Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Toen het laat was geworden en zijn dienaars haastig naar hun tenten waren gegaan, sloot Vágao het vertrek af en ging heen;
1Quando chegou a noite, os servos de Holofernes se apressaram em sair. Bagoas fechou a tenda pelo lado de fora e dispensou os que serviam diante de seu senhor. Todos foram para suas camas, pois estavam cansados porque o banquete havia se prolongado.
2want allen waren loom van de wijn.
2Judite ficou sozinha na tenda com Holofernes, que estava caído sobre a cama, embriagado de vinho.
3Zo bleef Judit alleen in de tent
3Judite havia dito à sua serva que permanecesse do lado de fora do quarto e esperasse que ela saísse, como fazia todos os dias, pois havia dito que sairia para orar. Também havia falado a Bagoas da mesma maneira.
4met Holoférnes, die bedwelmd op zijn bed lag, omdat hij te veel had gedronken.
4Todos se retiraram da presença dela, e ninguém, pequeno ou grande, ficou no quarto. Judite, em pé junto à cama de Holofernes, disse em seu coração: “Ó Senhor, Deus de todo poder, olha nesta hora para a obra de minhas mãos, para a exaltação de Jerusalém.
5Tevoren had Judit haar dienstmaagd bevolen, buiten voor de kamer gereed te staan en daar te wachten.
5Pois este é o momento de ajudar tua herança e de realizar aquilo que planejei para destruir os inimigos que se levantaram contra nós.”
6Nu trad Judit voor het bed en met tranen in de ogen bad zij in stilte, terwijl alleen haar lippen bewogen:
6Ela foi até a coluna da cama que ficava junto à cabeça de Holofernes e tirou dali a espada dele.
7Heer, God van Israël, maak mij sterk, en zie op dit ogenblik neer op het werk van mijn handen, om Jerusalem te verheerlijken, zoals Gij beloofd hebt. Laat mij voleinden, wat ik in vertrouwen op U meende te kunnen volbrengen!
7Aproximou-se da cama, agarrou-o pelos cabelos e disse: “Fortalece-me hoje, ó Senhor, Deus de Israel.”
8Hierop sloop zij naar de zuil aan het hoofdeinde van zijn bed, en maakte zijn zwaard los, dat daaraan was opgehangen.
8Então golpeou o pescoço dele duas vezes com toda a sua força e cortou-lhe a cabeça.
9Zij trok het uit de schede, greep hem bij de haren en riep: Heer, God, geef mij nu kracht!
9Fez o corpo dele rolar da cama e tirou o dossel das colunas. Pouco depois saiu e entregou a cabeça de Holofernes à sua serva,
10En met twee krachtige slagen in zijn nek sloeg zij hem het hoofd af. Ze duwde de romp van het bed en trok het muskietengaas van de zuilen.
10que a colocou na sacola de alimentos. As duas saíram juntas para orar, conforme seu costume. Atravessaram o acampamento, contornaram o vale, subiram a montanha de Betúlia e chegaram aos portões da cidade.
11Onmiddellijk daarop ging ze naar buiten, gaf het hoofd van Holoférnes aan haar dienstmaagd, en beduidde haar, het in haar etenszak te bergen.
11De longe, Judite disse aos guardas dos portões: “Abram! Abram o portão agora! Deus está conosco, o nosso Deus, para manifestar ainda seu poder em Israel e sua força contra o inimigo, como fez neste dia.”
12Evenals de andere keren, gingen ze nu samen naar buiten, alsof ze wilden gaan bidden; ze liepen de legerplaats door, staken het dal over en kwamen zo voor de stadspoort.
12Quando os homens da cidade ouviram a voz dela, correram para descer ao portão da cidade e convocaram os anciãos.
13Reeds uit de verte riep Judit de wachters op de muren toe: Maakt de poorten open, want God is met ons; Hij heeft zijn kracht in Israël getoond!
13Todos correram juntos, pequenos e grandes, pois lhes parecia inacreditável que ela tivesse voltado. Abriram o portão, receberam as duas, acenderam uma fogueira para iluminar e as cercaram.
14Zodra de mannen haar stem maar hoorden, riepen zij de oudsten der stad,
14Judite lhes disse em alta voz: “Louvem a Deus! Louvem-no! Louvem a Deus, que não retirou sua misericórdia da casa de Israel, mas nesta noite destruiu nossos inimigos por minha mão!”
15en alles kwam toegelopen, groot en klein, omdat zij niet meer hadden verwacht, dat zij zou terugkomen.
15Então tirou a cabeça da sacola, mostrou-a e disse: “Vejam! Esta é a cabeça de Holofernes, comandante-chefe do exército de Assur, e este é o dossel sob o qual ele estava deitado em sua embriaguez. O Senhor o feriu pela mão de uma mulher.
