Numeri 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Toen begon al het volk in die nacht te schreeuwen en te jammeren.
1ชุมนุมชนทั้งหมดส่งเสียงร้องดัง ประชาชนร้องไห้ตลอดคืนนั้น
2Alle Israëlieten morden tegen Moses en Aäron, en heel de gemeenschap zei tot hen: Ach, waren we toch in het land van Egypte gestorven, of omgekomen in deze woestijn!
2ชาวอิสราเอลทั้งหมดบ่นต่อว่าโมเสสกับอาโรน ชุมนุมชนทั้งหมดพูดกับทั้งสองว่า “รู้อย่างนี้ เราตายเสียในดินแดนอียิปต์ หรือไม่ก็ตายในถิ่นทุรกันดารนี้ยังดีกว่า!
3Waarom brengt Jahweh ons naar dit land, waar wij door het zwaard zullen vallen, en onze vrouwen en kinderen een prooi zullen worden? Is het niet beter, dat we terugkeren naar Egypte?
3ทำไมพระยาห์เวห์จึงพาเรามายังแผ่นดินนี้เพื่อให้เราล้มตายด้วยคมดาบ? ภรรยากับลูกเล็ก ๆ ของเราจะถูกจับหรือถูกฆ่า! กลับไปอียิปต์ไม่ดีกว่าหรือ?”
4En onder elkander spraken zij af: Laten we een aanvoerder kiezen; dan gaan we terug naar Egypte!
4แล้วพวกเขาพูดกันว่า “ให้เราเลือกผู้นำสักคนแล้วกลับไปอียิปต์กันเถิด”
5Toen wierpen Moses en Aäron zich voor heel de verzamelde gemeenschap van Israëls kinderen neer.
5โมเสสกับอาโรนหมอบซบหน้าลงต่อหน้าที่ประชุมทั้งหมดของชุมนุมชนอิสราเอล
6En Josuë, de zoon van Noen, en Kaleb, de zoon van Jefoenne, die tot de verkenners van het land hadden behoord, scheurden hun kleren,
6โยชูวาบุตรนูนกับคาเลบบุตรเยฟุนเนห์ ซึ่งเป็นผู้ที่ไปสอดแนมแผ่นดิน ฉีกเสื้อผ้าของตน
7en riepen tot heel de gemeenschap der Israëlieten: Het land, dat wij hebben doorkruist, om het te verkennen, is buitengewoon vruchtbaar.
7ทั้งสองพูดกับชุมนุมชนอิสราเอลทั้งหมดว่า “แผ่นดินที่พวกเราเดินผ่านเพื่อสอดแนมนั้นเป็นแผ่นดินที่ดีเยี่ยม
8Zo Jahweh ons genadig is, brengt Hij ons naar dit land, en geeft Hij ons een land, dat druipt van melk en honing.
8ถ้าพระยาห์เวห์ทรงพอใจเรา พระองค์จะทรงนำเราเข้าไปในแผ่นดินนั้นและมอบให้เรา เป็นแผ่นดินที่มีน้ำนมและน้ำผึ้งไหลบริบูรณ์
9Neen, weest niet weerspannig tegen Jahweh! Ge behoeft de bewoners van het land niet te vrezen; want ze zijn onze prooi. Hun schaduw is van hen weggegleden, terwijl Jahweh ons bijstaat, vreest hen dus niet.
9แต่อย่ากบฏต่อพระยาห์เวห์ และอย่ากลัวประชาชนในแผ่นดินนั้น เพราะเราจะเอาชนะพวกเขาได้อย่างง่ายดาย พวกเขาไม่มีสิ่งคุ้มครองอีกแล้ว และพระยาห์เวห์ทรงอยู่กับเรา อย่ากลัวพวกเขาเลย”
10Maar reeds maakte heel de gemeenschap aanstalten om hen te stenigen, toen eensklaps de Glorie van Jahweh boven de openbaringstent aan alle Israëlieten verscheen.
