ΜΑΚΚΑΒΑΙΩΝ Αʹ
Chapter 9

ΜΑΚΚΑΒΑΙΩΝ Αʹ

Septuagint (Brenton Gree…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

ΜΑΚΚΑΒΑΙΩΝ Αʹ 9

Septuagint (Brenton Greek text, with Apocrypha)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Καὶ ἤκουσε Δημήτριος ὅτι ἔπεσε Νικάνωρ καὶ αἱ δυνάμεις αὐτοῦ ἐν πολέμῳ, καὶ προσέθετο τὸν Βακχίδην καὶ τὸν Ἄλκιμον ἐκ δευτέρου ἀποστεῖλαι εἰς γῆν Ἰούδα, καὶ τὸ δεξιὸν κέρας μετʼ αὐτῶν.
1Toen Demétrius vernomen had, dat Nikánor en zijn leger in de strijd waren gevallen, zond hij Bakchides en Alkimus voor de tweede maal naar Judea, en wel aan het hoofd van de rechtervleugel.
2Καὶ ἐπορεύθησαν ὁδὸν τὴν εἰς Γάλγαλα, καὶ παρενέβαλον ἐπὶ Μαισαλὼθ τὴν ἐν Ἀρβήλοις, καὶ προκατελάβοντο αὐτὴν, καὶ ἀπώλεσαν ψυχὰς ἀνθρώπων πολλάς.
2Zij sloegen de weg in naar Galilea, belegerden Massalot in het gebied van Arbéla, veroverden het en vermoordden er velen.
3Καὶ τοῦ μηνὸς τοῦ πρώτου ἔτους τοῦ δευτέρου καὶ πεντηκοστοῦ καὶ ἑκατοστοῦ παρενέβαλον ἐπὶ Ἱερουσαλήμ.
3Daarop sloegen zij in de eerste maand van het jaar 152 het beleg om Jerusalem.
4Καὶ ἀπῇραν καὶ ἐπορεύθησαν εἰς Βερέαν ἐν εἴκοσι χιλιάσιν ἀνδρῶν καὶ δισχιλίᾳ ἵππῳ.
4Zij braken echter weer op, en trokken met twintigduizend man voetvolk en tweeduizend ruiters naar Beréa,
5Καὶ Ἰούδας ἦν παρεμβεβληκὼς ἐν Ἐλεασὰ, καὶ τρισχίλιοι ἄνδρες ἐκλεκτοὶ μετʼ αὐτοῦ.
5omdat Judas met drieduizend uitstekende soldaten in Elasa lag.
6Καὶ ἴδον τὸ πλῆθος τῶν δυνάμεων ὅτι πολλοί εἰσι, καὶ ἐφοβήθησαν σφόδρα· καὶ ἐξεῤῥύησαν πολλοὶ ἀπὸ τῆς παρεμβολῆς, οὐ κατελείφθησαν ἐξ αὐτῶν ἀλλʼ ἢ ὀκτακόσιοι ἄνδρες.
6Maar toen de Joden nu de geweldige overmacht zagen, begonnen er velen bang te worden, en vluchtten weg uit het legerkamp, zodat er nog slechts achthonderd man van hen overbleven.
7Καὶ εἶδεν Ἰούδας ὅτι ἀπεῤῥύη ἡ παρεμβολὴ αὐτοῦ, καὶ ὁ πόλεμος ἔθλιβεν αὐτόν· καὶ συνετρίβη τῇ καρδίᾳ, ὅτι οὐκ εἶχε καιρὸν συναγαγεῖν αὐτούς.
7Zo moest Judas het aanzien, hoe zijn leger uiteen viel op het ogenblik, dat hij gedwongen werd, slag te leveren. Hij was zeer terneergeslagen, omdat hij geen tijd had, hen weer te verzamelen.
8Καὶ ἐξελύθη, καὶ εἶπε τοῖς καταλειφθεῖσιν, ἀναστῶμεν καὶ ἀναβῶμεν ἐπὶ τοὺς ὑπεναντίους ἡμῶν, ἐὰν ἄρα δυνώμεθα πολεμῆσαι αὐτούς.
8En in zijn vertwijfeling riep hij de overgeblevenen toe: Vooruit; trekken wij tegen onze vijanden op; misschien zijn we hun toch nog de baas!
