2 Crônicas
Chapter 15
Bíblia Portuguesa Mundia…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1O Espírito de Deus veio sobre Azarias, filho de Odede.
1Nu kwam de geest van God over Azarjáhoe, den zoon van Oded.
2Ele saiu ao encontro de Asa e lhe disse: “Ouçam-me, Asa, e todo o Judá e Benjamim! O SENHOR está com vocês enquanto vocês estão com ele; e se o buscarem, ele será achado por vocês; mas se o abandonarem, ele os abandonará.
2Hij verscheen voor Asa, en sprak tot hem: Asa, en heel Juda en Benjamin, luistert naar mij! Jahweh is met u, als gij met Hem zijt. Wanneer gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden, maar verlaat gij Hem, dan verlaat Hij ook u.
3Ora, por muito tempo Israel esteve sem o verdadeiro Deus, sem um sacerdote que ensinasse e sem lei.
3Lange tijd was Israël zonder den waren God, zonder priesters, die hen onderrichtten, en zonder Wet.
4Mas quando, em sua angústia, eles se voltaram para o SENHOR, o Deus de Israel, e o buscaram, ele foi achado por eles.
4Maar wanneer zij dan in nood geraakten, bekeerden zij zich tot Jahweh, Israëls God; dan zochten zij Hem, en Hij liet Zich door hen vinden.
5Naqueles tempos não havia paz para quem saía, nem para quem entrava; mas grandes aflições estavam sobre todos os habitantes das terras.
5In zulke tijden was niemand veilig, of hij uitging of terugkwam; maar er heerste een geweldige onrust onder de bewoners dezer streken.
6Eles foram despedaçados, nação contra nação, e cidade contra cidade; pois Deus os afligiu com toda adversidade.
6Het ene volk lag overhoop met het andere, de ene stad met de andere; want God bracht hen in verwarring, en in allerlei nood.
7Mas sejam fortes! Não deixem suas mãos enfraquecerem, pois o trabalho de vocês será recompensado.”
7Weest gij dus sterk, laat uw handen niet verslappen; want gij zult voor uw moeite worden beloond.
8Quando Asa ouviu estas palavras e a profecia do profeta Odede, ele cobrou ânimo e removeu as abominações de toda a terra de Judá e de Benjamim, e das cidades que havia tomado na região montanhosa de Efraim; e ele restaurou o altar do SENHOR que estava diante do pórtico do SENHOR.
8Zodra Asa deze woorden en de profetie van den profeet Azarjáhoe, den zoon van Oded, vernam, vatte hij moed, liet de gruwelen opruimen in heel het land Juda en Benjamin en uit de steden op het Efraïmgebergte, die hij veroverd had, en vernieuwde het altaar van Jahweh, dat voor de voorhal van Jahweh stond.
9Ele reuniu todo o Judá e Benjamim, e aqueles de Efraim, Manassés e Simeão que moravam com eles; pois muitos de Israel vieram a ele em grande número quando viram que o SENHOR, seu Deus, estava com ele.
9Hij riep heel Juda en Benjamin bijeen, met de mannen uit Efraïm en Manasse en Simeon, die zich onder hen hadden gevestigd, omdat zij in grote getale van Israël naar Juda waren overgegaan, toen zij zagen, dat Jahweh, zijn God, met hem was.
10Então eles se reuniram em Jerusalém no terceiro mês, no décimo quinto ano do reinado de Asa.
10Zij kwamen bijeen te Jerusalem in de derde maand van het vijftiende jaar der regering van Asa,
11Naquele dia, eles sacrificaram ao SENHOR, dos despojos que haviam trazido, setecentos bois e sete mil ovelhas.
11en brachten die dag uit de buit zevenhonderd runderen en zevenduizend schapen aan Jahweh ten offer.
12Eles entraram em aliança para buscar o SENHOR, o Deus de seus pais, de todo o seu coração e de toda a sua alma;
12Zij verbonden zich, om Jahweh, den God hunner vaderen, te vereren met heel hun hart en heel hun ziel,
13e que todo aquele que não buscasse o SENHOR, o Deus de Israel, deveria ser morto, fosse pequeno ou grande, homem ou mulher.
13en iedereen te doden, die Jahweh, den God van Israël, niet vereerde, kleinen als groten, mannen als vrouwen.
14Eles juraram ao SENHOR em alta voz, com gritos de júbilo, com trombetas e com clarins.
14Dit bezwoeren zij Jahweh met luider stem en onder het geschal van trompetten en bazuinen.
15Todo o Judá se alegrou com o juramento, pois haviam jurado de todo o seu coração e o buscaram com todo o seu desejo; e ele foi achado por eles. Então o SENHOR lhes deu descanso ao redor.
15Heel Juda verheugde zich erover, dat zij deze eed van ganser harte hadden gezworen; zij vereerden Jahweh onverdeeld. Daarom liet ook Jahweh Zich door hen vinden, en schonk hun rust aan alle kanten.
16Ele também destituiu Maaca, mãe do rei Asa, da posição de rainha-mãe, porque ela havia feito uma imagem abominável para Aserá; então Asa derrubou a imagem dela, a esmagou até virar pó, e a queimou no ribeiro de Cedrom.
16Ook zette koning Asa zijn moeder Maäka af als gebiedster, omdat zij een schandbeeld van Asjera gemaakt had. Asa sloeg dit schandbeeld neer, en verbrandde het in het Kedrondal.
17Mas os altos não foram removidos de Israel; contudo, o coração de Asa foi perfeito todos os seus dias.
17En ofschoon de offerhoogten in Israël niet werden afgeschaft, bleef Asa toch zijn leven lang trouw.
18Ele trouxe para a casa de Deus as coisas que seu pai havia consagrado e as que ele mesmo havia consagrado: prata, ouro e utensílios.
18Met de wijgeschenken van zijn vader bracht hij ook zijn eigen wijgeschenken naar de tempel van God: zilver, goud en andere voorwerpen.
19E não houve mais guerra até o trigésimo quinto ano do reinado de Asa.
19Tot het vijf en dertigste regeringsjaar van Asa was er geen oorlog geweest;

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.