1 Macabeus 14
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1No ano cento e setenta e dois, o rei Demétrio reuniu suas tropas e foi à Média buscar ajuda para lutar contra Trifão.
1In het jaar 172 riep koning Demétrius zijn troepen bijeen, en trok naar Medië, om daar versterking te zoeken voor zijn strijd tegen Trúfon.
2Quando Arsaces, rei da Pérsia e da Média, soube que Demétrio havia entrado em suas fronteiras, enviou um de seus príncipes para capturá-lo vivo.
2Toen echter Arsakes, de koning van Perzië en Medië vernam, dat Demétrius in zijn gebied was doorgedrongen, zond hij een van zijn veldheren, om hem levend gevangen te nemen.
3Ele foi, derrotou o exército de Demétrio, prendeu-o e o levou a Arsaces, que o manteve sob guarda.
3Deze trok op, versloeg het leger van Demétrius, nam hem gevangen en bracht hem voor Arsakes, die hem in de kerker liet werpen.
4A terra teve descanso durante todos os dias de Simão. Ele buscou o bem de sua nação, e sua autoridade e sua honra agradaram ao povo durante todos os seus dias.
4Al de dagen van Sjimon genoot het land van Juda rust; Want hij was bedacht op het heil van zijn volk. Zij verheugden zich over zijn macht, En over zijn roem al die tijd.
5Entre todas as suas honras, tomou Jope como porto e fez dela uma entrada para as ilhas do mar.
5Hij veroverde de haven van Jóppe, zijn hoogste roem, En opende een toegang voor de eilanden in zee;
6Ampliou as fronteiras de sua nação e tomou posse do território.
6De grenzen van zijn volk breidde hij uit, En maakte zich meester van het land.
7Reuniu grande número de cativos e tomou o controle de Gazara, Betsur e da cidadela. Removeu dela as impurezas, e ninguém lhe resistiu.
7Hij hield velen gevangen, Bedwong Gézer, Bet-Soer en de burcht: Hij verwijderde de ontering er uit, Zonder dat iemand hem weerstand bood.
8O povo cultivava a terra em paz. A terra produzia sua colheita, e as árvores das planícies davam fruto.
8Men bebouwde zijn akker, En in vrede zijn land; De bodem bracht zijn gewassen voort, En de boom op het veld zijn vruchten.
9Os idosos se sentavam nas ruas e conversavam entre si sobre coisas boas. Os jovens vestiam roupas gloriosas e próprias para a guerra.
9Grijsaards zaten langs de straten, En bespraken allen de welvaart; De jongemannen waren met glorie bekleed En met het krijgsgewaad.
10Simão providenciou alimento para as cidades e equipou-as com meios de defesa, até que a glória de seu nome se tornou conhecida até os confins da terra.
10Hij voorzag de steden van voedsel, Rustte ze als vestingen uit, Zodat zijn naam met eer werd genoemd Tot aan de grenzen der aarde.
11Estabeleceu paz na terra, e Israel se alegrou com grande alegria.
11Vrede bracht hij over het land, Israël juichte van vreugde.
12Cada homem se sentava debaixo de sua videira e de sua figueira, e não havia quem os amedrontasse.
12Iedereen zat onder zijn wijnstok en vijg, Niemand, die hen verontrustte.
13Já não restava na terra ninguém que lutasse contra eles. Os reis foram derrotados naqueles dias.
13Er was in het land geen vijand meer over, De koningen waren machteloos in die dagen;
14Simão fortaleceu todos os humildes de seu povo, buscou a Lei e eliminou todo homem sem Lei e perverso.
14Voor alle wankelmoedigen van zijn volk Was hij een stut. Vol ijver was hij voor de wet, En roeide alle afvalligen en boosdoeners uit;
15Glorificou o santuário e aumentou o número dos utensílios do templo.
15Hij was bezorgd voor de luister van het heiligdom, En vergrootte het getal der tempelvaten.