9Καὶ ἀπέστρεψαν αὐτὸν, λέγοντες, οὐ μὴ δυνώμεθα, ἀλλʼ ἢ σώζωμεν τὰς ἑαυτῶν ψυχὰς τὸ νῦν, καὶ ἐπιστρέψωμεν μετὰ τῶν ἀδελφῶν ἡμῶν, καὶ πολεμήσωμεν πρὸς αὐτοὺς, ἡμεῖς δὲ ὀλίγοι.
9Men poogde nog, hem hiervan af te brengen, en zeide: Dat kunnen we niet! We moeten nu ons eigen leven maar redden. Later kunnen we dan met onze broeders terugkeren, en tegen hen vechten; nu zijn wij met veel te weinig man.
10Καὶ εἶπεν Ἰούδας, μή μοι γένοιτο ποιῆσαι τὸ πρᾶγμα τοῦτο, φυγεῖν ἀπʼ αὐτῶν, καὶ εἰ ἤγγικεν ὁ καιρὸς ἡμῶν, καὶ ἀποθάνωμεν ἐν ἀνδρείᾳ χάριν τῶν ἀδελφῶν ἡμῶν, καὶ μὴ καταλίπωμεν αἰτίαν τῇ δόξῃ ἡμῶν.
10Maar Judas sprak: Dàt zal nooit gebeuren; nooit gaan we voor hen op de vlucht! Wanneer ons uur is gekomen, laat ons dan moedig voor onze broeders sterven, en geen vlek op onze roem laten kleven.
11Καὶ ἀπῇρεν ἡ δύναμις ἀπὸ τῆς παρεμβολῆς, καὶ ἔστησαν εἰς συνάντησιν αὐτοῖς, καὶ ἐμερίσθη ἡ ἵππος εἰς δύο μέρη, καὶ οἱ σφενδονηταὶ καὶ οἱ τοξόται προεπορεύοντο τῆς δυνάμεως, καὶ οἱ πρωταγωνισταὶ πάντες οἱ δυνατοί.
11Daarop trokken de troepen de legerplaats uit. De Syriërs stelden zich tegen hen op; hun ruiterij was in tweeën gesplitst, en aan de spits van het leger trokken de slingeraars en boogschutters met alle dappere voorvechters.
12Βακχίδης δὲ ἦν ἐν τῷ δεξιῷ κέρατι, καὶ ἤγγισεν ἡ φάλαγξ ἐκ τῶν δύο μερῶν, καὶ ἐφώνουν ταῖς σάλπιγξι. Καὶ ἐσάλπισαν οἱ παρὰ Ἰούδα καὶ αὐτοὶ ταῖς σάλπιγξι,
12Bakchides bevond zich op de rechtervleugel. Van twee kanten rukten nu de slaglinies vooruit onder het schetteren van de trompetten.
13καὶ ἐσαλεύθη ἡ γῆ ἀπὸ τῆς φωνῆς τῶν παρεμβολῶν· καὶ ἐγένετο ὁ πόλεμος συνημένος ἀπὸ πρωΐθεν ἕως ἑσπέρας.
13Ook Judas' mannen bliezen op de trompetten, zodat de aarde dreunde van het lawaai der legers. En van de morgen tot de avond woedde de slag.
14Καὶ· εἶδεν Ἰούδας ὅτι Βακχίδης καὶ τὸ στερέωμα τῆς παρεμβολῆς ἐν τοῖς δεξιοῖς, καὶ συνῆλθον αὐτῷ πάντες οἱ εὔψυχοι τῇ καρδίᾳ.
14Zodra Judas bemerkte, dat Bakchides zich met de kern van het leger op de rechtervleugel bevond, schaarden alle dappere mannen zich om hem heen,
15Καὶ συνετρίβη τὸ δεξιὸν κέρας ἀπʼ αὐτῶν, καὶ ἐδίωκεν ὀπίσω αὐτῶν ἕως Ἀζώτου ὄρους.
15verpletterden de rechtervleugel en zetten ze achterna tot het gebergte van Azor.
16Καὶ οἱ εἰς τὸ ἀριστερὸν κέρας ἴδον ὅτι συνετρίβη τὸ δεξιὸν κέρας, καὶ ἐπέστρεψαν κατὰ πόδας Ἰούδα καὶ τῶν μετʼ αὐτοῦ ἐκ τῶν ὄπισθεν.
16Maar toen de soldaten op de linkervleugel zagen, dat de rechter verslagen was, zwenkten zij om, en gingen snel achter Judas en de zijnen aan.
