Spreuken 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Mijn zoon, als ge voor een ander borg zijt gebleven, Uw handslag hebt gegeven ten bate van een vreemde,
1ลูกเอ๋ย ถ้าลูกค้ำประกันให้เพื่อนบ้าน ถ้าจับมือให้คำมั่นค้ำประกันคนนอก
2Verstrikt zijt geraakt in uw eigen woorden, In uw eigen beloften gevangen:
2ถ้อยคำจากปากทำให้ลูกติดกับ คำพูดของตนเองกลายเป็นบ่วงรัดตัว
3Doe dan, mijn zoon, wat ik zeg, en red u eruit; Want ge zijt in de macht van uw naaste! Ga heen zonder talmen, Dring aan bij uw naaste;
3ลูกเอ๋ย ตอนนี้จงทำอย่างนี้เพื่อให้ตัวเองพ้น เมื่อลูกตกอยู่ในมือเพื่อนบ้านแล้ว ไปเถอะ ถ่อมตัวลง และอ้อนวอนเพื่อนบ้านให้ยอมปล่อยลูก
4Gun uw ogen geen rust, Uw wimpers geen slaap;
4อย่าปล่อยให้ตาหลับ อย่าให้เปลือกตาปิดลง
5Ruk u los als een gazelle uit de strik, Als een vogel uit de hand van den vogelaar.
5หนีให้พ้นเหมือนละมั่งหนีจากมือนายพราน เหมือนนกหนีจากบ่วงของคนดักนก
6Luiaard, ga kijken naar de mier; Zie, hoe ze zwoegt, en word wijs!
6เจ้าคนเกียจคร้าน ไปดูมดเสีย พิจารณาทางของมันแล้วเรียนรู้ให้ฉลาด
7Al heeft ze geen leider, Geen opzichter, geen heerser,
7มันไม่มีหัวหน้า ไม่มีผู้คุม ไม่มีผู้ปกครอง
8Toch zorgt ze in de zomer voor haar spijs, Zoekt ze in de oogsttijd haar voedsel bijeen.
8แต่เตรียมอาหารไว้ในฤดูร้อน และรวบรวมเสบียงในฤดูเก็บเกี่ยว
9Luiaard, hoe lang blijft ge liggen, Wanneer zult ge ontwaken uit uw slaap?
9เจ้าคนเกียจคร้าน จะนอนไปถึงเมื่อไร เมื่อไรจะลุกจากหลับ
10Nog even slapen, nog even soezen, Nog even in bed de handen over elkaar:
10หลับอีกนิด งีบอีกหน่อย กอดอกพักอีกสักครู่—
11En de armoe overvalt u als een zwerver, Het gebrek als een rover!
11แล้วความยากจนจะมาเหมือนโจร ความขัดสนจะจู่โจมเหมือนคนถืออาวุธ
12Een nietsnut is het, een booswicht, Die omgaat met bedrieglijke taal;
12คนไร้ค่า คนชั่วช้า ปากพูดแต่คำบิดเบือน
13Die met de ogen knipt, met de voeten wenkt, En tekens geeft met de vingers;
13ขยิบตา ขยับเท้าส่งสัญญาณ และชี้บอกใบ้ด้วยนิ้ว
14Die boze plannen smeedt in zijn hart, Steeds kwaad beraamt en ruzie zoekt!
14ใจเขาคด คิดร้ายอยู่ตลอด และคอยหว่านความแตกแยก
15Daarom zal hem de tegenspoed plotseling treffen, Zal hij met één slag bezwijken, zonder kans op herstel.
15ดังนั้นภัยพิบัติจะมาเยือนเขาฉับพลัน เขาจะพังพินาศในพริบตา ไม่มีทางแก้
16Zes dingen zijn er die Jahweh haat, Van zeven heeft hij een afschuw:
16มีหกสิ่งที่พระยาห์เวห์ทรงเกลียด เจ็ดสิ่งที่พระองค์ทรงรังเกียจ
17Van brutale ogen; van een valse tong; Van handen, die onschuldig bloed vergieten;
17ดวงตาหยิ่งยโส ลิ้นโกหก มือที่หลั่งเลือดผู้บริสุทธิ์
18Van een hart, dat boze plannen beraamt; Van voeten, die ten kwade spoeden;
18ใจที่คิดแผนชั่ว เท้าที่รีบวิ่งไปทำชั่ว
19Van een valsen getuige, die leugens verspreidt; Van iemand, die broedertwist stookt.
