Jacobus
Chapter 2

Jacobus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Mijn broeders, paart het aanzien van personen niet met het geloof in onzen verheerlijkten Heer Jesus Christus.
1Братия мои! имейте веру в Иисуса Христа нашего Господа славы, не взирая на лица.
2Welnu, wanneer bij uw samenkomst een man binnentreedt met gouden ringen en een prachtig gewaad, maar er ook een arme binnenkomt met onverzorgde kleding,
2Ибо если в собрание ваше войдет человек с золотым перстнем, в богатой одежде, войдет же и бедный в скудной одежде
3en wanneer gij dan opziet tegen den man met het prachtig gewaad en hem zegt: “Zet u hier op de ereplaats neer;” maar wanneer gij tot den arme zegt: “Blijf ginder staan,” of “Ga zitten bij mijn voetbank,”
3и вы, смотря на одетого в богатую одежду, скажете ему: тебе хорошо сесть здесь, а бедному скажете: ты стань там или садись здесь, у ног моих,
4hebt gij dan bij uzelf geen onderscheid gemaakt, en oordeelt gij dan niet op verkeerde gronden?
4то не пересуживаете ли вы в себе и не становитесь ли судьями с худыми мыслями?
5Luistert wél, mijn geliefde broeders! Heeft God de armen der wereld niet uitverkoren, om rijk te woren in geloof, en erfgenamen van het koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben;
5Послушайте, братия мои возлюбленные: не бедных ли мира избрал Бог быть богатыми верою и наследниками Царствия, которое Он обещал любящим Его?
6en gij zoudt den arme verachten? En zijn het juist de rijken niet, die u verdrukken en u voor de rechtbank slepen;
6А вы презрели бедного. Не богатые ли притесняют вас, и не они ли влекут вас в суды?
7zijn zij het niet, die de heerlijke Naam lasteren, waarnaar gij genoemd wordt?
7Не они ли бесславят доброе имя, которым вы называетесь?
8Welnu, wanneer gij de koninklijke wet volbrengt, overeenkomstig de Schrift: “Ge zult uw naaste liefhebben als uzelf,” dan doet gij wèl;
8Если вы исполняете закон царский, по Писанию: возлюби ближнего твоего, как себя самого, - хорошо делаете.
9maar wanneer gij handelt volgens aanzien van personen, dan zondigt gij, en wordt gij als overtreder aangeklaagd door de wet.
9Но если поступаете с лицеприятием, то грех делаете и перед законом оказываетесь преступниками.
10Immers wie de ganse wet onderhoudt, maar in één punt misdoet, is schuldig aan het geheel.
10Кто соблюдает весь закон и согрешит в одном чем-нибудь, тот становится виновным во всем.
11Want Hij, die gezegd heeft: “Ge zult geen overspel doen, “Hij heeft ook gezegd: “Ge zult niet doodslaan.” Wanneer ge dus geen overspel doet, maar wel doodslaat, dan zijt gij een overtreder der wet.
11Ибо Тот же, Кто сказал: не прелюбодействуй, сказал и: не убей; посему если ты не прелюбодействуешь, но убьешь, то ты также преступник закона.
12Spreekt dus en handelt als mensen, die geoordeeld zullen worden door de wet der vrijheid.
12Так говорите и так поступайте, как имеющие быть судимы по закону свободы.
13Want onbarmhartig is het oordeel over hem, die geen barmhartigheid heeft getoond; maar de barmhartigheid neemt het tegen het oordeel op.
13Ибо суд без милости не оказавшему милости; милость превозносится над судом.
14Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert, het geloof te bezitten, zo hij de werken niet heeft? Kan het geloof hem soms redden?
14Что пользы, братия мои, если кто говорит, что он имеет веру, а дел не имеет? Может ли эта вера спасти его?
15Wanneer een broeder of zuster naakt zou zijn en van het dagelijks voedsel beroofd,
15Если брат или сестра наги и не имеют дневного пропитания,
16en iemand van u zou hun zeggen: Gaat heen in vrede, verwarmt en verzadigt u, maar gij schenkt hun niet, wat ze voor hun lichaam behoeven, wat zal het baten?
16а кто-нибудь из вас скажет им: “Идите с миром, грейтесь и питайтесь”, но не даст им потребного для тела: что пользы?
17Zo gaat het ook met het geloof: zonder de werken is het innerlijk dood.
17Так и вера, если не имеет дел, мертва сама по себе.
18Bovendien zou men zo iemand kunnen zeggen: “Gij hebt het geloof, en ik heb de werken? Toon me eens uw geloof zonder de werken; mijn geloof zal ik u uit de werken bewijzen.
18Но скажет кто-нибудь: “Ты имеешь веру, а я имею дела”: покажи мне веру твою без дел твоих, а я покажу тебе веру мою из дел моих.
19Ge gelooft, dat er slechts één God bestaat? Ge doet wèl; maar ook de duivels geloven het…, en sidderen!”
19Ты веруешь, что Бог един: хорошо делаешь; и бесы веруют, и трепещут.
20Wilt ge zien, lege mens, hoe het geloof zonder de werken onvruchtbaar is?
20Но хочешь ли знать, неосновательный человек, что вера без дел мертва?
21Werd Abraham, onze Vader, niet uit werken gerechtvaardigd, toen hij Isaäk, zijn zoon, op het altaar had geofferd?
21Не делами ли оправдался Авраам, отец наш, возложив на жертвенник Исаака, сына своего?
22Ge ziet, hoe het geloof met zijn werken gepaard ging, en hoe door de werken het geloof werd volmaakt.
22Видишь ли, что вера содействовала делам его и делами вера достигла совершенства?
23En toen ging de Schrift in vervulling, die zegt: “Abraham geloofde aan God, en het werd hem tot gerechtigheid gerekend;” toen ook werd hij genoemd: “de vriend van God.”
23И исполнилось слово Писания: “Веровал Авраам Богу, и это вменилось ему в праведность, и он наречен другом Божиим”.
24Ge ziet: uit wèrken wordt de mens gerechtvaardigd, en niet uit geloof alleen.
24Видите ли, что человек оправдывается делами, а не верою только?
25Werd ook de ontuchtige Rachab niet gerechtvaardigd uit werken, omdat ze de boden gastvrij ontving, en ze langs een andere weg liet vertrekken?
25Подобно и Раав блудница не делами ли оправдалась, приняв соглядатаев и отпустив их другим путем?
26Want zoals het lichaam dood is zonder geest, zo is ook dood het geloof zonder werken.
26Ибо как тело без духа мертво, так и вера без дел мертва.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.