17Καὶ ἐβαρύνθη ὁ πόλεμος, καὶ ἔπεσον τραυματίαι πολλοὶ ἐκ τούτων καὶ ἐκ τούτων.
17Nu ontspon zich een verschrikkelijk gevecht, en aan beide zijden vielen ze bij hopen.
18Καὶ Ἰούδας ἔπεσε, καὶ οἱ λοιποὶ ἔφυγον.
18Ook Judas viel; en nu sloeg de rest op de vlucht.
19Καὶ ᾖραν Ἰωνάθαν καὶ Σίμων Ἰούδαν τὸν ἀδελφὸν αὐτῶν, καὶ ἔθαψαν αὐτὸν ἐν τῷ τάφῳ τῶν πατέρων αὐτοῦ ἐν Μωδεεΐμ.
19Maar Jonatan en Sjimon wisten hun broer Judas nog mee te nemen, en begroeven hem in het graf van zijn vaderen te Modin.
20Καὶ ἔκλαυσαν αὐτὸν, καὶ ἐκόψαντο αὐτὸν πᾶς Ἰσραὴλ κοπετὸν μέγαν, καὶ ἐπένθουν ἡμέρας πολλὰς, καὶ εἶπον,
20Daar beweenden ze hem, en heel Israël hield voor hem een plechtige dodenklacht. Dagen lang bleven ze treuren en roepen:
21πῶς ἔπεσε δυνατὸς, σώζων τὸν Ἰσραήλ;
21Hoe is de held gevallen, De redder van Israël!
22Καὶ τὰ περισσὰ τῶν λόγων Ἰούδα, καὶ τῶν πολέμων, καὶ τῶν ἀνδραγαθιῶν ὧν ἐποίησε, καὶ τῆς μεγαλωσύνης αὐτῶν, οὐ κατεγράφη, πολλὰ γὰρ ἦν σφόδρα.
22De verdere geschiedenis van Judas, van zijn oorlogen en de heldendaden, die hij verrichtte, en van zijn grootheid, is niet verder beschreven. Dat zou te veel zijn geweest.
23Καὶ ἐγένετο μετὰ τὴν τελευτὴν Ἰούδα, ἐξέκυψαν οἱ ἄνομοι ἐν πᾶσι τοῖς ὁρίοις Ἰσραὴλ, καὶ ἀνέτειλαν πάντες οἱ ἐργαζόμενοι τὴν ἀδικίαν.
23Na de dood van Judas doken in heel het gebied van Israël de afvalligen weer op, terwijl ook alle misdadigers het hoofd opstaken.
24Ἐν ταῖς ἡμέραις ἐκείναις ἐγενήθη λιμὸς μέγας σφόδρα, καὶ ηὐτομόλησεν ἡ χώρα μετʼ αὐτῶν.
24En omdat met hen nu ook het land afviel van God, begon er in die tijd een ontzettende hongersnood te woeden.
25Καὶ ἐξέλεξε Βακχίδης τοὺς ἀσεβεῖς ἄνδρας, καὶ κατέστησεν αὐτοὺς κυρίους τῆς χώρας.
25Bakchides deed een keuze uit die goddeloze mannen, en stelde hen aan, om het land te besturen.
26Καὶ ἐξεζήτουν καὶ ἐξηρεύνων τοὺς φίλους Ἰούδα, καὶ ἦγον αὐτοὺς πρὸς Βακχίδην· καὶ ἐξεδίκει ἐν αὐτοῖς, καὶ ἐνέπαιζεν αὐτοῖς.
26Dezen gingen op zoek naar de vrienden van Judas, en brachten ze voor Bakchides, die hen bestrafte en hoonde.
27Καὶ ἐγένετο θλίψις μεγάλη ἐν τῷ Ἰσραὴλ, ἥτις οὐκ ἐγένετο ἀφʼ ἧς ἡμέρας οὐκ ὤφθη προφήτης ἐν αὐτοῖς.
27Zo brak er een heftige vervolging in Israël uit, zoals er sinds het optreden van den laatsten profeet niet meer was geweest.
