Numeri 16
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Kore, de zoon van Jishar, zoon van Kehat, zoon van Levi, en Datan en Abiram, zonen van Eliab, zoon van Palloe, zoon van Ruben,
1โคราห์บุตรอิสฮาร์ ผู้เป็นบุตรโคฮาท ผู้เป็นบุตรเลวี ได้ร่วมกับดาธานและอาบีรัมบุตรทั้งสองของเอลีอับ และโอนบุตรเปเลท รวบรวมชายกลุ่มหนึ่ง ดาธาน อาบีรัม และโอนทั้งสามคนเป็นลูกหลานของรูเบน
2kwamen in opstand tegen Moses met twee honderd vijftig israëlietische mannen, allemaal leiders van de gemeenschap, raadslieden en mannen van aanzien.
2พวกเขาลุกขึ้นต่อต้านโมเสส พร้อมกับชาวอิสราเอลบางคน คือผู้นำของชุมนุมชน 250 คน ซึ่งได้รับเรียกเข้าที่ประชุมและเป็นคนมีชื่อเสียง
3Zij schoolden samen tegen Moses en Aäron, en zeiden: Nu is het genoeg, zonen van Levi! Heel de gemeenschap en al haar leden zijn heilig, en Jahweh is in hun midden. Waarom verheft gij u dan boven de gemeente van Jahweh?
3พวกเขารวมตัวกันต่อต้านโมเสสกับอาโรน และพูดว่า “พวกเจ้าทำเกินไปแล้ว! ชุมนุมชนทั้งหมดล้วนบริสุทธิ์ ทุกคนเป็นผู้บริสุทธิ์ และพระยาห์เวห์ทรงอยู่ท่ามกลางพวกเขา ทำไมพวกเจ้าจึงยกตัวเองขึ้นเหนือที่ประชุมของพระยาห์เวห์?”
4Toen Moses dit hoorde, viel hij op zijn aangezicht neer,
4เมื่อโมเสสได้ยินเช่นนั้น เขาก็หมอบซบหน้าลง
5en sprak tot Kore en heel zijn aanhang: Morgen zal Jahweh doen weten, wie Hem behoort, wie heilig is, en tot Hem mag naderen, en wien Hij uitverkoren heeft, om tot Hem te komen.
5แล้วพูดกับโคราห์และกลุ่มผู้ติดตามทั้งหมดว่า “พรุ่งนี้เช้าพระยาห์เวห์จะทรงแสดงให้เห็นว่าใครเป็นคนของพระองค์ ใครเป็นผู้บริสุทธิ์ และพระองค์จะทรงให้คนนั้นเข้ามาใกล้ ผู้ที่พระองค์ทรงเลือก พระองค์จะทรงให้เข้ามาใกล้
6Laat Kore en heel zijn aanhang dus het volgende doen: Neemt wierookvaten,
6โคราห์กับกลุ่มผู้ติดตามทั้งหมดจงทำดังนี้ จงนำกระถางเผาเครื่องหอมมา
7legt daar morgen vuur in, en doet er wierook op voor het aanschijn van Jahweh; wie Jahweh dan zal uitverkiezen, zal heilig zijn.
7พรุ่งนี้จงใส่ไฟและเครื่องหอมในกระถางเหล่านั้นต่อหน้าพระยาห์เวห์ แล้วผู้ที่พระยาห์เวห์ทรงเลือกจะเป็นผู้บริสุทธิ์ พวกลูกหลานเลวี พวกเจ้าทำเกินไปแล้ว!”
8En Moses vervolgde tot Kore: Luistert, zonen van Levi!
8โมเสสพูดกับโคราห์ว่า “พวกลูกหลานเลวี จงฟัง!
9Is het u niet genoeg, dat Israëls God u van de gemeenschap van Israël heeft afgezonderd, om u tot Zich te doen naderen, de dienst in de tabernakel van Jahweh te verrichten, en voor de gemeenschap te staan, om haar te dienen?
9การที่พระเจ้าแห่งอิสราเอลทรงแยกพวกเจ้าออกจากชุมนุมชนอิสราเอล ให้เข้ามาใกล้พระองค์เพื่อทำงานรับใช้เกี่ยวกับพลับพลาของพระยาห์เวห์ และยืนต่อหน้าชุมนุมชนเพื่อรับใช้พวกเขา เป็นเรื่องเล็กน้อยสำหรับพวกเจ้าหรือ?