10แต่ชุมนุมชนทั้งหมดขู่ว่าจะเอาหินขว้างทั้งสอง พระสิริของพระยาห์เวห์ปรากฏที่เต็นท์นัดพบต่อหน้าชาวอิสราเอลทั้งหมด
11En Jahweh sprak tot Moses: Hoe lang zal dit volk Mij verguizen; hoe lang zal het weigeren in Mij te geloven, ondanks alle tekenen, die Ik onder hen heb verricht?
11พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า “ประชาชนนี้จะดูหมิ่นเราไปอีกนานเท่าไร? พวกเขาจะไม่เชื่อใจเราไปอีกนานเท่าไร ทั้งที่เราได้ทำหมายสำคัญทั้งหมดนี้ท่ามกลางพวกเขา?
12Ik zal hen slaan met de pest, en hen uitroeien; dan maak Ik u tot een groter en machtiger volk!
12เราจะใช้โรคระบาดโจมตีและตัดพวกเขาออกจากการรับมรดก แล้วเราจะทำให้เจ้าเป็นชนชาติที่ยิ่งใหญ่และเข้มแข็งกว่าพวกเขา”
13Maar Moses zeide tot Jahweh: De Egyptenaren hebben gehoord, dat Gij door uw kracht dit volk uit hun midden hebt weggevoerd.
13โมเสสทูลพระยาห์เวห์ว่า “ถ้าเป็นเช่นนั้น ชาวอียิปต์จะได้ยินเรื่องนี้ เพราะพระองค์ทรงใช้ฤทธิ์อำนาจนำประชาชนนี้ออกมาจากท่ามกลางพวกเขา
14Ook de bewoners van dit land hebben vernomen, dat Gij, Jahweh, te midden van dit volk vertoeft; dat Gij, Jahweh, voor aller ogen verschijnt, en dat uw wolk boven hen staat, dat Gij in een wolkkolom overdag en des nachts in een vuurkolom voor hen uitgaat.
14แล้วชาวอียิปต์จะบอกเรื่องนี้แก่ผู้ที่อาศัยอยู่ในแผ่นดินนี้ คนเหล่านั้นได้ยินแล้วว่าพระองค์ พระยาห์เวห์ ทรงอยู่ท่ามกลางประชาชนนี้ เพราะพระองค์ พระยาห์เวห์ ทรงปรากฏแก่พวกเขาโดยตรง เมฆของพระองค์อยู่เหนือพวกเขา และพระองค์ทรงนำหน้าพวกเขาในเสาเมฆเวลากลางวันและในเสาไฟเวลากลางคืน
15Wanneer Gij nu dit volk tot den laatsten man doodt, zullen de volken, die uw faam hebben gehoord, zeggen:
15ถ้าพระองค์ประหารประชาชนนี้ทั้งหมดราวกับเป็นคนคนเดียว ชนชาติต่าง ๆ ที่ได้ยินชื่อเสียงของพระองค์จะพูดว่า
16Omdat Jahweh niet machtig genoeg was, dit volk naar het land te brengen, dat Hij hun onder ede beloofd had, heeft Hij ze maar in de woestijn vermoord.
16‘เพราะพระยาห์เวห์ไม่สามารถนำประชาชนนี้เข้าไปในแผ่นดินที่พระองค์ทรงปฏิญาณว่าจะมอบให้พวกเขา พระองค์จึงฆ่าพวกเขาในถิ่นทุรกันดาร’
17Toon nu, Heer, de grootheid van uw kracht, zoals Gij zelf hebt gezegd:
17บัดนี้ขอให้ฤทธิ์อำนาจขององค์ผู้เป็นนาย ยิ่งใหญ่ ดังที่พระองค์ตรัสไว้ว่า
18Jahweh is lankmoedig en rijk aan genade. Hij vergeeft de zonden en misdaden wel maar laat ze niet ongestraft; Hij wreekt de misdaad van de vaderen op de zonen tot in het derde en vierde geslacht.