28Καὶ ἠθροίσθησαν πάντες οἱ φίλοι Ἱούδα, καὶ εἶπον τῷ Ἰωνάθαν,
28Daarom sloten alle aanhangers van Juda zich aaneen, en zeiden tot Jonatan:
29ἀφʼ οὗ ὁ ἀδελφός σου Ἰούδας τετελεύτηκε, καὶ ἀνὴρ ὅμοιος αὐτῷ οὐκ ἔστιν ἐξελθεῖν πρὸς τοὺς ἐχθροὺς καὶ Βακχίδην, καὶ ἐν τοῖς ἐχθραίνουσι τοῦ ἔθνους ἡμῶν.
29Sinds de dood van uw broer Judas is er niemand, die evenals hij te velde kan trekken tegen de vijanden, tegen Bakchides en allen, die ons volk haten.
30Νῦν οὖν σε ᾑρετισάμεθα σήμερον, τοῦ εἶναι ἀντʼ αὐτοῦ ἡμῖν εἰς ἄρχοντα καὶ ἡγούμενον, τοῦ πολεμῆσαι τὸν πόλεμον ἡμῶν.
30Daarom kiezen wij heden u, om in zijn plaats ons opperhoofd en onze aanvoerder te zijn en onze oorlog uit te vechten.
31Καὶ ἐπεδέξατο Ἰωνάθαν ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ τὴν ἥγησιν, καὶ ἀνέστη ἀντὶ Ἰούδα τοῦ ἀδελφοῦ αὐτοῦ.
31Zo nam Jonatan toen de leiding op zich, en trad in de plaats van zijn broer Judas.
32Καὶ ἔγνω Βακχίδης, καὶ ἐζήτει αὐτὸν ἀποκτεῖναι.
32Toen Bakchides hiervan kennis kreeg, stelde hij alle pogingen in het werk, om hem te doden.
33Καὶ ἔγνω Ἰωνάθαν, καὶ Σίμων ὁ ἀδελφὸς αὐτοῦ, καὶ πάντες οἱ μετʼ αὐτοῦ, καὶ ἔφυγον εἰς τὴν ἔρημον Θεκωὲ, καὶ παρενέβαλον ἐπὶ τὸ ὕδωρ λάκκου Ἀσφάρ.
33Maar zodra Jonatan en zijn broer Sjimon met heel zijn aanhang dit vernamen, vluchtten zij naar de woestijn van Tekóa en legerden zich bij de waterput Asfar.
34Καὶ ἔγνω Βακχίδης τῇ ἡμέρᾳ τῶν σαββάτων, καὶ ἦλθεν αὐτὸς καὶ πᾶν τὸ στράτευμα αὐτοῦ πέραν τοῦ Ἰορδάνου.
no verse 34 in this text
35Καὶ ἀπέστειλεν Ἰωνάθαν τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ ἡγούμενον τοῦ ὄχλου, καὶ παρεκάλεσε τοὺς Ναυαταίους φίλους αὐτοῦ παραθέσθαι αὐτοῖς τὴν ἀποσκευὴν αὐτῶν τὴν πολλήν.
35Hij liet echter zijn broer Johannes aan het hoofd van de tros wegtrekken, om de Nabateërs, zijn vrienden, te verzoeken, hun omvangrijke bagage bij hen in veiligheid te mogen brengen.
36Καὶ ἐξῆλθον υἱοὶ Ἰαμβρὶ ἐκ Μηδαβὰ, καὶ συνέλαβον Ἰωάννην, καὶ πάντα ὅσα εἶχε, καὶ ἀπῆλθον ἔχοντες.
36Maar de zonen van Jámbri rukten uit Medeba op, namen Johannes met heel zijn tros gevangen en trokken er mee weg.
37Μετὰ δὲ τοὺς λόγους τούτους ἀπήγγειλαν τῷ Ἰωνάθαν καὶ Σίμωνι τῷ ἀδελφῷ αὐτοῦ, ὅτι οἱ υἱοὶ Ἰαμβρὶ ποιοῦσι γάμον μέγαν, καὶ ἄγουσι τὴν νύμφην ἀπὸ Ναδαβὰθ, θυγατέρα ἑνὸς τῶν μεγιστάνων μεγάλων τῶν Χαναὰν, μετὰ παραπομπῆς μεγάλης.
37Enige tijd later berichtte men Jonatan en zijn broer Sjimon, dat de zonen van Jámbri een grote bruiloft zouden vieren, en dat zij de bruid, de dochter van een vooraanstaanden Kanaäniet, met groot gevolg van Nadabat zouden komen afhalen.
38Καὶ ἐμνήσθησαν Ἰωάννου τοῦ ἀδελφοῦ αὐτῶν, καὶ ἀνέβησαν, καὶ ἐκρύβησαν ὑπὸ τὴν σκέπην τοῦ ὄρους.