16Quando chegou a Roma a notícia de que Jônatas havia morrido, e também a Esparta, ficaram profundamente entristecidos.
16Toen in Rome en Sparta het bericht was doorgedrongen, dat Jonatan was gestorven, was men daarover zeer bedroefd.
17Mas, assim que souberam que Simão, seu irmão, havia se tornado sumo sacerdote em seu lugar e governava a região e suas cidades,
17Maar toen ze vernamen, dat zijn broer Sjimon in zijn plaats hogepriester was geworden en over het land en de steden regeerde,
18escreveram-lhe em placas de bronze para renovar com ele a amizade e a aliança que haviam confirmado com seus irmãos Judas e Jônatas.
18schreven zij hem een brief op koperen platen, om de vriendschap en het bondgenootschap te vernieuwen, die zij met zijn broer Judas en Jonatan hadden gesloten.
19Essas cartas foram lidas diante da assembleia em Jerusalém.
19Dit schrijven werd in de volksvergadering te Jerusalem voorgelezen.
20Esta é a cópia da carta enviada pelos espartanos: “Os governantes e a cidade dos espartanos a Simão, o sumo sacerdote, aos anciãos, aos sacerdotes e ao restante do povo dos judeus, nossos irmãos, saudações.
20Het afschrift van de brief, die de Spartanen zonden, luidt als volgt: De opperhoofden van Sparta en de stad, aan den hogepriester Sjimon, de oudsten, de priesters en het overige volk der Joden, hun broeders: heil!
21Os embaixadores enviados ao nosso povo nos informaram a respeito de sua glória e honra. Ficamos contentes com a chegada deles
21De gezanten, die gij naar ons volk hebt afgevaardigd, hebben ons ingelicht over uw roem en aanzien, en wij hebben ons over hun komst verheugd.
22e registramos nos arquivos públicos as coisas que nos disseram, nos seguintes termos: ‘Numênio, filho de Antíoco, e Antípatro, filho de Jasão, embaixadores dos judeus, vieram até nós para renovar a amizade que mantinham conosco.
22De onderhandelingen hebben wij als volgt in de staatsbesluiten opgenomen: Noeménius, de zoon van Antiochus, en Antipater, de zoon van Jáson, zijn bij ons gekomen als gezanten der Joden, om de vriendschap met ons te vernieuwen.
23O povo decidiu receber esses homens com honra e colocar uma cópia de suas palavras nos arquivos públicos, para que o povo dos espartanos tivesse registro delas. Também escreveram uma cópia destas coisas a Simão, o sumo sacerdote.’”
23Het volk besloot, deze mannen eervol te ontvangen, en een afschrift van hun voorstellen in de staatsakten op te nemen, om het volk der Spartanen daaraan te herinneren. Een afschrift hiervan hebben zij den hogepriester Sjimon doen toekomen.
24Depois disso, Simão enviou Numênio a Roma levando um grande escudo de ouro que pesava mil minas, para confirmar a aliança com eles.
24Daarna zond Sjimon Noeménius naar Rome met een groot gouden schild ter waarde van duizend pond, om het bondgenootschap met hen te vernieuwen.
25Quando o povo ouviu essas coisas, disse: “Como agradeceremos a Simão e a seus filhos?
25Toen het volk dit alles vernam, riep het uit: Hoe kunnen wij Sjimon en zijn zonen onze dankbaarheid betuigen?
26Pois ele, seus irmãos e a casa de seu pai se fortaleceram, lutaram contra os inimigos de Israel, expulsaram-nos e confirmaram a liberdade de Israel.”
26Want hijzelf, zijn broers en het huis van zijn vader hebben zich als helden gedragen, hebben Israël van zijn vijanden verlost en het zijn vrijheid verzekerd. Daarom lieten zij op koperen platen een oorkonde opmaken, welke men aan een zuil op de berg Sion liet slaan.
