Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Demétrio soube que Nicanor havia caído com suas tropas na batalha e enviou Báquides e Álcimo novamente à terra de Judá, pela segunda vez, juntamente com a ala direita de seu exército.
1Toen Demétrius vernomen had, dat Nikánor en zijn leger in de strijd waren gevallen, zond hij Bakchides en Alkimus voor de tweede maal naar Judea, en wel aan het hoofd van de rechtervleugel.
2Eles seguiram pela estrada que leva a Gilgal, acamparam contra Mesalot, em Arbela, tomaram-na e mataram muitas pessoas.
2Zij sloegen de weg in naar Galilea, belegerden Massalot in het gebied van Arbéla, veroverden het en vermoordden er velen.
3No primeiro mês do ano cento e cinquenta e dois, acamparam contra Jerusalém.
3Daarop sloegen zij in de eerste maand van het jaar 152 het beleg om Jerusalem.
4Depois partiram e foram a Bereia com vinte mil soldados de infantaria e dois mil cavaleiros.
4Zij braken echter weer op, en trokken met twintigduizend man voetvolk en tweeduizend ruiters naar Beréa,
5Judas estava acampado em Elasa com três mil homens escolhidos.
5omdat Judas met drieduizend uitstekende soldaten in Elasa lag.
6Quando viram a enorme quantidade de tropas inimigas, ficaram aterrorizados. Muitos abandonaram o exército, e não restaram mais de oitocentos homens.
6Maar toen de Joden nu de geweldige overmacht zagen, begonnen er velen bang te worden, en vluchtten weg uit het legerkamp, zodat er nog slechts achthonderd man van hen overbleven.
7Judas viu que seu exército se dispersava e que a batalha estava prestes a começar. Ficou profundamente angustiado porque não havia tempo para reuni-los novamente, e perdeu o ânimo.
7Zo moest Judas het aanzien, hoe zijn leger uiteen viel op het ogenblik, dat hij gedwongen werd, slag te leveren. Hij was zeer terneergeslagen, omdat hij geen tijd had, hen weer te verzamelen.
8Disse aos que restaram: “Vamos nos levantar e avançar contra nossos adversários. Talvez ainda consigamos lutar contra eles.”
8En in zijn vertwijfeling riep hij de overgeblevenen toe: Vooruit; trekken wij tegen onze vijanden op; misschien zijn we hun toch nog de baas!
9Eles tentaram convencê-lo a desistir: “Não temos condições! Salvemos nossa vida agora. Depois voltaremos com nossos irmãos e lutaremos contra eles. Somos poucos demais.”
9Men poogde nog, hem hiervan af te brengen, en zeide: Dat kunnen we niet! We moeten nu ons eigen leven maar redden. Later kunnen we dan met onze broeders terugkeren, en tegen hen vechten; nu zijn wij met veel te weinig man.
10Judas respondeu: “Longe de mim fazer isso, fugir deles! Se chegou nossa hora, morramos corajosamente por nossos irmãos e não deixemos motivo de vergonha sobre nossa honra.”
10Maar Judas sprak: Dàt zal nooit gebeuren; nooit gaan we voor hen op de vlucht! Wanneer ons uur is gekomen, laat ons dan moedig voor onze broeders sterven, en geen vlek op onze roem laten kleven.
11O exército inimigo saiu do acampamento e se posicionou para enfrentá-los. A cavalaria foi dividida em duas companhias. Os fundeiros e arqueiros iam à frente do exército, juntamente com todos os guerreiros mais poderosos que combatiam na linha de frente.
11Daarop trokken de troepen de legerplaats uit. De Syriërs stelden zich tegen hen op; hun ruiterij was in tweeën gesplitst, en aan de spits van het leger trokken de slingeraars en boogschutters met alle dappere voorvechters.
12Báquides estava na ala direita. A falange avançou pelos dois lados, e tocaram as trombetas.
12Bakchides bevond zich op de rechtervleugel. Van twee kanten rukten nu de slaglinies vooruit onder het schetteren van de trompetten.
13Os homens do lado de Judas também tocaram as trombetas. A terra estremeceu com o clamor dos exércitos, e a batalha começou e continuou desde a manhã até a tarde.