38Toen dachten zij aan het bloed van hun broer Johannes, trokken op en verscholen zich in een bergspleet.
39Καὶ ᾖραν τοὺς ὀφθαλμοὺς αὐτῶν, καὶ ἴδον, καὶ ἰδοὺ θροῦς, καὶ ἀποσκευὴ πολλὴ, καὶ ὁ νυμφίος ἐξῆλθε καὶ οἱ φίλοι αὐτοῦ καὶ οἱ ἀδελφοὶ αὐτοῦ εἰς συνάντησιν αὐτῶν μετὰ τυμπάνων, και μουσικῶν, καὶ ὅπλων πολλῶν.
39Zij bleven daar op de uitkijk liggen, en zie: daar naderde een grote rumoerige stoet; daar kwam de bruidegom aan met zijn vrienden en broers, en ging rijk uitgedost de anderen tegemoet met pauken en andere muziekinstrumenten.
40Καὶ ἐξανέστησαν ἐπʼ αὐτοὺς ἀπὸ τοῦ ἐνέδρου οἱ περὶ τὸν Ἰωνάθαν, καὶ ἀπέκτειναν αὐτοὺς, καὶ ἔπεσον τραυματίαι πολλοὶ, καὶ οἱ ἐπίλοιποι ἔφυγον εἰς τὸ ὄρος· καὶ ἔλαβον πάντα τὰ σκῦλα αὐτῶν.
40Nu sprongen zij uit hun schuilplaats op hen af, en sloegen hen neer; velen bleven zwaargewond liggen, terwijl de overigen naar de bergen vluchtten. Daarna maakten zij zich meester van al hun have en goed.
41Καὶ μετεστράφη ὁ γάμος εἰς πένθος, καὶ ἡ φωνὴ μουσικῶν αὐτῶν εἰς θρῆνον.
41De bruiloft was in droefheid veranderd, de tonen van hun muziek in gejammer!
42Καὶ ἐξεδίκησαν τὴν ἐκδίκησιν αἵματος ἀδελφοῦ αὐτῶν, καὶ ἀπέστρεψαν εἰς τὸ ἕλος τοῦ Ἰορδάνου.
42Zo wreekten zij het bloed van hun broer. Daarna trokken ze terug naar het moeras van de Jordaan.
43Καὶ ἤκουσε Βακχίδης, καὶ ἦλθε τῇ ἡμέρᾳ τῶν σαββάτων ἕως τῶν κρηπίδων τοῦ Ἰορδάνου ἐν δυνάμει πολλῇ.
43Op het bericht hiervan begaf Bakchides zich met een aanzienlijke legermacht naar de oevers van de Jordaan, juist op een sabbat.
44Καὶ εἶπεν Ἰωνάθαν τοῖς παρʼ αὐτοῦ, ἀναστῶμεν νῦν καὶ πολεμήσωμεν ὑπὲρ τῶν ψυχῶν ἡμῶν, οὐ γὰρ ἐστι σήμερον ὡς ἐχθὲς καὶ τρίτην ἡμέραν.
44Toch sprak Jonatan tot zijn mannen: Op, we moeten vandaag voor ons leven vechten; want het ziet er heden slechter uit dan ooit.
45Ἰδοὺ γὰρ ὁ πόλεμος ἐξεναντίας ἡμῶν καὶ ἐξόπισθεν ἡμῶν· τὸ δὲ ὕδωρ τοῦ Ἰορδάνου ἔνθεν καὶ ἔνθεν, καὶ ἕλος καὶ δρυμὸς, οὐκ ἔστι τόπος τοῦ ἐκκλῖναι.
45Ziet, van voren en van achteren bedreigt ons de strijd; links en rechts hebben we de Jordaan met zijn water, en de moerassen met struiken. Er is geen ontkomen meer aan!
46Νῦν οὖν κεκράξατε εἰς οὐρανὸν, ὅπως διασωθῆτε ἐκ χειρὸς ἐχθρῶν ὑμῶν.
46Roept dus luid de Hemel aan, opdat gij uit de handen van onze vijanden moogt worden gered!
47Καὶ συνῆψεν ὁ πόλεμος· καὶ ἐξέτεινεν Ἰωνάθαν τὴν χεῖρα αὐτοῦ πατάξαι τὸν Βακχίδην, καὶ ἐξέκλινεν ἀπʼ αὐτοῦ εἰς τὰ ὀπίσω.