10Hij heeft u met al de zonen van Levi, uw broeders, tot Zich doen komen, en nu eist ge ook nog het priesterschap?
10พระองค์ทรงให้เจ้ากับพี่น้องทั้งหมดซึ่งเป็นลูกหลานเลวีเข้ามาใกล้ แล้วพวกเจ้ายังแสวงหาตำแหน่งปุโรหิตด้วยหรือ?
11Dus tegen Jahweh spant gij samen met heel uw aanhang. Want wat is Aäron, dat gij mort tegen hem!
11ดังนั้นเจ้ากับกลุ่มผู้ติดตามทั้งหมดจึงรวมตัวกันต่อต้านพระยาห์เวห์ อาโรนเป็นใครกัน พวกเจ้าจึงบ่นต่อว่าเขา?”
12Moses liet nu Datan en Abiram, de zonen van Eliab, ontbieden. Maar zij antwoordden: We komen niet.
12โมเสสส่งคนไปเรียกดาธานกับอาบีรัมบุตรของเอลีอับ แต่ทั้งสองตอบว่า “เราจะไม่ขึ้นไป!
13Is het u niet genoeg, dat gij ons hebt weggevoerd uit een land, dat van melk en honing overvloeit, om ons in de woestijn te doen sterven? Wilt ge ons ook nog tiranniseren?
13การที่ท่านพาเราออกจากแผ่นดินซึ่งมีน้ำนมและน้ำผึ้งไหลบริบูรณ์เพื่อฆ่าเราในถิ่นทุรกันดาร ยังเป็นเรื่องเล็กน้อยหรือ ท่านยังจะตั้งตัวเป็นผู้ปกครองเหนือเราอีกหรือ?
14Ge hebt ons niet eens naar een land gebracht, dat van melk en honing overvloeit, of ons akkers en wijngaarden gegeven. Wilt gij die mannen zand in de ogen strooien? Wij komen niet!
14ยิ่งกว่านั้น ท่านไม่ได้นำเราเข้าไปในแผ่นดินซึ่งมีน้ำนมและน้ำผึ้งไหลบริบูรณ์ และไม่ได้มอบทุ่งนากับสวนองุ่นให้เราเป็นมรดก ท่านคิดจะปิดหูปิดตาคนเหล่านี้หรือ? เราจะไม่ขึ้นไป”
15Toen werd Moses zeer vergramd, en hij sprak tot Jahweh: Neem hun offer niet aan; geen ezel heb ik hun ontnomen, en niemand hunner kwaad gedaan.
15โมเสสโกรธมาก และทูลพระยาห์เวห์ว่า “อย่าทรงยอมรับเครื่องถวายของพวกเขา ข้าพเจ้าไม่เคยเอาลาของพวกเขามาเลยแม้แต่ตัวเดียว และไม่เคยทำร้ายใครในหมู่พวกเขา”
16Daarna sprak Moses tot Kore: Zorg, dat gij u morgen met heel uw aanhang voor het aanschijn van Jahweh bevindt: gij, de anderen en Aäron.
16โมเสสพูดกับโคราห์ว่า “พรุ่งนี้เจ้ากับกลุ่มผู้ติดตามทั้งหมดจงไปอยู่ต่อหน้าพระยาห์เวห์ ทั้งเจ้า พวกเขา และอาโรน
17Iedereen moet zijn wierookvat nemen, er wierook in doen, en het voor het aanschijn van Jahweh brengen; dus twee honderd vijftig wierookvaten, behalve dat van u zelf en Aäron.
17ให้แต่ละคนนำกระถางเผาเครื่องหอมของตนมา ใส่เครื่องหอมลงไป แล้วนำกระถางของแต่ละคนมาต่อหน้าพระยาห์เวห์ รวม 250 ใบ ทั้งเจ้ากับอาโรนก็นำกระถางของตนมาคนละใบ”
18Iedereen nam dus zijn wierookvat, legde er vuur in, deed er wierook op, en stelde zich op bij de ingang van de openbaringstent. Zo deden ook Moses en Aäron.