18‘พระยาห์เวห์ทรงอดกลั้น และเปี่ยมด้วยความรักมั่นคง พระองค์ทรงให้อภัยความชั่วและการไม่เชื่อฟัง แต่จะไม่ทรงถือว่าผู้มีความผิดเป็นผู้บริสุทธิ์เลย พระองค์ทรงลงโทษความผิดของบิดาไปถึงลูกหลานรุ่นที่ 3 และรุ่นที่ 4’
19Ach, vergeef dan de zonde van dit volk volgens uw grote ontferming, zoals Gij dit volk vergeven hebt van Egypte tot hier toe.
19โปรดให้อภัยความชั่วของประชาชนนี้ตามความรักมั่นคงอันยิ่งใหญ่ของพระองค์ เหมือนที่พระองค์ทรงให้อภัยประชาชนนี้มาตั้งแต่อียิปต์จนถึงบัดนี้”
20Toen sprak Jahweh: Op uw bede schenk Ik vergiffenis.
20พระยาห์เวห์ตรัสว่า “เราให้อภัยตามคำขอของเจ้าแล้ว
21Maar, zo waarachtig Ik leef, en heel de aarde van de glorie van Jahweh vervuld is,
21แต่เรามีชีวิตอยู่แน่นอน และทั่วโลกจะเต็มไปด้วยพระสิริของพระยาห์เวห์
22geen van de mannen, die mijn Glorie hebben aanschouwd, en mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn heb gewrocht, maar Mij nu voor de tiende maal tarten en niet naar mijn stem willen luisteren:
22คนเหล่านั้นทั้งหมดได้เห็นพระสิริและหมายสำคัญของเราซึ่งเราทำในอียิปต์และในถิ่นทุรกันดาร แต่ยังทดสอบเราถึง 10 ครั้งและไม่ยอมฟังเสียงของเรา
23geen van hen zal het land aanschouwen, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb. Niemand, die Mij heeft verguisd, zal het aanschouwen,
23พวกเขาจะไม่ได้เห็นแผ่นดินที่เราปฏิญาณว่าจะมอบให้บรรพบุรุษของพวกเขาเลย และไม่มีใครที่ดูหมิ่นเราจะได้เห็นแผ่นดินนั้น
24maar mijn dienaar Kaleb, die van een andere geest is bezield en Mij dan ook trouw is gebleven, zal Ik als beloning in het land brengen, waar hij is binnengetreden, en zijn nakomelingschap zal het bezitten.
24แต่คาเลบผู้รับใช้ของเรามีจิตใจต่างออกไปและติดตามเราอย่างเต็มที่ เราจะนำเขาเข้าไปในแผ่นดินที่เขาได้เข้าไปสำรวจ และลูกหลานของเขาจะได้ครอบครองแผ่นดินนั้น
25(b) Trekt morgen weer de woestijn in, de richting uit van de Rode Zee.
25เนื่องจากชาวอามาเลขกับชาวคานาอันอาศัยอยู่ในหุบเขา พรุ่งนี้ให้พวกเจ้าหันกลับและเดินทางเข้าถิ่นทุรกันดารตามทางไปทะเลแดง”
26En Jahweh vervolgde tot Moses en Aäron:
26พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสและอาโรนว่า
27Hoe lang zal deze boze gemeenschap nog tegen Mij morren? Het gemor, dat de Israëlieten tegen Mij hebben aangeheven, heb Ik vernomen.
27“เราจะต้องทนชุมนุมชนชั่วนี้ที่บ่นต่อว่าเราไปอีกนานเท่าไร? เราได้ยินคำบ่นของชาวอิสราเอลซึ่งบ่นต่อว่าเราแล้ว
28Zeg hun: Zo waar Ik leef, is de godsspraak van Jahweh! Zoals zij te mijnen aanhoren hebben gesproken, zo zal Ik met u doen.