13Ook Judas' mannen bliezen op de trompetten, zodat de aarde dreunde van het lawaai der legers. En van de morgen tot de avond woedde de slag.
14Judas viu que Báquides e a parte mais forte de seu exército estavam à direita, e todos os mais corajosos foram com ele.
14Zodra Judas bemerkte, dat Bakchides zich met de kern van het leger op de rechtervleugel bevond, schaarden alle dappere mannen zich om hem heen,
15A ala direita foi derrotada por eles, e Judas os perseguiu até o monte Azoto.
15verpletterden de rechtervleugel en zetten ze achterna tot het gebergte van Azor.
16Quando os que estavam na ala esquerda viram que a direita havia sido derrotada, deram a volta e seguiram os passos de Judas e dos que estavam com ele.
16Maar toen de soldaten op de linkervleugel zagen, dat de rechter verslagen was, zwenkten zij om, en gingen snel achter Judas en de zijnen aan.
17A batalha tornou-se desesperada, e muitos de ambos os lados caíram feridos de morte.
17Nu ontspon zich een verschrikkelijk gevecht, en aan beide zijden vielen ze bij hopen.
18Judas caiu, e os demais fugiram.
18Ook Judas viel; en nu sloeg de rest op de vlucht.
19Jônatas e Simão levaram Judas, seu irmão, e o sepultaram no túmulo de seus antepassados em Modim.
19Maar Jonatan en Sjimon wisten hun broer Judas nog mee te nemen, en begroeven hem in het graf van zijn vaderen te Modin.
20Choraram por ele. Todo Israel fez grande lamentação por ele e o pranteou durante muitos dias, dizendo:
20Daar beweenden ze hem, en heel Israël hield voor hem een plechtige dodenklacht. Dagen lang bleven ze treuren en roepen:
21“Como caiu o valente, o salvador de Israel!”
21Hoe is de held gevallen, De redder van Israël!
22Os demais atos de Judas, suas guerras, os feitos valentes que realizou e sua grandeza não foram escritos, pois foram extremamente numerosos.
22De verdere geschiedenis van Judas, van zijn oorlogen en de heldendaden, die hij verrichtte, en van zijn grootheid, is niet verder beschreven. Dat zou te veel zijn geweest.
23Depois da morte de Judas, os homens sem Lei surgiram em todas as fronteiras de Israel, e todos os que praticavam a injustiça se levantaram.
23Na de dood van Judas doken in heel het gebied van Israël de afvalligen weer op, terwijl ook alle misdadigers het hoofd opstaken.
24Naqueles dias houve uma fome extremamente grande, e o país passou para o lado deles.
24En omdat met hen nu ook het land afviel van God, begon er in die tijd een ontzettende hongersnood te woeden.
25Báquides escolheu os ímpios e os colocou como governantes da região.
25Bakchides deed een keuze uit die goddeloze mannen, en stelde hen aan, om het land te besturen.
26Eles procuravam e investigavam os amigos de Judas, levavam-nos a Báquides, e ele se vingava deles e os tratava cruelmente.
26Dezen gingen op zoek naar de vrienden van Judas, en brachten ze voor Bakchides, die hen bestrafte en hoonde.
27Houve grande aflição em Israel, como não se via desde o tempo em que os profetas deixaram de aparecer entre eles.
27Zo brak er een heftige vervolging in Israël uit, zoals er sinds het optreden van den laatsten profeet niet meer was geweest.
28Todos os amigos de Judas se reuniram e disseram a Jônatas:
28Daarom sloten alle aanhangers van Juda zich aaneen, en zeiden tot Jonatan:
29“Desde que Judas, seu irmão, morreu, não temos homem como ele para sair contra nossos inimigos, contra Báquides e contra os de nossa nação que nos odeiam.
29Sinds de dood van uw broer Judas is er niemand, die evenals hij te velde kan trekken tegen de vijanden, tegen Bakchides en allen, die ons volk haten.
30Por isso, hoje escolhemos você para ser nosso príncipe e líder em seu lugar e lutar nossas batalhas.”
30Daarom kiezen wij heden u, om in zijn plaats ons opperhoofd en onze aanvoerder te zijn en onze oorlog uit te vechten.
