Numeri 27
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Maar nu traden de dochters van Selofchad, den zoon van Chéfer, den zoon van Gilad, den zoon van Makir, den zoon van Manasse, den zoon van Josef naar voren; de namen van zijn dochters waren: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa.
1แล้วบรรดาลูกสาวของเศโลเฟหัดก็เข้ามา เศโลเฟหัดเป็นลูกชายของเฮเฟอร์ ผู้เป็นลูกชายของกิเลอาด ผู้เป็นลูกชายของมาคีร์ ผู้เป็นลูกชายของมนัสเสห์ พวกนางมาจากตระกูลมนัสเสห์ลูกชายของโยเซฟ ลูกสาวของเศโลเฟหัดชื่อมาห์ลาห์ โนอาห์ โฮกลาห์ มิลคาห์ และทีรซาห์
2Zij plaatsten zich voor Moses en den priester Elazar, en voor de aanvoerders en heel de gemeenschap bij de ingang van de openbaringstent en zeiden:
2พวกนางยืนต่อหน้าโมเสส ต่อหน้าเอเลอาซาร์ปุโรหิต ต่อหน้าบรรดาผู้นำและชุมนุมชนทั้งหมด ตรงทางเข้าเต็นท์นัดพบ แล้วพูดว่า
3Onze vader is in de woestijn gestorven. Maar hij behoorde niet tot de aanhang van Kore, die opstand maakte tegen Jahweh; maar hij is om zijn eigen zonde gestorven, zonder zonen na te laten.
3“บิดาของพวกเราตายในถิ่นทุรกันดาร เขาไม่ได้อยู่ในกลุ่มของผู้ที่รวมตัวกันต่อต้านพระยาห์เวห์ร่วมกับกลุ่มของโคราห์ แต่เขาตายเพราะบาปของตนเอง และเขาไม่มีลูกชาย
4Waarom moet nu de naam van onzen vader uit zijn geslacht verdwijnen, omdat hij geen zoon heeft gehad? Geef ons dus eigendom onder de broeders van onzen vader.
4เหตุใดชื่อของบิดาเราจึงต้องถูกลบออกจากตระกูลเพราะเขาไม่มีลูกชาย? ขอให้มอบที่ดินเป็นกรรมสิทธิ์แก่พวกเราท่ามกลางพี่น้องชายของบิดาเรา”
5Moses bracht haar rechtsvraag voor Jahweh.
5โมเสสจึงนำคดีของพวกนางมาทูลต่อพระยาห์เวห์
6En Jahweh sprak tot Moses:
6พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า
7De dochters van Selofchad hebben gelijk. Ge moet haar onder de broeders van haar vader een erfelijk grondbezit geven, en het erfdeel van haar vader op haar doen overgaan.
7“ลูกสาวของเศโลเฟหัดพูดถูก เจ้าต้องมอบที่ดินเป็นมรดกให้พวกนางท่ามกลางพี่น้องชายของบิดา และโอนมรดกของบิดาให้พวกนาง
8En aan de Israëlieten moet ge zeggen: Wanneer iemand sterft, zonder een zoon na te laten, moet ge zijn erfdeel op zijn dochters doen overgaan.
8เจ้าจงบอกชาวอิสราเอลว่า ‘ถ้าชายคนหนึ่งตายโดยไม่มีลูกชาย พวกเจ้าต้องโอนมรดกของเขาให้ลูกสาว
9Zo hij ook geen dochters heeft, moet gij zijn erfdeel aan zijn broers geven.
9ถ้าเขาไม่มีลูกสาว ก็ให้มอบมรดกแก่พี่น้องชายของเขา
10Heeft hij geen broers, dan moet gij het aan de broers van zijn vader geven.
10ถ้าเขาไม่มีพี่น้องชาย ก็ให้มอบมรดกแก่พี่น้องชายของบิดาเขา
11Had ook zijn vader geen broers, dan moet gij zijn erfdeel geven aan die hem in zijn geslacht het naast verwant is; die zal het dan erven. Dit is voor de Israëlieten een wettelijk voorschrift geworden, zoals Jahweh het Moses bevolen heeft.
11ถ้าบิดาของเขาไม่มีพี่น้องชาย ก็ให้มอบมรดกแก่ญาติที่ใกล้ชิดที่สุดในตระกูลของเขา และญาติคนนั้นจะได้ครอบครองมรดก นี่จะเป็นกฎหมายและกฎระเบียบสำหรับชาวอิสราเอล ตามที่พระยาห์เวห์ทรงบัญชาโมเสส’”
12Jahweh sprak tot Moses: Bestijg dit Abarimgebergte, en werp een blik op het land, dat Ik de Israëlieten zal geven.
12พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “จงขึ้นไปบนภูเขาอาบาริมนี้ และมองดูแผ่นดินที่เรามอบให้ชาวอิสราเอล
13Wanneer ge het gezien hebt, zult ook gij bij uw volk worden verzameld, evenals uw broeder Aäron,
13เมื่อเจ้าได้เห็นแล้ว เจ้าก็จะล่วงลับไปอยู่ร่วมกับบรรพบุรุษของเจ้า เช่นเดียวกับอาโรนพี่ชายของเจ้า
14omdat gij u in de woestijn Sin bij de opstand van de gemeenschap tegen mijn bevel hebt verzet, en Mij door het water voor hun ogen niet als heilig hebt behandeld. Dit is het water van Meribat-Kadesj in de woestijn van Sin geweest.
14เพราะเมื่อชุมนุมชนโต้เถียงกัน พวกเจ้าขัดขืนคำของเราในถิ่นทุรกันดารศิน โดยไม่ได้ยกย่องความบริสุทธิ์ของเราต่อหน้าพวกเขาที่แหล่งน้ำนั้น” (นี่คือน้ำแห่งเมรีบาห์ที่คาเดชในถิ่นทุรกันดารศิน)
15Moses zei tot Jahweh:
15โมเสสทูลพระยาห์เวห์ว่า
16Jahweh, de God over het leven van alle schepselen, stelle dan iemand over de gemeenschap aan,
16“ขอพระยาห์เวห์ พระเจ้าแห่งจิตวิญญาณแห่งสรรพชีวิต ทรงแต่งตั้งชายคนหนึ่งให้ดูแลชุมนุมชน
17die voor hen uitgaat en ingaat, die hen uitleidt en terugvoert, opdat de gemeenschap van Jahweh niet worde als schapen zonder herder.
17ให้เขานำหน้าพวกเขาทั้งยามออกไปและยามกลับมา และนำพวกเขาออกไปพร้อมทั้งพากลับมา เพื่อชุมนุมชนของพระยาห์เวห์จะไม่เป็นเหมือนฝูงแกะที่ไม่มีผู้เลี้ยง”
18Toen sprak Jahweh tot Moses: Neem Josuë, den zoon van Noen, een man, die met mijn geest is vervuld, en leg hem uw hand op;
18พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “จงรับโยชูวาลูกชายของนูน ผู้มีพระวิญญาณสถิตอยู่ และวางมือของเจ้าบนเขา
19plaats hem voor den priester Elazar en voor de hele gemeenschap der Israëlieten, en draag hem in hun tegenwoordigheid de leiding over.
19จงให้เขายืนต่อหน้าเอเลอาซาร์ปุโรหิตและต่อหน้าชุมนุมชนทั้งหมด แล้วมอบหมายหน้าที่แก่เขาต่อหน้าพวกเขา
20Deel hem iets van uw waardigheid mee, zodat heel de gemeenschap der Israëlieten hem gehoorzaamt;
20จงมอบสิทธิอำนาจแก่เขา เพื่อชุมนุมชนชาวอิสราเอลทั้งหมดจะเชื่อฟัง
21maar toch zal hij voor den priester Elazar moeten verschijnen, en deze zal voor hem voor het aanschijn van Jahweh de uitspraak der Oerim moeten vragen. En op diens uitspraak zal hij met al de Israëlieten en heel de gemeenschap moeten uittrekken en terugkeren.
21เขาต้องยืนต่อหน้าเอเลอาซาร์ปุโรหิต ผู้จะใช้อูริมทูลขอคำตัดสินให้เขาต่อหน้าพระยาห์เวห์ พวกเขาจะออกไปตามคำของเขา และจะกลับเข้ามาตามคำของเขา ทั้งโยชูวาและชาวอิสราเอลทั้งหมดที่อยู่กับเขา คือชุมนุมชนทั้งหมด”
22Moses deed, wat Jahweh hem bevolen had. Hij nam Josuë, plaatste hem voor den priester Elazar en heel de gemeenschap,
22โมเสสทำตามที่พระยาห์เวห์ทรงบัญชา เขารับโยชูวามาให้ยืนต่อหน้าเอเลอาซาร์ปุโรหิตและต่อหน้าชุมนุมชนทั้งหมด
23legde hem de handen op, en droeg hem de leiding over; zoals Jahweh het door Moses bevolen had.
23โมเสสวางมือทั้งสองบนโยชูวาและมอบหมายหน้าที่แก่เขา ตามที่พระยาห์เวห์ตรัสผ่านโมเสส
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.