18แต่ละคนจึงนำกระถางของตนมา ใส่ไฟและเครื่องหอมลงไป แล้วไปยืนกับโมเสสและอาโรนที่ทางเข้าเต็นท์นัดพบ
19Maar Kore had heel de gemeenschap tegen hen opgeroepen bij de ingang van de openbaringstent. Toen verscheen de heerlijkheid van Jahweh aan heel de gemeenschap.
19โคราห์เรียกชุมนุมชนทั้งหมดมารวมกันตรงข้ามกับโมเสสและอาโรนที่ทางเข้าเต็นท์นัดพบ พระสิริของพระยาห์เวห์ปรากฏแก่ชุมนุมชนทั้งหมด
20En Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
20พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสและอาโรนว่า
21Zondert u af van deze gemeenschap; want Ik zal ze in een oogwenk verdelgen.
21“จงแยกตัวออกจากชุมนุมชนนี้ เพื่อเราจะทำลายพวกเขาให้หมดในชั่วพริบตา!”
22Toen vielen zij op hun aangezicht neer, en zeiden: O God! God over het leven van alle schepselen! Een enkel man heeft gezondigd, en Gij zoudt op heel de gemeenschap vergramd zijn!
22ทั้งสองหมอบซบหน้าลงและทูลว่า “ข้าแต่พระเจ้า พระเจ้าของจิตวิญญาณแห่งสรรพชีวิต เมื่อคนเพียงคนเดียวทำบาป พระองค์จะทรงโกรธชุมนุมชนทั้งหมดหรือ?”
23Jahweh gaf Moses ten antwoord:
23พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า
24Beveel de gemeenschap: Verwijdert u van de aanhang van Kore!
24“จงบอกชุมนุมชนว่า ‘ออกไปให้ห่างจากบริเวณรอบเต็นท์ของโคราห์ ดาธาน และอาบีรัม!’”
25Daarop ging Moses zelf naar Datan en Abiram, en de oudsten van Israël volgden hem.
25โมเสสลุกขึ้นไปหาดาธานกับอาบีรัม และบรรดาผู้อาวุโสของอิสราเอลก็ตามไป
26En hij beval de gemeenschap: Verwijdert u van de tenten dezer booswichten, en raakt niets aan, wat hun toebehoort, opdat ge niet wordt meegesleept met al hun zonden.
26เขาพูดกับชุมนุมชนว่า “โปรดออกไปให้ห่างจากเต็นท์ของคนชั่วเหล่านี้ และอย่าแตะต้องสิ่งใดที่เป็นของพวกเขา มิฉะนั้นพวกเจ้าจะถูกทำลายเพราะบาปทั้งหมดของพวกเขา!”
27En men verwijderde zich van de woningen van Kore, Datan en Abiram. Intussen waren Datan en Abiram naar buiten gekomen en met hun vrouwen, zonen en kleine kinderen aan de ingang van hun tenten gaan staan.
27ประชาชนจึงออกไปให้ห่างจากเต็นท์ของโคราห์ ดาธาน และอาบีรัมทุกด้าน ดาธานกับอาบีรัมออกมายืนที่ทางเข้าเต็นท์ของตน พร้อมกับภรรยา บุตร และลูกเล็ก ๆ
28Nu sprak Moses: Hieraan zult ge erkennen, dat Jahweh mij heeft gezonden, om dit alles te doen, en dat het geen eigen verzinsel is!
28โมเสสพูดว่า “เหตุการณ์ต่อไปนี้จะทำให้พวกเจ้ารู้ว่าพระยาห์เวห์ทรงส่งข้าพเจ้ามาทำสิ่งเหล่านี้ทั้งหมด และข้าพเจ้าไม่ได้คิดขึ้นเอง
29Zo die daar sterven als alle mensen, en het lot aller mensen hen treft, dan heeft Jahweh mij niet gezonden.
29ถ้าคนเหล่านี้ตายไปอย่างมนุษย์ทั่วไป หรือประสบชะตาอย่างที่มนุษย์ทุกคนประสบ ก็แสดงว่าพระยาห์เวห์ไม่ได้ทรงส่งข้าพเจ้ามา
30Maar zo Jahweh iets ongehoords wrocht, zo de grond zijn muil openspert en hen met al het hunne verslindt, zodat ze levend in het dodenrijk dalen, dan zult ge erkennen, dat die mannen Jahweh hebben gehoond.
