Micha
Chapter 2

Micha

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Wee hun, die op slechtheid zinnen, En op hun legerstede boosheid beramen: Om het in de morgenstond ten uitvoer te brengen, Wanneer ze er de macht toe bezitten.
1災いだ。寝床の上で不義を企て、 悪をたくらむ者たち。 朝が明るくなると、それを実行する。 そうする力が自分たちの手にあるからだ。
2Ze begeren akkers: ze roven ze weg; Huizen: ze nemen ze af; Ze maken zich meester van den man en zijn huis, Van den eigenaar en zijn bezit.
2彼らは畑を欲しがって奪い、 家を欲しがって取り上げる。 人とその家を虐げ、 人とその相続地を奪う。
3Daarom spreekt Jahweh: Zie, Ik beraam een onheil tegen dit ras, Dat ge niet van uw hals zult schudden, En waaronder ge niet rechtop kunt gaan. Ja, een boze tijd zal het zijn
3それゆえ、主はこう言われる。 「見よ、私はこの民に災いを計画している。 あなたがたは、この災いから首を抜くことができず、 高ぶって歩くこともできない。 災いの時だからだ。
4Op die dag! Dan zal men dit spotlied, Deze klaagzang over u zingen: “Wij zijn verloren, verloren! Het erfdeel van mijn volk is reddeloos heen; Onze akkers worden als buit verdeeld,
4その日、人々はあなたがたについてたとえを語り、 悲痛な哀歌を歌って言う。 『われわれは完全に滅ぼされた。 私の民の所有地は分けられた。 まことに、それは私から取り上げられ、 われわれの畑は裏切り者たちに割り当てられた。』」
5Niemand werpt voor u het lot voor uw deel!”
5それゆえ、主の集会で、 くじによって土地を分ける者は、あなたには一人もいなくなる。
6Profeteert toch niet in de gemeente van Jahweh, Voorspelt toch zulke dingen niet!
6彼らは「預言するな」と預言する。 「これらのことを預言するな。 恥辱がわれわれに追いつくことはない。」
7Neen, schande noch vloek Zal Jakobs huis kunnen treffen! Is Jahweh dan niet lankmoedig, Of zijn dàt soms zijn werken; Zijn zijn woorden niet vol goedheid Voor Israël, zijn volk?
7ヤコブの家よ、こう言ってよいのか。 「主の霊は怒っておられるのか。 これらは主のなさることなのか。 私の言葉は、 正しく歩む者に良いことをもたらすではないか。」
8Maar gij zijt niet mijn volk, Gij treedt op als mijn vijand: Vreedzame lieden ontrooft gij hun mantel, Van argeloze wandelaars neemt gij buit.
8しかし近ごろ、私の民は敵となって立ち上がった。 戦いから帰り、安心して通り過ぎる者から、 外衣も衣服もはぎ取る。
9Gij verjaagt de vrouwen van mijn volk Uit het huis, dat haar lief is; En haar kinderen berooft ge Van mijn glorie voor immer.
9あなたがたは私の民の女たちを、 その心地よい家から追い出す。 その幼い子どもたちから、 私の祝福を永久に奪う。
10Staat op, en gaat heen, Want dit land is geen rustplaats voor u; Om zijn onreinheid Gaat het onherroepelijk te gronde.
10立って、去れ。 ここはあなたがたの安息の場所ではない。 汚れが滅びをもたらす。 しかも、痛ましい滅びを。
11Als ik iemand was, Die u ijdele leugens verkondde, Dan profeteerde ik u van wijn en drank: Dat zou eerst een profeet zijn voor uw volk!
11偽りの霊に従って歩む者が偽りを語り、 「私はぶどう酒と強い酒について、あなたに預言しよう」と言うなら、 そのような者こそ、この民にふさわしい預言者となる。
12Maar Ik jaag heel Jakob bijeen, Haal de resten van Israël samen; Ik drijf ze opeen als benauwde schapen, Als een kudde in nood, verward door hun rampspoed.
12ヤコブよ、私は必ずあなたがたすべてを集める。 イスラエルの残りの者を必ず集める。 彼らをボツラの羊のように、 牧草地の中の群れのように一つにする。 そこは人の群れで騒がしくなる。
13De belhamel gaat voor hen uit, Ze dringen door de poort naar buiten; Hun koning trekt voor hen uit, En Jahweh is aan hun spits.
13道を切り開く者が、彼らに先立って上る。 彼らは門を突き破り、そこを通って出て行く。 王が彼らの前を進み、 主がその先頭に立たれる。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.