28จงบอกพวกเขาว่า ‘พระยาห์เวห์ประกาศว่า เรามีชีวิตอยู่แน่นอนฉันใด เราจะทำต่อพวกเจ้าตามคำที่พวกเจ้าพูดให้เราได้ยินฉันนั้น
29In deze woestijn zullen uw lijken vallen: allen, die van u gemonsterd zijn, allen zonder uitzondering, van twintig jaar af: omdat gij tegen Mij hebt gemord.
29พวกเจ้าจะล้มลงเป็นศพในถิ่นทุรกันดารนี้ ทุกคนที่ถูกนับไว้ในจำนวนทั้งหมดของพวกเจ้า ตั้งแต่อายุ 20 ปีขึ้นไป ซึ่งได้บ่นต่อว่าเรา
30Neen, gij komt het land niet binnen, dat Ik u met opgestoken hand als woonplaats beloofd heb, behalve Kaleb, de zoon van Jefoenne en Josuë, de zoon van Noen.
30พวกเจ้าจะไม่ได้เข้าไปในแผ่นดินที่เราปฏิญาณว่าจะให้พวกเจ้าอาศัยอยู่อย่างแน่นอน ยกเว้นคาเลบบุตรเยฟุนเนห์กับโยชูวาบุตรนูน
31Maar uw kinderen, die gij al tot een prooi hebt verklaard, zal Ik er binnenleiden, en zij zullen het land waarderen, dat gij hebt versmaad.
31แต่เราจะนำลูกเล็ก ๆ ของพวกเจ้าซึ่งพวกเจ้าบอกว่าจะถูกจับหรือถูกฆ่าเข้าไป และพวกเขาจะได้รู้จักแผ่นดินที่พวกเจ้าปฏิเสธ
32Uw lijken zullen in deze woestijn blijven liggen,
32ส่วนพวกเจ้า จะล้มลงเป็นศพในถิ่นทุรกันดารนี้
33en uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn blijven zwerven en uw tuchteloos gedrag moeten boeten, totdat uw lijken in de woestijn zijn vergaan.
33ลูกหลานของพวกเจ้าจะเร่ร่อนอยู่ในถิ่นทุรกันดาร 40 ปี และต้องรับผลจากการนอกใจของพวกเจ้า จนกว่าศพของพวกเจ้าจะหมดไปในถิ่นทุรกันดาร
34Zoals gij veertig dagen het land hebt verkend, zo zullen zij veertig jaren uw misdaden boeten, een jaar voor iedere dag. Zo zult ge beseffen wat mijn afkeer betekent,
34พวกเจ้าสอดแนมแผ่นดินเป็นเวลา 40 วัน พวกเจ้าจะต้องรับโทษความชั่วของตนเป็นเวลา 40 ปี โดยนับ 1 ปีต่อ 1 วัน และพวกเจ้าจะได้รู้ว่าการที่เราตัดขาดจากพวกเจ้าเป็นอย่างไร’
35Ik, Jahweh, heb het gezegd! Zo zal Ik doen met heel deze boze gemeenschap, die tegen Mij heeft samengespannen; in deze woestijn zullen zij omkomen, daar zullen zij sterven.
35เราคือพระยาห์เวห์ได้พูดไว้แล้ว เราจะทำเช่นนี้กับชุมนุมชนชั่วทั้งหมดที่รวมตัวกันต่อต้านเราอย่างแน่นอน พวกเขาจะหมดสิ้นไปในถิ่นทุรกันดารนี้ และจะตายที่นี่”
36De mannen nu, die Moses had uitgezonden, om het land te verkennen, en die bij hun terugkeer heel de gemeenschap tegen Hem hadden doen morren, door praatjes over dat land te vertellen,
36คนที่โมเสสส่งไปสอดแนมแผ่นดิน ซึ่งกลับมาแล้วทำให้ชุมนุมชนทั้งหมดบ่นต่อว่าโมเสสโดยนำรายงานให้ร้ายเกี่ยวกับแผ่นดินมาบอก
37de mannen, die dergelijke lasterpraat hadden verspreid, stierven voor het aanschijn van Jahweh een plotselinge dood.