31Jônatas assumiu a liderança naquele tempo e levantou-se no lugar de Judas, seu irmão.
31Zo nam Jonatan toen de leiding op zich, en trad in de plaats van zijn broer Judas.
32Quando Báquides soube disso, procurou matá-lo.
32Toen Bakchides hiervan kennis kreeg, stelde hij alle pogingen in het werk, om hem te doden.
33Jônatas, Simão, seu irmão, e todos os que estavam com ele souberam e fugiram para o deserto de Tecoa, onde acamparam junto às águas da cisterna de Asfar.
33Maar zodra Jonatan en zijn broer Sjimon met heel zijn aanhang dit vernamen, vluchtten zij naar de woestijn van Tekóa en legerden zich bij de waterput Asfar.
34Báquides soube disso no sábado e atravessou o Jordão com todo o seu exército.
no verse 34 in this text
35Jônatas enviou seu irmão, líder da multidão, para pedir aos nabateus, seus amigos, que guardassem sua grande quantidade de bagagem.
35Hij liet echter zijn broer Johannes aan het hoofd van de tros wegtrekken, om de Nabateërs, zijn vrienden, te verzoeken, hun omvangrijke bagage bij hen in veiligheid te mogen brengen.
36Os filhos de Jambri saíram de Medaba, capturaram João com tudo o que possuía e foram embora levando tudo.
36Maar de zonen van Jámbri rukten uit Medeba op, namen Johannes met heel zijn tros gevangen en trokken er mee weg.
37Depois dessas coisas, Jônatas e Simão, seu irmão, receberam a notícia de que os filhos de Jambri celebravam um grande casamento e traziam de Nadabat a noiva, filha de um dos grandes nobres de Canaã, acompanhada por uma grande comitiva.
37Enige tijd later berichtte men Jonatan en zijn broer Sjimon, dat de zonen van Jámbri een grote bruiloft zouden vieren, en dat zij de bruid, de dochter van een vooraanstaanden Kanaäniet, met groot gevolg van Nadabat zouden komen afhalen.
38Lembraram-se de João, seu irmão, subiram e se esconderam sob a cobertura da montanha.
38Toen dachten zij aan het bloed van hun broer Johannes, trokken op en verscholen zich in een bergspleet.
39Levantaram os olhos e viram uma grande procissão, com muita bagagem. O noivo saiu com seus amigos e parentes para encontrá-los, acompanhado de tamborins, músicos e muitas armas.
39Zij bleven daar op de uitkijk liggen, en zie: daar naderde een grote rumoerige stoet; daar kwam de bruidegom aan met zijn vrienden en broers, en ging rijk uitgedost de anderen tegemoet met pauken en andere muziekinstrumenten.
40Eles se levantaram de sua emboscada contra eles e os mataram. Muitos caíram feridos de morte, e os restantes fugiram para a montanha. Os judeus tomaram todos os seus despojos.
40Nu sprongen zij uit hun schuilplaats op hen af, en sloegen hen neer; velen bleven zwaargewond liggen, terwijl de overigen naar de bergen vluchtten. Daarna maakten zij zich meester van al hun have en goed.
41Assim o casamento se transformou em luto, e a voz de seus músicos em lamentação.
41De bruiloft was in droefheid veranderd, de tonen van hun muziek in gejammer!
42Eles vingaram completamente o sangue de seu irmão e voltaram para os pântanos do Jordão.
42Zo wreekten zij het bloed van hun broer. Daarna trokken ze terug naar het moeras van de Jordaan.
43Báquides soube disso e chegou no sábado às margens do Jordão com um grande exército.
43Op het bericht hiervan begaf Bakchides zich met een aanzienlijke legermacht naar de oevers van de Jordaan, juist op een sabbat.
44Jônatas disse aos seus homens: “Vamos nos levantar agora e lutar por nossa vida, pois hoje as coisas são diferentes de ontem e anteontem.
44Toch sprak Jonatan tot zijn mannen: Op, we moeten vandaag voor ons leven vechten; want het ziet er heden slechter uit dan ooit.
45Eis que a batalha está diante de nós e atrás de nós. Além disso, temos as águas do Jordão de um lado e do outro, pântanos e matagais. Não há lugar para fugir.