47En de strijd brandde los; en reeds strekte Jonatan zijn hand uit, om Bakchides te treffen, toen deze door een achterwaartse beweging hem wist te ontwijken.
48Καὶ ἐνεπήδησεν Ἰωνάθαν καὶ οἱ μετʼ αὐτοῦ εἰς τὸν Ἰορδάνην, καὶ διεκολύμβησαν εἰς τὸ πέραν· καὶ οὐ διέβησαν ἐπʼ αὐτοὺς τὸν Ἰορδάνην.
48Daarop sprongen Jonatan en zijn mannen in de Jordaan en zwommen naar de overzijde; maar de Syriërs durfden hen niet over de Jordaan achtervolgen.
49Καὶ διέπεσον παρὰ Βακχίδου τῇ ἡμέρᾳ ἐκείνῃ εἰς χιλίους ἄνδρας.
49Op die dag vielen er aan de kant van Bakchides ongeveer duizend man.
50Καὶ ἐπέστρεψεν εἰς Ἱερουσαλὴμ, καὶ ᾠκοδόμησε πόλεις ὀχυρὰς ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ, τὸ ὀχύρωμα τὸ ἐν Ἱεριχὼ, καὶ τὴν Ἐμμαοὺμ, καὶ τὴν Βαιθωρῶν, καὶ τὴν Βαιθὴλ, καὶ τὴν Θαμναθὰ, Φαραθωνὶ, καὶ τὴν Τεφὼν ἐν τείχεσιν ὑψηλοῖς καὶ πύλαις καὶ μοχλοῖς.
50Daarop keerde deze naar Jerusalem terug. Nu begon hij in Judea versterkte steden te bouwen: de vestingen namelijk te Jericho, Emmaus, Bet-Choron, Betel, Timnata, Faraton en Tefon, alle voorzien van hoge muren, poorten en grendels;
51Καὶ ἔθετο φρουρὰν ἐν αὐτοῖς τοῦ ἐχθραίνειν τῷ Ἰσραήλ.
51en in elk daarvan legde hij een bezetting, om Israël te bestoken.
52Καὶ ὠχύρωσε τὴν πόλιν τὴν ἐν Βαιθσούρᾳ, καὶ τὴν Γάζαρα, καὶ τὴν ἄκραν, καὶ ἔθετο ἐν αὐταῖς δυνάμεις καὶ παραθέσεις βρωμάτων.
52Daarenboven versterkte hij de stad Bet-Soer, Gézer en de burcht, die hij van troepen en proviand voorzag.
53Καὶ ἔλαβε τοὺς υἱοὺς τῶν ἡγουμένων τῆς χώρας ὅμηρα, καὶ ἔθετο αὐτοὺς ἐν τῇ ἄκρᾳ ἐν Ἱερουσαλὴμ ἐν φυλακῇ.
53Vervolgens liet hij de zonen van de voornaamste inwoners als gijzelaars pakken, en in de burcht van Jerusalem in verzekerde bewaring houden.
54Καὶ ἐν ἔτει τρίτῳ καὶ πεντηκοστῷ καὶ ἑκατοστῷ, μηνι τῷ δευτέρῳ, ἐπέταξεν Ἄλκιμος καθαιρεῖν τὸ τεῖχος τῆς αὐλῆς τῶν ἁγίων τῆς ἐσωτέρας, καὶ καθεῖλε τὰ ἔργα τῶν προφητῶν, καὶ ἐνήρξατο τοῦ καθαιρεῖν.
54In de tweede maand van het jaar 153 gaf Alkimus bevel, de muur van de binnenste tempelvoorhof neer te halen, en daardoor het werk der profeten te vernielen. En juist was men met het slopingswerk begonnen,
55Ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ ἐπλήγη Ἄλκιμος, καὶ ἐνεποδίσθη τὰ ἔργα αὐτοῦ, καὶ ἀπεφράγη τὸ στόμα αὐτοῦ, καὶ παρελύθη, καὶ οὐκ ἐδύνατο ἔτι λαλῆσαι λόγον καὶ ἐντείλασθαι περὶ τοῦ οἴκου αὐτοῦ.
55toen Alkimus door een beroerte werd getroffen, zodat zijn onderneming mislukte. Door verlamming werd hem het spreken belet, zodat hij geen woord meer kon zeggen, of beschikkingen treffen over zijn huis.
