als hij komt, moet hij een korte tijd blijven.
11And the beast which was, and is not: the same also is the eighth, and is of the seven, and goeth into destruction.
11De achtste, ofschoon één van de zeven, is zelf het Beest, dat wàs, en niet is; het gaat ten verderve.
12And the ten horns which thou sawest, are ten kings, who have not yet received a kingdom, but shall receive power as kings one hour after the beast.
12De tien horens, die ge gezien hebt, zijn tien koningen, die de heerschappij nog niet hebben verkregen, maar die tezamen met het Beest de koninklijke macht zullen bezitten, één uur lang.
13These have one design: and their strength and power they shall deliver to the beast.
13Ze zijn eensgezind onder elkander, en stellen hun macht en gezag in dienst van het Beest.
14These shall fight with the Lamb, and the Lamb shall overcome them, because he is Lord of lords, and King of kings, and they that are with him are called, and elect, and faithful.
14Ze zullen strijd voeren tegen het Lam; maar het Lam zal hen overwinnen, —want Het is de Heer der heren en de Koning der koningen; —ook de geroepenen zullen dit doen, de uitverkorenen en de getrouwen, tezamen met Hem.
15And he said to me: The waters which thou sawest, where the harlot sitteth, are peoples, and nations, and tongues.
15En hij sprak tot mij: De wateren, die ge gezien hebt, waar de Ontuchtige is gezeten, zijn volken en groepen, naties en talen.
16And the ten horns which thou sawest in the beast: these shall hate the harlot, and shall make her desolate and naked, and shall eat her flesh, and shall burn her with fire.
16De tien horens en het Beest, die ge gezien hebt, ze zullen de Ontuchtige haten, haar eenzaam maken en naakt, haar vlees verslinden, en haar verbranden met vuur.
17For God hath given into their hearts to do that which pleaseth him: that they give their kingdom to the beast, till the words of God be fulfilled.
17Want God gaf hun in het hart, zijn Wil te volbrengen: om onderling eensgezind te handelen, hun heerschappij in dienst van het Beest te stellen, totdat de uitspraken Gods vervuld zullen zijn.
18And the woman which thou sawest, is the great city, which hath kingdom over the kings of the earth.
18De Vrouw, die ge gezien hebt, is de grote stad, die heerschappij voert over de koningen der aarde.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.