45Ziet, van voren en van achteren bedreigt ons de strijd; links en rechts hebben we de Jordaan met zijn water, en de moerassen met struiken. Er is geen ontkomen meer aan!
46Portanto, clamem agora ao céu para que sejam livrados das mãos de seus inimigos.”
46Roept dus luid de Hemel aan, opdat gij uit de handen van onze vijanden moogt worden gered!
47Então começou a batalha. Jônatas estendeu a mão para golpear Báquides, mas ele recuou diante dele.
47En de strijd brandde los; en reeds strekte Jonatan zijn hand uit, om Bakchides te treffen, toen deze door een achterwaartse beweging hem wist te ontwijken.
48Jônatas e os que estavam com ele saltaram no Jordão e nadaram para a outra margem. O inimigo não atravessou o Jordão atrás deles.
48Daarop sprongen Jonatan en zijn mannen in de Jordaan en zwommen naar de overzijde; maar de Syriërs durfden hen niet over de Jordaan achtervolgen.
49Cerca de mil homens de Báquides caíram naquele dia.
49Op die dag vielen er aan de kant van Bakchides ongeveer duizend man.
50Ele voltou para Jerusalém. Construíram cidades fortificadas na Judeia: a fortaleza de Jericó, Emaús, Bet-Horom, Betel, Timna, Faratom e Tefom, com altos muros, portões e trancas.
50Daarop keerde deze naar Jerusalem terug. Nu begon hij in Judea versterkte steden te bouwen: de vestingen namelijk te Jericho, Emmaus, Bet-Choron, Betel, Timnata, Faraton en Tefon, alle voorzien van hoge muren, poorten en grendels;
51Colocou guarnições nelas para atormentar Israel.
51en in elk daarvan legde hij een bezetting, om Israël te bestoken.
52Fortificou a cidade de Betsur, Gazara e a cidadela e colocou nelas tropas e reservas de alimento.
52Daarenboven versterkte hij de stad Bet-Soer, Gézer en de burcht, die hij van troepen en proviand voorzag.
53Tomou os filhos dos principais homens da região como reféns e os manteve sob guarda na cidadela de Jerusalém.
53Vervolgens liet hij de zonen van de voornaamste inwoners als gijzelaars pakken, en in de burcht van Jerusalem in verzekerde bewaring houden.
54No ano cento e cinquenta e três, no segundo mês, Álcimo ordenou que derrubassem o muro do pátio interno do santuário. Derrubou também as obras dos profetas.
54In de tweede maand van het jaar 153 gaf Alkimus bevel, de muur van de binnenste tempelvoorhof neer te halen, en daardoor het werk der profeten te vernielen. En juist was men met het slopingswerk begonnen,
55Ele começou a obra de demolição. Naquele mesmo tempo, Álcimo foi atingido, e suas obras foram interrompidas. Sua boca se fechou, ele ficou paralisado e já não conseguia falar nem dar ordens a respeito de sua casa.
55toen Alkimus door een beroerte werd getroffen, zodat zijn onderneming mislukte. Door verlamming werd hem het spreken belet, zodat hij geen woord meer kon zeggen, of beschikkingen treffen over zijn huis.
56Álcimo morreu naquele tempo, em grande tormento.
56Zo vond Alkimus toen onder hevige pijnen de dood.
57Báquides viu que Álcimo havia morrido e voltou para o rei. Então a terra de Judá teve descanso por dois anos.
57En toen Bakchides vernam, dat Alkimus was gestorven, keerde hij naar den koning terug. Het land van Juda genoot nu twee jaren rust.
58Todos os homens sem Lei planejaram: “Eis que Jônatas e seus homens vivem tranquilos e seguros. Vamos chamar Báquides, e ele prenderá todos eles numa só noite.”
58Daarna echter smeedden alle afvalligen het volgende plan: Jonatan en zijn aanhang wonen thans rustig en voelen zich onbezorgd, zoals ge ziet. Wij moeten Bakchides laten komen, om hen allen in één nacht gevangen te nemen.
59Foram e o aconselharam.
59Zij gingen dus naar hem toe, en legden hem hun plannen voor.