37คนที่นำรายงานให้ร้ายเกี่ยวกับแผ่นดินเหล่านั้นเสียชีวิตด้วยภัยพิบัติต่อหน้าพระยาห์เวห์
38Van al de mannen, die het land waren gaan verkennen, bleven alleen Josuë, de zoon van Noen, en Kaleb, de zoon van Jefoenne, in leven.
38แต่โยชูวาบุตรนูนกับคาเลบบุตรเยฟุนเนห์ยังมีชีวิตอยู่ในบรรดาคนที่ไปสอดแนมแผ่นดิน
39Toen Moses dit alles aan de Israëlieten had overgebracht, werd het volk diep bedroefd.
39เมื่อโมเสสบอกถ้อยคำเหล่านี้แก่ชาวอิสราเอลทั้งหมด ประชาชนก็โศกเศร้าอย่างยิ่ง
40Vroeg in de volgende morgen wilden zij de top van de berg beklimmen, en riepen: Zie, we trekken al op naar de plaats, waarvan Jahweh gesproken heeft; want we hebben gezondigd!
40เช้าวันรุ่งขึ้นพวกเขาตื่นแต่เช้าและขึ้นไปบนยอดเขา โดยพูดว่า “ตอนนี้พวกเราพร้อมแล้ว และจะขึ้นไปยังสถานที่ซึ่งพระยาห์เวห์ทรงสัญญาไว้ เพราะเราได้ทำบาปแล้ว”
41Maar Moses sprak: Waarom overtreedt ge Jahweh’s bevel? Het zal u niet lukken.
41โมเสสพูดว่า “ทำไมตอนนี้พวกเจ้าจึงละเมิดพระบัญชาของพระยาห์เวห์? การกระทำนี้จะไม่สำเร็จ
42Trekt niet op; want Jahweh is niet in uw midden. Ge zult zeker door uw vijanden worden verslagen;
42อย่าขึ้นไป เพราะพระยาห์เวห์ไม่ได้ทรงอยู่ท่ามกลางพวกเจ้า มิฉะนั้นพวกเจ้าจะถูกศัตรูโจมตีจนพ่ายแพ้
43want de Amalekieten en Kanaänieten staan daar tegenover u. Door het zwaard zult ge vallen; want gij hebt u van Jahweh afgekeerd, en Jahweh staat u niet bij.
43ที่นั่นชาวอามาเลขกับชาวคานาอันอยู่ข้างหน้าพวกเจ้า และพวกเจ้าจะล้มตายด้วยคมดาบ เพราะพวกเจ้าได้หันหลังจากการติดตามพระยาห์เวห์ ดังนั้นพระยาห์เวห์จะไม่ทรงอยู่กับพวกเจ้า”
44Maar ze waren vermetel genoeg, om toch de top van de berg te bestijgen, ofschoon de ark van Jahweh’s Verbond en Moses de legerplaats niet verlieten.
44แต่พวกเขากลับบังอาจขึ้นไปบนยอดเขา ทั้งที่ทั้งหีบแห่งพันธสัญญาของพระยาห์เวห์และโมเสสต่างก็ไม่ได้ออกจากค่าย
45Doch de Amalekieten en Kanaänieten, die op de berg woonden, kwamen naar beneden, versloegen ze, en dreven ze terug tot Chorma toe. En de Amalekieten en Kanaänieten hielden het laagland bezet.
45แล้วชาวอามาเลขกับชาวคานาอันซึ่งอาศัยอยู่บนภูเขานั้นก็ลงมาโจมตีพวกเขา และตีพวกเขาแตกพ่ายไปจนถึงโฮรมาห์
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.