30แต่ถ้าพระยาห์เวห์ทรงทำสิ่งใหม่ และพื้นดินอ้าปากกลืนพวกเขากับทุกสิ่งที่เป็นของพวกเขา และพวกเขาลงไปยังเชโอลทั้งเป็น พวกเจ้าก็จะเข้าใจว่าคนเหล่านี้ได้ดูหมิ่นพระยาห์เวห์”
31Nauwelijks had hij dit alles gezegd, of de grond onder hen scheurde open.
31ทันทีที่โมเสสพูดถ้อยคำทั้งหมดนี้จบ พื้นดินใต้พวกเขาก็แยกออก
32De aarde opende haar muil, en verslond hen met hun huisgezinnen, met alle mensen, die bij Kore hoorden en heel hun bezit.
32แผ่นดินอ้าปากกลืนพวกเขา พร้อมกับครัวเรือนของพวกเขา คนทั้งหมดของโคราห์ และทรัพย์สินทั้งหมด
33Met al de hunnen, daalden ze levend in het dodenrijk af; de aarde bedekte hen, en ze werden verdelgd uit de gemeente.
33พวกเขากับทุกสิ่งที่เป็นของพวกเขาลงไปยังเชโอลทั้งเป็น แล้วแผ่นดินก็ปิดทับพวกเขา พวกเขาจึงพินาศไปจากท่ามกลางที่ประชุม
34Heel Israël, dat hen omringde, vluchtte weg bij hun gillen, want ze dachten: Anders verslindt de aarde ook ons!
34ชาวอิสราเอลทั้งหมดที่อยู่รอบ ๆ ต่างวิ่งหนีเมื่อได้ยินเสียงร้องของพวกเขา เพราะต่างพูดกันว่า “แผ่นดินอาจกลืนพวกเราด้วย!”
35Toen ging een vuur uit van Jahweh, en verteerde de twee honderd vijftig mannen, die wierook stonden te offeren.
35ไฟออกมาจากพระยาห์เวห์และเผาผลาญชาย 250 คนที่ถวายเครื่องหอม
36Daarna sprak Jahweh tot Moses:
36พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า
37Beveel Elazar, den zoon van den priester Aäron, de wierookvaten uit de brand te redden, en het vuur op enige afstand te verstrooien;
37“จงบอกเอเลอาซาร์บุตรอาโรนปุโรหิต ให้เก็บกระถางเผาเครื่องหอมออกจากกองเพลิง และเทไฟที่อยู่ในกระถางเหล่านั้นทิ้งให้ไกลจากค่าย เพราะกระถางเหล่านั้นเป็นของบริสุทธิ์
38want de wierookvaten dezer boosdoeners, die hun leven verbeurd hebben, zijn aan het heiligdom vervallen. Slaat ze tot dunne platen, om het altaar te bekleden; want men heeft ze Jahweh aangeboden, en daardoor zijn ze aan het heiligdom vervallen. Zo zullen ze voor de Israëlieten een waarschuwing zijn.
38กระถางเหล่านั้นเป็นของคนที่ทำบาปจนต้องเสียชีวิต จงตีแผ่ให้เป็นแผ่นโลหะใช้หุ้มแท่นบูชา เพราะพวกเขาได้นำมาถวายต่อหน้าพระยาห์เวห์ กระถางเหล่านั้นจึงเป็นของบริสุทธิ์ และจะเป็นหมายสำคัญแก่ชาวอิสราเอล”
39De priester Elazar nam dus de koperen wierookvaten, die zij, die verbrand waren, hadden aangeboden, en plette ze tot een bekleding van het altaar;
39เอเลอาซาร์ปุโรหิตจึงนำกระถางทองสัมฤทธิ์ซึ่งคนที่ถูกไฟเผาได้นำมาถวาย แล้วให้ตีแผ่ใช้หุ้มแท่นบูชา
40als een herinnering voor de Israëlieten, dat geen onbevoegde, iemand, die niet tot het geslacht van Aäron behoort, naderbij mag komen, om Jahweh een reukoffer te brengen, opdat het hem niet zal gaan als Kore en zijn aanhang, zoals Jahweh het hem door Moses gezegd had.