60Ele partiu com um grande exército e enviou secretamente cartas a todos os seus aliados na Judeia para que prendessem Jônatas e os que estavam com ele; mas não conseguiram, porque seu plano se tornou conhecido.
60Toen rukte hij met een groot leger binnen, en zond in het geheim brieven aan al zijn bondgenoten in Judea, om Jonatan en zijn aanhang gevangen te nemen. Zij slaagden er echter niet in, omdat hun plan bekend was geworden.
61Os homens de Jônatas prenderam cerca de cinquenta homens da região, responsáveis por essa maldade, e os mataram.
61Maar de Joden namen ongeveer vijftig landgenoten, die het kwaad hadden aangestookt, gevangen en doodden hen.
62Jônatas, Simão e os que estavam com eles foram para Bet-Basi, que fica no deserto. Jônatas reconstruiu o que havia sido derrubado, e eles fortificaram o lugar.
62Daarop nam Jonatan met Sjimon en hun aanhang de wijk naar Bet-Bassi in de woestijn; wat er verwoest was bouwde hij weer op, en versterkte de stad.
63Báquides soube disso, reuniu toda a sua multidão e enviou ordens aos que estavam na Judeia.
63Toen Bakchides dit vernam, verzamelde hij zijn gehele legermacht, en riep ook zijn aanhang in Judea onder de wapenen.
64Foi e acampou contra Bet-Basi, lutou contra ela durante muitos dias e construiu máquinas de guerra.
64Hij trok op, sloeg het beleg om Bet-Bassi en bestormde het lange tijd, waarbij hij gebruik maakte van belegeringswerktuigen.
65Jônatas deixou Simão, seu irmão, na cidade e saiu para o campo com poucos homens.
65Maar Jonatan liet zijn broer Sjimon in de stad achter, en doorkruiste met een klein troepje het land.
66Atacou Odomera e seus parentes e os filhos de Fasirom em suas tendas.
66Hij versloeg Odomera met diens broeders, en de zonen van Fasiron in hun kampementen. Door dit aanvankelijk succes nam zijn leger in aantal toe.
67Começaram a atacá-los e a avançar com suas tropas. Então Simão e os que estavam com ele saíram da cidade e incendiaram as máquinas de guerra,
67Intussen had Sjimon met zijn mannen een uitval uit de stad gedaan, en de belegeringswerktuigen in brand gestoken.
68lutaram contra Báquides e o derrotaram. Eles o afligiram severamente, pois seu plano e sua expedição haviam fracassado.
68Nu vielen zij Bakchides aan, en hij werd door hen verslagen. In zijn ergernis over de mislukking van zijn beraamde veldtocht,
69Báquides ficou muito irado com os homens sem Lei que o haviam aconselhado a entrar no país e matou muitos deles. Depois decidiu voltar para sua própria terra.
69werd hij woedend op de afvalligen, die hem hadden aangeraden, het land binnen te rukken, en doodde velen van hen. En hij besloot, naar zijn land terug te trekken.
70Jônatas soube disso e enviou embaixadores para fazer paz com ele e pedir a devolução dos cativos.
70Toen Jonatan dit hoorde, zond hij gezanten naar hem toe, om vrede met hem te sluiten en uitlevering der gevangenen te verkrijgen.
71Báquides aceitou a proposta, fez conforme suas palavras e jurou que não procuraria fazer-lhe mal durante todos os dias de sua vida.
71Bakchides stemde toe, willigde zijn voorstel in, en gaf hem de verzekering onder ede, dat hij hem zijn leven lang geen kwaad meer zou doen.
72Devolveu-lhe os cativos que havia tomado anteriormente da terra de Judá, voltou para sua própria terra e nunca mais entrou nas fronteiras deles.
72Ook gaf hij hem de krijgsgevangenen terug, die hij vroeger uit het land Juda had weggevoerd. Daarop keerde hij terug naar zijn land, en betrad nooit meer hun gebied.
73Assim a espada cessou em Israel. Jônatas passou a morar em Micmás, começou a julgar o povo e destruiu os ímpios de Israel.
73Nu rustte het zwaard in Israël. Jonatan vestigde zich in Mikmas; hij begon zijn volk te besturen, en de goddelozen uit Israël te verdrijven.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.