56Καὶ ἀπέθανεν Ἄλκιμος ἐν τῷ καιρῷ ἐκείνῳ μετὰ βασάνου μεγάλης.
56Zo vond Alkimus toen onder hevige pijnen de dood.
57Καὶ εἶδε Βακχίδης ὅτι ἀπέθανεν Ἄλκιμος, καὶ ἀπέστρεψε πρὸς τὸν βασιλέα· καὶ ἡσύχασεν ἡ γῆ Ἰούδα ἔτη δύο.
57En toen Bakchides vernam, dat Alkimus was gestorven, keerde hij naar den koning terug. Het land van Juda genoot nu twee jaren rust.
58Καὶ ἐβουλεύσαντο πάντες οἱ ἄνομοι, λέγοντες, ἰδοὺ Ἰωνάθαν καὶ οἱ παρʼ αὐτοῦ ἐν ἡσυχίᾳ κατοικοῦσι πεποιθότες· νῦν οὖν ἄξομεν τὸν Βακχίδην, καὶ συλλήμψεται αὐτοὺς πάντας ἐν νυκτὶ μιᾷ.
58Daarna echter smeedden alle afvalligen het volgende plan: Jonatan en zijn aanhang wonen thans rustig en voelen zich onbezorgd, zoals ge ziet. Wij moeten Bakchides laten komen, om hen allen in één nacht gevangen te nemen.
59Καὶ πορευθέντες συνεβουλεύσαντο αὐτῷ.
59Zij gingen dus naar hem toe, en legden hem hun plannen voor.
60Καὶ ἀπῇρε τοῦ ἐλθεῖν μετὰ δυνάμεως πολλῆς, καὶ ἀπέστειλεν ἐπιστολὰς λάθρα πᾶσι τοῖς συμμάχοις αὐτοῦ τοῖς ἐν τῇ Ἰουδαίᾳ, ὅπως συλλάβωσι τὸν Ἰωνάθαν, καὶ τοὺς μετʼ αὐτοῦ· καὶ οὐκ ἐδύναντο, ὅτι ἐγνώσθη αὐτοῖς ἡ βουλὴ αὐτῶν.
60Toen rukte hij met een groot leger binnen, en zond in het geheim brieven aan al zijn bondgenoten in Judea, om Jonatan en zijn aanhang gevangen te nemen. Zij slaagden er echter niet in, omdat hun plan bekend was geworden.
61Καὶ συνελάβοντο ἀπὸ τῶν ἀνδρῶν τῆς χώρας τῶν ἀρχηγῶν τῆς κακίας εἰς πεντήκοντα ἄνδρας, καὶ ἀπέκτειναν αὐτούς.
61Maar de Joden namen ongeveer vijftig landgenoten, die het kwaad hadden aangestookt, gevangen en doodden hen.
62Καὶ ἐξεχώρησεν Ἰωνάθαν, καὶ Σίμων, καὶ οἱ μετʼ αὐτοῦ εἰς Βαιθβασὶ τὴν ἐν τῇ ἐρήμῳ, καὶ ᾠκοδόμησε τὰ καθῃρημένα αὐτῆς, καὶ ἐστερέωσαν αὐτήν.
62Daarop nam Jonatan met Sjimon en hun aanhang de wijk naar Bet-Bassi in de woestijn; wat er verwoest was bouwde hij weer op, en versterkte de stad.
63Καὶ ἔγνω Βακχίδης, καὶ συνήγαγε πᾶν τὸ πλῆθος αὐτοῦ, καὶ τοῖς ἐκ τῆς Ἰουδαίας παρήγγειλε.
63Toen Bakchides dit vernam, verzamelde hij zijn gehele legermacht, en riep ook zijn aanhang in Judea onder de wapenen.
64Καὶ ἐλθὼν παρενέβαλεν ἐπὶ Βαιθβασὶ, καὶ ἐπολέμησεν αὐτὴν ἡμέρας πολλὰς, καὶ ἐποίησε μηχανάς.
64Hij trok op, sloeg het beleg om Bet-Bassi en bestormde het lange tijd, waarbij hij gebruik maakte van belegeringswerktuigen.
65Καὶ ἀπέλιπεν Ἰωνάθαν Σίμωνα τὸν ἀδελφὸν αὐτοῦ ἐν τῇ πόλει, καὶ ἐξῆλθεν εἰς τὴν χώραν, καὶ ἐξῆλθεν ἐν ἀριθμῷ.