27Então escreveram em placas de bronze e as colocaram sobre colunas no monte Sião. Esta é a cópia do documento: “No décimo oitavo dia de Elul, no ano cento e setenta e dois, que é o terceiro ano de Simão, o sumo sacerdote,
27De oorkonde luidde aldus: Op de achttiende Eloel van het jaar 172, het derde jaar van Sjimon, hogepriester
28em Asaramel, numa grande assembleia de sacerdotes, povo, príncipes da nação e anciãos da região, foi-nos proclamado:
28en vorst van Gods volk, hebben wij in een grote vergadering van priesters en volk, van volksleiders en oudsten des lands het volgende besluit genomen:
29‘Visto que muitas guerras ocorreram na região, Simão, filho de Matatias, descendente dos filhos de Joiaribe, e seus irmãos expuseram-se ao perigo e resistiram aos inimigos de sua nação para que o santuário e a Lei fossem preservados, e assim glorificaram sua nação com grande glória.
29In de talrijke oorlogen, die in ons land zijn uitgebroken, hebben Sjimon, de zoon van Mattatias en afstammeling van de zonen van Jojarib, alsmede zijn broeders hun leven veil gehad en weerstand geboden aan de vijanden van hun volk, om hun heiligdom en de wet te behouden. Daardoor hebben zij hun volk in hoog aanzien gebracht.
30Jônatas reuniu a nação, tornou-se seu sumo sacerdote e foi reunido ao seu povo.
30Zodra Jonatan, die het volk bijeen had gebracht en hun hogepriester was geworden, bij zijn vaderen was verzameld,
31Seus inimigos planejaram invadir o país para destruí-lo completamente e estender as mãos contra o santuário.
31besloten de vijanden, hun land binnen te vallen, om het te verwoesten en de hand te slaan aan hun heiligdom.
32Então Simão se levantou e lutou por sua nação. Gastou grande parte de seu próprio dinheiro para armar os homens valentes de sua nação e pagar-lhes salário.
32Toen stond Sjimon op, en streed voor zijn volk! Een groot gedeelte van zijn persoonlijk vermogen offerde hij op, om het leger van zijn volk te bewapenen en te bezoldigen.
33Fortificou as cidades da Judeia e Betsur, que fica na fronteira da Judeia, onde antes estavam armazenadas as armas dos inimigos, e colocou ali uma guarnição de judeus.
33Hij versterkte de steden van Judea; eveneens Bet-Soer aan de joodse grens, waar tevoren een vijandelijke krijgspost was geweest, en dat hij met joodse soldaten bezette.
34Fortificou Jope, que fica junto ao mar, e Gazara, na fronteira de Azoto, onde os inimigos costumavam morar. Colocou judeus ali e providenciou tudo o que era necessário para a restauração dessas cidades.
34Ook versterkte hij de zeestad Jóppe; eveneens Gézer in het grensgebied van Asjdod, dat vroeger door den vijand bewoond was, en waar hij een joodse kolonie stichtte, die hij van alles voorzag, wat nodig was voor hun onderhoud.
35O povo viu a fidelidade de Simão e a glória que ele procurava trazer à sua nação. Por isso o fizeram seu líder e sumo sacerdote, porque havia realizado todas essas coisas, por causa da justiça e da fidelidade que demonstrava à sua nação e porque procurava de todas as maneiras exaltar seu povo.
35Toen het volk zag, hoe trouw Sjimon volhield, en hoe hij er naar streefde, het volk in aanzien te brengen, stelde men hem tot vorst en hogepriester aan, uit dankbaarheid voor wat hij gedaan had, voor zijn gerechtigheid en trouw, aan zijn volk bewezen, en voor zijn streven, zijn volk in ieder opzicht te verheffen.
36Em seus dias, as coisas prosperaram em suas mãos, de modo que os gentios foram expulsos do território, assim como os que estavam na Cidade de Davi, em Jerusalém, onde haviam feito para si uma cidadela da qual saíam para contaminar os arredores do santuário e causar grande dano à sua pureza.