40เพื่อเป็นเครื่องเตือนความจำแก่ชาวอิสราเอลว่า ห้ามบุคคลภายนอกซึ่งไม่ใช่เชื้อสายของอาโรนเข้ามาใกล้เพื่อเผาเครื่องหอมต่อหน้าพระยาห์เวห์ มิฉะนั้นเขาจะเป็นเหมือนโคราห์กับกลุ่มผู้ติดตามของเขา ทั้งหมดนี้เป็นไปตามที่พระยาห์เวห์ตรัสแก่เอเลอาซาร์ผ่านโมเสส
41Maar nu sloeg heel de gemeenschap der Israëlieten de volgende dag tegen Moses en Aäron aan het morren, en zeide: Gij hebt het volk van Jahweh gedood!
41แต่วันรุ่งขึ้น ชุมนุมชนอิสราเอลทั้งหมดบ่นต่อว่าโมเสสกับอาโรนว่า “พวกเจ้าได้ฆ่าประชาชนของพระยาห์เวห์!”
42En daar de gemeenschap tegen Moses en Aäron te hoop liep, begaven zij zich naar de openbaringstent: en zie de wolk overdekte haar, en de heerlijkheid van Jahweh verscheen.
42เมื่อชุมนุมชนรวมตัวกันต่อต้านโมเสสกับอาโรน พวกเขาหันไปมองเต็นท์นัดพบ เมฆปกคลุมเต็นท์นั้น และพระสิริของพระยาห์เวห์ปรากฏ
43Toen Moses en Aäron voor de openbaringstent waren getreden,
43โมเสสกับอาโรนไปยืนที่ด้านหน้าเต็นท์นัดพบ
44sprak Jahweh tot Moses:
44พระยาห์เวห์ตรัสกับโมเสสว่า
45Verwijder u van deze gemeenschap; want in een oogwenk zal Ik ze verdelgen! Maar zij vielen op hun aangezicht neer,
45“ออกไปให้ห่างจากชุมนุมชนนี้ เพื่อเราจะทำลายพวกเขาให้หมดในชั่วพริบตา!” โมเสสกับอาโรนจึงหมอบซบหน้าลง
46en Moses sprak tot Aäron: Neem het wierookvat, leg er vuur in van het altaar, doe er wierook op, en loop er gauw mee naar de gemeenschap, om verzoening voor hen te verkrijgen; want de toorn is van Jahweh’s aanschijn uitgegaan, en de straf is al begonnen.
46โมเสสพูดกับอาโรนว่า “จงนำกระถางของเจ้ามา ใส่ไฟจากแท่นบูชาและเครื่องหอมลงไป รีบนำไปหาชุมนุมชนและทำพิธีลบมลทินบาปให้พวกเขา เพราะความโกรธของพระยาห์เวห์ได้ปะทุขึ้นแล้ว! ภัยพิบัติได้เริ่มขึ้น”
47Aäron nam zijn wierookvat, zoals Moses bevolen had, en snelde midden tussen de gemeente in. En zie, de straf was onder het volk al begonnen. Hij deed er wierook op, voltrok de verzoeningsplechtigheid over het volk,
47อาโรนทำตามที่โมเสสบอกและวิ่งเข้าไปท่ามกลางที่ประชุม ภัยพิบัติได้เริ่มขึ้นท่ามกลางประชาชนแล้ว เขาใส่เครื่องหอมลงไปและทำพิธีลบมลทินบาปให้ประชาชน
48en stelde zich tussen de doden en de levenden, zodat de plaag werd gestuit.
48เขายืนอยู่ระหว่างคนตายกับคนเป็น แล้วภัยพิบัติก็ยุติลง
49Er waren er veertien duizend zevenhonderd door de plaag gestorven, behalve nog de anderen, die door het gebeurde met Kore waren omgekomen.
49คนที่เสียชีวิตด้วยภัยพิบัติมี 14,700 คน นอกเหนือจากผู้ที่ตายเพราะเรื่องของโคราห์
50Toen keerde Aäron naar Moses bij de openbaringstent terug. De plaag had opgehouden.
50อาโรนกลับมาหาโมเสสที่ทางเข้าเต็นท์นัดพบ และภัยพิบัติก็หยุดลง
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.