Micha 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Nu wordt ge beroofd, gij roversdochter En werpen ze een wal tegen ons op; Nu slaan ze nog met de roede Israëls heerser op de wang
1軍勢の娘よ、今、隊を組め。 われわれは包囲されている。 彼らは杖で、 イスラエルの裁き人の頬を打つ。
2Maar gij, Betlehem van Efrata, Te klein om onder Juda’s gouwen te tellen: Uit u zal Mij Een ontspruiten, die over Israël zal heersen. Wiens oorsprong ligt in oude tijd, in eeuwige dagen!
2しかし、ベツレヘム・エフラタよ、 あなたはユダの氏族の中で小さいが、 あなたの中から、イスラエルを治める者が私のために出て来る。 その起こりは昔から、いにしえの日々からである。
3Daarom geeft Hij hen prijs Tot de tijd, dat de Moeder zal hebben gebaard. En het overschot van zijn broeders Tot Israëls zonen is teruggekeerd.
3それゆえ、産婦が子を産む時まで、 彼らは引き渡される。 その後、彼の兄弟の残りの者は、イスラエルの民に帰って来る。
4Dan treedt Hij op, om hen te weiden in Jahweh’s kracht, In de majesteit van de Naam van Jahweh, zijn God! Dan zullen zij in veiligheid wonen, want groot zal Hij zijn, Een vrede tot aan de grenzen der aarde!
4彼は立ち、主の力によって、 彼の神、主の御名の威光によって群れを養う。 民は安らかに住む。 その時、彼は地の果てに至るまで大いなる者となるからだ。
5Als Assjoer dan in ons land zal komen, En de voet zal zetten in onze paleizen, Dan zullen wij zeven herders tegenover hem stellen, En acht vorsten onder de mensen.
5この方がわれわれの平和となる。 アッシリアがわれわれの地に侵入し、 われわれの要塞の中を進む時、 われわれは七人の羊飼いと、 八人の指導者を彼に立ち向かわせる。
6Zij zullen te zwaard het land van Assjoer afweiden, En het land van Nimrod met klingen; Hij zal ons van Assjoer verlossen, als die in ons land komt, En onze grenzen betreedt.
6彼らは剣でアッシリアの地を治め、 ニムロデの地を、その門々で治める。 アッシリア人がわれわれの地に侵入し、 われわれの領土を踏み荒らす時、 この方がわれわれを彼から救い出す。
7Dan zal Jakobs Rest in de kring van machtige volken Als de dauw van Jahweh zijn, als regen op gras, Dat niet op mensen hoeft te wachten, Geen mensenkinderen verbeidt.
7ヤコブの残りの者は、多くの民の間で、 主からの露のようになり、 草の上に降る雨のようになる。 それは人を待たず、 人間を頼みとしない。
8Dan zal Jakobs Rest te midden der naties, En in de kring van machtige volken, Als een leeuw zijn onder de dieren in het woud, Als een jonge leeuw te midden der kudde.
8ヤコブの残りの者は、諸国民の間で、 多くの民の間で、 森の獣の中にいる獅子のように、 羊の群れの中にいる若い獅子のようになる。 その獅子が通り過ぎれば、踏みつけ、引き裂く。 救い出す者は一人もいない。
9Zoals die bespringt en vertrapt, Verscheurt, en niemand die redt: Zo zal uw hand zich tegen uw verdrukkers verheffen, En al uw vijanden zullen vergaan!
9あなたの手が敵の上に高く上げられ、 あなたの敵がことごとく断ち滅ぼされるように。
10Dan zal het geschieden op die dag, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik de paarden uit uw midden verwijder, En uw wagens verniel!
10主は言われる。 「その日、私はあなたの中から馬を絶やし、 戦車を滅ぼす。
11Ik zal de sterkten van uw land vernielen, En al uw vestingen slopen;
11あなたの地の町々を滅ぼし、 すべての要塞を打ち壊す。
12Ik zal de tovermiddelen uit uw handen rukken, En er zullen geen waarzeggers meer bij u zijn.
12あなたの手から魔術を取り除く。 あなたの中に占い師はいなくなる。
13Ik zal uw godenbeelden vernielen, En uw zuilen in uw midden; Nooit meer zult ge aanbidden Het werk uwer handen.
13あなたの中から刻んだ像と石の柱を取り除く。 あなたはもう、自分の手で造ったものを拝まない。
14Ik zal uw heilige stammen uit uw midden rukken, Uw bomen verdelgen,
14あなたの中からアシェラ柱を根こそぎにし、 あなたの町々を滅ぼす。
15En in mijn ziedende toorn Mij op de volken wreken, Die niet willen horen!
15私は、聞き従わなかった国々に、 怒りと憤りをもって復讐する。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.