65Maar Jonatan liet zijn broer Sjimon in de stad achter, en doorkruiste met een klein troepje het land.
66Καὶ ἐπάταξεν Ὀδοαῤῥὴν, καὶ τοὺς ἀδελφοὺς αὐτοῦ, καὶ τοὺς υἱοὺς Φασιρὼν ἐν τῷ σκηνώματι αὐτῶν, καὶ ἐξήρξατο τύπτειν, καὶ ἀναβαίνειν ἐν δυνάμεσι·
66Hij versloeg Odomera met diens broeders, en de zonen van Fasiron in hun kampementen. Door dit aanvankelijk succes nam zijn leger in aantal toe.
67καὶ Σίμων, καὶ οἱ μετʼ αὐτοῦ ἐξῆλθον ἐκ τῆς πόλεως, καὶ ἐνεπύρισαν τὰς μηχανάς.
67Intussen had Sjimon met zijn mannen een uitval uit de stad gedaan, en de belegeringswerktuigen in brand gestoken.
68Καὶ ἐπολέμησαν πρὸς τὸν Βακχίδην, καὶ συνετρίβη ὑπʼ αὐτῶν, καὶ ἔθλιβον αὐτὸν σφόδρα, ὅτι ἦν ἡ βουλὴ αὐτοῦ καὶ ἡ ἔφοδος αὐτοῦ κενή.
68Nu vielen zij Bakchides aan, en hij werd door hen verslagen. In zijn ergernis over de mislukking van zijn beraamde veldtocht,
69Καὶ ὠργίσθηθυμῷ τοῖς ἀνδράσι τοῖς ἀνόμοις τοῖς συμβουλεύσασιν αὐτῷ ἐλθεῖν εἰς τὴν χώραν, καὶ ἀπέκτειναν ἐξ αὐτῶν πολλούς, καὶ ἐβουλεύσατο τοῦ ἀπελθεῖν εἰς τὴν γῆν αὐτοῦ.
69werd hij woedend op de afvalligen, die hem hadden aangeraden, het land binnen te rukken, en doodde velen van hen. En hij besloot, naar zijn land terug te trekken.
70Καὶ ἐπέγνω Ἰωνάθαν, καὶ ἀπέστειλε πρὸς αὐτὸν πρέσβεις, τοῦ συνθέσθαι πρὸς αὐτὸν εἰρήνην, καὶ ἀποδοῦναι αὐτοῖς τὴν αἰχμαλωσίαν.
70Toen Jonatan dit hoorde, zond hij gezanten naar hem toe, om vrede met hem te sluiten en uitlevering der gevangenen te verkrijgen.
71Καὶ ἀπεδέξατο, καὶ ἐποίησε κατὰ τοὺς λόγους αὐτοῦ, καὶ ὤμοσεν αὐτῷ μὴ ἐκζητῆσαι αὐτῷ κακὸν πάσας τὰς ἡμέρας τῆς ζωῆς αὐτοῦ.
71Bakchides stemde toe, willigde zijn voorstel in, en gaf hem de verzekering onder ede, dat hij hem zijn leven lang geen kwaad meer zou doen.
72Καὶ ἀπέδωκεν αὐτῷ τὴν αἰχμαλωσίαν ἣν ᾐχμαλώτευσε τοπρότερον ἐκ γῆς Ἰούδα· καὶ ἀποστρέψας ἀπῆλθεν εἰς τὴν γῆν αὐτοῦ, καὶ οὐ προσέθετο ἔτι ἐλθεῖν εἰς τὰ ὅρια αὐτῶν.
72Ook gaf hij hem de krijgsgevangenen terug, die hij vroeger uit het land Juda had weggevoerd. Daarop keerde hij terug naar zijn land, en betrad nooit meer hun gebied.
73Καὶ κατέπαυσε ῥομφαία ἐξ Ἰσραήλ· καὶ ᾤκησεν Ἰωνάθαν ἐν Μαχμάς· καὶ ἤρξατο Ἰωνάθαν κρίνειν τὸν λαὸν καὶ ἠφάνισε τοὺς ἀσεβεῖς ἐξ Ἰσραήλ.
73Nu rustte het zwaard in Israël. Jonatan vestigde zich in Mikmas; hij begon zijn volk te besturen, en de goddelozen uit Israël te verdrijven.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.