36In die dagen is het door zijn toedoen gelukt de heidenen uit het land te verdrijven, heel bijzonder hen, die de Davidstad te Jerusalem tot een burcht hadden omgebouwd, waaruit zij telkens uitvallen deden, de omgeving van de tempel bezoedelden, en zijn heiligheid schandelijk ontwijdden.
37Simão colocou judeus ali e a fortificou para a segurança da região e da cidade, e aumentou a altura dos muros de Jerusalém.
37Hij legde er een joodse bezetting in, versterkte de burcht ter beveiliging van land en van stad, en verhoogde de muren van Jerusalem.
38O rei Demétrio confirmou-lhe o sumo sacerdócio em reconhecimento dessas coisas
38Dientengevolge bekrachtigde koning Demétrius zijn aanstelling als hogepriester,
39e o fez um de seus amigos, honrando-o grandemente,
39nam hem onder zijn vertrouwelingen op en overlaadde hem met eerbewijzen.
40pois ouvira que os judeus haviam sido chamados pelos romanos de amigos, aliados e irmãos e que os romanos haviam recebido com honra os embaixadores de Simão.
40Want hij had gehoord, dat de Joden door de Romeinen tot vrienden, bondgenoten en broeders waren verklaard, en dat zij de gezanten van Sjimon eervol hadden ontvangen.
41Os judeus e os sacerdotes concordaram que Simão fosse seu líder e sumo sacerdote para sempre, até que surgisse um profeta fiel;
41Daarom hebben de Joden en de priesters besloten, dat Sjimon voor altijd hun vorst en hogepriester zal zijn, totdat een betrouwbaar profeet zal opstaan.
42que fosse seu governador e ficasse encarregado do santuário, nomeando responsáveis pelas obras, pela região, pelas armas e pelas fortalezas; e que tivesse autoridade sobre o santuário;
42Hij zal hun veldheer zijn, en bekwame mannen kunnen aanstellen voor het landsbestuur, de bewapening en de verdediging.
43que todos lhe obedecessem; que todos os contratos da região fossem escritos em seu nome; e que ele vestisse púrpura e usasse ouro.
43Hij zal ook de zorg voor het heiligdom hebben. Men zal hem in alles moeten gehoorzamen, en alle contracten in het land moeten in zijn naam worden opgesteld. Hij zal zich in purper en goud mogen kleden.
44Não seria permitido a nenhum membro do povo ou dos sacerdotes anular qualquer dessas decisões, opor-se às palavras de Simão, convocar uma assembleia na região sem sua autorização, vestir púrpura ou usar uma fivela de ouro.
44En het zal niemand uit het volk of van de priesters geoorloofd zijn, een dezer bepalingen op te heffen, tegen zijn bevelen in te gaan of zonder zijn toestemming een vergadering in het land te beleggen, zich in purper te kleden, of een gouden gesp te dragen.
45Quem agisse de modo contrário ou anulasse alguma dessas decisões estaria sujeito a punição.’”
45Wie hiertegen misdoet of iets hiervan opheft, is strafbaar.
46Todo o povo concordou em conceder a Simão autoridade para agir conforme essas palavras.
46Heel het volk heeft het besluit genomen, deze voorrechten aan Sjimon te schenken, en daarnaar te handelen.
47Simão aceitou e concordou em ser sumo sacerdote, comandante e governador dos judeus e dos sacerdotes e protetor de todos.
47En Sjimon heeft ze aangenomen en zich bereid verklaard, hogepriester, bevelhebber, vorst der Joden en der priesters, in één woord: hoofd van alles te zijn.
48Ordenaram que esse documento fosse gravado em placas de bronze e colocado dentro do recinto do santuário, em lugar bem visível,
48Zij hebben deze oorkonde op koperen platen laten graveren, en die in de nabijheid van de tempel op een in het oog vallende plaats laten vastslaan.
49e que cópias fossem guardadas no tesouro, para que Simão e seus filhos as tivessem.
49Ook hebben zij een afschrift hiervan in de schatkamer gelegd, opdat Sjimon en zijn zonen het bij de hand kunnen hebben.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.