16Zij staken de lichten aan en stelden zich allen om haar heen. Nu ging Judit op een verhevenheid staan, en nadat zij stilte geboden had, en allen zwegen,
16Tão certo como vive o Senhor, que me protegeu no caminho por onde andei, minha aparência o enganou para sua destruição; mas ele não cometeu pecado comigo, nem me profanou ou desonrou.”
17sprak ze: Looft den Heer, onzen God; want Hij heeft hen niet verlaten, die op Hem hopen!
17Todo o povo ficou extremamente admirado, prostrou-se, adorou a Deus e disse em uníssono: “Bendito és tu, ó nosso Deus, que neste dia humilhaste os inimigos de teu povo.”
18Door mij, zijn dienares, heeft Hij de ontferming in vervulling doen gaan, die Hij aan Israëls huis had beloofd; door mijn hand heeft Hij deze nacht den vijand van zijn volk gedood.
18Ozias lhe disse: “Bendita seja você, filha, diante do Deus Altíssimo, mais do que todas as mulheres sobre a terra; e bendito seja o Senhor Deus, que criou os céus e a terra e a conduziu para cortar a cabeça do chefe de nossos inimigos.
19Nu haalde zij het hoofd van Holoférnes uit de zak te voorschijn, liet het hun zien en sprak: Hier is het hoofd van Holoférnes, den aanvoerder van het assyrische leger, en hier is het muskietengaas, waaronder hij zijn roes lag te slapen, toen de Heer hem neersloeg door de hand van een vrouw.
19A esperança que você demonstrou jamais desaparecerá do coração dos que se lembrarem para sempre do poder de Deus.
20Zo waar de Heer leeft; zijn engel heeft mij beschermd, toen ik hier wegging, terwijl ik daar woonde, en nu ik hier terug ben. De Heer heeft niet toegelaten, dat zijn dienares werd onteerd. Vrij van iedere smet van zonde heeft Hij mij bij u teruggebracht, om mij te verheugen over zijn zege, over mijn redding en over úw bevrijding.
20Que Deus transforme tudo isso em louvor eterno para você e a visite com coisas boas, porque você não poupou a própria vida diante da aflição de nosso povo, mas impediu nossa ruína, andando em retidão diante de nosso Deus.” E todo o povo disse: “Amém! Amém!”
21Looft Hem allen; want Hij is goed, en eeuwig duurt zijn barmhartigheid!
no verse 21 in this text
22Allen aanbaden den Heer en zeiden tot haar: De Heer heeft u gezegend met zijn kracht; want door u heeft Hij al onze vijanden vernietigd.
no verse 22 in this text
23En Oezzi-ja, de vorst van het volk Israël, sprak haar toe: Meer dan alle vrouwen op aarde zijt gij, dochter, gezegend door den Heer, den allerhoogsten God!
no verse 23 in this text
24Geprezen zij de Heer, de Schepper van hemel en aarde, die u bijstond, om den aanvoerder van onze vijanden het hoofd af te slaan.
no verse 24 in this text
25Ja, vandaag heeft Hij uw naam zó verheerlijkt, dat de mensen u steeds zullen prijzen, zolang zij de kracht van God voor eeuwig gedenken. Omdat uw volk in druk en nood verkeerde, hebt gij uw leven veil gehad en onze ondergang voorkomen voor het oog van onzen God.
no verse 25 in this text
26En heel het volk antwoordde: Amen, Amen!
no verse 26 in this text
27Daarop werd Achior geroepen. Toen hij gekomen was, sprak Judit tot hem: De God van Israël, van wien gij getuigd hebt, dat Hij wraak op zijn vijanden neemt, Hij zelf heeft in deze nacht door mijn hand het hoofd van alle ongelovigen geveld.
no verse 27 in this text
28Overtuig u ervan; hier is het hoofd van Holoférnes, die in zijn trotse overmoed den God van Israël verachtte, en u met de ondergang bedreigde, toen hij sprak: “Als het volk van Israël in mijn macht is, laat ik uw zijde met een zwaard doorboren.”
no verse 28 in this text
29Zodra Achior het hoofd van Holoférnes ontwaarde, werd hij door schrik overmand en viel bewusteloos neer op de grond.
no verse 29 in this text
30Toen hij weer was bijgekomen en zich hersteld had, wierp hij zich voor Judit neer, om haar te huldigen. En hij sprak:
no verse 30 in this text
31Gezegend zijt gij door uw God in alle tenten van Jakob! Want bij alle volken, die uw naam zullen horen, zal de God van Israël om u worden verheerlijkt!
no verse 31 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.