19พยานเท็จที่พ่นคำโกหก และคนที่หว่านความแตกแยกระหว่างพี่น้อง
20Mijn zoon, onderhoud het gebod van uw vader, Sla niet in de wind wat uw moeder u leerde;
20ลูกเอ๋ย รักษาคำบัญชาของพ่อ อย่าทิ้งคำสอนของแม่
21Prent het voor altijd in uw hart, Wind het als een snoer om uw hals.
21ผูกสิ่งเหล่านี้ไว้ในใจเสมอ คล้องไว้รอบคอ
22Als ge wandelt, moge het u geleiden, Over u waken, als ge slaapt, Tot u spreken, wanneer ge ontwaakt.
22เมื่อเดิน คำสอนนั้นจะนำทาง เมื่อนอน จะคอยคุ้มครอง เมื่อตื่น จะพูดกับลูก
23Want het gebod is een lamp, Het onderricht een licht, De straffe tucht een weg ten leven.
23คำบัญชาเป็นตะเกียง คำสอนเป็นแสงสว่าง คำตักเตือนเพื่ออบรมคือทางสู่ชีวิต
24Het zal u behoeden voor de vrouw van een ander, Voor de gladde tong van een vreemde.
24เพื่อปกป้องลูกจากหญิงชั่ว จากคำหวานของหญิงที่นอกใจสามี
25Zet uw hart niet op haar schoonheid, Laat ze u niet met haar wimpers verleiden;
25อย่าปล่อยใจหลงใหลความงามของนาง อย่าให้นางใช้สายตาล่อลวงลูก
26Want de prijs van een deerne is een stuk brood, Maar de getrouwde vrouw maakt jacht op een kostelijk leven
26หญิงโสเภณีทำให้ลูกหมดตัวจนเหลือเพียงขนมปังชิ้นเดียว ส่วนหญิงเล่นชู้ตามล่าเอาชีวิตอันล้ำค่า
27Kan iemand soms vuur in zijn voorschoot nemen, Zonder dat hij zijn kleren schroeit;
27ใครจะกอบไฟไว้บนตัก แล้วเสื้อผ้าไม่ไหม้
28Of kan hij op gloeiende kolen lopen, Zonder dat hij zijn voeten brandt?
28ใครจะเดินบนถ่านร้อน แล้วฝ่าเท้าไม่พอง
29Zo vergaat het hem, die zich afgeeft met de vrouw van een ander: Niemand die haar aanraakt, komt er straffeloos van af.
29คนที่ไปหลับนอนกับภรรยาของเพื่อนบ้านก็เช่นกัน ใครแตะต้องนางจะหนีโทษไม่พ้น
30Men veracht geen dief, zo hij enkel steelt, Om zijn maag te vullen, als hij honger heeft;
30ใครๆ ก็ไม่ดูหมิ่นขโมย ถ้าเขาขโมยเพื่อประทังความหิว
31Toch moet hij, eenmaal betrapt, zevenvoudig vergoeden, Alles geven wat hij in huis heeft.
31แต่ถ้าถูกจับได้ เขาต้องชดใช้เจ็ดเท่า ต่อให้ต้องยกทรัพย์ทั้งบ้านก็ต้องให้
32Kortzichtig de man, die overspel pleegt met een vrouw: Wie zijn eigen ondergang wil, moet zo iets niet doen;
32ชายที่ไปหลับนอนกับหญิงที่มีสามีแล้วไร้ความเข้าใจ คนที่ทำเช่นนั้นทำลายชีวิตตนเอง
33Schade en schande zal zo iemand belopen, Zijn slechte naam raakt hij nimmer meer kwijt.
33เขาจะได้ทั้งบาดแผลและความอัปยศ ความอับอายจะไม่มีวันลบเลือน
34Want de jaloezie van den man wekt de woede bij hem op, En op de dag van de wraak zal hij niemand ontzien;
34ความหึงหวงทำให้สามีเดือดดาล ในวันแก้แค้นเขาจะไม่ปรานี
35Dan slaat hij op losgeld geen acht, Hij wil het niet, al biedt ge hem nog zo veel!
35เขาจะไม่ยอมรับค่าชดใช้ใดๆ ต่อให้ให้ของกำนัลมากเพียงใด เขาก็ไม่ยอม
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.